+ Meer informatie

Hoe gaan we in het pastoraat om met twijfel?

8 minuten leestijd

Iedere ambtsdrager komt er van tijd tot tijd mee in aanraking: twijfel. Op zich is dat niet nieuw. Het geloof wordt immers alle eeuwen door aangevochten. Waar geloof is, is meestal ook twijfel. Satan duldt geen onaangevochten geloof.

Verschillende soorten

Er is wel een groot verschil met vroeger. Toen cirkelden de vragen meer om de toe-eigening van het heil. Is mijn geloof wel echt? Ben ik wel een kind van God? Heb ik wel genoeg zekerheid? We noemen dat wel de subjectieve twijfel.

Tegenwoordig cirkelen de vragen meer rondom de vraag: bestaat God wel of vergissen we ons? Is er wel een leven na de dood? Is de Bijbel wel het Woord van God of vermeldt het vooral de ervaringen van gelovigen? Zijn niet alle godsdiensten wensdromen? We noemen dit wel de objectieve twijfel.

Deze tweede vorm wordt niet zo gemakkelijk naar voren gebracht. Hierop rust meer een taboe dan op de eerste soort. Twijfelaars voelen zich er zelf vaak ongemakkelijk bij. Toch is deze twijfel er juist ook bij mensen bij wie we het helemaal niet hadden verwacht.

Is God er wel?

In dit artikel willen we ons vooral richten op deze laatste vorm van twijfel. Daarbij kunnen de situaties nogal verschillen. Het zijn zeker niet alleen studerende jongeren die ermee komen. Laat ik enkele voorbeelden geven vanuit de praktijk.

1) Een serieuze jongere, die belijdenis heeft gedaan en avondmaal heeft gevierd, gaat studeren. Op een bepaald moment komt hij of zij tot de conclusie dat God niet bestaat. Allerlei artikelen van bekende wetenschappers die wel geloven, kunnen niet overtuigen. “Ik respecteer dat jullie geloven, maar voor mij is het voorbij”. Jongeren in de kerk proberen hem of haar vast te houden, maar het lukt niet.

2) Een trouw meelevend echtpaar van middelbare leeftijd krijgt te maken met een ernstige ziekte bij een van de getrouwde kinderen. Er wordt vurig gebeden om genezing, ook door de gemeente. Tenslotte zet de ziekte toch door en is er niets meer aan te doen. Hoe kan dit toch gebeuren? Hoort God dan niet? “We zouden bijna ons geloof verliezen…”, zo zeggen de ouders aarzelend.

3) Een oudere vrouw, die altijd trouw heeft meegeleefd, krijgt moeite met het geloof. Op haar netvlies staan de beelden van kinderen die sterven in oorlogsgebieden, mensen die gemarteld worden. Langzaam maar zeker lijkt de gedachte dat God regeert, uit te doven. “Ik weet het allemaal niet meer zo zeker; als ik zie wat er gebeurt, waar is God dan? Ik krijg moeite met bidden”.

In ieder van deze situaties zal de pastorale benadering weer verschillend zijn. Het is niet de bedoeling om dit allemaal tot in de finesses uit te werken. We moeten ons beperkten tot enkele algemene lijnen.

Benadering

Wanneer deze twijfel wordt geuit, hoe zelfverzekerd ook, is men onderhuids meestal beducht voor de reactie van de ambtsdrager. Daarom is de ‘setting’ van het gesprek erg belangrijk.

Er zijn twee houdingen die - hoe goed bedoeld ook - vermeden moeten worden. Ze kunnen het verdere gesprek blokkeren.

De eerste houding is afstand scheppend: ‘Dit had ik nu nooit van jou verwacht. Ik schrik ervan. Zelf twijfel ik nooit, ik geloof trouw wat de Heere zegt in Zijn Woord. Besef je wel dat je hiermee de Heere verdriet doet?’

De ambtsdrager stelt zich op als een steile rots in het geloof, waarbij de twijfelaar zich veroordeeld voelt en zich voelt wegzinken.

De tweede houding is een te gemakkelijke vereenzelviging: ‘O, dat is heel gewoon, daar hoef je niet mee te zitten. Ik twijfel ook zo vaak. Ik weet het ook allemaal niet zo heel zeker. Wie twijfelt er nu niet op zijn tijd? ‘

Er is de laatste tijd een tendens bij voorgangers, om persoonlijke twijfel te etaleren. Men meent zo dicht bij de moderne mens te komen. Het is echter de vraag of de twijfelaar daar nu op zit te wachten. Een patiënt bij de dokter zit immers ook niet te wachten op iemand die zegt dat hij het ook allemaal niet weet, hoe menselijk dat ook lijkt.

Enkele handvatten voor het gesprek

1. Wanneer iemand twijfelt, kom dan niet gelijk met een antwoord dat zo duidelijk het ongelijk van de vraagsteller bewijst. Vraag liever door. Wanneer is de twijfel begonnen? Wat is volgens jou de oorzaak? Voel je je opgelucht dat je twijfelt of heb je het er moeilijk mee? Praat je er ook wel eens met anderen over? Vraag vooral door en vat steeds samen, zodat de gesprekspartner zich begrepen en serieus genomen voelt.

