+ Meer informatie

Kantonrechter ak duizendpoot

„Sterk individuele w^erkers, die soms wat eigenv^js zijn"

5 minuten leestijd

AMSTERDAM - De meest bezochte en minst bekende rechter in ons land is de kantonrechter. Tienduizenden mensen krijgen jaarlijks met hem of haar te maken. Burenruzies, verkeersovertredingen, problemen op het werk, onenigheid rond huurzaken: de kantonrechter behandelt het allemaal. Een soort duizendpoot binnen de rechterlijke organisatie.

Jarenlang echter leefden de 145 kantonrechters in de 62 kantons in alle bescheidenheid op de achtergrond.' Zelden een verhaal op de voorpagina van de kranten, zelden een „hot item" in het nieuws. Hun collega's bij de rechtbanken stalen steeds de show met hun optredens bij moord en doodslag. Dp kantonrechter bleef een vrij onbekend figuur in de media. Een heel groot deel van de 15 miljoen Nederlanders daarentegen ontmoette hem of haar wel in levenden lijve, als vrederechter of de boze leermeester die standjes en boetes uitdeelt.

Begin 1986 werd de kantonrechter ineens een nationale held. Een kantonrechter in Amsterdam lapte schikkingsbedragen van politie en Justitie aan zijn laars en legde een lagere boete op voor het rijden over de vluchtstrook bij de Coentunnel. Verkeersovertreders die een transactie accepteerden betaalden 200 gulden. Wie de zaak liet voorkomen bleek de helft minder kwijt. De kantonrechter vond één snip genoeg. Op die eigengereidheid van de kantonrechter kwam veel kritiek. In hoger beroep werd de zaak dan ook weer rechtgetrokken. De kantonrechter echter had zich wel gemanifesteerd en was voor het brede publiek een bekendheid geworden.

Eigen winkeltjes

Die Amsterdamse kantonrechter bleek het eerste schaap dat over de dam ging. Een poosje was het rustig, maar dit jaar bleken de kantonrechters opnieuw eigenwijze heren en dames die zich niet willen laten aantasten in hun onafhankelijkheid door andere partijen, bij voorbeeld de politiek. Bij hete hangijzers als het zwartrijden in het openbaar vervoer en het verbeurd verklaren van auto's volgden zij hun eigen weg.

Kantonrechter mr. J. H. Saelman (64) kent na bijna 25 jaar in die functie en als ex-voorzitter van de Kring van Kantonrechters het klappen van de zweep. „Kantonrechters zijn sterk individuele werkers. Dat kan betekenen dat ze soms wat eigenvnjs zijn. Ze hebben natuurlijk ook eigen winkeltjes, waarvoor zij alleen verantwoordelijk zijn. Zo komt het dat er duidelijke verschillen kunnen zijn tussen de tientallen kantons en het recht dat daar wordt gesproken. Amsterdam bij voorbeeld denkt ruim. In deze stad kom je van alles tegen. Gekke constructies, vreemde omstandigheden. Dat maakt het werk hier boeiend", vertelt Saelman. Onderzoek is er, volgens hem, nooit gedaan naar die onderlinge verschillen per kanton. Maar dat ze er zijn, is zeker.

Lijn

Over het gevaar van rechtsongelijkheid die daardoor kan ontstaan, ligt Saelman niet wakker. „In grote aantallen zaken houden wij als kantonrechters overal in het land ons aan de richtlijnen die hiervoor opgesteld worden. Binnen de Kring van Kantonrechters (hun belangenorganisatie) worden problemen als zwartrijden en verbeurdverklaren van auto's besproken na een vooroverleg met het Openbaar Ministerie. De individuele kantonrechters houden zich dan aan de richtlijnen die de Kring in overleg met het OM aanhoudt".

„In vele andere zaken echter valt niet altijd een lijn aan te geven. Niet alles staat in de wet. Dat is ook niet nodig. Veel zaken waarover een kantonrechter oordeelt, hebben tal van menseUjke kanten waar nooit een wet voor zou kunnen bestaan. We zijn vaak vrederechter. Je moet je proberen te verplaatsen in het maatschappelijk probleem", aldus Saelman.

Het niet vastgebakken zitten aan juridische regels, hoewel de wet natuuriijk wordt gevolgd, is inherent aan het soort zaken dat de kantonrechter behandelt. Verkeersovertredingen, huur- en arbeidszaken zijn de grote bulk van de ongelooflijke variëteit aan gevallen die op zijn bord komen. In 1990 werden onder meer landelijk 370.000 strafzaken en 166.000 civiele zaken behandeld door de kantonrechters.

Angstig

Zo op het oog lijken het onbelangrijke problemen (in verhouding tot de grote misdrijven die alle aandacht van de pers trekken), maar voor de mensen zelf kan het „moeten" verschijnen bij de kantonrechter een heel angstige gebeurtenis zijn. Moeten komen gaat overigens niet helemaal op. Wie niet met de rechter geconfronteerd wil worden, mag zijn beurt voorbij laten gaan. Er wordt dan bij verstek beoordeeld en eventueel veroordeeld. Een heleboel mensen komen dan ook niet opdagen.

Bij de driehonderd strafzaken die Saelman op één dag behandelt, zijn het maar enkele tientallen verdachten die hun zegje willen doen. Ze vinden het schikkingsbedrag van een verkeersovertreding te hoog of voelen zich helemaal niet schuldig. Verweer voeren bij de kantonrechter kan dan in hun voordeel uitvallen.

Gezien de relatief lage boetes in strafzaken die de kantonrechter in verhouding tot de rechtbank kan opleggen, lijkt het alsof de kantonrechter zich alleen met futiliteiten bezighoudt. In arbeidszaken echter —bij uitstek een soort zaak voor de kantonrechter- kan de rechter oneindig hoge bedragen als schadeloosstelling opleggen. Dat dit zelden gebeurt is een tweede. „Een ontbinding van de ar-*f beidsovereenkomst kan bij voorbeeld worden'^;, goedgemaakt met een half miljoen gulden vergoeding. En daartegen is geen hoger beroep mogelijk", zo onderstreept Saelman het belang van zijn vak.

Beesten

Mede door de komst van de sociale advocatuur en de bureaus voor rechtshulp weten steeds meer mensen de weg naar de kantonrechter te vinden in geschillen rond arbeid, maar ook huurzaken en overlastzaken. Wie last heeft van zijn buren wegens lawaai of druggebruik kan de kantonrechter als scheidsrechter inroepen.

„Je komt in de meest vreselijke situaties. Er ; moeten in een stad als Amsterdam honderden mensen als beesten wonen", zo vertelt Saelman als hij aan sommige bezoeken aan verwaarloosde panden denkt. Zoals veel kantonrechters gaat hij vaak op pad om het onderwerp van geschil met eigen ogen te bekijken. Een descente heet dat plechtig.

De reorganisatie van de rechterlijke macht, waarbij rond 1995 de kantongerechten zullen integreren in de rechtbanken, ziet Saelman met lede ogen tegemoet. „Ik ben bang dat de looplijnen in een veel grotere organisatie die het dan wordt te lang worden. Dat willen wij als kantonrechters niet. Er zal te veel tijd gemoeid zijn met te veel rompslomp. Wij zijn harde werkers met 130 procent werklast. Als enigen binnen de rechterlijke organisatie echter hebben wij geen achterstand en zijn we niet bezweken voor de werkdruk".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.