+ Meer informatie

Kerstmis 1958

1 minuut leestijd

Wat is de mens, die deze aarde, Een stof je in 't heelal, bewoont? Eens was hij in zo hoge waarde, Met eer en heerlijkheid gekroond.

Wat is de mens, sinds hij zijn handen Uitstrekte naar verboden vrucht? Nu zwerft hij om door alle landen: Een balling, eindloos op de vlucht.

Zijn afkomst is hij nooit vergeten — Nu strekt hij, in een ijd'le waan Zijn handen uit naar de planeten En zoekt een woonplaats op de maan.

In zulk een wereld, diep verloren, Die God wil stoten van Zijn troon, Werd eenmaal 't heilig Kind geboren: Daarheen zond God Zijn eigen Zoon.

Herodes zocht het Kind te doden; Er was geen plaats in Bethlehem. De wereld, ondanks al haar noden, De wereld heeft geen plaats voor Hem.

De mensen willen wel wat spelen, Met 't Kind geboren in een stal, Maar niemand laat zich iets hevelen Door deze Koning van 't heelal.

Op aard betwisten grote volken Elkaar de wereldheerschappij — Hij komt ... als Rechter op de wolken En zegt: „De wereld is van Mij"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.