+ Meer informatie

DE AVONDMAALSVIERING ALS BELIJDENIS EN ALS VERBINTENIS

9 minuten leestijd

Avondmaal en belijdenis

Onze kerken hebben de goede regel, die ook in de kerkorde opgenomen is, dat niemand tot het heilig avondmaal toegelaten wordt die geen belijdenis van het geloof heeft gedaan. Het is in de lijn van Calvijn en andere reformatoren en eveneens in de lijn van de kerken van de Afscheiding om een direct verband te leggen tussen belijdenis en avondmaal, al weten we van spanningen tussen het beginsel en de praktijk.

Deze samenhang blijft de volle aandacht vragen.

Door een aantal theologen die grote invloed hebben in wat men de oecumenische theologie noemt, wordt sterk gepleit voor een verbreking van deze verbinding. Men wil een open avondmaal. „Onvoorwaardelijk” volgens J.C. Hoekendijk. J. Moltmann ijvert voor een openlijke en open gemeenschapsmaaltijd. Geen vereisten meer voor toelating!

In de tekst van Lima (1982), een belangrijk en met zorg opgesteld document van de Commissie voor Geloof en Kerkorde van de Wereldraad van Kerken, waarin het gaat over doop, eucharistie en ambt, wordt gezegd, dat de doop inlijving in Christus is en dat hij de gedoopte met Christus en met Zijn volk verenigt. De doop geeft deel aan de gemeenschap van de Heilige Geest. Dan rijst de vraag, of nog een afzonderlijke handeling tussen doop en toelating tot de maaltijd des Heren ingeschoven mag worden. We lezen: „Die kerken die wel kinderen dopen, maar ze niet toelaten tot de Maaltijd, voordat zo’n handeling heeft plaats gevonden, zouden zich kunnen afvragen of ze de implicaties van de doop wel volledig hebben overzien en aanvaard”.

In dit oecumenisch klimaat vindt men het heel gewoon, dat gedoopte kinderen samen met de ouders aan de avondmaalsviering deelnemen. We zien dat in onze tijd meer en meer gebeuren, ook in ons land.

Maar het is nu niet mijn bedoeling hier verder op in te gaan. In de achttiende jaargang van dit blad is er al iets over te vinden. Voor de viering van het heilig avondmaal is het geloof nodig en kinderen van de gemeente mag men niet zonder meer voor gelovigen houden, omdat ze gedoopt zijn. Met de doop is het geloof immers nog niet gegeven.

In dit artikel overwegen we, dat we ook nog op een andere wijze kunnen spreken over avondmaal en belijdenis dan we dat meestal doen. Niet alleen leggen we belijdenis van ons geloof af met het oog op het avondmaal, maar onze avondmaalsviering heeft zelf ook iets van een geloofsbelijdenis.

Misschien staat dat ons niet het eerst voor de geest, als wij aan het sacrament denken. Wanneer de viering aangekondigd is, valt de nadruk op de noodzaak van voorbereiding en klinkt de oproep tot zelfbeproeving. We kennen de vraag uit ons kerkelijk leerboek: Voor wie is het avondmaal des Heren ingesteld? In overeenstemming met het antwoord dat daarop wordt gegeven, wordt ons in het avondmaalsformulier duidelijk gezegd, waarop het bij de zelfbeproeving aankomt. Dan volgt er: Allen die zo gezind zijn, wil God zeker in genade aannemen en als waardige deelgenoten aan de tafel van Zijn Zoon Jezus Christus ontvangen.

Juist wanneer wij ons hebben afgevraagd, of ook wij aan de avondmaalsviering mogen deelnemen, kan het feit dat wij met vrijmoedigheid mochten toetreden tot de tafel des Heren, al tot grote dankbaarheid stemmen.

