+ Meer informatie

Een druppel

6 minuten leestijd

Een keer per week is het feest op de vuilnisbelt van Mathare. Tientallen kinderen en enkele volwassenen wachten op de vrachtwagen van de Nas,de dienst op het internationale vliegveld van Nairobi die voor de luchtvaartmaatschappijen de maaltijden aan boord verzorgt. De lading die de Nas-auto komt dum pen, bestaat uit honderden bakjes met halfopgegeten maaltijden. Het beste voedsel dat de kinderen van Mathare wekelijks eten. „Het is werkelijk heerlijk", zegt de 21jarige Daniël Nkomo. Het brood is beschimmeld en het vlees heeft een penetrante lucht. Hij laat een blauw-wit bakje zien waaruit een zwerm vliegen opstijgt. „Vooral de worstjes van de KLM zijn verrukkelijk", vertelt hij, terwijl hij een groen uitgeslagen stuk vlees in zijn mond steekt.

Daniël is één van de naar schatting 250.000 bewoners van de beruchte krottenwijk Mathare Valley, aan de rand van de Keniase hoofdstad Nairobi. Hij draagt dezelfde voornaam als de president-dictator van het land. Daniël Arap Moi. Voor de rest is er een wereld van verschil tussen beide Kenianen.

Vorig jaar, even voordat de Golfcrisis begon, kwam het land van Moi enkele malen in het nieuws. Nadat een krottenwijk (Muoroto) door bulldozers met de grond was gelijkgemaakt, kwamen demonstrerende studenten in aanvaring met de politie. Ongeregeldheden en rellen waren aan de orde van de dag. President Moi wist de grote massa's uit de krottenwijken echter te bedwingen, net als acht jaar eerder. In augustus 1982 probeerde een groep luchtmachtofficieren tevergeefs de regering omver te werpen. De krottenwijken liepen leeg en duizenden trokken naar het centrum. Daar werd voor tientallen miljoenen dollars schade aangebracht bij de plundering van winkels en overheidsgebouwen. Na enkele dagen kregen de politie en het leger de zaak weer onder controle; het leven van Daniël Nkomo en zijn lotgenoten werd er niet beter op. Toeristenparadijs

Het wekelijkse feest op de vuilnisbelt zal de honderdduizenden toeristen die Kenia jaarlijks bezoeken, waarschijnlijk onbekend zijn. 2ij komen voor de palmstranden van Mombassa en Malindi, voor de prachtige wildparken of voor de fotogenieke Masaï. In Nairobi zien zij slechts de bruisende Keniatta-avenue of de Moi-avenue. Zij drinken een orange-juice op het nostalgische terras van het New Stanley Hotel en gebruiken de maaltijd in één van de vele Indische restaurants.

Voor de meeste toeristen is Kenia een rijk land; het beeld wordt slechts ontsierd door wat bedelaars en cameradieven. Dat de helft van de inwoners van Nairobi in krottenwijken met namen als Mathare Valley, Kitui-vilage Kibera woont, is vanaf de weg niet te zien. Deze wijken zijn niet aangegeven op plattegronden.

Onlangs wierp ik samen met twintig aardrijkskundestudenten van de Hogeschool Rotterdam een blik achter de schermen, „achter de bloemen van Nairobi". Een rondreis van drie weken gaf enig inzicht in de problemen van ontwikkelingslanden. Na afloop van de reis was het duidelijk dat het welkomstlied "Kenia Hakuna Matata" (in Kenia zijn geen problemen) van grote vraagtekens mag worden voorzien. Vallei der ellende

Eén van de meest aangrijpende onderdelen van de reis is een bezoek aan de al eerder genoemde krottenwijk Mathare Valley. Uit mijn dagboek: „Tegen de helling staan duizenden krotten tegen elkaar aangedrukt. Tussen de krotten lopen smalle glibberige paadjes, met een geul erin die dient als riool. De schots en scheef staande gevaartes zijn gebouwd van oude palen, aangestampte leem en golfplaten. Gemiddeld genomen verschaffen ze onderdak aan vijf mensen.

