+ Meer informatie

KERKELIJKE INKOMSTEN IN EEN TIJD VAN ECONOMISCHE NEERGANG

10 minuten leestijd

Licht en duister

leder weet dat tegen een donkere achtergrond het licht beter opvalt. Zo laat de bijbel ons tegen de achtergrond van ons donker bestaan het licht van het evangelie zien. Zijn boodschap zegt dat ons duister wordt verlicht. Zo begint Genesis en zo eindigt Openbaring. Het Licht der wereld is naar ons toe gekomen. Hij wil zijn kerk in moeite en zorg verlichting geven. Dit eeuwige licht van Christus schijnt evenals de zon altijd en over alles.

Ook in een duistere tijd van recessie? Ja, dan valt zijn licht zelfs beter op. Geloven we dat nog echt? In zijn licht kunnen beproevingen een uitdaging zijn, een aansporing tot meer geloof en gelovig leven. Vanuit dit geloof en in dat licht alleen wil ik iets over genoemd zakelijk onderwerp schrijven, al ontkom ik er niet aan de donkere zijde van het onderwerp ook te noemen.

Recessie

Als de economische groei die nodig is om onze nationale huishouding gezond te houden stagneert, zodanig dat de groei nul of negatief is, spreken we van recessie. Aanhoudende recessie betekent afname investeringen, minder productiviteit, minder vraag en toenemende werkloosheid. Dat leidt tot loongroeimatiging, loonstop of zelfs loonsvermindering voor hen die nog werk houden. Zij die als zelfstandige werken, hebben te lijden van minder opdrachten en een sterke druk op de prijzen, minder winst of zelfs verlies. Voor een conjunctuurgevoelig bedrijf dreigt staking of faillissement. Wie dit onheil met of zonder eigen schuld zwaar treft, verdient onze zorg en aandacht.

Overheid minder

Waar niet is verliest zelfs de keizer zijn rechten. Lagere winsten en inkomens zorgen voor een lagere belastingopbrengst. Lagere belastinginkomsten leiden weer tot forse bezuinigingen of tot verlegging van collectieve lasten naar de burgers. De investeringen van de overheid worden daardoor gedrukt, opgeschort of geschrapt. Recessie betekent dat regering en onderdanen minder hebben te besteden. En wie minder te besteden heeft kan minder royaal zijn in het geven voor bijzondere doelen. De vaste en primaire behoeften van de huishoudingen krijgen immers voorrang.

Burger minder

Wie betaald werk heeft en dat mag houden, wordt bij een recessie minder getroffen. Slechter af zijn zij die erdoor buiten het arbeidsproces terechtkomen. Een sociale uitkering is helaas fors lager dan het loon. Langdurige werkloosheid leidt ertoe dat de inkomsten tot bijstandsniveau dalen. Als de andere partner uit een gezin geen betaald werk heeft, kan een gezin in grote financiële moeilijkheden geraken, want veelal drukken op de gezinnen zware vaste lasten. Soms moet het eigen huis worden verkocht. Dat moet een aandachtspunt voor diaconieën en pastorale verzorgers zijn!

Er is ook een volksdeel met een vast inkomen voor wie een recessie minder voelbaar is. Een deel dat in betere tijden een vast pensioen of vermogen heeft verworven. We horen van tekorten bij enkele pensioenfondsen, maar de al verdiende pensioenen werden nog niet verlaagd. Profiteren deze vaste inkomensgenieters wel mee van lagere prijzen, ook zij kunnen zich niet wapenen tegen ingrepen van de overheid, zoals verhoging van heffingen en premies, bijv. van de ziektekostenverzekering. Een recessie treft in meer of mindere mate ieders portemonnee.

Solidariteit nodig

Solidariteit is de basis voor elke gezonde samenleving. Zij geldt temeer voor Christus’ gemeente. Kun je haar solidariteit vragen in een tijd van ‘ieder voor zich’, nog versterkt door recessiegevolgen? Ja, want in de kerk moet het anders toegaan, een christelijke gemeente is een solidaire gemeenschap. Haar leden hebben nog steeds veel gemeenschappelijk. De bijbelse boodschap wil daar licht op geven. De kerk leeft van genade, van onverdiende gaven. Christus leert ons te dienen, te delen, te geven. Dat is een zaak van het hart. Is het met het hart goed gesteld dan brengen we samen op wat nodig is. Waar Christus solidair wil zijn met ons, daar mogen we elkaar aanspreken op onze christelijke solidariteit.

