+ Meer informatie

Het geestelijk klimaat in de politiek

16 minuten leestijd

De aardverschuiving in de Tweede Kamer is ook de kleine christelijke partijen niet voorbijgegaan. De SGP, tientallen jaren toonbeeld van stabiliteit, verloor een zetel. De RPF won er twee en kreeg daardoor een sleutelpositie. De oude wens van deze partij om intensiever samen te werken met SGP en GPV, lijkt deels in vervulling te gaan. Maar een volledige fusie zit er niet in. Een van de struikelblokken is het verschil in geestelijk klimaat. Met de fractievoorzitters van de kleine christelijke partijen analyseerde Terdege de betekenis daarvan in de politiek.

Rond verkiezingen laait in reformatorische kring steevast de discussie over politieke samenwerking op. Tegenover de strijders voor een Staatkundig Reformatorisch Verbond staan de sceptici die in samenwerking weinig heil zien, laat staan in een fusie Bij alle argumenten die over en weer worden aangevoerd, keert één aspect met stalen regelmaat terug: het verschil in geestelijk klimaat. Meestal zonder nadere toelichting. Gaat het uitsluitend om principiële zaken of spelen ook allerlei uiterlijkheden een rol? En wat zijn nu precies de kleurbepalende kenmerken van elke partij? In de Ds. Zandtkamer van het nieuwe Tweede-Kamergebouw probeerden ir. B.J. van der Vlies van de SGP, G.J. Schutte van het GPV en L.C. van Dijke van de RPF enige helderheid te verschaffen.

Zondebesef
Van der Vlies: „De SGP staat in de traditie van Reformatie en Nadere Reformatie. Het is bovendien een interkerkelijke partij. Ook dat aspect is niet onbelangrijk. Als je dan wat accenten wilt hebben, denk ik dat er een diepgeworteld zondebesef is, waardoor er meer dan in de achterban van RPF en GPV geworsteld wordt met de vraag naar de toeëigening van het heil. Dat geeft een zekere terughoudendheid op het punt van de culturele en maatschappelijke participatie. Ook een beduchtheid voor een zeker activisme. Tegelijk is er de vreugde over het heil in Jezus Christus en de doorleving daarvan."
Wordt het klimaat ook gekleurd door de theocratische gedachte, of is dat een meer theoretische zaak?
„De belijdenis dat God regeert en recht heeft op de gehoorzaamheid van ieder mens, ook van de overheid als Zijn dienaresse, bepaalt ons spreken tot, en het aanspreken van de overheid en onze visie op weten regelgeving. Naarmate we in een meer geseculariseerde tijd leven, wordt het spanningsveld natuurlijk groter. Maar de theocratische gedachte is zo verweven met wat wij zien als het hart van Gods Woord, dat die niet los te maken valt van de andere accenten die het geestelijk khmaat van de SGP-achterban tekenen. De SGP is altijd de partij geweest van de bevindelijk gereformeerden, om een term van dr. Janse te gebruiken. De theocratische gedachte is voor ons bepaald geen theoretische zaak, maar levert voor ons een werkelijke worsteling op in de praktijk van de politiek. Wij kunnen weliswaar geen blauwdruk hanteren, maar de theocratische gedachte als gave en opgave ervaren we voluit."

Lijn van Oranje
Meneer Schutte, kunt u een typeringgeven van het geestelijk klimaat binnen het GPV?
Schutte: „Vooraf wil ik opmerken dat ik wat moeite heb met die term. Je komt daardoor in een subjectieve sfeer terecht, terwijl het normatieve voor mij bepalend is. Het karakter van een partij wordt bepaald door grondslag, doelstelling en de normen die daarbij gehanteerd worden. Dat neemt niet weg dat je vanuit de historie bepaalde lijnen kunt trekken. Meer dan bij de SGP staat bij het GPV de Reformatie centraal. Ik zeg niet dat in de Nadere Reformatie niets waardevols te vinden is, maar er zijn ook veel elementen in die we geen verbetering vinden. Binnen de Reformatie staan we, scherp geformuleerd, pro de lijn Van Oranje en contra de lijn Datheen. Dat vind je terug in onze visie op godsdienstvrijheid en geestelijke vrijheid. In z'n grondslag bindt het GPV zich aan de gereformeerde belijdenis in z'n totaliteit. Wij hebben bezwaar tegen een verenging naar bijvoorbeeld artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Dat brengt me bij de theocratie, een begrip waar ik politiek gezien in de nieuwtestamentische bedeling niet veel mee kan. De theocratie als directe regering van God over de wereld had vooral een functie in de oude bedeling. Nu regeert God door inschakehng van mensen die onderscheiden ambten bekleden. Op grond daarvan benadrukken wij de scheiding van kerk en staat."