2. Kom niet gelijk met teksten, die u paraat hebt. Iemand ‘vastzetten’ in het gesprek is nog wat anders dan iemand weer terug brengen tot geloof en vertrouwen. Het gesprek kan er snel door stoppen. Wanneer de twijfelaar zelf met vragen over Bijbelteksten komt is het wat anders. En uiteindelijk moet het gesprek wel bij Gods Woord terecht komen.

3. Wanneer u zelf door de twijfel bent heengegaan, mag u daarover gerust iets vertellen. Vooral over de manier waarop u zelf houvast hebt gevonden en met de twijfel hebt leren omgaan. Zo’n voorbeeld kan juist helpen. Het is niet iets vreemds dat ons overkomt.

4. Maak duidelijk dat geloven zonder twijfel niet bestaat. Iemand zei: ‘Wie nooit heeft getwijfeld, heeft nooit echt geloofd.’ Twijfel is als de schaduw van het geloof. Dat kan haast niet anders. Want de dingen die God doet en belooft, gaan ver boven ons verstand uit. Ons verstand is te beperkt om dat te vatten. Daarom protesteert het voortdurend. Vooral mensen met een helder verstand kunnen daar last van hebben. Daarnaast is het zo dat satan niet stil zit. Hij grijpt alles aan om mensen van de Heere weg te drijven.

Voorbeelden

Het kan nuttig zijn om voorbeelden te noemen van groten uit de kerkgeschiedenis die door diepe twijfel zijn heen gegaan.

Augustinus heeft een lange weg van strijd afgelegd, voordat hij zich overgaf aan het Woord en dat ging verkondigen.

John Bunyan, de schrijver van o.a. de Christenreis, is pijnlijk geplaagd door de gedachte dat God een verzinsel zou zijn van de mensen. Dat er geen hemel en geen hel zou zijn. In zijn autobiografie schrijft hij daarover. Juist hoge bomen - mensen met wie God grote plannen heeft - vangen veel wind en staan vaak in de storm van de twijfel.

Johannes de Doper en Jezus

Leerzaam vind ik persoonlijk altijd weer de manier waarop de Heere Jezus omgaat met de vragen van Johannes de Doper (Mattheüs 11:1-6). Deze zit in de gevangenis en wordt overvallen door de vraag of hij zich niet vergist heeft. “Zijt Gij Degene Die komen zou, of verwachten wij een ander?” Is Jezus nu echt de Messias of is Hij ook nog maar een voorloper?

Gezien de omstandigheden van Johannes is die vraag helemaal te begrijpen. Het eerste dat opvalt is dat Johannes niet met die vraag blijft worstelen, maar die door zijn discipelen bij Jezus laat brengen. Het tweede is dat de Heere Jezus niet simpelweg antwoordt met ‘ja’ of ‘nee’. Hij verwijst naar de tekenen die op dat moment gebeuren: de blinden worden ziende en de kreupelen wandelen; de melaatsen worden gereinigd en de doven horen; de doden worden opgewekt en de armen wordt het Evangelie verkondigd. Dit zijn tekenen die in het Oude Testament (o.a. Jesaja 35:5) zijn genoemd als tekenen van de Messiaanse tijd. Johannes moet zijn zekerheid vinden in de Schrift zelf. Het Woord van God moet hem zekerheid geven in de twijfel. “Maak in Uw Woord mijn gang en treden vast”, zegt de oude berijming in Ps.119:67.

Het ‘voordeel’ van de twijfel

De Bijbel wijst twijfel af als zonde tegenover God. Dat is duidelijk. Toch zit er ook een ‘voordeel’ in. Wie zelf door die twijfel is heen gegaan - ik spreek uit eigen ervaring - komt er sterker uit. Vergelijk het met een boompje waar de wind over gaat: de wortels slaan zich dieper in de grond.

We kunnen het ook vergelijken met antistoffen in het lichaam. Wie een bepaalde (kinder)ziekte heeft gehad, ontwikkelt antistoffen. Die maken niet geheel immuun voor de ziekte, maar vormen wel een soort ‘frewall’. Zo is het ook met de twijfel. Wanneer men er goed doorheen komt, staat men sterker. Dan is er een betere afweer.

De twijfel kan echter zo weer toeslaan, zelfs bij de meest overtuigde gelovige. Als kerken belijden we dat ook in onze Heidelbergse Catechismus (v/a 127): “Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Dat is: Omdat wij van onszelf zo zwak zijn, dat wij niet één ogenblik zouden kunnen bestaan , en daartoe onze doodsvijanden, de duivel, de wereld , en ons eigen vlees, niet ophouden ons aan te vechten, zo wil ons toch staande houden en sterken door de kracht uws Heiligen Geestes….”

Naast het onderwijs uit Gods Woord is dit gebed om de Heilige Geest onmisbaar in het pastorale gesprek rondom de twijfel. En dit gebed heb ik zelf ook nodig, zolang ik leef.

Drs. De Graaf is sinds 2013 emerituspredikant en woont in Nunspeet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.