Zorg kerkenraad en commissie van beheer (cvb)

Hebben de burgers van ons land minder te besteden, dan treft dit ook de leden van de kerk.

Kerkleden dragen niet alleen de zorg voor zichzelf en hun gezin maar ook nog voor de gemeente. En niet slechts voor het eigen gemeentelijk leven in engere zin, ook voor het landelijk werk. De stoffelijke belangen van de kerk worden door de kerkenraad in de regel gedelegeerd aan zijn commissie van beheer.

Deze commissie zorgt voor de financiële rekening en voor de uitvoering van inkomsten en uitgaven. Minder inkomen betekent meer zorg voor de gemeente, voor de kerkenraad en zijn cvb. Dat vraagt extra zorg voor de begroting, waarmee in tijd van recessie wijs moet worden omgegaan. In zware tijden zullen grote uitgaven worden uitgesteld en er zal allerwegen zuinig besteed worden. Voor een gezonde huishouding is het dan van nog groter belang dat alle organen goed functioneren.

Zorg voor hele kerk

Zorg voor eigen gemeente houdt ook in het voldoen aan de synodale verplichtingen voor de zgn. kerkelijke kassen. Ze vormen een post op de begroting van elke kerk. In de regel krijgen deze kassen op het collecterooster een vaste plaats. De kleine kassen worden vaak bij elkaar gevoegd tot één groep. Wat niet wordt gecollecteerd, wordt uit deze collectieve pot betaald of uit algemene middelen aangevuld. Het is erg jammer dat er kerken zijn die niet of te weinig afdragen voor één of meer kerkelijke kassen, soms ongewild, maar helaas ook bewust. Daarmee doen ze hun woord aan de kerk als eenheid geweld aan. Vermaningen in hun richting door de meerdere vergaderingen worden soms jarenlang genegeerd. Dat is toch zeer merkwaardig voor broeders die zeggen zo stellig voor waarheid en recht te staan. Is uw kerkenraad er één die niet voldoet aan zijn plicht, dring er dan op aan dat dit in orde komt.

Onbekend maakt onbemind

Om de afstand tussen de gemeente en het werk van een groot aantal deputaatschappen te verkleinen, heeft de generale synode 2001 besloten tot het geven van voorlichting door een informatiefolder. Hierin wordt het werk en de noodzaak van het landelijk kerkenwerk toegelicht. Vier deputaatschappen verschaffen de kerken reeds periodiek informatie over hun werk via een magazine dat gratis aan de leden wordt toegestuurd, wanneer althans hun kerkenraad daarvoor actuele ledenlijsten heeft verschaft. Ik doel hier op de periodieken Doorgeven en Vrede over Israël. Andere deputaatschappen plegen op andere wijze hun werk onder de aandacht van onze kerken te brengen.

Grens bereikt?

De vraag om geld van deputaatschappen en de druk daarvan op de gemeenten hield menige meerdere vergadering bezig. Zo ook de laatste generale synode 2001. De uitgaven moesten sterk worden besnoeid, waardoor veel deputaatschappen genoodzaakt waren hun beleid aan te scherpen, want veel gemeenten zuchtten reeds onder deze lasten toen er van recessie nog geen sprake was. De kerkelijke kassen zijn voor veel gemeenten een ernstige proeve van landelijke solidariteit.

Nehemia’s tijd ten voorbeeld

Het ging het volk Israël na de babylonische ballingschap economisch bepaald niet voor de wind. leder was volop bezet om zijn eigen land, huis en inkomensbronnen op orde te krijgen.

Maar het volk was er ook van overtuigd dat de dienst van God moest worden in stand gehouden. Het is opvallend wat meer dan 2.500 jaar geleden door Gods Geest in Israel werd tot stand gebracht. Ik geef een korte weergave van Nehemia 12 :44-47.

Er worden mensen aangesteld om de zaken zorgvuldig en eerlijk te regelen (goede organisatie). Er is bereidheid om te geven wat mogelijk is, nl. voor de behoeften van elke dag (wat nodig is). Er wordt gegeven naar de grootte van de akkers (eerlijke lastenverdeling, draagkrachtprincipe). Het geven wordt beleefd als een noodzaak, een verplichting (wettelijke bijdrage). Er is zorg voor de dienaren en voor muziek en tempelzang (zorg voor alle dienstwerk), ledereen doet mee, want geheel Israël geeft, zo staat er (algemene en collectieve solidariteit). De gaven worden beleefd als heilige gaven voor de Here (geestelijk handelen in waarachtig geloof).

