+ Meer informatie

Naar de CATECHISATIE

5 minuten leestijd

d. Het gezag van de Heilige Schrift.

16.

We keren met onze lessen weer terug naar de les over de Bijbel. Wat breder hebben we besproken de leer van de inspiratie der Heilige Schrift in verband met de moderne Schriftkritiek, die zich nu zo verderfelijk laat gelden. Wat beleven we een gevaarlijke tijd. We spraken dezer dagen een jonge vriend, Chr. Ger., die rustig uitging van de gedachte: het komt niet op de ECHTHEID van de Bijbel aan, maar op de waarheid van de Bijbel. Dit is zuiver de moderne opvatting naar Bultmans theorieën ten deze (het gaat om de boodschap Gods ACHTER de feiten). Een zekere Drs. Gilhuis schrijft: „Natuurlijk neem ik aan, dat de Heere die slang kan laten spreken, dat Hij de mond van die ezelin kan openen en dat Hij Jona in die vis kan bergen. Maar of Hij dat hier beslist zó letterlijk bedoelde om Zijn openbaring: Zijn weg naar de mens kenbaar te maken, dat weet ik niet”.

Doorgeredeneerd is dit dus ook: de Heere Jezus kan uit de maagd Maria geboren zijn enz.

Hier wordt dus duidelijk het HISTORISCH GEZAG van de Bijbel aangetast, het: „een stellig weten of kennis, waardoor ik alles voor waarachtig houde, dat ons God in Zijn Woord geopenbaard heeft”, Heidelb. Cat. Zondag 7. Wij belijden en houden vast aan het GODDELIJK GEZAG van de Heilige Schrift, d.i. dat de gehele Schrift rechtstreeks van God gegeven is en dat al haar boeken heilig en kanoniek zijn, d.w.z. onfeilbaar richtsnoer zijn voor geloof en leven krachtens de bijzondere inspiratie van de Heilige Geest.

„Gezag” is: te-zeggen-hebben. God alleen is dè absolute Soeverein. „Zo zegt de Heere”. „Daar staat geschreven”. „Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken”, 2 Petr. 1 : 21. „Al de Schrift is van God ingegeven”, 2 Tim. 3 : 16a.

Schoon beschrijft onze Nederlandse Geloofsbelijdenis dit Goddelijk gezag in artikel 5: „Al deze boeken alleen ontvangen wij voor heilig en kanoniek om ons geloof daarnaar te reguleren, daarop te gronden en daarmede te bevestigen. En wij geloven zonder enige twijfeling al wat daarin begrepen is; en dat niet zo zeer omdat ze de kerk aanneemt en voor zodanige houdt, maar inzonderheid omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten, dat zij van God zijn, en dewijl zij ook het bewijs van die bij zichzelf hebben, gemerkt de blinden zelf tasten kunnen, dat de dingen, die daarin voorzegd zijn, geschieden”. Wat blijkt nu heel duidelijk uit deze omschrijving?

Wel, dat niet de mensen, niet de kerk uitmaakt en vaststelt, dat de Bijbel Goddelijk gezag heeft, maar dat de Heilige Schrift dit gezag in haarzelf draagt. „Zo zegt de Heere”. En: „Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal over hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn; en indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens en uit hetgeen in dit boek geschreven is”, Openb. 22 : 18 en 19. Dit geldt ook heel de Schrift. Bij de uitdrukking „ontvangen wij” moeten we allereerst noodzakelijk stilstaan. Want hieraan is een zeer gewichtige zaak verbonden, zoals we reeds opmerkten, namelijk: dat niet de kerk het gezag der Schrift vast heeft te stellen; dan zou zij zich boven de Heilige Schrift stellen. En dit doet de roomse kerk! Onze belijdenis zegt: de kerk ontvangt deze boeken voor heilig en kanoniek. De roomse kerk stelt zelf haar leer vast. Zij stelt zich namelijk boven de Schrift. Wat de kerk zegt, is alleen beslissend. Het „alzo zegt de kerk” is gelijk aan: „alzo zegt de HEERE”.

De uitspraak van de paus (ex kathedra) als bekrachtiging van de vaststelling der leer, is onfeilbaar.

Rome zegt, dat aan de Reformatie juist ontbreekt het definitieve, absolute, alle-twijfeluitbannende laatste woord. Zij mist de instantie, die met werkelijk beslissende volmacht durft te zeggen: „causa finita est”, d.i.: „de zaak is beslist” (Een uitdrukking bij de beslissing inzake de veroordeling van de pelagiaanse dwalingen).

Dit beslissende woord meent Rome wel te bezitten. In het onherroepelijke van de uitspraak der kerk, van haar beslissing inzake de leer ligt de absolute waarborg voor de volkomen zekerheid voor al haar leden. Daarin ligt haar vastheid en kracht, haar zegeningen voor deze verwarde wereld. Wie dit absolute gezag der kerk miskent, ondergraaft alle zekerheid. Daarom is die zekerheid, welke in de onherroepelijke uitspraak der kerk gewaarborgd en verankerd ligt, zo geruststellend voor al haar leden.

Ja, dit lijkt wel erg geruststellend voor de leden der kerk. Het komt tenslotte hierop neer: als je nu maar gelooft wat de kerk zegt, dan ben je klaar. Feitelijk is het dan zo: de kerk gelooft voor je. Vandaar vaak de grote onkunde bij de roomsen ten aanzien van de kennis der Schrift.

„Geruststellend”. Maar ach, welk een misleiding!

Moet de kerk dan geen gezag dragen? Ongetwijfeld. Maar geen gezag dat zich boven de Heilige Schrift stelt, doch onder de Schrift. De kerk heeft het onfeilbaar gezag der Schrift te eerbiedigen en te laten spreken: het „zo zegt de Heere!”

Eén van de grote zonden der kerk is: de grote verslapping in haar dure roeping „pilaar en vastigheid der waarheid” te zijn; Gods Woord zuiver, onveranderlijk door te geven. Dit was de kracht van de Reformatie en dit raakt het waarachtig welzijn der mensen, het enige betrouwbare steunpunt in deze verwarde wereld!

Wanneer de echtheid en de waarheid van de Bijbel worden miskend op grove manier door de moderne Schriftkritiek, en wanneer de waarheid der Schrift wordt verzwakt en verdoezeld op verfijnde manier door verzwakte, aan de geest des tijds aangepaste Bijbelvertalingen, door het verwaarlozen of verzwijgen van de klare stem van Gods Woord in zijn waarschuwingen, vermaningen, in zijn ernstige oproep tot verootmoediging, tot waarachtige bekering, tot een dienen van God „in geest en waarheid” met absolute verzaking van al wat uit de mens en uit het vlees is, ach, wat blijft er dan over van „zekerheid”, van wezenlijke „troost” en „vrede”? Alleen eigenwillige godsdienst; een valse vrede.

R’dam-W.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.