+ Meer informatie

Een pastorale psychiater

Drs. Hans Meissner: Als christenpsychiater heb je de wens dat de patiënt zich mag bekeren tot de levende God

13 minuten leestijd

Pastor en psychiater in één persoon, dat is voor drs. Hans Meissner de ideale therapeut. Hij zag zijn ideaal verwerkelijkt in Alphonse Maeder, op wie hij maandag promoveert. Na zijn bekering tot het christelijk geloof gaf Maeder aan zijn psychiatrie een evangelische invulling. Wat Meissner betreft een voorbeeld. "Wetenschap, ook psychiatrische wetenschap, is geen neutrale bezigheid."

Aan zijn jeugd bewaart Hans Meissner dierbare herinneringen. De natuur, de ruimte, de vegetatie van het gebied dat toen nog Openbaar Lichaam de Noordoostelijke Polder heette. "Voor een kind een prachtige plek om te leven en te wonen. Je kon er hutten bouwen in het bos, planten poten in je eigen tuin, op boerderijen bij vriendjes kalfjes geboren zien worden."

Met zijn elfde jaar kwam een einde aan het ongestoorde genieten. Hans had een goed verstand en mocht naar het gymnasium van de kort ervoor gestichte Gereformeerde Scholengemeenschap in Amersfoort, waardoor hij in de kost kwam bij een oom en tante. Op het gymnasium rijpte het idee om geneeskunde te gaan studeren. De interesse voor de psychiatrie ontstond tijdens de colleges van de befaamde psychiater J. H. van den Berg. "Mijn ongemotiveerde huiver voor de psychiatrie viel daardoor volledig weg. Die man was zó anti Freud, maar tegelijk ook zó krachtig psychiater dat de psychiatrie voor mij in een totaal ander licht kwam te staan."

De definitieve beslissing viel tijdens het co-assistentschap psychiatrie. "Ik reed een dag mee met een psychiater in de crisisdienst van Den Haag. Op een gegeven moment moesten we uitrukken voor een vrouw met zeer ernstige psychiatrische problemen. De complete buurt stond eromheen, inclusief de politie. Ik ben bij die vrouw gaan zitten en heb haar al pratend de ambulance in gekregen. Waarop die psychiater tegen me zei: "Als jij over een paar maanden arts bent, moet je bij ons komen werken. Je hebt het in je." Ook de studie filosofie heeft meegewerkt aan de keuze voor de psychiatrie. Net als filosofie vraagt psychiatrie een voortdurende reflectie. Binnen een paar weken had ik een opleidingsplaats in Utrecht. Dat was in die tijd werkelijk een wonder. Zo zie ik het nog steeds."

Door zijn werk als psychiater in het Gereformeerd Psychiatrisch Ziekenhuis werd Meissner geconfronteerd met de vraag naar de relatie tussen psychiatrie en pastoraat. Aan de Theologische Universiteit te Kampen (Broederweg) verdiepte hij zich in de wetenschappelijke literatuur over pastoraat. Een boekje van de dogmaticus J. Veenhof bracht hem, zij het indirect, op het spoor van Alphonse Maeder.

"Veenhof geeft in dat boekje aan dat de christenen in de vierde eeuw na Christus hun geneeskundige zorg niet langer beschouwden als eigen kernactiviteit, maar die overdroegen aan niet-christenen. Hij verklaarde dat uit de tanende verwachting van de wederkomst van Christus. Die stelling herinnerde me aan een passage uit een ander boek, over een psychiater die de toekomstverwachting heel belangrijk vond in het psychisch functioneren van mensen en langs die weg uitkwam bij een evangelische benadering van patiënten. Ik ben gaan bladeren en vond de bewuste passage uiteindelijk in de "Kroniek der psychologie", nota bene va n Van den Berg. De bewuste psychiater bleek Alphonse Maeder te heten en een van de "Altmeister der Psychotherapie" te zijn. Daar ligt het begin van mijn promotieonderzoek."