Partij van theocraten
De achterban van het RPF bevat verschillende stromingen. Is er toch een gemeenschappelijk geestelijk klimaat in deze partij?
Van Dijke: „De RPF is een partij van theocraten. Mensen die belijden datjezus Christus Heer en Koning is over alles wat leeft en is. Dat is de samenbindende factor. In m'n verkiezingscampagne heb ik vaak opgeroepen om een zoutend zout te zijn op alle terreinen van het leven en dus ook in de politiek."
Een partij van theocraten, zegt u. Kunt u ook zeggen wat voor theocraten, ii>ant dat is me niet helemaal duidelijk.
„Over theocratie wordt binnen de christenheid verschillend gedacht. Bas van der Vlies heeft terecht richting RPF opgemerkt dat bij ons wel tien opvattingen over theocratie te vinden zijn. Dat is dan altijd nog aanmerkelijk minder dan binnen de SGP. Vast staat voor ons dat de theocratie geen staatsvorm is, maar een belijdenis. Wij zijn met een opdracht de wereld in gestuurd, om te getuigen en onze taak te vervullen. We hebben weet van wat collega Schutte zei over de cultuuropdracht. Daar gaan we helemaal in mee. Maar we zijn ook kritisch ten aanzien van die cultuur, omdat we weet hebben van de zonde, zoals Bas van der Vlies terecht opmerkte. Dat is binnen > onze partij uiteraard ook het geval."

Ondienstig
Als ik ugoed begrijp is het eigene van de RPF dat uit elementen van hetgedachtengoed van SGP en GPV een mix is samengesteld.
„Het eigene van ons is dat we met alle bijbelgetrouwe christenen handen en voeten willen geven aan onze overtuiging dat God regeert over alle terreinen van het leven. Dat is binnen de RPF mogelijk voor allen die Christus hartelijk liefhebben, zowel man als vrouw, ongeacht kerk of groep." Kort samengevat: Niet de leer, maar de Heer?
„Wij laten de belijdenis heel nadrukkelijk spreken als het gaat over het gezag van Gods Woord, maar vinden het niet zinvol om bepaalde belijdenisgeschriften in de grondslag van onze politieke partij te betrekken. We spreken elkaar aan op Gods Woord, niets meer en niets minder."
Het verschil tussen de evangelische en reformatorische stroom binnen de RPF levert geen spanningen op?
„Die verschillen zijn niet zo omvangrijk als wel eens wordt gesuggereerd. Je bent ondienstig bezig als je de verschillen gaat uitmeten. Je komt verder als je elkaar de hand reikt in de belijdenis datjezus Christus Heer en Koning is."

Jongerendag
Dat is u te ruim,, meneer Van der Vlies?
Van der Vlies: „Wij staan zeker geen eenheidsworst voor, waarbinnen iedereen ook over tweede-rangsdingen gelijk moet denken. Wel vinden wij dat je het over het hart van de zaak eens moet zijn. Dan is er in mijn achterban inderdaad een gehechtheid aan de formele, maar ook praktisch doorleefde binding aan Schrift èn belijdenis. De totale belijdenis. Als ik een accent leg bij artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis is dat alleen omdat daarin expliciet het ambt van de overheid beschreven wordt. Allen die zich kunnen vinden in het beginselprogramma van de SGP zijn hartelijk welkom. Maar in de praktijk zullen mensen van een evangelische groepering zich niet snel thuis voelen bij een SGP-kiesvereniging."
Bij een SGP-jongerendag met toeters, bellen en Appie Baantjer ligt dat waarschijnlijk al anders. Bestaat hèt geestelijk klimaat van de SGP nog wel?
„Als u de jongerendag ten tonele voert, moet u niet alleen aan Baantjer denken. Die overigens terecht is gewezen door de voorzitter van de jongerendag wegens zijn grensoverschrijdend woordgebruik, tegen alle afspraken in. U moet dan bij voorbeeld ook denken aan de toespraak van ds. Klein Onstenk. Die heeft denk ik accenten neergezet waarvan ik mij afvraag, zonder anderen de maat te nemen, of ze meegemaakt zouden worden door mensen uit evangelische richtingen. Heel nadrukkelijk werd de doodstaat van de mens naar voren gebracht en de overtuiging dat Gods Geest het moet doen. Ik ga dat niet opkloppen, maar het is duidelijk dat verschillen die dan ervaren worden terug te voeren zijn tot datgene waarover we het nu hebben: het geestelijke klimaat."

