+ Meer informatie

Highlanders of Holland houden herinnering aan bevrijders levend

5 minuten leestijd

Temidden van kanongebulder en geratel van mitrailleurs klonk tijdens de landing bij Normandië het geluid van een doedelzak. Dit instrument klonk ook toen de 48th Highlanders of Canada deelnamen aan de bevrijding van Apeldoorn. Ruim vier jaar geleden kregen de Canadese pijpers een afdeling in Apeldoorn.

Onverstoorbaar stapte de Schot BiU Millen op 6 juni 1944 heen en weer op het Normandische strand. Hij speelde. Het doordringende geluid van de doedelzak verwelkomde zijn kameraden, die in stromen langs hem trokken. „De Duitsers zeiden later: We hebben niet op hem geschoten, want die vent was gek." Van Normandië stormden de geallieerden het Europese vasteland in. Waar zij gingen, gingen ook de doedelzakspelers. De 48th Highlanders kwamen vanuit Sicilië via Italië, Frankrijk, België en Duitsland naar de Achterhoek en waren erbij toen Apeldoorn bevrijd werd. Jaren later waren ze er weer. In 1985 kwam het Canadese korps naar de veertigste bevrijdingsherdenking. Vijfjaar later volgde een tweede bezoek en dit jaar bivakkeren opnieuw zo'n zestig "doedelzakveteranen" in de omgeving van Apeldoorn. Gerrit Ham woont in Engeland. In deze buurtschap tussen Ugchelen en Beekbergen stelt hij zijn huis dit jaar opnieuw open voor een Highlander en zijn vrouw. „In 1985 ben ik drie weken met ze rondgereisd. Die man voelde zich bezwaard. Ik zei: Mag ik drie weken? Julhe zijn drie jaar voor ons bezig geweest." Uit de contacten met de veteranen werd het plan voor een Gelderse doedelzakvereniging geboren, „als een levend monument, een herinnering aan de bevrijders."

Schotse kilt
Dinsdagavond in een grote landbouwschuur achter Deventer-Colmschate. Omdat het korps behalve het spelen ook het heen en weer lopen moet oefenen, komt het vanavond niet bijeen op zijn vaste stek: de kantine van een metaalwarenfabriek bij Lieren. Buiten oefenen in een sneeuwbui is ook geen pretje, dus de doedelzakken worden in de schuur voor de dag gehaald. Eigenaar Flierman schept een achtergebleven plak modder weg.

De 48th Highlanders of Holland, Pipes and Drums oefenen tweemaal per week onder leiding van Pipe Major Dirk Goudkuil. Hij speelde al doedelzak vóór de oprichting van het korps en dient nu als instructeur. De meeste leden van de Veluwse 'Canadezen' hadden nog nooit een doedelzak in handen gehad toen ze lid werden, en een aantal kon zelfs geen noot lezen. De vier dames en ongeveer twintig heren, in leeftijd variërend van 17 tot 63 jaar, getroosten zich grote offers. „Een eenvoudige doedelzak kost al gauw 2000 gulden, en dat betalen ze zelf We hebben wel een duwtje gehad van het Prins Bernhardfonds." Het korps telt twee nog jongere pijpers. „Die krijgen les, voorafgaand aan de oefeningen, maar ze lopen nog niet mee." Deze avond wordt de maat genomen voor hun kilt. Martijn kijkt wat benauwd waar al die spelden blijven. De Highlanders of Holland treden op in het uniform dat hun Canadese voorbeelden in 1945 droegen.

Water en bloed
Goudkuil stelt zijn korps in 'slagorde' op: drie aan drie naast elkaar. „By the right!... Quick!... March!" De zakken van dierenhuid vullen zich met lucht. De pijpers marcheren voorwaarts, twee tamboers volgen. De akoestiek in de immense schuur is oorverdovend. „Het geluid van een doedelzak is wat melancholiek, het dóét je wat," zegt Ham. „En zoals het Wilhelmus uit een doedelzak klinkt, hoor je het nergens." Voorzitter Ham speelt zelf niet, maar is al ruim vier jaar de motor achter de band. „Vanwege zware suikerziekte en hartklachten wilde ik ermee stoppen, maar de vereniging wilde niet dat ik vertrok. Ook uit Canada kwam het verzoek om te blijven." Bij de herdenking van D-day werden de Veluwse Highlanders vorig jaar gevraagd om op het strand te spelen. Daar ontmoetten ze ook Bill Millen, de 71-jarige Brit die er een halve eeuw eerder spelend heen en weer stapte. Tijdens de herdenking speelde Millen dezelfde liederen als op de ochtend van 6 juni 1944. Op de boulevard werd het Gelderse korps door een enthousiaste menigte onthaald. Ze ontmoetten er een oude veteraan met zijn zoon, die hen een fles met water en bloed overhandigden. „Die vader was op het strand gewond geraakt. Hij had die fles met water en zijn eigen bloed gevuld en vijftig jaar bewaard. Die fles wilde hij nu aan ons geven."

Rechtsomkeert
In september onthaalden de Highlanders de veteranen in Nijmegen. Ze liepen over de Waalbrug en de Waalkade en bij hotel Brakkestein verwelkomden ze de auto's waaruit behalve een rijtje ambassadeurs ook Lord Carrington kwam, die een halve eeuw eerder als tankcommandant deelnam aan de bevrijding van de Waalstad. De veteranen werden opgevangen in het Goffertstadion. Een deel van de Engelsen stuurde de 'gewone' muziekkorpsen door en wilde alleen achter de Hollandse doedelzakband aan het stadion in. Ham speelt niet mee, maar wil er wel altijd graag bij zijn. Geen nood: met zijn blauwe uniform paste hij perfect tussen de veteranen. Zo kwam hij binnen. „In het stadion moesten de veteranen rechtsomkeert maken. Uit mijn diensttijd herinnerde ik me nog hoe dat moest. Toen liep ik opeens vooraan. Dus ik sjouwde door dat stadion met al die veteranen achter me aan. Dat was de stunt van de dag. Ons korps lachte zich wild."

Op 17 april traden de 48th Highlanders of Holland aan in Vaassen en Apeldoorn, 21 en 29 april hopen ze in Beekbergen te spelen en op diezelfde 29e april ook in Voorthuizen. Op bevrijdingsdag worden ze opgesteld in Barneveld en Apeldoorn, een dag later klinken de doedelzakken in Garderen. In mei behoren in Apeldoorn leden van de koninklijke familie tot de toehoorders. Op 9 mei marcheren de pijpers opnieuw door Barneveld en op 13 mei door Ochten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.