Net als bij Meissner ontstond bij Maeder (1882-1971) de belangstelling voor de psychiatrie tijdens de studie geneeskunde. Hij specialiseerde zich in het psychiatrisch ziekenhuis Burghölzli te Zürich, waar de befaamde dieptepsycholoog Carl Gustav Jung werkzaam was. Zowel persoonlijk als schriftelijk onderhield Maeder contact met Sigmund Freud, 'uitvinder' van de psychoanalyse, die aanvankelijk grote waardering voor hem had. In 1918 begon Maeder een eigen praktijk aan huis, waarmee hij internationale bekendheid verwierf. Zo volgde Nederlands beroemdste psychiater, H. C. Rümke, in Zürich een korte psychotherapie en had Maeder de bekende zendingstheoloog Hendrik Kraemer in behandeling.

Hoewel hij in zijn jeugdjaren met de kerk had gebroken, nam de belangstelling voor het christendom bij de Zwitserse psychiater met het ouder worden weer toe. Met name door zijn vriendschap met de bekende theoloog Emil Brunner. Van nog groter betekenis was het contact met Frank Buchman, leider van de Oxfordgroep, een opwekkingsbeweging tussen de twee wereldoorlogen die een praktisch christendom voorstond.

In 1932 kwam het bij Maeder tot een definitieve bekering. Zelf schreef hij daarover: "Voor de eerste maal beleefde ik aan mijzelf het woord "zonde", tegen hetwelk ik mij als modern psycholoog steeds verzet had. Maar ook vergeving kon ik ervaren. Mijn voorbarig "ik" begon den weg in de laatste rang, naar zijn plaats terug te vinden. Sedert dien heeft Christus, die mij een levende realiteit geworden is, mij rijke hulp in mijn leven deelachtig doen worden."

Na de ingrijpende ommekeer nam Maeder geen afstand van de psychoanalyse, maar gaf hij er een andere invulling aan. Hij ging die verbinden met pastorale elementen. Voor Meissner reden om Maeders werkwijze te typeren als pastorale psychiatrie. Kern van zijn dissertatie is de vraag op welke wijze de pastorale psychiatrie van Maeder licht werpt op de helende functie van het christelijk pastoraat voor professionals in de psychiatrische praktijk.

De huidige onbekendheid van Maeder verklaart Meissner uit de omslag in zijn leven, die gevolgen had voor zijn handelen als psychiater. "In de modernistische tijd was godsdienst in de psychiatrie not done. Vooral in de psychoanalyse werd religie neergezet als uiting van gekte. Een verknipte wijze om met innerlijke angsten om te gaan. Opium voor het volk, om het met Karl Marx te zeggen. Toch werd Maeder veel vertaald en aangehaald."

Wat is de essentie van de psychotherapie zoals Maeder die beoefende?

"In diagnostiek en therapie verrekende hij de geloofsmatige aspecten in het psychische functioneren van patiënten en van zichzelf en zette hij pastorale middelen in ter bevordering van psychische gezondheid. Hij was niet primair uit op evangelisatie of het opwekken van het geloof in God. Omgekeerd bood zijn geloof in God hem wel middelen, pastorale middelen, om psychische gezondheid te bevorderen."

Hij wilde de pastor integreren in de persoon van de psychiater?

"Voorzover het ging om het bevorderen van psychische gezondheid. Een pastor zal dat doel niet hebben. Die is uit op het wekken en het versterken van geloof in Christus."

Toch biedt uw dissertatie passages waarin Maeder aangeeft dat de ware rust alleen in Jezus Christus wordt gevonden. Beoefende hij de psychiatrie niet mede vanuit het verlangen patiënten tot de Heiland te leiden?

