+ Meer informatie

„Vrijheid van onderwijs is vooral de vrijheid van schoolbesturen"

5 minuten leestijd

UTRECHT - Om maar meteen met de deur in huis te vallen... Stelling 13: „Als onderwijsdeskundigen zich super-praktisch presenteren, gaan onderwijspractici zich super-kundig voelen". Een zin waar een wereld van gedachten achter schuilgaat. „Het wordt op den duur een puzzel. Je blijft zoeken naar de oplossing".

Hij moet niet veel hebben van onderwijsbonzen. „Het zijn professionals die altijd precies weten wat goed is voor het onderwijs. Ouders hebben ze daar niet bij nodig". Dat steekt drs. A. M. Versloot (44) uit Veenendaal. Tien jaar geleden kroop hij in de pen en nu ligt er het proefschrift "Ouders en vrijheid van onderwijs; schoolkeuze in de provincie Utrecht" waarop Versloot vanmiddag aan de Rijksuniversiteit Utrecht promoveerde. „Je komt rare dingen tegen".


Voor veel ouders is het zoeken en kiezen van een school voor hun kinderen niet gemakkelijk. Dat ondervond Versloot zelf toen hij in 1977 Veenendaal als woonplaats koos. „De stad is traditioneel overwegend orthodox protestants-christelijk. De buurt Veenendaal-Zuid is door de naatngeving van de straten (dr. Kuyperstraat en Groen van Prinstererstraat) een monument van de schoolstrijd". Het aanbod van onderwijsvoorzieningen in Veenendaal is „eenzijdig gericht": overwegend protestants-christelijk.


De Veenendaalse ervaring leidde bij Versloot (rooms-katholiek opgevoed, maar „ik doe er niet meer aan") tot vragen. „We kennen in Nederland vrijheid van onderwijs en vrijheid van schoolkeuze. Dat betekent niet zonder meer dat in de dagelijkse realiteit voor alle ouders daarvan sprake is. Ik vroeg me af hoeveel ouders echt tevreden zijn met het kunnen kiezen tussen scholen van verschillende richting. Ik vroeg me af hoeveel ouders bij het kiezen van een woonplaats van tevoren voldoende nagaan of zij daar een school kunnen vinden die past bij hun opvattingen".


Versloot koos de provincie Utrecht als onderzoeksterrein. „Uit praktisch oogpunt maar ook omdat je daar een doorsnee hebt van het Nederlandse onderwijsveld". Volgens de Utrechtse socioloog waarderen ouders in het Nederlandse onderwijssysteem de vrije keuze uit scholen, maar komen ze regelmatig tot de ontdekking dat die vrijheid maar betrekkelijk is.


Schokkende conclusie van Versloot: De vrijheid van onderwijs is vooral de vrijheid van schoolbesturen. „Die vrijheid wordt hun door de ouders gegund, maar is tegelijkertijd behoorlijk ingeperkt. Heel zelden is er een optimale afstemming tussen datgene wat ouders willen en het aanbod van de school. Ouders gaan af op het etiket: rooms-katholiek, protestants-christelijk, openbaar of algemeen-bijzonder. Hebben ze eenmaal een keuze gemaakt dan is het nagenoeg gedaan met hun mogelijkheden om invloed uit te oefenen". Het verzuilde belemmert dus een vrije onderwijskeuze.


Gunstige uitzondering vormt een deel van het protestants-christelijk onderwijs. „Vooral binnen de orthodoxe flanken functioneert het systeem zoals het ideologisch wordt verdedigd. In de omgeving van de school zie je dan een concentratie van mensen met dezelfde opvattingen, die bovendien niet vaak verhuizen", aldus Versloot. „De ouders participeren ook in het schoolbestuur. Bovendien geeft een vereniging als rechtspersoon een grotere garantie dat de mening van ouders wordt gehoord".


Het onderwijs is toe aan een totaal andere vormgeving, vindt Versloot. „De structuur van het onderwijs is nu veel te bureaucratisch. Het is toch te gek dat de best opgeleide leerkrachten in het basisonderwijs 40 á 50 procent van hun tijd bezig zijn met het invullen van formulieren? Scholen hebben te maken met inspectie, schooladviesdienst, administratiekantoor, schoolbestuur, verschillende afdelingen van het ministerie, landelijke organisaties, schoolartsendienst en ga zo maar door. Al die zaken moet je samenbrengen in een regionaal or'gaan. Die kan voor alle scholen in de regio de technische zaken behartigen. De leerkrachten kunnen dan hun tijd besteden aan de taak waarvoor ze op school zijn".


Als het aan Versloot ligt worden de onderwijszuilen geveld. „Ouders moeten echte keuzevrijheid hebben. Ze moeten kunnen kiezen tussen scholen die wezenlijk van elkaar verschillen. Ook moeten ze echte zeggenschap krijgen en inbreng hebben in het schoolbestuur. Het onderwijs past zich nu nog te traag en eenzijdig aan bij de steeds veranderende vraag van ouders".


„Je kunt als school niet pretenderen te bieden wat ouders willen als je hen daar niet steeds naar vraagt. Het systeem van vrijheid van onderwijs legt je de plicht op om daar zoveel mogelijk naar te streven. Scholen moeten daarom periodiek gaan peilen wat er leeft onder de ouders. Een soort onderwijs-verkiezingen". De cijfertjes komen op tafel. „Van alle leerlingen die in de stad Utrecht op pc-scholen zitten behoort 35 procent ook werkelijk tot die denominatie. De meerderheid van de ouders voelt zich dus weinig verwant met het etiket van de school".


Het komt erop neer dat ouders, leerkrachten en directies meer te zeggen krijgen binnen de school. Landelijke vakbondsbestuurders, onderwijskoepels, ambtenaren en politici moeten een stapje terug doen. Veel verwacht Versloot er niet van. „Ik vraag me af in hoeverre de huidige onderwijsbestuurders bereid zijn om de vrijheid van onderwijs zo te interpreteren dat het om de ouders gaat. Men is vaak uit op de verworven rechten als bestuurders".


Voor zichzelf is hij tevreden. „Het wordt een puzzel die je op wilt lossen en dat is nu het geval". Als uitsmijter nog een stelling, nummer 12. „Aan de goede reputatie van het Nederlandse onderwijssysteem dient te worden getwijfeld, gezien de geringe mate waarin het door andere landen is gekopieerd"...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.