+ Meer informatie

Gelukkig samen met een zorghond

„Ja hoor, je bent een lief beest, een lief beest - wil je nog een koekje ?"

6 minuten leestijd

Uitslapen kan mevrouw Van de Wedde (83) uit Nijmegen nooit. Tot acht uur mag ze van Aletta onder de dekens blijven. Tot acht uur, maar geen minuut langer. Blijft mevrouw Van de Wedde toch liggen, dan zet Aletta het onherroepelijk op een blaffen. De buren kunnen er de klok op gelijk zetten. j „Ik heb Aletta nu vier jaar in huis. O, wat zou ik het erg vinden als ik haar kwijt moest raken. Ik heb weinig aanspraak, ga nooit weg, mijn man is overleden, lang geleden al, mijn dochter woont in Eindhoven en mijn vrienden en kennissen zijn vrijwel allemaal weggevallen. Maar tegen haar kan ik alles zeggen. Zelf zegt ze nooit iets terug en dat is maar goed ook hè, Alet? Want anders kregen we misschien wel eens ruzie". Aletta blaft. „Ja hoor, je bent een heel lief beest. Een heel lief dier. Zie ze daar toch eens liggen. Ze zit 's morgens vroeg al te kijken of ik mijn bed niet op ga maken. Als ik vergeet het plaid op de sprei te leggen, komt ze er niet op. Dat weet ze".

Gezellig

„Ik herinner me het nog als de dag van gisteren dat ze binnenkwam, want ik had me een heel andere hond voorgesteld. Ik dacht dat-ie kleiner zou zijn, ik had eigenlijk een foxhond in mijn hoofd. Zo'n fox vond ik wel leuk, had m'n dochter ook. Maar ze kwam direct bij me zitten. Gezellig".

Aletta richt haar kop omhoog en kijkt haar oude vriendin begrijpend aan. „Ja, je was meteen op het goeie adres hè? Wat schrok ik toch, toen je binnenkwam. Je had zulke lange, hoge poten en zo'n dun lichaam! En een heel spitse, witte kop. Ik dacht: „Wat komt daar nou binnen zeilen". Maar ze was meteen heel gewoon. Ze vond het heel aardig.

. Vier jaar geleden ben ik uit het bejaardentehuis gegaan. Ik had het er helemaal niet naar mijn zin. Ik heb mijn leven lang een hond gehad, maar in het bejaardentehuis waren honden niet toegestaan. Bij de ingang stond een bordje: „Verboden voor honden". En weet je wat de bezoekers deden? Ze stopten de honden in een grote tas, rits dicht, en zo werden de beesten naar binnen gesmokkeld. Goed hè? Nu woon ik weer hier, samen met Aletta".

Aletta stapt op van het bed. Ze strekt haar poten, geeuwt eens goed, schudt de kop en stapt loom door het kleine ka„Ze kwam direct bij me zitten". mertje. Op een bankje bij de voorruit neemt het dier plaats.

Prinsheerlijk

„O ja, daar zit ze altijd. Ze komt alleen op het bed en op het bankje voor het raam. Ik neem haar wel eens mee naar mijn dochter. Zij heeft ook zo'n bankje voor haar raam, maar haar hond heeft geen kans gehad om nog op dat bankje te komen. Die andere hond kon mooi op een afstandje kijken hoe mijn hond prinsheerlijk op dat bankje stond. Het water kookt, geloof ik. Ik hoor de fluit. Wilt u nog thee?"

Aletta springt van haar zetel af en volgt de oude dame trouw naar de keuken. „Ze loopt me altijd achterna. Als de ketel fluit en ik in de tuin ben, komt ze mij altijd roepen. „Het water kookt", zegt zé dan. Ze begint nu ook met de telefoon. Als die overgaat, kijkt ze me aan alsof ze zeggen wil: „Moet ik hem pakken of

Je kunt merken dat ze een goede opvoeding heeft gehad. Ze luistert prima. Ze is uitstekend afgericht. Het is net alsof ze alles begrijpt. Soms kijkt ze me net aan! Dan lijkt het wel of ze vragen wil: „Kan ik soms wat voor je doen ?" Ze is gehoorzaam, ze geeft kameraadschap, ze zorgt voor me. Echt een zorghond. Ze houdt me op de been".

Goed waaks

„En wat ook belangrijk is, ze is goed waaks. Normale honden blaffen altijd, behalve als het écht nood is. Vorig jaar ben ik een keer niet wakker geworden. Keffen dat-ie deed. De overbuurvrouw is toen komen kijken vanwege het geblaf. Ik bleek slapende op bed te liggen. Er was gelukkig verder niets aan de hand.

Ik vertrouw helemaal op dit beest. Soms vergeet ik zelfs om 's nachts de deur op slot te doen. Nou, dat geeft niets. Er komt geen mens binnen: zij pakt ze wel hoor, wees daar maar niet bang voor". Als mevrouw Van de Wedde weer plaatsneemt in haar stoel, duwt Alet haar natte snoet in het gezicht van de bejaarde.

„O? Wil je ook een koekje? Hier, niet te veel, want dat is niet goed voor je. Nee, ze eet niet veel, in élk geval geen voeding uit de dierenzaak. Ze lust veel rijst. Zilvervliesrijst. Met stukjes kip. Vindt ze heerlijk. Soms sta ik in de keuken en dan geeft ze me een tik met haar poten: „Hé, staat mijn bordje nog niet klaar?" 9 „O ja, daar zit ze altijd".

Ik geef haar nooit iets uit blik. Daar zit veel sojameel in. Hoe meer van dat meel, hoe groter de hoop in mijn tuintje. Ja, ze mag haar behoeften gerust in het achtertuintje doen. Ze komt me altijd vertellen als ze moet. Dan trekt ze me aan mijn jurk. Ik laat haar bijna nooit uit, dat hoeft niet, is niet nodig. Elk hoopje ruim ik zelf op. Bij normale ontlasting kan ik het 's winters gerust laten liggen. Dan blijft het toch hard. 's Zomers ruim ik het met een lapje op. Daardoor hoefik er niet uit. Makkelijk, nietwaar?"

Plassen

„Ik laat haar op commando drukken en plassen. Dat hebben ze haar geleerd van de Stichting Zorghond. Van die stichting is deze hond. Toen ik uit het bejaardentehuis ging, wilde ik direct weer een hond. Ik was net van plan om met mijn dochter naar het asiel te gaan, toen mijn oog op een advertentie van deze stichting viel. De stichting heeft drie honden voor oude mensen die vaak alleen zijn. Als ik ziek ben, komen de mensen van deze stichting Alet weer halen. Dat is een groot voordeel. Gelukkig is dat nog maar een paar keer gebeurd. Hè Alet?"

Aletta piept. Het kwijl loopt als stroop uit haar bek.

„Ja hoor, je bent een heel lief beest. Een heel lief dier. Zie ze daar toch eens liggen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.