Maar er is meer. In onze Nederlandse Geloofsbelijdenis wordt ook uitgesproken, dat wij bij de viering van de heilige gedachtenis aan de dood van Christus belijdenis doen van ons geloof en van de christelijke godsdienst (religie). Wij doen dus telkens opnieuw belijdenis. Daarom is het ook niet toevallig, dat de Apostolische Geloofsbelijdenis deel uitmaakt van de avondmaalsliturgie.

De Heiland heeft het avondmaal gezet in het teken van het gedenken aan Hem en aan het offer van Zijn leven. Zoals ieder beseffen zal, gaat deze gedachtenis ver boven een herinnering uit. Het is een zaak van geloof. Bij het uitdelen van het brood wordt in de regel gezegd: Gedenkt en gelooft, dat het lichaam van onze Here Jezus Christus gegeven is tot een volkomen verzoening van al onze zonden. Het oude formulier omschrijft de wijze van gedenken ook met „ganselijk in onze harten vertrouwen”. In die ontroerend schone passage wordt de taal van het geloof gesproken: Hij voor ons — wij door Hem.

Het vieren van het avondmaal is voor ieder die gelooft, een persoonlijke belijdenis. Tegelijk geldt, dat de avondmaalsviering een gemeenschappelijke belijdenis is van de gemeente van Christus. Persoonlijk harmonieert in de kerk als vergadering der gelovigen met gemeenschappelijk. Wij nemen samen deel aan de maaltijd van de Here. We vieren het avondmaal niet alleen, maar met onze broeders en zusters.

Zo verkondigen wij de dood van de Here. In het midden van de wereld getuigen wij ervan, dat in Zijn offer ons behoud ligt. Wij spreken voor God en mensen uit, dat wij geloven in Hem die voor ons stierf en die nu de Here in heerlijkheid is. Wij belijden dat wij ons leven buiten onszelf in Jezus Christus zoeken.

Calvijn zegt in zijn leer van het avondmaal van het verkondigen van de dood des Heren, zoals de gemeente dat volgens 1 Cor. 11 : 26 doet: „En dit is openlijk en allen gezamenlijk als met één mond belijden, dat ons ganse vertrouwen op het leven en de zaligheid gelegen is in de dood des Heren, om Hem door onze belijdenis te verheerlijken en door ons voorbeeld anderen ertoe op te wekken Hem ere toe te brengen”.

Christus gaf de zijnen de opdracht: Doet dit tot Mijn gedachtenis. Dat is een gebiedende wijs. Daarom kunnen wij er niet vrijblijvend tegenover staan. Dat bindt de Heidelbergse Catechismus ons op het hart in Zondag 28: Christus heeft het mij en alle gelovigen bevolen. De oorspronkelijke Duitse tekst van vraag 81 luidt trouwens ook: Wie moeten tot de tafel des Heren komen? (Welche sollen zu dem Tisch des Herren kommen?).

Om deze reden noemt een oude schrijver als Willem Teellinck, een van de voornaamste figuren van de Nadere Reformatie, het de „schuldige plicht” van de schuldige plicht van de christenen om het heilig avondmaal te gebruiken. Zie zijn preken over de praktijk van het heilig avondmaal, die in 1620 voor het eerst verschenen zijn: Het Geestelijck Cieraet van Christi Bruylofts-kinderen.

Teellinck gaat uit van Luc. 22 : 19: Doet dit tot Mijn gedachtenis. Hij zegt scherp en raak: Er zijn personen onder ons die dit gebod van Christus overtreden. Wat is dat anders dan de vriendelijkheid van Christus voor het hoofd stoten?

Avondmaalsviering als vernieuwing van het verbond

Hier valt te wijzen op een element dat in de vierde preek van W. Teellinck voorkomt. Wij hebben, zegt hij, ons eraan te gewennen dikwijls en naarstig te overdenken, wat wij God in het heilig avondmaal beloofd hebben en wat Hij ons heeft toegezegd. Wij hebben ons ten nauwste verplicht en verbonden om de inhoud van het verbond der genade getrouw na te komen. Wij moeten ernstig bedenken, hoe wij het verbond van God in het heilig avondmaal vernieuwd hebben. Het is een nadere verbintenis van onze zielen.