Tussen de krotten lopen kippen los rond en hier en daar scharrelt een geit op een hoop vuilnis. Het ergste is wel de doordringende stank die er hangt. Houts• HetHilton-hotei op de vuilnisbelt van Mathare. • HetUkerin-project kreeg ook bezoek van de toenmalige minister van ontwikkelingssamenwerking, drs. P. Bukman. koolvuurtjes, open riolen, vuilnishopen en allerlei etensluchtjes vormen samen een voor ons westerlingen ondraaglijke stank. Omdat het pad steil is en bezaaid met rommel, moeten we goed opletten dat we niet uitglijden in de bagger. ;

Overal zien we kinderen met gescheurde kleren aan hun lijf en lopend op blote voeten. Vele kinderen komen naar je toe, geven je een hand en vragen: „How are you?" Eerst geven we als antwoord : „I am fine, and how are you?" Later schamen we ons voor dit antwoord; je hoeft immers niet te vragen hoe het met hen gaat, dat is overduidelijk te zien.

Langs de wijk stroomt de Nairobirivier. Verbijsterd staan we daar en kijken toe: de bewoners van Mathare wassen zichzelf en hun kleren in het riviertje, maar... doen er ook hun behoefte in!"

In de krottenwijken van Nairobi wordt van regeringswege weinig gedaan ter verbetering van de omstandigheden. De overheid heeft, met een officiële werkloosheid van zo'n 50 procent, andere prioriteiten. Toch wordt wel iets gedaan aan de schrijnende toestanden, namelijk door de (Rooms-Katholieke) Kerk.

In 1972 begon de Nederlandse pater Arnold Grol met z'n werk onder de "parking boys" (straatjongens) van Nairobi. Oorspronkelijk probeerde hij slechts de jongens van de straat te houden, maar langzamerhand groeide uit zijn werkzaamheden een organisatie, die gericht is op een algehele ontwikkeling van de krottenwijken. De organistie kreeg de naam "Undugu Society". "Undugu" is het Kiswahili voor sohdariteit of broederschap. De organisatie streeft er naar, de mensen bewust te maken van hun situatie en hen aan te zetten tot verbetering en vooruitgang: „De mensen moeten zichzelf leren helpen".

Bij projecten van de Undugu Society worden de zaken zeer gestructureerd aangepakt: scholing en werkgelegenheid vormen de pijlers van het geheel. Omdat solidariteit belangrijk is in de krottenwijken, die meestal oorden van twist, verdeeldheid en onderlinge naijver zijn, werken de vrijwilligers van Undugu vooral aan de ontwikkeling van gemeenschapszin. Samen moeten de bewoners van de wijken hun situatie proberen te verbeteren, geholpen door de ruim honderd medewerkers van de Undugu-organisatie. De organisatie heeft reeds velen aan een baan geholpen en de huisvesting van velen verbeterd, maar... in Nairobi wonen meer dan een miljoen mensen in een krottenwijk. Een project is niet meer dan een eilandje in de oceaan, een druppel op de gloeiende plaat. door de mensen waarvoor het opgezet is!

Voor Europeanen zijn contacten met de Masaï zeldzaam. Het volk schermt zich af van de buitenwereld en laat slechts sporadisch buitenstaanders toe in zijn leefwereld. Mijn groep kreeg echter het voorrecht, door bemiddeling van de Ilkerin-projectleider, een bezoek te mogen brengen aan een groot Masaïfeest: een manyatta. Een manyatta wordt eens in de zes of acht jaar gehouden en duurt een halfjaar. Het feest wordt gevierd ter gelegenheid van de overgang naar een hogere leeftijdsgroep (bij voorbeeld de krijgers); ze kennen dus geen verjaardagen.

De manyatta ligt hoog in de bergen. Honderden Masaï zijn uit de omtrek samengekomen voor dit langdurige feest. Ze bouwen van takken en mestplaggen een serie hutten in een cirkel, waarbinnen de feesten gehouden worden en tevens het vee beschermd wordt tegen de roofdieren. In zo'n plaggenhut drink ik thee; gelukkig was het aardedonker binnen...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.