Herkenning
Van Dijke: „Dat vind ik een versmalling Bas, dat vind ik een versmalling. Het verbaast mij altijd dat men binnen jouw achterban met veel vrijmoedigheid banden aangaat met baptistische broeders in Rusland, maar zodra men hier weer binnen de grenzen komt, zijn dergelijke contacten uitgesloten. Wat is daar de reden van? Mensenvrees? Moet de liefde van Christus ons niet drijven tot een gezamenlijk zoeken van de dingen die van Gods Koninkrijk zijn?"
Van der Vlies: „Het laatste natuurlijk. Ik zal fouten en scheefgroei, die trouwens overal te vinden zijn, nooit goedpraten. Maar als het gaat over het wonder van de wedergeboorte door Gods Geest, het getrokken worden uit de duisternis tot het licht, moet er toch een zekere basis van herkenning zijn om de handen ineen te kunnen slaan."
Is er binnen de SGP nog wel die algemene herkenning?
„Mijn ervaring is dat mensen die zich tot de SGP verklaren, elkaar vinden in de theocratische gedachte en in het hart van het Evangelie, zoals ik dat net heb geprobeerd onder woorden te brengen. Tegelijk constateer ik dat er een groeiende spanning bestaat tussen verschillende stromingen, waarbij je soms de vraag kunt stellen hoe lang je ze nog bijeen kunt houden. Wat zijn we bereid om mee te maken terwille van het verenigd zijn rond het hart van het Evangelie?"

Brokken
Van Dijke: „Ik vind het toch gevaarlijk Bas, zoals je nu redeneert. Neem de afwijzende reactie van een broeder Frinsel op de televisiedominee die zijn intrede deed in Nederland. Waarbij hij op bijbelse noties van schuld, verlossing en het leven in dankbaarheid heeft gewezen. Die broeder verwoordt het misschien wat anders dan wij, maar hij brengt wel het hart van het Evangelie naar voren. Ik heb er moeite mee als jij dat claimt voor jouw partij."
Van der Vlies: „Ik heb aangegeven dat ik niemand de maat wil nemen. Wat ik probeer, is naar eer en geweten een typering te geven van het geestelijk klimaat binnen de achterban van de SGP. Dat is de vraagstelling die ons is voorgelegd. Als we onze verkiezingsprogramma's naast elkaar leggen, worden we het over een heleboel thema's uiteindelijk best eens. Tóch krijg je waarschijnlijk brokken als je in een wilielceurige plaats een GPV-afdeling, een RPF-kiesvereniging en SGP-afdeling in één hok stopt. En dan is volstrekt helder dat je dat niet los kunt maken van de verschillen in geestelijk klimaat."

Hongarije
Verschillen die er ook binnen de partij kunnen zijn. Staat dat het GPV ook te wachten, nu de binding aan de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt is verbroken?
Schutte: „Graag eerst nog even een reactie op wat net door Van Dijke is gezegd. In de eerste plaats is het niet zo dat je volgens ons alleen kunt samenwerken met mensen die de Drie Formulieren van Enigheid onderschrijven. Als ik in Hongarije spreek, heb ik mensen voor me uit een totaal andere context, waarin God hen al die jaren geleid heeft. Met als gevolg andere verantwoordelijkheden. De binding van het GPV aan de gereformeerde confessie is een vertaling van wat God hier in Nederland anno 1994 geeft. Het tweede is dat ik er persoonlijk altijd veel moeite mee heb als het begrip bijbelgetrouw wordt gebruikt ter onderscheiding van belijdenisgetrouw. De belijdenis doet niet meer dan de Schrift naspreken. Wie de belijdenis niet onderschrijft, zal op onderscheiden punten ook de Bijbel niet onderschrijven. Nu naar uw vraag. Ik gaf al aan dat zaken als geestelijk klimaat en partijcultuur voor mij van ondergeschikt belang zijn. Natuurlijk houd je de eenstemmigheid het grootst als alleen vrijgemaakten lid mogen zijn van het GPV. Maar het is niet juist om het lidmaatschap van een kerk als basis voor je politieke activiteit te nemen. Die basis is de grondslag. En die moet je serieus nemen."

