+ Meer informatie

Gipsverbandmeersters: specialisten op het breukvlak

7 minuten leestijd

De winter is bij uitstek het seizoen voor een ongelukkige val. Door gladheid, onervarenheid in de skisport, een scheur in het ijs. Het resultaat is meestal gelijk. Een pijnlijke rit naar de dichtstbijzijnde EHBOpost, als het tegen zit in de houding voor het röntgenapparaat en dan de gipskamer in. De kans dat daar werkelijk gips wordt gebruikt om een gebroken lichaamsdeel te immobiliseren neemt met het jaar af. Alternatieve kunststofprodukten zijn onweerstaanbaar in opmars. De arbeid van Neêrlands gipsverbandmeesters wordt daardoor steeds specialistischer. De fractuur steeds duurder.

Natuurlijk vindt hij het vervelend als mensen grienend van pijn binnenkomen. Maar van zijn keuze voor het vak van gipsverbandmeester heeft Ewald Oude Maatman geen dag spijt gehad. „Het aardige van dit werk is datje patiënten van het begin tot het eind volgt. Als verpleegkundige weet je niet hoe mensen het na hun ontslag uit het ziekenhuis maken. Dat ligt in ons werk anders. Patiënten komen hier na een ongeval binnen, soms zwaar gewond. Je bent actief betrokken bij de eerste hulp en je neemt pas afscheid als ze voor de laatste keer op controle komen, vaak helemaal genezen." Na een loopbaan in de verpleging en de psychiatrie koos de werknemer van het Apeldoorns Ziekenhuiscentrum voor de ambachtelijke tak binnen de gezondheidszorg. Hij verwierf de titel van gipsverband meester door het volgen van een theoretische opleiding in Rotterdam en praktische stageperioden op verschillende locaties. Door de revolutionaire ontwikkelingen op zijn vakgebied is een bijna continue bijscholing vereist.

Gipsverbandmeester
Oorspronkelijk behoorde het gipsen tot het werk van algemene chirurgen en orthopeden. Zij waren het die de oprichting van een Vereniging van Gipsverbandmeesters met een bijbehorende specialistische opleiding stimuleerden. Af gestudeerde krachten zouden het tijdrovende gipsen van de artsen over moeten nemen. Wel bleef de eindverantwoordelijkheid bij de behandelende arts liggen. Aanvankelijk had elke orthopeed zijn eigen gipsverbandmeester, die als een hulp tegenover hem was en onder alle omstandigheden zijn heer volgde. Gepensioneerd gipsverbandmeester W. de Vries uit Leiden kan over deze tijd nog uit ervaring spreken. Hij doet dat met het heimwee van iemand die in z'n arbeid onder de zon een dagelijks weerkerende vreugde vond.

Hele handel
Van'58 tot'88 was De Vries verbonden aan het Academisch Ziekenhuis van Leiden, de langste tijd als gipsverbandmeester. „Als kleine jongen heb ik op het ijs een ongeval zien gebeuren. Sindsdien ben ik altijd nieuwsgierig geweest naar wat er na die loeiende-sirenerit met zo' n patiënt gebeurt." Het is hem inmiddels genoegzaam bekend. In zijn loopbaan heeft hij duizenden gipsverbanden aangelegd. Niet alleen op de gipskamer, maar ook op de operatiezaal. ,,Jehadeen kar gereed staan met gips en zwachtels. In de sluis voor de operatieafdeling kleedde je jezelf om en dan kwam je met je hele handel de operatiekamer binnenrijden. Het was behelpen. Met je emmer water, het gips en de zwachtels moest je, kruipend tussen de toestellen en de draadjes van de narcotiseur door, de patiënt zien te bereiken. Die moest je dan zo snel mogelijk gipsen, zonder je er met een Jantje van Leiden van af te maken."

Vereniging
De Vries was de motor achter de oprichting van de Nederlandse Vereniging van Gipsverbandmeesters. Naast deze vereniging ontstond de Nederlandse Vereniging voor Gipskamerpersoneel. Vorigjaarzijn beide clubs opgegaan in de Verenigde Gipsverbandmeesters Nederland. Doel van dit orgaan is de leden op de hoogte te houden van opleidingseisen, nieuwe materialen en nieuwe ontwikkelingen op het vakgebied. ,,Toen ik begon begeleidde j e de patiënt van a tot z", blikt de Leidse oud-gipsverbandmeester weemoedig terug. ,,Je schreef hem in, maakte zelf je röntgenfoto's, legde zo nodig met de dokter een gipsverband aan, begeleidde de verpleegkundigen op de afdeling bij werkzaamheden rond fracties en rekverbanden. Het kwam zelfs voor datje in de regio bij mensen aan huis het gips ging controleren. Dat had zeker z'n nut. Ik behandelde 's een meneer van zestig jaar die me verzekerde dat hij best naar huis kon. Hij had een prima verzorging. Kom ik daar de volgende dag, blijkt dat hij verpleegd werd door zijn moeder van 84. Dat werd natuurlijk niets."

