+ Meer informatie

„Het kwade dat Hij zegent is goed en het goede zonder Zijn zegen is kwaad"

10 minuten leestijd

Dankdag 1995 is weer achter de rug. Binnen alle kerken van de gereformeerde gezindte is God erkend voor wat Hij in het achterliggende jaar gaf. In werk, onderdak, de overvloed aan voedsel, kleding... Van tal van kansels heeft het geklonken: De Heere heeft ons rijk gezegend. Had de Engelse predikant Arthur Pink ongelijk, toen hij zei: „Het kwade dat Hij zegent is goed, en het goede zonder Zijn zegen is kwaad..." Drie mensenkinderen over de vrucht van kastijding.

Het ging Henk aardig voor de wind. Halverwege de jaren tachtig kreeg hij de gelegenheid om het bedrijf van zijn vader over te nemen en voor een bekende leverancier te gaan werken. In samenwerking met een informatica-deskundige liet hij een programma ontwikkelen voor de offerte- en orderadministratie. Al snel werd hij ook zelf gegrepen door de computer en de mogelijkheden ervan voor de branche waarin hij werkzaam was. Met een relatie ontwikkelde hij een tekenprogramma, waarmee de wensen van de klant in een driedimensionale tekening verwerkt konden worden. Ook collega's begonnen de waarde ervan te onderkennen. Het leek gouden business te worden. Een tweede bedrijf werd opgericht. „Het werk slokte me volledig op. Aan m'n gezin kwam ik nauwelijks meer toe. In de kerk zat ik vaak aan de zaak te denken. Ondertussen zoek je een rechtvaardiging: God heeft ons in deze maatschappij gesteld en daar moeten we onze talenten gebruiken. Zo probeer je bij je handelen een achterliggende grond te bedenken. Terwijl het omgekeerd hoort te zijn. Dat wat God in de Schrift zegt, moet het uitgangspunt zijn voor ons handelen."

Diepe put
Nog sneller dan de opkomst verliep de neergang. De ene tegenslag volgde op de andere. In '88 werd een gehandicapt kind geboren. Voor Henks vrouw Mirjam was de last van twee bedrijven naast het drukke gezin te zwaar. „Het is leuk als je het financieel goed hebt, maar mij is een rustig gezinsleven meer waard. Ik ben geen zakenvrouw, dat heb ik in die jaren wel ontdekt. Je werd geleefd." Mede om zijn vrouw besloot Henk één bedrijf af te stoten en zich volledig toe te gaan leggen op de automatisering. In deze periode van omschakeling werd hij getroffen door een ernstige oogziekte, waardoor zijn gezichtsvermogen werd aangetast. Na de heropening van het gerenoveerde winkelpand bleef de verwachte klandizie uit. Toen de relatie met een leverancier werd verbroken en verschillende klanten weigerden te betalen, kwam de continuïteit van het bedrijfin gevaar. „Ik voelde me in een diepe put wegzakken. Je denkt alles aardig voor elkaar te hebben en ineens wordt er een grote streep door gehaald. Vanaf het begin hebben we beseft dat dit alles ons iets te zeggen had. Dat Gods hand erin was. Maar de essentie zagen we toen niet."

Weggeëbd
Het waren donkere maanden, waarin het bezoek aan de oogarts werd afgewisseld door de komst van schuldeisers. „We wisten niet hoe we de eindjes aan elkaar moesten knopen. Toch waren er ook lichtpuntjes. Op een middag zat ik te huilen aan tafel, met m'n hoofd in m'n handen. En een paar uur later was er uitkomst, omdat de Heere het hart van iemand geneigd had om ons te helpen. Voor niks. Echt, we hebben een God die voor ons zorgt terwijl we helemaal niet naar Hem vragen. Want het was voor mij meer een opstandig janken dan een bidden." Als hij terugblikt ziet de voormalige zakenman dat de tegenslag het middel was waardoor God hem definitief stilzette. ,Jaren ervoor is de Heere al in m'n leven gaan spreken. Ik ging beseffen dat het goed moest komen tussen God en m'n ziel en kreeg een verlangen om Hem te dienen. Toch is dat weer weggeëbd. Later heb ik er vaak over nagedacht hoe dat kwam. Ik denk dat ik niet tot de bewustheid van het geloof kon komen, omdat ik nog met m'n zonden zat. Ik wist niet hoe ik daarvan af moest komen. Ze moesten vergeven en dat gebeurde maar niet. Dat wekte een bepaalde wrevel in m'n hart. Ik ben eroverheen gaan leven, door me helemaal op m'n werk te storten. Tot God zei: En nu is het klaar."

