+ Meer informatie

Vriendschap is een stapje op weg naar zelfstandigheid

"Ze doen alles samen"

8 minuten leestijd

Met de armen om elkaar heen geslagen lopen Gerda en Marloes naar huis. Het zijn dikke vriendinnen. Waar je Gerda ziet, zie je Marloes - thuis en op school. „Ze doen alles samen", vertelt de moeder van Marloes. „Dat was al zo toen ze nog maar pas op de basisschool zaten. En de vriendschap houdt nu al jaren stand. Natuurlijk hebben ze wel eens ruzie. Toch wordt een meningsverschil al weer snel bijgelegd en even later vertrouwen ze elkaar weer de diepste geheimen toe."

Kinderen hebben vriendjes. Dat is heel gewoon, vinden we. Als we eens op het kleuterplein rondkijken, zien we allerlei groepjes samen spelen. Toch is niet elk kind even vaardig in het leggen van contacten. Het zoeken van een vriendje lijkt wel 'zomaar', vanzelf te gaan, maar dat is niet waar. Er is een bepaalde sociale vaardigheid nodig om vriendschap aan te knopen. En sommige kinderen hebben daar duidelijk moeite mee. Vriendjes zijn belangrijk in het leven van een kind. Van een vriendje of vriendinnetje leert een kind sociale vaardigheden. Daar kunnen vader en moeder niet helemaal in voorzien. Die maken het voor hun kinderen vaak te gemakkelijk. Ze weten wat hun kind verlangt. Daar hebben ze maar een 'half woord voor nodig. Aan een vriendje of vriendinnetje moet het kind wèl duidelijk maken, wat de bedoeling is. Het moet ook tact aankweken, ruzies kunnen bijleggen, en weten hoe zijn leeftijdsgenootje reageert. Samen moeten ze kunnen luisteren, plannetjes maken, ideeën uitvoeren. Ook accepteren dat de ander iets niet wil, niet leuk vindt. Ze leren zich vergelijken met de anderen: „Mijn tekening is mooier dan de jouwe" Of: „Wie kan het hardste lopen - jij of ik?" Dit heeft niet altijd te maken met rivaliteit, met jaloersheid. Het is ook een mogelijkheid om op deze manier een gezond gevoel van eigenwaarde te ontwikkelen.

Zelfstandigheid
Een kind wil graag bij een groep andere kinderen horen. Kinderen trekken op kinderen aan, zegt men. Zelfs een baby van 8, 9 maanden veert al op, als het een kinderstem hoort! Dat is vaak duidelijk te zien. Een ouder kind is er aan toe om met andere kinderen te spelen. Dat is op de peuterleeftijd nog meer naast elkaar dan met elkaar. Kinderen blijven niet graag bij vader en moeder, want hoe fijn het ook thuis is, het is ook heel interessant om eens bij een ander te kijken. Daar zijn een andere vader en moeder, andere gewoonten, andere spullen, ander speelgoed, misschien een huisdier. En als een vriendje komt spelen, blijkt het eigen speelgoed ineens veel begeerlijker te zijn. Vriendschap, een vriendje of vriendinnetje hebben, het is eigenlijk een stapje zetten op weg naar de zelfstandigheid. Het leven speelt zich niet meer alleen af binnen de veiligheid van het gezin. De band met vader en moeder wordt wat losser. Kinderen ontdekken dat de wereld groter is. Gelukkig staan ze niet alleen in die grotere en onveiligere wereld. Samen met hun vriendje of vriendinnetje is het niet eng om er op uit te gaan. Daarom kan een kind het spelen met leeftijdsgenootjes eigenlijk niet missen.

Mag ik meespelen?
Het ene kind is het andere niet. Zelfs binnen het gezin zijn duidelijke verschillen aan te wijzen. En dat geldt ook voor het sluiten van vriendschap. De ene ziet zich het liefst omringd door een grote groep leeftijdgenootjes. De ander heeft aan één goede vriend of vriendin genoeg. En een derde vindt zo'n contact best, maar wil toch ook graag eens alleen zijn. Ook in het aanknopen van vriendschappen zijn kinderen heel verschillend. Stapt de een frank en vrij een nieuwe groep binnen, de ander schuifelt wat langs de kant, maakt eens wat aarzelend contact en deinst snel terug, als zijn opmerkingen geen resultaat hebben. Veel kinderen hebben zich een bepaalde tactiek eigen gemaakt om zich bij een groep(je) aan te sluiten. Jenny deed dat op haar manier. Ze zag twee meisjes in de zandbak spelen. De kinderen deden zand in potjes, zandtaartvormpjes, flessen en theepotten. Dat leek een leuk spel en Jenny wilde graag meedoen. Ze had natuurlijk rechtstreeks op de meisjes af kunnen stappen en kunnen vragen: „Mag ik meedoen?" Maar dat deed ze niet. Waarschijnlijk was ze bang voor een even rechtstreeks antwoord, namelijk: „Nee!" Wat Jenny wel deed, was dicht bij de meisjes staan en naar hun spel kijken. Maar die twee negeerden haar. Dat duurt zo een poosje. Ten slotte bukt ze zich en probeerde een theepot uit het zand te halen. Een van meisjes schudt het hoofd en mompelt: „Nee." Jenny loopt achteruit, kijkt een poosje toe en zegt dan tegen het andere meisje: „We zijn vriendinnetjes, goed? Wij zijn vriendinnetjes, goed he?" Het meisje kijkt niet op van haar spel, maar zegt: „Goed." „Ik zette koffie", zegt Jenny. „Ik bakte taartjes", antwoordt een van de meisjes. En zo speelden de drie hun leuke spel met elkaar.

