+ Meer informatie

VRAGENBUS

5 minuten leestijd

| Correspondentie voor deze rubriek aan : I | 7. MOLENAAR. Leede t8. Rotterdam Zuid I

J. v. N. te H. vraagt of het geoorloofd is naar Christelijke uitvoeringen te gaan.

Antwoord: Het „ongeoorloofd" en , , geoorloofd" laat ik liever buiten beschouwing. Het is mij zo moeilijk als poortwachter op te treden en te zeggen: „Dit mag en dit mag niet!"

De laatst gehouden synode van onze Gemeenten in Utrecht heeft wel uitgewezen, dat de afgevaardigden het grote gevaar inzagen van al die Christelijke uitvoeringen.

De wereldgelijkvormigheid, waarvoor wij zo te waken hebben, sluipt meer en meer Sions Veste binnen. We mogen wel bedenken, dat de Kerk des Heeren leeft in de wereld, maar dat zij toch niet mag leven met de wereld, ook niet met de hedendaagse Christelijke wereld.

Er kan de laatste tijd zo veel mee door. De grenzen verflauwen en 't is beter, wat te vroeg de grenslijn te trekken dan te laat.

De Heere beware ons volk i.z.h. onze jonge mensen bij de waarheid Gods en Hij werke door Zijn heilige Geest de begeerte in het hart zoals bij de dichter van Ps. 27, toen die uitriep: „Eén ding heb ik van de Heere begeerd, dat zal ik zoeken, dat ik al de dagen mijns levens mag wonen in het Huis des Heeren, om de liefelijkheid des Heeren te onderzoeken in Zijn Tempel." Wanneer ons hart daarmee vervuld is, is er geen begeerte naar een Christelijke uitvoering.

C. v. L. te M. komt nog eens terug op mijn antwoord over de bliksemafleider en vraagt of het ook geoorloofd is geld te sparen, daar dit ook zo gemakkelijk kan leiden tot de uitroep: „Dr kan me nu niets meer gebeuren."

Antwoord: Als het sparen voortkomt uit overbezorgdheid, zodat we ons het eten uit de mond sparen, onze plicht verzaken tegenover kerk en armen, ja dan is het ongeoorloofd.

Dat zijn gierigaards, voor wie de Heere het in Zijn Woord nooit opneemt.

De Heere eist dat we sparen zullen. Ik denk bv. aan Paulus' woord in 2 Cor. 12 : 14, waar de ouders worden vermaand schatten voor hun kinderen te vergaderen.

U ziet wel, dat uitgangspunt is anders. Ouders hebben een plicht tegenover hun kinderen. Een rechtgeaard vader en moeder zullen alles in het werk stellen, om voor hun kinderen te zorgen ook als zij straks het huis uitgaan en zelfstandig worden.

Wij mogen niet alleen, maar we zijn verplicht in dagen van overvloed wat weg te leggen, omdat Gods Woord het leert en het leven alom toont, dat voorspoed wordt gevolgd door tegenspoed en teleurstelling.

Zou het ons niet in het gelaat moeten vliegen, als we oud geworden zijn, te denken dat we in onze jonge jaren als ontrouwe rentmeesters gehandeld hebben met het goed, dat God ons in die jaren gaf en nu naar de diaconie moeten?

Daarom is zuinig en spaarzaam zijn een deugd;

maar gierig zijn is een ondeugd. En mochten er zijn, die in meerdere of mindere welstand zouden denken: „Dr kan mij nu niets gebeuren!" die mogen wel bedenken, dat zij met zo te denken en tc spreken, de Heere in Zijn Macht en Albestuur aanranden. Een wenk van Zijn Alvermogen is voldoende de waardeloosheid van aardsvermogen aan de tonen. Voorbeelden zijn er te over, dat iemand de ene dag rijk en de andere dag arm was.

A. de V. te 's H. A. vraagt of het wel juist is, als. we zingen in het vierde vers van „de lofzang van Zacharias":

„Die met ons lot bewogen, Om ons van zond' en ongeval 't ontslaan, enz."

Antwoord: een, dat is niet juist. In Luk. 1 : 78 staat het dan ook anders. Daar lezen wij: Door de innerlijke bewegingen der barmhartigheid onzes Gods, met welke ons bezocht heeft de Opgang uit de hoogte."

De Heere heeft geen medelijden met zijn volk gehad, want dat drukt „zwakheid", „lijden" uit. De Heere is bewogen geweest in Zichzelf. De verkiezing is niet geschied om voorgezien geloof, noch om voorgeziene goede werken, noch om redenen, die in een mens zouden zijn, maar uit het welbehagen Gods.

Paulus leert het in Efez. 1 : 5 en 9: Naar Zijn welbehagen, hetwelk Hij voorgenomen had in zichzelven, Die ons te voren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus Christus in Zichzelven, naar het welbehagen van Z\jn wil."

G. de J. te W. meent bezwaar te moeten hebben tegen „doorlichten" tot onderzoek van t.b.c.

Antwoord: U schrijft zelf, dat het onderzoek niet gedwongen maar vrijwillig is. Welnu, dan is het nogal gemakkelijk. U heeft bezwaar, U doet het dus niet.

Een ieder zij in zijn gemoed verzekerd. Een andere zaak is het of ik Uw standpunt deel. En dan moet ik zeggen: „Neen!"

Er zijn gevallen te over, dat iemand die gevreesde ziekte meedraagt en dat zelf niet weet en een gevaar wordt voor zijn omgeving. Wordt zo iemand nu tijdig onderzocht en op advies van zijn medicus doorgelicht, dan wordt de ziekte geconstateerd en de middelen aangewend, die onder Gods zegen, tot herstel kunnen leiden. Vermoedelijk zet U „doorlichten" op een lijn met vaccinatie.

Maar dat is toch heus hetzelfde niet.

Er zijn in „Daniël" genoeg artikelen opgenomen geweest, dat ik wel mag veronderstellen, dat U weet, welke bezwaren er tegen vaccinatie zijn, maar „doorlichten" behoort tot de geoorloofde voorzorgsmaatregelen, zoals die op medische gronden aanbevolen worden, zoals bv.: niet op de grond spuwen, desinfectie van het sputum, nat opnemen der vloeren, ter verhindering van het opdwarrelen van stof, wassen der handen voor het eten, onderzoek door schoolartsen, bevordering van de hygiëne, enz.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.