Dit is een motief uit de gereformeerde traditie dat enigszins op de achtergrond geraakt is. Daarom heeft het zin hier enkele andere namen bij te noemen.

Wat de Zwitserse Reformatie betreft, denken we in het bijzonder aan Zwingli en Bullinger. Bij Calvijn is het sacrament ook een betuiging van onze vroomheid jegens de Here, al is het dat pas in de tweede plaats. In de Catechismus van Genève zegt hij: Wij betuigen ermee, dat wij tot het volk van God behoren en belijden er ons christen-zijn mee. Wie er geen deel aan wenst te nemen, zou men niet voor een christen mogen houden. Want door zo te doen, weigert hij te belijden en verloochent hij als het ware zwijgend Jezus Christus.

De gedachte, dat het avondmaal ook een belijdenis en een verbintenis is, speelt een grote rol in de puriteinse theologie in Engeland en Schotland, waardoor Teellinck beihvloed is. In een van de leerboeken uit het midden van de zeventiende eeuw, de Grote Catechismus van Westminster is sprake van een betuiging en vernieuwing van de dankbaarheid jegens God en van het verbond met Hem en van de onderlinge liefde en gemeenschap. Ook in de preken en verhandelingen van de in ons land zo bekend geworden Schotse schrijvers Thomas Boston en Ralph en Ebenezer Erskine wordt bij het avondmaal dikwijls over de vernieuwing van het verbond gesproken.

Dit verschilt zeer wezenlijk van wat vroeger bij de doperse richting en tot in onze tijd toe bij diverse groepen naar voren gekomen is, waar men de viering van het avondmaal laat opgaan in een daad van belijden of als een bevestiging van de christelijke liefde en broederschap beschouwt.

Bij de gereformeerde visie wordt vooropgesteld, dat de Here zo goed is, dat Hij met ons Zijn verbond sloot en daar de sacramenten als bondszegels aan toevoegde. Het avondmaalsformulier zegt, dat Christus het verbond der genade en der verzoening met Zijn dood en met het vergieten van Zijn bloed heeft bekrachtigd. Wij bidden er bij de avondmaalsviering om, waarachtig deel te mogen hebben aan het nieuwe verbond.

Bij de sacramenten komt duidelijk tot uitdrukking, waar het God in Zijn verbond met ons om gaat. Hij heeft Zich eerst aan ons verbonden. Daarom wil Hij, dat wij nu aan Hem verbonden zullen zijn en zullen blijven. En dat bewerkt Hij ook zelf door Zijn Heilige Geest. Hij gebruikt het heilig avondmaal als een genademiddel om ons geloof te versterken, onze hoop te verlevendigen en onze liefde te verdiepen.

In het leven van de kinderen van God is er inderdaad een „steeds weer” en „steeds meer”. Bij Gods ja behoort ons amen, niet alleen eenmaal, maar ook telkens opnieuw.

Als we onze avondmaalsviering in dit licht zien, mogen we met Teellinck spreken van een vernieuwing van het verbond en van een nadere verbintenis. Dat berust echter nergens anders op dan op het vaste verbond van God.

In een avondmaalspreek over Deut. 26 : 17 en 18 zegt R. Erskine: Indien wij aan de plechtige verbintenis van deze dag getrouw willen zijn, laat ons dan leven door het geloof aan Gods plechtige verbintenis, die Hij heden aan ons gedaan heeft; want Zijn verbintenis aan ons in een verbond der genade is de grond van onze verbintenis aan Hem in een verbond der dankbaarheid. Laat ons derhalve nooit op onze eigen plechtige verbintenis vertrouwen, maar op Gods plechtige verbintenis, die Hij heden aan ons gedaan heeft in Zijn verbond der belofte.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.