"Ik denk het wel. Natuurlijk! En dat herken ik. Elke christenpsychiater heeft als het goed is de diepe wens dat de patiënt zich mag bekeren tot de levende God. Maar je moet daarbij wel je eigen verantwoordelijkheid in het oog houden. Je hebt als taak mensen tot psychische gezondheid te brengen."

Wat is psychische gezondheid?

"Ik heb ooit geprobeerd dat wat in kaart te brengen, maar niemand die er zijn vingers aan wilde branden. Dat is niet zo vreemd, want zodra je het woord "gezondheid" laat vallen, komen daar voor mensen beelden bij die alles te maken hebben met hun geloofsovertuiging. Ongeacht welke. Dat laat meteen zien hoe kortzichtig de bewering is dat je je als psychiater niet met religie moet inlaten. Psychiatrische doelen en pastorale doelen liggen heel dicht bij elkaar."

Maeder zette pastorale middelen in. Waar moet ik dan concreet aan denken?

"Maeder was ervan overtuigd dat in het psychisch functioneren krachten zitten die richtinggevend zijn. Als die in het therapeutisch gesprek aan de orde kwamen, ging hij er uitgebreid op door. Hij stuurde er ook bewust naar toe. De psychoanalyse bleef hij gebruiken, maar niet als doel op zich. Wat uit de analyse van het verleden naar voren kwam, gebruikte hij om het beoogde doel van psychische gezondheid te bereiken. Hij was heel toekomstgericht bezig.

Het therapeutisch gesprek kon hij desgevraagd onbevangen onderbreken voor een gebed. Hij liet patiënten ook wel eens platen zien, bijvoorbeeld de plaat die Rembrandt maakte van de verloren zoon, waarbij de vader zich over de zoon buigt. Niet meteen om mensen tot de Vader met een hoofdletter te leiden, maar wel om in hun psychisch functioneren noties die besloten liggen in het christelijk geloof, aan te wakkeren."

Vervaagt zo niet de grens tussen psychiatrie en pastoraat?

"Ik denk dat Maeder in zijn theoretisch denken die grens heel goed zag en bewaakte, maar in de praktijk komt heel veel meer aan de orde dan alleen het psychische. Hij had zeker niet de bedoeling om op de stoel van de predikant te gaan zitten. Wel wilde hij de helende functie van het pastoraat optimaal benutten in zijn psychiatrische praktijk."

Dat kan ook door een niet-christen, geeft u in uw dissertatie aan. Hoe?

"Een ongelovige collega zal nooit spreken over pastorale psychiatrie. Wel wordt steeds breder erkend dat aan het geloof psychische aspecten verbonden zijn, die je in diagnostiek en therapie moet verwerken. Dan ontkom je er niet aan te bedenken welk geloof je er zelf op nahoudt. Dat is richtinggevend voor je manier van behandelen. Ik kan mensen op dit gebied niet veel verder helpen dan het punt dat ik zelf heb bereikt. Als mijn geloof ophoudt bij de overtuiging dat de mens enkel stof is, zie ik de patiënt voor me ten diepste als een samenraapsel van moleculen dat ik een optimale conditie moet zien te brengen.

De winst van het postmodernisme is dat dit onderwerp nu bespreekbaar is. Tegelijk moeten we die winst niet overschatten. Wij kennen in Nederland het merkwaardige woord "zingeving". Dat suggereert dat ik zelf aan de dingen zin geef. Terwijl mensen de zin in hun leven vrijwel altijd ervaren als iets wat van buitenaf naar hen toe komt."

Wat hebt u als christenpsychiater van Maeder geleerd?

"Dat je uitermate gevoelig moet zijn voor vragen van patiënten met een pastoraal karakter, om te bezien wat je daarmee kunt ter bevordering van hun psychische gezondheid. Enkele weken geleden had ik een jonge man voor me die door de huisarts was doorgestuurd omdat hij op alle levensterreinen verzandde. Het eerste wat hij tegen me zei, was: "Ik mis doel en zin in mijn leven." Waarop ik antwoordde: "Het lijkt wel of je een pastoraal gesprek met mij wilt voeren." Dat vond hij heel opvallend, want hij had ook al contact gezocht met een dominee. Die jongen moet psychiatrisch behandeld worden, maar als je het belang van zijn pastorale vragen miskent, laat je mijns inziens ook uit professioneel oogpunt een grote steek vallen."