Wonder
Te midden van alle rampspoed leerde hij rusten op het offer van Christus. Omdat hij slecht- > ziend was, las Mirjam hem veel voor. Vaak met een knagend hart, omdat zij niet deelde in de troost die hij eruit had. „Ik nam alles maar zoals het kwam en probeerde er het beste van te maken. Wel was ik in de kerk een keer bemoedigd, toen we psalm 32 vers 5 zongen. Wil toch niet stug, gelijk een paard weerstreven. Dat was ik. En toch mocht ik troost putten uit die laatste twee regels. Maar wie op Hem vertrouwt, op Hem alleen, ziet zich omringd door Zijn weldadigheên." Het kwam tot een crisis toen ze onder het winkelen werd getroffen door een aanval van hyperventilatie, een verschijnsel dat ze niet kende. „Het was of m'n keel dichtgeknepen werd. Ik heb echt doodsangst gehad: 'Nou ben ik aan de beurt om te sterven'. Ik probeerde te bidden, maar het ging niet. Ik zag niets dan zonden. Wie was ik om te bidden, ik had niet gewild." Na een nacht in het ziekenhuis mocht ze weer naar huis. „Toen ik de polder in keek, was het een wonder voor me dat ik er nog was. Vanaf die tijd is het niet goed gegaan met me. Of wel goed eigenlijk. Ik raakte heel erg in de put en las steeds maar in de Bijbel. Ik kon niet sterven. Het was voor mij onmogelijk om bekeerd te worden. En toch bleef ik bidden. Tot wie zou je anders heengaan.''

Blijdschap
Het was op een maandagmorgen dat de Heere onder het lezen van Psalm 44 overkwam. „De laatste drie verzen waren zó mijn gebed. Voor die tijd wist ik dat de Heere leefde, maar toen ervoer ik het. Niet dat het goed was tussen God en m'n ziel, maar ik voelde dat Hij van me afwist." Het beluisteren van een preek over Nathanaël onder de vijgeboom was het middel waardoor ze aan de voeten van Christus werd gebracht. „Je kunt niet onder woorden brengen wat dat is. Als je hart geopend wordt en je op de Heere Jezus mag zien. Ik heb de hele nacht wakker gelegen. Het was of ik de engelen hoorde zingen. Alles is anders. De Heere is zo machtig. Hij maakt je echt een nieuw mens. De volgende morgen heb ik aan de kinderen verteld dat ik toch zo'n groot cadeau van de Heere had gekregen. Nu zou ik het misschien niet meer zo makkelijk zeggen, maar toen was er geen twijfel. Ik kón er gewoon niet over zwijgen." Voor Henk was het evenzeer een bijzondere week. De zondag ervoor was hij voor het eerst aan het Heilig Avondmaal geweest. Nu mocht hij weten dat ook de ziel van zijn vrouw gered was. „Het ging in die periode heel slecht met m'n ogen, dus Mirjam las me veel voor. Samen hebben we ons in God verblijd. We konden onze rijkdom niet op. Gelukkig getrouwd, een harmonieus gezinsleven en boven alles samen de Heere te mogen vrezen. Wat kun je als mens meer bezitten."

Reuma
Ook ds. B. Haverkamp, hervormd emeritus-predikant te Nieuw-Lekkerland, denkt bij zegen niet aan uiterlijke welvaart. „Zegen is alles wat je uit 's Heeren hand mag ontvangen. Echt mag ontvangen. Of het nou veel is of weinig, voorspoed of tegenspoed.

Ik zal nooit de ontmoeting vergeten met een oude vrouw die totaal vergroeid was door de reuma. Nooit heb ik iemand zo goed van de Heere horen spreken. Daar heb je nou zegen he."

Materiële welvaart ziet de bejaarde predikant vooral als een gevaar. „Het kan een zegen zijn, als we er oog en hart voor krijgen dat we die welvaart uit Gods hand ontvangen en Hem er de dank voor brengen. Maar de praktijk leert dat we er helaas zo vaak de verkeerde kant mee opgaan. Dat bespeur ik bij mezelf ook.

Dan bid je wel en je vraagt wel om zegen, maar in de grond van de zaak heb je aan die zegen geen behoefte. Dan is het weleens nodig dat we een klap van de Heere krijgen, om weer in die afhankelijkheid te komen. In het algemeen geeft een tijd van verdrukking meer vrucht dan een periode van voorspoed.