Kunststof
Door veranderde inzichten in het medische circuit is het gebruik van gips behoorlijk afgenomen. Tot voor een jaar of vijf werd bijna elke fractuur vastgezet, op wat voor wijze dan ook. Nu is men van mening dat zo min mogelijk geïmmobiliseerd (onbeweeglijk gemaakt) moet worden. In tegenstelling tot wat altijd is gedacht blijkt de genezing van een fractuur door belasting te worden versneld. Daar komt nog bij dat gips z'n monopoliepositie heeft verioren. De laatste tien jaar zijn veel gipsvervangers op de markt gebracht, veelal kunstharsen op glasvezelbasis. Het grote voordeel ervan is de sterkte, de snelle harding en het geringe gewicht. Gips is pas na 48 uur volledig belastbaar, glasvezelmateriaal al na een uur. Voor de gipsverbandmeesters is het werk door de nieuwe ontwikkelingen veelzijdiger geworden. Van E. Lutgendorff, hoofd EHBO van het Apeldoornse Ziekenhuiscentrum, wordt verwacht dat hij ook oog heeft voor de financiële kant van de zaak. Immobiliserende kunststofprodukten zijn gemiddeld zes keer zo duur als gips. En de Ziekenfondsen zijn er niet happig op om daarvoor op te draaien.

Ontwikkeling
De praktijk is volgens Lutgendorff dat ziekenhuizen elkaar voortstuwen in het gebruik van modern materiaal. „Toen het Apeldoomse Lukasziekenhuis en Julianaziekenhuis nog zelfstandig functioneerden ontstond de situatie dat in het Lukas wel kunststof werd gebruikt en in het Juliana niet. Je kunt wel raden wat er gebeurde. Mensen belden ons op om te vragen of we het gips dat ze in het Juliana hadden gehad de volgende dag konden verwisselen voor kunststof, omdat ze van een kennis hadden gehoord dat dat lichter was. Waarop ik dan zei: Het kan wel, maar dan moet het morgenavond gebeuren, bij mij achter in de schuur. Je gaat niet collega's uit andere ziekenhuizen beconcurreren. Het gevolg was wel dat het Juliana gewoon gedwongen werd dat spul ook aan te schaffen. Die ontwikkeling gaat nog steeds door. Eerst werkte de gipsverbandmeester uitsluitend met gips. Toen kwam het kunsthars erbij. Vervolgens glasfiber. En nu wordt zelfs met thermoplastisch materiaal gewerkt, waarmee bijvoorbeeld corsetten worden gemaakt die vroeger door een instrumentmaker buiten het ziekenhuis werden gemaakt. Voor de mensen die ermee bezig zijn heel interessant, maar het Ziekenfonds vergoedt op basis van het gipskamertarief. Daar ligt een enorm spanningsveld.

Douchen
Hoewel de Apeldoorner de ontwikkeling van kunststof gipsvervangers positief waardeert, maakt hij de kanttekening dat de fabrikanten de voordelen ervan wel eens wat al te rooskleurig voorstellen. Zo zou het mogelijk zijn om ermee onder de douche te gaan. Een mededeling die een Apeldoornse gipsverbandmeester getrouw doorgaf aan een dame die een kunststoffen corset had gekregen. Drie dagen later stond ze weer op de stoep. Vanonder het corset steeg de geur van een Franse-kaaswinkel op.,, Het probleem is dat onder het kunststof een gewatteerde kous zit", ontdekte Lutgendorff. ,,De fabrikanten waren vergeten dat die door het douchen ook nat wordt. Het resultaat is hetzelfde als wanneer je met een natte sok in een strak gesloten schoen gaat lopen. Die je ook nog eens drie dagen aanhoudt, dag en nacht. Er treedt dan een rottingsproces op waarover ik verder niet in details zal treden. Duidelijk zal zijn dat wij niet meer adviseren om te douchen."

Barre winter
Het aandeel van gips op de gipskamer is inmiddels gereduceerd tot ruwweg vijftig procent. Toch verwacht Ewald Oude Maatman niet dat het volledig verdrongen zal worden. ,,Gips blijft een materiaal dat uitstekend immobiliseert, erg goedkoop is en ook beter ademt dan alle kunststof produkten." De Vries is nog stelliger in zijn overtuiging dat het gips niet zal verdwijnen. Bij hem is de wens voor een deel de vader van die gedachte. Het gips heeft hem volledig ingepakt. Enthousiast haalt hij herinneringen op aan de barre winter van 1963, waarin karrevrachten gips werden verwerkt. Op de turbulentste dag in zijn carrière behandelden de beide gipsverbandmeesters van het Leidse universitaire ziekenhuis honderdvijfendertig polsfracturen, zeventien enkelfracturen en een dozijn gebroken benen. ,,De één na de ander kwam binnen met z' n arm in een draagdoek. Mensen aan wie niet zo veel mankeerde, maar ook een boerin die al drie dagen lang meteen gebroken enkel rondliep, omdat ze het werk niet kon achterlaten."

Plezier
,,Toen de meeste mensen al in het voorjaarszonnetje zaten en de ijstijd al bijna vergeten was, waren wij nog maandenlang druk met de wintervoorraad. Allemaal controlebezoeken, waarbij bekeken werd of het gebroken lichaamsdeel weer goed functioneerde. Op een gegeven moment hadden we er zo veel dat de arts zei:,, Laat ze allemaal maar tegelijk binnenkomen." Toen was het: ,, Goedemorgen dames en heren. Hebt u goed geoefend? Laat maar 's zien. Doe uw arm eens in de hoogte. Ja, u daar nog iets verder. Goed zo. Nu nog een keer allemaal en uw pols wat bewegen. Zwaait u allemaal maar: dag dokter. Goed zo. U kunt weer gaan." Zo ging dat. Ondanks alle narigheid had je toch plezier."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.