+ Meer informatie

Nero's vrouw nam een bad in ezelinnenmelk

Israel Museum in Jeruzalem toont 1000 cosmetica-voorwerpen uit bijbelse tijd

4 minuten leestijd

Vorstinnen en voorname vrouwen in de antieke oudheid gaven een fortuin uitaan parfum. Uit de omvang en versiering van de royale, albasten badkuip van debijbelse koning Herodes valt op te maken dat ook mannen in die tijd nogal in beslag genomen werden door hun lichaam en uiterlijk voorkomen. Met een tentoonstelling in het Israel Museum in Jeruzalem wordt een overzicht gegeven van de opsmuk waarmee antieke monarchen zich in badkamer en boudoiromgaven. De expositie toont niet minder dan duizend cosmeticavoorwerpenuit het bijbelse Israël en de antieke oudheid.

In de collectie bevindt zich een lepelvormig voorwerp van ivoor waarmee koningin Izebel in de negende eeuw voor Christus haar oogschaduw aanbracht. Verder wordt een balsemkannetje getoond waarvan de inhoud, die de favoriete odeur was van de Egyptische koningin Cleopatra, de tand des tijds helaas niet onaangetast heeft doorstaan.

In de antieke oudheid was cosmetica zowel bij mannen als vrouwen in trek. Pas vele eeuwen daarna werd opsmuk het meer exclusieve gebied van vrouwen", vertelt Michal Dayagi-Mendes, curatrice voor bijbelse archeologie van het museum en de organisatrice van de tentoonstelling.



Cosmetica werd aanvankelijk alleen gebruikt als middel om de gezichten van godenbeelden bij te werken, zodat die minder koel en afstandelijk leken. Daarna begonnen ook priesters hun gezichten te voorzien van versieringen en uiteindelijk sloeg dat gebruik over naar de normale stervelingen.



Loodpoeder

In het warme, droge klimaat van het Middellandse-Zeegebied en het MiddenOosten was cosmetica ook een middel om lichamelijk ongerief te voorkomen. „Make-up verdreef kleine vliegjes die ontstekingen aan de ogen veroorzaakten. En oogschaduw had de functie van een zonnebril, omdat het een deel van zonlicht absorbeert", vertelt Gayagi-Mendes.



In de Oudheid werden vermogens uitgegeven aan cosmetische middelen, die soms ronduit belachelijk en soms bok zeer schadelijk waren. De oude Egyptenaren besmeurden hun hele gezicht met een roodachtige oker-verf. De Romeinen voorzagen hun aangezicht van een lichtere teint door daar een wit poeder op te smeren, vervaardigd van krokodille-uitwerpselen. Griekse vrouwen maakten hun gezichten lichter met een fijn loodpoeder en zaten uren in de felle zon om hun haar te bleken. „De Grieken wisten dat lood erg schadelijk is, maar uiterlijke schoonheid ging boven alles", zegt de archeologe.



De Romeinse vrouwen spaarden kosten noch moeite om de meest fantasierijke krul- en vlechtwerken in hun haar aan te brengen en velen droegen regelmatig grote pruiken. Ook in het bijbelse Israël was lang haar bij vrouwen gebruik. Dat moet een aparte bedoening zijn geweest, want het haar stond stijf van de olijfolie, die werd gebruikt tegen luis. Op een tweeduizend jaar oude vrouwenkam die is gevonden in de grotten van Qumran aan de Dode Zee, werd een broeinest van ongedierte, luizen en neten aangetroffen.




Ezelinnemelk




Een vrouw die de geschiedenis inging als een van de meest legendarische ijdeltuiten was Pompaea, de vrouw van de Romeinse keizer Nero. Minstens eenmaal daags nam zij een bad in ezelinnemelk. Dayagi-Mendes: „Toen zij uit Rome werd verbannen, mocht ze 50 ezelinnen meenemen, zodat ze verzekerd bleef van haar dagelijkse melkbad". Haar bad is niet gevonden, maar wel dat van koning Herodes. Uit het 1500 kilo zware, 2 meter lange albasten kunstwerk dat enkele jaren terug in de ruïne van diens winterpaleis bij Jericho werd aangetroffen, kan worden afgeleid dat de monarch in luxe wenste te baden en zich niet tevreden stelde met een simpele, koude douche.




Een van de kostbaarste cosmeticaartikelen van de antieken was Israëlische balsem van een uitgestorven boom die in bijbelse tijden aan de Dode Zee groeide. Om bij Cleopatra in het gevlei te komen, zorgde de Romeinse generaal Antonius ervoor dat hij bij Jericho over een hele gaard met deze kostbare boomsoort beschikte. Balsem was tweemaal zo duur als zilver en Antonius zorgde er zo voor dat zijn geliefde met haar delicate reukorgaan steeds een ruime hoeveelheid van haar favoriete parfum ter beschikking had zonder dat hij tot de bedelstaf werd veroordeeld.

'Slangegif'


In de joodse Talmud wordt vermeld dat de dochters van Jeruzalem balsem in hun schoenen deden en wanneer ze een aantrekkelijke jongen tegenkwamen met hun hakken klakten, zodat de reuk van het "slangegif", zoals het indertijd werd genoemd, volop haar overmannende uitwerking kreeg. Een op de expositie getoond balsemkannetje heeft de eeuwen doorstaan, maar de kostbare inhoud is vergaan tot een vettige substantie, die geen enkele geur meer verspreidt. Om de bezoekers toch aan het verleden te laten ruiken, heeft Dayagi-Mendes met behulp van geurdeskundigen uit Nederland en haar eigen land het bijbelse parfum aan de hand van alle ingrediënten die in de Bijbel genoemd worden, laten herleven. De samenwerking met de in Hilversum gevestigde geurtjesfirma IFF (International Flavors and Fragrance) heeft geresulteerd in het parfum Avishag, genoemd naar Abisag, de Sunamitische maagd die koning David diende. Voor een bedrag van ruim 100 gulden kunnen bezoekers van de expositie een klein flesje met het geurwater, dat onder meer kaneel, mirre en wierookhars als ingrediënten heeft, kopen. „We vonden het leuk om de mensen iets van de antieke oudheid te laten ruiken en ze kunnen zo naast de handleiding ook nog iets tastbaars mee naar huis nemen", zegt de organisatrice.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.