+ Meer informatie

Geref. Bond vindt NBV onacceptabel

3 minuten leestijd

HUIZEN - De vertaalprincipia van de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) zijn niet onjuist. Dat stellen ds. H. J. Lam en drs. P. J. Vergunst, respectievelijk hoofdbestuurslid en algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond (GB). "De vraag is vervolgens wél, hoe het komt dat er tal van momenten zijn waarin hantering van deze principia toch een andere vertaling oplevert dan ons vanuit gereformeerd perspectief voor ogen staat."

Beiden voerden de eindredactie van het boek "Kanttekeningen bij de [Nieuwe Bijbelvertaling]" dat recent verscheen. In deze uitgave wil het hoofdbestuur van de GB verantwoorde voorlichting geven aan de hervormd-gereformeerde beweging over de NBV. De eindredacteuren op voorhand laten weten dat de stem die in het boek klinkt "vanuit de betrokkenheid op het werk van het Nederlands Bijbelgenootschap als een tegenstem gehoord wil worden."

Het boek bestaat uit acht hoofdstukken van acht verschillende auteurs, die elk een ander aspect van de Nieuwe Bijbelvertaling of van bijbelvertalen in het algemeen behandelen. Bij diverse scribenten blijkt dat ze op zich niet tegen een nieuwe vertaling zijn. Ze onderstrepen zelfs de noodzaak ervan. Maar ze hebben onoverkomelijke bezwaren tegen de NBV, waaraan het NBG en de Katholieke Bijbelstichting (KBS) momenteel werken.

Ds. W. J. Dekker uit Reeuwijk stelt vast dat de taal waarin men de Bijbel leest of hoort lezen, ver afstaat van de eigen taal. Een nieuwe vertaling acht hij meer dan wenselijk.

De tijd van geestelijk laagtij wordt, aldus ds. Dekker, niet gekeerd door een nieuwe bijbelvertaling. "Toch ben ik ervan overtuigd dat een nieuwe meer toegankelijke, duidelijke bijbelvertaling hierin een rol van grote betekenis kan spelen. Wat zal er gaan gebeuren wanneer de Stem niet meer ver klinkt en vreemd, maar ineens verrassend dichtbij en direct?"

GB-voorzitter ds. G. D. Kamphuis beklemtoont in zijn bijdrage over de verstaanskloof dat die kloof niet mag bestaan uit verouderde woorden en begrippen. Tegelijk beseft hij dat ons vertalen niet dé vertaalslag levert. "Dat is het werk van de Geest van God. Hij gebruikt de woorden van God. Ten principale ligt daarom de nadruk bij vertalen op het doorgeven van dat wat er staat. Daar ligt de grootste zorgvuldigheidseis."

Ds. Lam vergelijkt de NBV en de Statenvertaling. De NBV is vooral doeltaalgericht. De Statenvertaling is juist brontekstgetrouw. De predikant stelt echter met nadruk dat het onderscheid in vertaalstrategie tussen Statenvertaling en NBV geen principieel verschil vormt, maar een methodisch verschil.

Ds. W. Chr. Hovius reageert op het uitgangspunt van de NBV dat een bepaalde theologie niet mag overheersen. Hij beaamt dat dogmatiek de weergave van de Schrift niet mag overheersen. Tegelijkertijd onderstreept hij dat het vertalen van de Bijbel wel een theologische taakstelling en bezigheid is. Bij de keuze van bepaalde uitgaven van de oorspronkelijke bijbeltekst speelt volgens hem de theologie ook een grote rol. De predikant signaleert bijvoorbeeld dat Markus 16:9-20 en Johannes 8:1-11, die in de Nieuwe Vertaling van 1951 al tussen haken waren gezet, nu in de NBV zelfs helemaal niet voorkomen.

De predikant uit onder andere theologische bedenkingen tegen het feit dat bepaalde kernbegrippen, zoals genade, uitverkiezing, geloof, bekering, rechtvaardiging en heiliging, niet altijd zijn gehandhaafd.

Dr. G. van den Brink vindt dat van bijbelvertalers die hun werk doen ten dienste van de kerken, een helder commitment verwacht mag worden ten aanzien van het geloof en belijden van die kerken. Hoe vertalers hiertegenover staan, werkt namelijk wel degelijk door in hun vertaalwerk, zo laat Van den Brink zien in zijn bijdrage over de filosofie achter de NBV.

De neerlandicus dr. J. de Gier noemt het positief dat de NBV te grote alledaagsheid in het taalgebruik vermijdt. Hij vindt echter ook dat de afstand tot de Statenvertaling en de Nieuwe Vertaling onnodig is vergroot. Dit komt volgens hem door het gebruik van tutoyeringen (jij, jullie en jouw), door het ontbreken van hoofdletters bij de persoonlijke voornaamwoorden als aanduiding van God en door een bewuste breuk -althans ten dele- met de traditie in het gebruik van bijbels-theologische kernwoorden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.