De zorgen van toen lijken veel op de zorgen van vandaag. Het is een bijbels voorbeeld voor ons nú.

Offer in Gods koninkrijk

Wat de geschiedenis uit Nehemia 12 ook leert, is dat de gelden die voor de instandhouding van de kerk worden opgebracht een offer zijn. En met offers moet geestelijk en zorgvuldig worden omgegaan. Offer, omdat de gever al het mogelijke deed terwijl hij het zelf heel moeilijk had om het af te staan. Offer vooral, omdat hij zijn gave deed voor de dienst van zijn Here.

Offer is gave in en voor Gods koninkrijk. Naar Christus’ voorbeeld. Die alles, zelfs Zijn leven gaf. Offer blijft het ook voor hen die de gaven ontvangen en besteden. Het vergt grote zorgvuldigheid en geestelijke omgang met geld van hem wie de gave wordt gevraagd. Het vergt ook grote zorgvuldigheid en geestelijke omgang voor de besteders van het geld. Zorgvuldig en geestelijk handelen bij de vraag: wat moet ik geven? En zorgvuldig en geestelijk handelen bij de vraag: hoe wordt wat gegeven is, verantwoord besteed?

Niet onmogelijk, wel zorgvuldig

Het zal moeilijk worden voor het land, zo sprak onze minister-president bij zijn tweede kabinet. Het zal in een tijd van recessie ook moeilijk worden voor onze kerken en haar leden. Maar moeilijk betekent nog niet onmogelijk. Wat geldt voor de staat, geldt temeer voor de kerken. Dit vereist dat kerkbestuurders en deputaatschappen zorgvuldig handelen en goede informatie geven. Onze Regeerder vraagt verantwoordelijkheid van ieder lid, iedere kerkenraad en ieder deputaatschap.

Inspiratie

Want de verheerlijkte Here Jezus Christus regeert zijn kerk door zijn Heilige Geest. Hij wandelt temidden van de kandelaren (kerken) en houdt de sterren (ambten) in Zijn rechterhand (Openbaring 1). Daarom zijn in Christus’ kerk dingen mogelijk, die de seculiere samenleving niet voor mogelijk houdt. Dat leert ons Gods Woord met wat er gebeurde in de zeer moeilijke tijd van Nehemia. Want ten diepste zorgen niet wij voor zijn kerk, dat doet de Heer van de Kerk zelf. Door onze harten en door onze handen. De Here wil ook ons inspireren tot die gezindheid als in Nehemia’s dagen.

Heeft die geest van Christus en de getrouwheid aan zijn Woord het over ons te zeggen, dan mag de tijd moeilijk zijn voor ons, onze gemeente en onze kerken, maar dan is niets onmogelijk. Wij hebben de Here dankbaar onder alles te zijn. In dankbaarheid te werken in de zorg voor de materiële nood. Vergeleken met het Israël van toen lopen wij in financieel-economisch opzicht nog steeds mijlenver voor! Een zaak van geloof en van het hart. Het blijkt mogelijk in alle noodzakelijke behoeften te voorzien. Want wij geven het Hem uit zijn hand. Het meeste van wat Hij ons geeft, mogen we voor onszelf en ons gezin gebruiken. Maar een zeker deel geven we graag aan Hem terug. Dat is een zaak van geloof, een zaak van het hart.

Er is bij een recessie zeker reden tot zorg, maar er is nooit reden voor pessimisme in de kerk, zolang Christus, het Licht der wereld nog genadig schijnt en mensen verlicht. En dat doet Hij.

De economie van de kerk is voor ons een zaak van gelovig bidden èn werken en van dankbaarheid. Eerst het hart en dan de portemonnee. In alle tijden, ook in een tijd van recessie.

Br. W. van Zwol (63) te Wierden was tot zijn pensionering openbaar accountant en belasting-adviseur. Hij is ouderling en voorzitter van de commissie van beheer van de kerk van Almelo. Daarnaast is hij o.a. generaal deputaat / penningmeester voor de Evangelisatie; hij was lid van de generale synode 2001.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.