Vorig jaar heb ik dat zelf ervaren, toen ik m'n heup heb gebroken. Ik mocht het in Gods hand overgeven. Hem ootmoedig vragen: Heere, wilt U me duidelijk maken wat U hiermee te zeggen hebt. Voor je ziel zijn tijden van uiterlijke tegenspoed vaak de beste."

Rijke zegen
Velen in de gereformeerde gezindte zullen dat, als ze eerlijk zijn, bevestigen. Tegelijk leeft sterk de gedachte dat aan het onderhouden van Gods geboden ook aardse voorspoed is verbonden. Ds. Haverkamp kan zich daar niet in vinden.

„Bij die opvatting heb ik me nooit thuis gevoeld. In de tijd van het Oude Testament kon je dat zeggen. Nog met de nodige voorzichtigheid, denk aan Asaf, maar het kon. Maar nu kun je die verbinding niet meer leggen. Ik kom dat zo veel tegen, dat men die voorbeelden uit het Oude Testament wil overbrengen naar deze tijd. Dat kan niet.

Je ziet in het Nieuwe Testament juist veel meer dat de Heere kastijdt die Hij liefheeft. Denk aan de Hebreënbrief. M'n vrouw en ik zijn erg gegrepen door het leven van de verdrukte christenen. Als je de berichten daarover ontvangt, ben je vaak tegelijk bemoedigd en beschaamd. Wat een liefde tot de Heere zie je bij die mensen, die in alle verdrukking en tegenspoed Zijn Naam belijden, in alle eenvoud. Dat is zegen. Rijke zegen."

Gouden Eeuw
Een verwijzing naar de Gouden Eeuw als bewijs dat het dienen van God ook uiterlijke welvaart geeft, getuigt volgens de predikant van gebrek aan historische kennis.

„Men vergeet voor het gemak dat er een boel ellende was in die Gouden Eeuw. En een boel ongodsdienstigheid en oppervlakkigheid. Het is helemaal niet zo'n Gouden Eeuw geweest hoor. Ooh nee. Als je leest wat er op zondag allemaal gebeurde... Nee, daar klopt niks van, van al die opgetogen verhalen.

Nogmaals, men laat zich te veel leiden door die gedachte van het Oude Testament, die men dan toepast op de nieuwtestamentische tijd. Daar loop je op alle manieren mee vast. Echt waar. In je eigen leven en in het geheel van de maatschappij.

Neem de welvaart van vandaag. Hoe moet ik die dan plaatsen? Niet dat we het materiële hoeven te verachten. Als we zien dat alles wat we krijgen genade is, wat ontvangen we dan niet ontzaglijk veel. Dat heb ik met dankdagen altijd naar voren gebracht. Waarbij het voor mij een heel moeilijk punt was, als na een rijke oogst het gewas op de veiling werd doorgedraaid.

Zo makkelijk wordt dan vanaf de kansel gezegd: Goddeloos, en dit en dat... Dat heb ik nooit gedaan. Ik hèb geen oplossing. Maar ik vond het wel ontzettend moeilijk. Waar moeten we met biddag nou om vragen? Om een rijke oogst? Of minder rijk? Daar zat ik echt weleens mee."

In Zijn gunst
Voor Henk en Mirjam zijn de aardse zorgen niet voorbij. Wel kijkt Mirjam er anders tegenaan. „Toen we het financieel heel erg moeilijk hadden, is het vaak gebeurd dat er zomaar ineens een envelop op de deurmat lag. Of iemand kwam een tas boodschappen brengen. Daar was je klein onder. Je zag er de hand van de Heere in.

Maar nu mag ik er de hand van mijn Heere in zien. Niet dat tegenspoed makkelijk is, maar het maakt minder uit. De Heere regeert en als ik me aan Hem over mag geven is alles goed, wat er ook gebeurt. Dan kan zelfs tegenspoed een zegen zijn."

„In dezelfde periode ging het bekenden van ons voor de wind", zegt Henk. „Dat gunde ik ze echt. Ook daarin kon ik Gods hand zien. Zoals ik die ook zie in de omscholingscursus die ik heb mogen volgen. En het werk dat ik nu weer heb.

Maar je moet wel voorzichtig zijn met je conclusies. Iets is pas zegen als Gods naam erin verheerlijkt wordt. Wanneer je mag weten dat het in Zijn gunst verkregen is en je het ook aanwendt tot Zijn eer."

Op hun eigen verzoek kwamen Henk en Mirjam niet onder hun echte naam aan het woord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.