Een kunst
Proberen om vriendschap te sluiten en een vriendje te zijn voor de ander is een hele kunst. Sommige kinderen zijn onhandig, verlegen. Of stil, stuurs, en zelfs afwerend. Zo'n eenzaam kind wekt het medelijden op van de volwassenen die het zien. Een juf of meester probeert het kind bij het spel te betrekken. Klasgenootjes die veel sociale vaardigheden hebben, gaan ook wel naar het kind dat alleen staat. En verschillende ouders stimuleren het soms, om niet enkel 'leuke' kinderen uit te nodigen, maar ook Freddy, die altijd alleen is. De ouders van Freddy zien hun kind aan de kant staan. Ook zij kunnen proberen om vriendschap te stimuleren. Ze nodigen bij voorbeeld een klasgenootje uit dat ze qua karakter en ontwikkeling wel vinden passen bij hun kind. En dan kan het best > gebeuren dat daarmee de eerste stap op de weg naar de vriendschap is afgelegd. Vriendschap sluiten moet je eigenlijk al jong leren, net zoals lopen en praten. Hoe leer je dat dan? In de eerste plaats door de sfeer thuis. Als kinderen opgroeien in harmonie, in gezelligheid, in een sfeer van orde en regels, dan zullen ze dat min of meer ook uitstralen. Groeit een kind op in de bijterige sfeer van altijd op elkaar letten en op elkaar vitten, dan komt dat ook naar buiten. En het is duidelijk, welke van deze twee het gemakkelijkst aansluiting krijgt bij vriendjes.

Vriendje verliezen
Aan vriendschap kan een eind komen. Soms is dat tegen de wil van de kinderen: door een verhuizing. Soms komt het omdat de kinderen elkaar ontgroeien. Meestal reageert een kind met verdriet op het verlies van zijn vriendje of vriendinnetje. De een is er wel sneller overheen dan de ander, maar in de meeste gevallen is het kwijtraken van vrienden een pijnlijke ervaring. Als een kind door zijn vriendje in de steek gelaten wordt, gaat het zich afvragen: „Waarom vindt hij mij niet meer aardig? Wat is er mis met mij?" Soms leidt dat tot een langdurig verdrietig zijn. Het kind heeft geen lust meer om iets aan te pakken. Het voelt zich van iedereen verlaten, minderwaardig, afgewezen, hoewel zijn ouders alles proberen om hem op te monteren. Een ander kind, dat hetzelfde ervaren heeft, doet misschien alles wat in zijn vermogen is om zijn vriendje terug te winnen en weer een ander probeert onmiddellijk een nieuw vriendje te zoeken als vervanging. Ook op een verhuizing van bij voorbeeld een "hartsvriendin" kan heftig gereageerd worden. Gevoelens van eenzaamheid, neerslachtigheid, geprikkeldheid en woede zijn toch wel normaal na zo'n verlies. Maar gelukkig is dat ook weer niet bij iedereen het geval. Er zijn kinderen die hun vriendje zeker missen, maar zich toch al snel neerleggen bij de situatie.

Begrijpen
Wat doe je nu als vader of moeder, als je ziet, dat je kind verdrietig is? „Och kind, wees maar niet verdrietig, hoor. Je krijgt heus wel weer een andere vriend", kan een reactie zijn. Dan bagatelliseren we het verlies van de vriendschap. We onderschatten de betekenis daarvan, vooral bij jonge kinderen. Het is beter om het kind te laten vertellen hoe erg het wel is. Het kind moet kunnen praten over zijn gevoelens. Het wil dat vader en moeder begrijpen hoe vreselijk het kan zijn om een vriend te verliezen. Kinderen willen ook hierin aanvaard worden. Het is toch normaal om bedroefd, of gekwetst te zijn als je in de steek gelaten bent. Uiteindelijk kunnen ouders hun kind helpen om tot het inzicht te komen, dat hij of zij mettertijd wel nieuwe vrienden zal vinden, maar dat een nieuwe vriend niet de oude kan 'vervangen'. Er zijn kinderboeken waarin het verlies van een vriend goed beschreven wordt. Dat kan ook wel eens helpen om de nare ervaring te verwerken. Het kind ziet dat anderen hetzelfde hebben meegemaakt.

Dat is niets voor jou
Ouders zijn niet altijd blij met het vriendje van hun kind. Soms vind je de kinderen helemaal niet bij elkaar passen. Maar vervelender is het, als je kinderen door hun vriendschap veranderen. Het kan ook zijn, dat het buurvriendje uit een heel ander milieu komt. Er gebeuren bij hem thuis dingen waarvan de ouders vinden dat dat niet mag. Die verboden zaken zijn echter juist zo aantrekkelijk... En dan het taalgebruik! Zo kunnen er op het principiële vlak hindernissen zijn, die het noodzaken om een vriendschap af te breken. Dat kan een ernstige conflict worden met je kind. En toch voel je als ouders, dat zo niet langer kan en mag. Is het kind nog jong, dan is het wellicht mogelijk om in een open gesprek èn in het gebed het hart van het kind te raken. Bij een ouder kind is dat veel moeilijker. Een puber zal zich veel minder laten beïnvloeden. En wat dan? Er blijft in de opvoeding zo vaak een gevoel van schuld en onmacht over. Ons kind is soms niet meer te bereiken door woorden, door vermaningen, door het Bijbelwoord. Het opvoedingswerk van ouders kan bij de handen afgeslagen worden. Er rest dan slechts één weg, de weg van het gebed: „Heere, bij U zijn alle dingen mogelijk. Ik leg de namen van mijn kinderen in Uw handen..."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.