Stijl
Hoe belangrijk zijn voor de acbterbaji van de drie partijen de meer uiterlijke verschillen ? Zingen op hek oj'halve noten, bij een orgel of een piano... ?
Van Dijke: „Wij hebben een verkiezingsbijeenkomst gehad in een kerkzaal, met een orgel, maar ook in een multi-cultureel centrum, met een piano. De praktijk was dat de evangelische broeders zonder problemen naar de kerkzaal kwamen en de reformatorische broeders naar het multi-cultureel centrum. Ze kunnen blijkbaar door die uiterlijke dingen heen prikken. Nog sterker, van alle kanten wordt ons geadviseerd om zo veel als mogelijk is samen te werken met andere christenen."
Wat is de betekenis van dat soortfactoren voor uw kiezers, meneer Schutte? Schutte: „Wij zijn van mening dat je optreden stijl moet vertonen. Maar of dat met een gospelkoor of met een meer traditioneel zangkoor plaatsvindt, wordt als ondergeschikt ervaren." En hoe ligt dat bij de SGP?
Van der Vlies: „Die gehechtheid aan stijl kennen ook wij heel duidelijk. Vervolgens denk ik, daar moet ik eerlijk in zijn, dat het door velen niet gewaardeerd zou worden als de avond een veelheid aan elementen zou bevatten waartegen bezwaren bestaan of waaraan men niet gewend is. Dat kan zelfs de woordkeus in het gebed betreffen. Wordt de Vadernaam veelvuldig gebruikt of niet? Het zijn subtiele zaken, maar wel sfeerbepalend en als zodanig spelen ze in mijn achterban zeker een rol."

Vadernaam
Schutte: „Kun jij mij nou uitleggen Bas, waarom men bezwaar maakt tegen het gebruik van de Vadernaam?"
Van der Vlies: „Dat heeft met die worsteling om de toeëigening des heils te maken. God is onze Vader in en door Jezus Christus. Daarom moet Christus persoonlijk gekend worden als Borg en Zaligmaker, wil je weer "Abba Vader" kunnen zeggen. Vrij breed in de achterban van de SGP leeft dan een zekere aarzeling. Het is nogal wat, als je dat kunt en durft zeggen."
Schutte: „Dus het gebed dat Christus ons Zelf geleerd heeft, zal niet iedereen binnen de SGP overnemen?"
Van der Vlies: „Dat wordt wel degelijk gebeden, maar wel met een zekere schroom. Begrijp me goed, de nood van de tijd waarin wij leven dringt ons om op de hoofdzaken te letten en daar waar mogelijk de handen ineen te slaan. Dat is altijd mijn stelling geweest. Maar voor een vruchtbare samenwerking is wel een minimum aan gemeenschappelijkheid in beleving noodzakelijk. Bovendien ontkom je er wat mij betreft ook niet aan om te spreken over de nood die gelegen is in het feit dat we kerkelijk zo gescheiden optrekken."
Hebt u de indruk dat de sfeerbepalende factoren bij veel SGP-stemmers de doorslag geven of gaat het hen om het partij- en verkiezingsprogramma ? „De sfeer is niet onbelangrijk, maar door de toegenomen mondigheid is de vanzelfsprekendheid om op de SGP te stemmen snel aan het verdwijnen. Men wil heel goed weten wat wij op de hoofdpunten voorstaan."

