+ Meer informatie

Wethouder De Groot: „Ik klim niet in de mast van een zinkend schip"

Harderwijkse WD'er binnenkort ook lid Provinciale Staten

5 minuten leestijd

HARDERWIJK - Wethouder J. de Groot zoekt het hogerop. In 1981 kwam hij in de gemeenteraad van Harderwijk, een jaar later werd hij wethouder en binnenkort is de VVD'er ook nog statenlid. Als nummer zes op de lijst krijgt hij na de verkiezingen van vandaag vrijwel zeker een plaats in de liberale Gelderse fractie, die momenteel elf zetels telt. „En als in de toekomst een beroep op mij wordt gedaan om gedeputeerde te worden, zal ik daar zeker geen nee op zeggen".

De 39-jarige De Groot maakte een snelle carrière binnen de WD. Op zijn achttiende werd hij lid van de partij en via de plakploeg kwam hij al snel in het bestuur van de plaatselijke afdeling terecht. Nadat hij de voorzittershamer een aantal jaren had gehanteerd, kwam hij in 1981 in de gemeenteraad van Harderwijk, toen een VVD'er tussentijds aftrad. Inmiddels heeft hij negen jaar wethouderservaring.

Bij CDA en PvdA kunnen burgemeesters en wethouders niet tegelijk statenlid zijn. De WD denkt daar anders over. Na de installatie van de Provinciale Staten op 16 april beschikt de Gelderse WDfractie naar alle waarschijnlijkheid over een bijzonder college van B en W. Behalve De Groot staan namelijk ook eeij wethouder uit Borculo en de burgemeester van Beuningen op een verkiesbare plaats.

De Harderwijker: „Wettelijk is het volstrekt toegestaan. Wij vinden dat je de bestuurlijke ervaring die je als partij hebt, op provinciaal niveau moet kunnen inzetten. In het college heb ik tijdig gezegd dat de kans steeds groter werd dat ik in de Provinciale Staten zou komen. Dat is voor kennisgeving aangenomen".

Doorheenbijten

Hoewel het wethouderschap in drukke tijden volgens De Groot meer dan zestig uur per week kost, denkt hij voldoende trjd te hebben om deze functie te combineren met de provinciale politiek. Hij verwacht voor het statenwerk gemiddeld drie dagdelen per week nodig te hebben. „Het eerste jaar zal taai zijn. Maar daar moet je dan maar doorheenbijten. Ik zal me voor beide functies maximaal inzetten. Daar hebben de burgers van Harderwijk en van Gelderland recht op. Met efficiënt werken kom je een eind".

De Groot weet nog niet welke portefeuille hij gaat beheren als hij volgende maand zijn intrede doet in de Staten. Maar volgens eigen zeggen kan hij op vele terreinen zijn partij meeblazen. „In het college ben ik onder meer verantwoordelijk voor financiën, personeels- en grondzaken. Dat is een breed terrein. Alles kost geld, voor alles heb je personeel nodig en vaak ook grond. Dus op die manier krijg je met allerlei zaken te maken".

Ongrijpbaar

Voor belangenverstrengeling is de wethouder niet bang. „Theoretisch is het mogelijk, maar PS hebben geen controlerende bevoegdheid ten opzichte van de gemeenten. Wel kan het partijbelang op een gegeven moment haaks staan op Harderwijkse belangen. Dat hoort dan bij het spel. Ik ben geen belangenbehartiger van mijn gemeente. Maar wat hier leeft, zal ik natuurlijk wel in de discussies naar voren brengen. Ik denk dat hét goed is dat een paar mensen uit dit gebied in de PS zitten.

De grote moeilijkheid is de burgers te betrekken bij wat je doet. De provincie is voor velen de ongrijpbaarste bestuurslaag die er is. Het is daarom belangrijk om aan de burgers steeds duidelijk te maken waarmee je bezig bent. Het gaat vaak om planning op een wat abstract niveau, maar het raakt de burgers wel. PS hebben bij voorbeeld een coördinerende taak op het gebied van de bejaardenzorg. En als een bur-' ger naar een heel ander gebied. moet omdat dichterbij geen verzorgingshuis is, is dat heel vervelend. Als WD vinden wij dat mensen zo lang mogelijk in hun eigen huis moeten kunnen blijven. En anders, in elk geval in de directe woonomgeving, waar ze hun maatschappelijke bindingen hebben".

Betere tijden

De Groot noemt het statenwerk' „bestuurlijk een interessante job". Het lijkt hem niet reëel dat de WD hem na de verkiezingen zal vragen gedeputeerde te worden. „Maar ik zal daar zeker geen nee op zeggen als in de toekomst een beroep op mij wordt gedaan. Dat hangt uiteraard mede af van de deskundigheid van anderen en de vraag of de WD dan nog een gedeputeerde mag leveren", zegt De Groot, die toegeeft dat zijn partij betere tijden heeft gekend.

Toch heeft hij niet het idee in de mast te klimmen van een zinkend schip. „Vertrouwen bouw je langzaam op en soms ben je het snel weer kwijt. Maar ik denk dat we nu het dal gehad hebben. Na het vertrek van Voorhoeve is de rust in de partij teruggekeerd. We moeten alleen nog een beetje wennen aan Bolkestein. Maar zijn betogen zijn in elk geval helder".

De Gelderse VVD maakte de afgelopen tijd dankbaar gebruik van de diensten van de fractievoorzitter uit de Tweede Kamer. „De leider van de oppositie is natuurlijk een mooie figuur om naar je toe te halen. Andere partijen doen dat net zo hard als wij. Als je politiek leider niet naar je provincie komt, denkt de kiezer al snel dat hij dat gebied kennelijk niet belangrijk genoeg vindt", aldus De Groot.

Geen springplank

Hoewel hij ambitieus genoeg is, ziet De Groot de provincie niet als een springplank naar Den Haag. Het burgemeesterschap lijkt hem nog wel „interessant en aantrekkelijk", maar voor de Tweede Kamer voelt hij weinig. „Daar ligt mijn ambitie zeker niet. De Tweede Kamer is zo mogelijk nog abstracter dan Provinciale Staten. Je ziet kamerleden vaak balanceren op het scherpst van de snede. Daar ben ik te veel bestuurder voor. Die bestuurlijke kant zal ik ook heel duidelijk proberen in te brengen in de statenfractie. Naar elkaar luisteren en samen overeenstemming bereiken, vind ik erg belangrijk".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.