+ Meer informatie

Een nauwkeurige wandel

5 minuten leestijd

1.

Boston schrijft in zijn preken over Mattheus 7 : 13 en 14: „Gaat in door de enge poort enz.”, belangrijke dingen over het wandelen op de nauwe weg, die we niet kunnen nalaten in enkele vervolgstukken een plaats te geven in dit blad. Boston onderscheidt goed en geeft onderwijs uit Gods Woord, dat ook voor ons nog van de grootste waarde is. Wij geven hem dus het woord.

Een nauwkeurig leven in de godsdienst, een sierlijke, preciese en ingetogen wandel daarin, is niet alleen rechtmatig, doch noodzakelijk. Want nauw is de weg, die ten leven leidt, en hij laat geen ruimte voor wijde stappen Het is de gewoonte van de wereld om het ingaan door de enge poort voor te stellen onder de naam van zwaarmoedigheid, waanzinnigheid of verbijstering van het verstand. Het wandelen op de nauwe weg noemen ze hersenschimmen en fijne kieskeurigheid. Maar laat de wereld schelden zoveel ze wil, de Bijbel en inzonderheid onze tekst noemt het nauwkeurig wandelen op de nauwe weg niet alleen rechtmatig, doch ook noodzakelijk.

Maar vóór ik kom tot rechtvaardiging van die weg, en de noodzaak aantoon van een nauwkeurige wandel, moet ik eerst het juiste begrip daarvan vaststellen Er is een valse, een onechte nauwgezetheid in de godsdienst, welke dikwijls wordt aangezien voor onvervalste ingetogenheid, in het bijzonder door de persoon zelf. Ue nagemaakte nauwkeurigheid behoort tot de brede weg en de onvervalste tot de nauwe weg. Dat er zulk een valse ingetogenheid is, kan niet tegengesproken worden. Paulus zegt, dat hij „naar de nauwgezetste sekte van zijn godsdienst geleefd had als een farizeèr„, Hand. 26 : 5.

Deze onechte nauwgezetheid in de godsdienst, welke te verwerpen is als een werk van het vlees, is een nauwgezetheid van des mensen eigen maaksel. Deze mensen zijn niet zo nauw verbonden door Gods gebod, maar zij binden zichzelf ook in gevallen, waarin God hun vrijheid laat. Zo is dus hun nauwgezetheid volslagen bijgeloof in de zin van de Bijbel, hoewel zij mogen beweren, dat zij vijanden van bijgeloof zijn.

„Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn„, Mattheus 15 : 9.

Een dwalende consciëntie neemt iets als Gods gebod, hetwelk het niet is. Uergelijke dwalingen zijn uit de volgende verschijnselen waar te nemen.

1. Er is een onevenredigheid in, daar de mensen in hun eigen uitgedachte geboden naarstiger zijn dan in de dingen, die onwedersprekelijk door Uod geboden zijn. „Wee u, gij schriftgeleerden en farizeörs, gij geveinsden, want gij reinigt het buitenste der drinkbekers en des schotels, maar van binnen zijn zij vol van roof en onmatigheid”.

De natuur bemint altijd haar eigen kinderen. Zo ook zij, die hun eigen inzetting behandelen als hun eigen kinderen, terwijl onbetwiste plichten door hen worden behandeld als stiefkinderen. Zij zijn als de aarde, die kracht geeft aan het onkruid, terwijl de bloemen moeten strijden voor hun leven.

2. Onechte nauwgezetheid verdringt sommige wezenlijke plichten van de godsdienst. „Gij hebt alzo Gods gebod krachteloos gemaakt door uw inzetting, „Matth. 15 : 6. De apostel leert, dat valse nauwkeurigheid van sommi gen in strijd was met het zesde gebod. „Dewelke wel hebben een schijnrede van wijsheid in eigenwillige godsdienst en nederigheid, en in het lichaam niet te sparen, doch zijn niet in enige waarde, maar tot verzadiging des vleses, „Col. 2 : 23. De ene plicht kan wezenlijk niet in strijd zijn met andere. Daarom, wanneer enig werk van nauwgezetheid botst tegen enige zedelijke plicht van de tien geboden, en ons hiervan afhoudt, zijt er dan zeker van, dat het een nauwgezetheid van de verkeerde soort is. Zo, wanneer iemands nauwkeurigheid hem afhoudt van de gewone middelen der genade, door welke Christus Zijn volk voedt, en hem terughoudt van de plichten van liefde en weldadigheid jegens zijn naasten, dan kunnen wij er zeker van zijn, dat ze onecht is.

3. De geboden van mensen maken hen volkomen ongelijk aan de geest van het Evangelie. Valse strengheid komt voort uit een wettische gesteldheid, en geeft aan de ziel een wettische houding en eigenliefde, daar zij veel rekenen voor hun eigen nauwkeurigheid. Ze blaast de mens op door hoogmoed en verwaandheid. Ze doet laag op anderen neerzien, en veroorzaakt een hoogmoed in de ziel, onbestaanbaar met de geest van het Evangelie, welke een geest van liefde en ootmoed is. Deze strengheid moet vermeden worden, temeer daar zij tot oneer van God is, iemands eigen ziel benadeelt en schadelijk is voor onze naasten.

Maar er is een echte nauwgezetheid, waartoe in onze tekst wordt aangespoord. Uit is een nauwkeurig wandelen naar de geopenbaarde wil van God, zo ver die in het Woord ons wordt voorgesteld. Zij, die zulk een ingetogenheid beleven, houden zich nauw aan de wil van God, zelfs wanneer het voor hen verlies in de wereld betekent. Zij zijn onbuigzaam en willen niet toegeven aan de verzoekingen, en willen het voorbeeld van de wereld niet volgen.

Het is het gezag van God op hun consciëntie, waardoor zij gebonden zijn en dat hen onbuigzaam maakt. Daarom, hoe gering de overtreding ook schijnt te zijn, en hoe sterk wel moeten en willen zij zich aan het gebod houden. Uit woord is hun genoeg: „Heere, Gij hebt geboden dat men Uw bevelen zeer bewaren zal„, Psalm 119 : 4.

Tot zover voorlopig Boston. Uns gebed mag wel zijn: Maak in Uw Woord mijn gang en treden vast.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.