Samenwerking
In hoeverre vormen de klimaatsverschillen een barrière voor samenwerking?
Van Dijke: „Als je de ernst van deze tijd tot je door laat dringen, mogen cultuurverschillen niet doorslaggevend zijn. Op dat gebied kunnen we wat leren van de evangelische broeders en zusters. Zij verstaan de ernst van de tijd beter dan de gevestigde kerken, omdat die te veel naar binnen gericht zijn. We moeten wervend bezig zijn. Dat is ook een kenmerk van de RPF."
Schutte: „De betekenis o van de nationaal-gereformeerde politiek die wij voorstaan, vloeit direct voort uit het karakter van het GPV. Tegelijk zeg ik met Van Dijke en Van der Vlies: weet wel in wat voor tijd we leven. Je moet zeer gegronde redenen hebben om volledig op jezelf te blijven staan. Dat is voor mij reden om te zoeken naar vormen van samenwerking, zonder dynamiet te leggen onder de kern van je politieke kracht. Van der Vlies en ik weten heel goed op welke punten we het absoluut niet eens zijn. Denk aan de positie van de vrouw en de verhouding tussen kerk en staat. Daar bestaat geen enkel misverstand over. Als je je dat wederzijds realiseert, kun je op tal van andere punten de handen ineen slaan."
Samenwerking waar mogelijk, maar geen fusie.
„Ik sluit niet uit dat het ooit zo ver komt, omdat ik niet weet wat Gods Geest kan bewerken, maar je kunt niet uitwissen dat Nederland een aantal geestelijke stromingen heeft, met hun eigen historische wortels. Dat heeft, zoals Van der Vlies terecht aangaf, primair z'n vertaling in het kerkelijk leven. Die kerkelijke verdeeldheid kun je pohtiek niet oplossen, maar mag je ook niet negeren. Wel kun je al werkend kijken waar je elkaar kunt vinden. En dan mag samenwerking niet afstoten op secundaire zaken als een berijming."

Verbreding
Miskent het RPF in haar pleidooi voor eenwording niet te veelde historische wortels van de verschillende partijen ?
Van Dijke: „Zeker niet. Het waardevolle van de geschiedenis willen we heel graag meenemen, maar wel naar 1994. Dat betekent dat je de cultuur waarin we nu leven helder moet taxeren en het antwoord van christenen daarop formuleren. Persoonlijk zie ik niet in waarom je binnen een partij niet met verschil van mening om zou kunnen gaan."
Schutte: „Maar wie zo'n partij wil, zal qua grondslag altijd terechtkomen bij iets dergelijks als van de RPF."
Van Dijke: „Wanneer je naar de toekomst kijkt, denk ik inderdaad dat het model van de RPF de enige mogelijkheid is voor een verbreding van de christelijke politiek. Binnen het CDA zijn tal van broeders en zusters die worden afgeschrikt door de nauwe toetredingscriteria van SGP en GPV."
Schutte: „Waarom zijn al die christelijk-gereformeerde en gereformeerdebondsbroeders in het CDA nu dan niet naar de RPF overgekomen?"
Van Dijke: „Ik verbaas me daar ook over. Maar ik blijf ervan overtuigd dat veel CDA'ers die stap wel zullen nemen als de kleine christelijke partijen de handen ineen durven slaan en zo tonen dat ze over de kleine interne problemen heen kunnen stappen om de grote problemen aan te pakken."

Verwantschap
Van der Vlies: „De noodzaak van samenwerking onderken ik al geruime tijd. Geen misverstand daarover. Maar we  moeten wel met beide benen op de grond blijven staan. Als je de principiële documenten van GPV, RPF en SGP naast elkaar legt, zijn er wezenlijke verschillen. Daarnaast zijn er praktische verschillen. En er is dat onderscheid in geestelijk klimaat. Ik zie mijn achterban niet in de breedte zoals ik die graag bijeen wil houden naar sportcentrum Papendal trekken, om daar de campagne te openen, zoals de RPF deed."

Leiden de genoemde verschillen ook tot verschil in stemgedrag in de Kamer?
Schutte: „Het gaat in de pohtiek om meer dan stemmen. Als er verschillen zijn, vind je die vaak in het verhaal dat aan de conclusie voorafgaat. Neem het onderwijs. De vrijheid van onderwijs typeert Van der Vlies als "next best". Wij kiezen uit volle overtuiging voor vrijheid van onderwijs. Maar in de stemming maakt dat meestal geen verschil."
Verwacht u dat samenwerking in de toekomst gemakkelijker wordt?
Van der Vlies: „Het hart van de zaak is dat we de overheid en het volk indringend voor ogen stellen dat we onszelf grote schade aandoen als we niet naar Gods Woord leven. In dat licht moeten we als kleine christelijke partijen elkaar niet onnodig beconcurreren. Zeker niet in het politieke debat. Daar waar mogelijk moeten we de handen ineen slaan. Maar het heeft geen zin om de principiële verschillen of geestehjke accentsverschillen te ontkennen. Laat de mensen maar weten dat die er zijn. Laat ze tegelijk weten wat de verwantschap is en waarom we elkaar hard nodig hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.