+ Meer informatie

Miljoenenorder werf De Schelde

Drie maanden werk voor 40 man

1 minuut leestijd

VLISSINGEN — De reparatiewef Scheldepoort van de koninklijke maatschappij De Schelde (KMS) in Vlissingen-Oost heeft vrijdag van Rijkswaterstaat opdracht gekregen het mattenleggerponton, de „Cardium" af te bouwen. Met deze opdracht is een bedrag van vier miljoen gulden gemoeid en het karwei zal drie maanden aan veertig mensen werk bieden.

De „Cardium" is een speciaal ontworpen werkponton dat, ingezet wordt bij funderingswerken voor de pijlerdam in de monding van de Oosterschelde. Het schip is ook uitgerust met een soort reuzen-stofzuiger, waardoor het alle zand en stenen in de laatste fase voor het plaatsen van de pijlers van de fundering kan wegzuigen. Met de bouw van de „Cardium" is een bedrag van rond de honderd miljoen gulden gemoeid. Het ponton is in Duitsland vervaardigd voor zeventien miljoen gulden. De technische uitrusting wordt verzorgd door Nederlandse bedrijven

De Scheldepoortwerf in Vlissingen zal de „Cardium" in zijn geheel afbouwen. Het schip, dat een lengte heeft van 67,5 meter en 82 meter breed is, moet uiterlijk 1 november van dit jaar opgeleverd worden. Voor deze afbouwopdracht bleek bij het Nederlandse bedrijfsleven grote belangstelling te bestaan.

Vrijdag besloten rijkswaterstaat en Dosbouw, de aannemerscombinatie die de Oosterschelde werken in opdracht van rijkswaterstaat uitvoert, het werk aan de Schelde te gunnen.

Volgens Scheldepoortwerf-directeur J. van Hulsbergen betekent deze opdrachtgever een nieuwe klant voor De Schelde. „We hopen dat hieruit meer vervolgorders zullen voortvloeien voor onze werf", aldus Van Hulsbergen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.