+ Meer informatie

Die rijk willen zijn...

4 minuten leestijd

Wat heeft de mens toch altijd blootgestaan aan de aantrekkingskracht van het aardse goed. Er zijn toch maar heel wat mensen die van het "slijk der aarde" niet gauw genoeg hebben. Die mensen zijn ook in reformatorische kringen te vinden.

Onze minister van financiën was er uitermate verbaasd over toen hij te horen kreeg dat ook christenen uit de reformatorische sector deelnemen aan de in onze tijd zo veel besproken piramidespelen. Dat kon hij aanvankelijk niet geloven. Zulk soort spelen speculeren immers alleen maar op de hebzucht van mensen; op de wens om in korte tijd rijk te worden. Volgens hem zijn piramidespelen ook nog erger dan gokken. En in het beeld dat deze minsiter zich van reformatorische christenen had gevormd, paste het helemaal niet dat men zich in die kring met dergelijke zaken bezighield.

Naïef
Is de heer Zalm zo'n naïef mens? Heeft hij slechts een zeer oppervlakkige kennis van de refo-sector en de idem cultuur? Of zijn de mensen die tot die kringen behoren in hun gedrag zo weinig consequent, zodat een buitenstaander er soms niet meer uit wijs kan worden? Zijn leer en leven soms inderdaad maar weinig met elkaar in overeenstemming? De leer zegt immers dat één ding nodig is, terwijl het leven laat zien dat dat ene nodige nog wel eens naar de achtergrond verdrongen wordt. Al met al hebben we hier met dingen te maken waar we nog wel weer eens goed over na mogen denken.

Wat is er verkeerd met rijkdom? Dat is de vraag niet. De vraag is wat er verkeerd is als we rijk willen worden. Als we dat willen, dan staan ons allerlei wegen open om dat doel na te streven. Legale wegen en ook illegale wegen. Maar tussen deze twee liggen dan ook nog allerlei duistere en nevelige mogelijkheden, waar we desnoods met wat aarzelingen toch ook nog gebruik van kunnen maken. Maar waar we dan in terechtkomen?

Strik
Paulus geeft dat aan, als hij schrijft: „Die rijk willen worden vallen in verzoeking en in de strik en in vele dwaze en schadelijke begeerlijkheden, welke de mensen doen verzinken in verderf en ondergang" (1 Tim. 6:9). Dat dit waar is, wordt door de praktijk honderd en meer keren bevestigd. „Vele dwaze en schadelijke begeerlijkheden." Dwaas, ja. Gelooft iemand dan echt dat zo'n piramidespel kan werken? Gelooft iemand dan echt dat vermeerdering van bezit geluk brengt? En schadelijk, ook dat. Want de tijd aan dit streven besteed, kan nergens anders meer aan besteed worden. En het "slijk der aarde" heeft nu eenmaal de eigenschap om ons aan de aarde te doen vastkleven, zodat we niet meer "omhoog" kunnen. Schadelijk, ja, want hoe moet het dan toch met onze ziel als het hier en nu zo belangrijk zijn geworden? Zou daar dan een verklaring liggen voor de schraalheid in veler leven? Ondanks een mooie belijdenis lijkt er wei niets te kunnen groeien op de schrale grond van de akker van hun hart. Komt dat door de "verleiding des rijkdoms" (Matt. 13:22)? Het is inderdaad te vrezen dat hier een zere plek zit. Bij anderen is er niet eens sprake van schraalheid, maar zelfs van volslagen onvruchtbaarheid. Een onvruchtbaarheid die dan ook nog best gepaard kan gaan met een prachtige, uiterst orthodoxe leer en zelfs ook nog wel met een precies leven volgens een refo-code wat betreft kleding en dergelijke.

"Zegeningen"
Excellentie, we ontkomen er niet aan! U kon het niet geloven toen het u verteld werd. Het is evenwel toch waar. Ook in de reformatorische sector komt veel wereldgelijkvormigheid voor. Ook daar is hebzucht en een (veel te) grote waardering voor het aardse goed. Alleen proberen we daar onze drang naar meer een vrome schijn te geven door te zeggen dat we onze talenten, die God ons gegeven heeft, toch mogen gebruiken. En daar spreken we over onverdiende "zegeningen". We hebben soms wel een grote mond over hoe het er in ons land allemaal uit zou moeten zien en wat we allemaal op uw "paarse" regering hebben aan te merken, maar op een gegeven ogenblik vallen we ook zelf weer door de mand. Dat hebt u goed gezien.
Bij ons is de natuur sterker dan de leer. De natuur, dat ook ons hart boos en verdorven is. Maar we moeten wel zeggen dat dit niet de boodschap is die we uit het Evangelie hebben verstaan. Daar staat het heel anders. Bij voorbeeld in Spreuken 30:8 en 9, waar we de woorden van Agur lezen. Deze man had er een heel wat beter zicht op. Hij bad dat God hem noch armoede, noch rijkdom zou willen geven. Geen armoede, want hij zou er dan wel eens toe kunnen komen om te stelen en zo de Naam van God aan te tasten. Maar ook geen rijkdom, want hij weet dat hij er niets te goed voor is om dan te denken dat hij zichzelf kan redden en zal zeggen: Wie is de Heere?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.