Maeder bleef de psychoanalyse gebruiken, zij het dat hij er een andere invulling aan gaf. Welke betekenis kent u toe aan psychoanalyse?

"De techniek vind ik interessant, de hele wereld erachter is vrij duister. In het modernisme na Descartes is de geneeskunde, ook in de vorm van de psychiatrie, ingezet ter verdringing van theologie en pastoraat. Typerend is dat de terminologie van de psychoanalyse is ontleend aan het technisch hoogstandje van dat moment: de stoommachine. Weerstand, energieën, stoom afblazen, het gevaar van ontploffing. De stoommachine was het hoogtepunt van alles wat uit de menselijke geest tevoorschijn was gekomen. Het is aantrekkelijk om die uiting van vernuft te vertalen naar het hoofd waaruit het is voortgekomen.

Nu gebeurt hetzelfde met de computer. Ik heb me altijd sterk beziggehouden met de vraag: Wat levert dat aan opvattingen op die de psychische gezondheid niet bevorderen, maar schaden? Als de metafoor niet of niet geheel juist is, kloppen ook de conclusies niet. Het is geweldig belangrijk, zeker voor een christenpsychiater, dat je de modernistische trends in de theorievorming onderkent en kritisch bevraagt."

In de inleiding van uw dissertatie geeft u aan dat de integratie van psychiatrie en pastoraat binnen de gereformeerde geestelijke gezondheidszorg nauwelijks aanwezig is, terwijl je die juist daar zou mogen verwachten. Hoe komt dat?

"Het valt me op dat de term psychiatrie in de gereformeerde geestelijke gezondheidszorg nog erg technisch wordt ingevuld. Niet zo lang terug las ik in het Nederlands Dagblad een bericht dat er bij Eleos een ernstig tekort aan psychiaters is. Vanuit de directie werd het belang van artsen met kennis van de stofwisseling benadrukt. Dat vind ik een erg beperkte visie op het psychiatrische handwerk. Deze visie maakt het voor mensen ook niet erg aantrekkelijk om psychiatrie te gaan studeren. In mijn optiek is een psychiater een breed opgetuigd iemand die een veelzijdig vak beoefent."

"Bij Eleos vult men de pastorale kant van het werk heel pragmatisch in. Daarvoor 'huurt' men de eigen dominee of wijkouderling van de patiënt in. Vanuit het directoraat van het GPZ werd indertijd een strikte scheiding tussen psychiatrie en pastoraat gepropageerd. Een bijkomend dilemma in de gereformeerde geestelijke gezondheidszorg is de vraag of je mag spreken ov er iemands geloof als er geen sprake is van christelijk geloof. Die vraag beantwoord ik met ja. De mens is onuitroeibaar religieus. Door de zondeval is ook het religieuze denken verdorven, maar het biedt wel aanknopingspunten die van belang kunnen zijn voor de bevordering van de psychische gezondheid.

Vanuit eigen kring werd ik in het GPZ geregeld geconfronteerd met mensen die ervan overtuigd waren dat ze de zonde tegen de Heilige Geest hadden bedreven. Dat had vaak het karakter van een dwangstoornis, die ik met medicijnen probeerde te behandelen. Tegelijk probeerde ik die geloofsvraag een plaats te geven in de behandeling, door in therapeutische gesprekken na te gaan hoe er in de omgeving van de patiënt over werd gedacht en gesproken, en te vertellen hoe ik er vanuit mijn geloofsovertuiging tegenaan keek."

Wat hoopt u met uw dissertatie te bereiken?

"Voor het leggen van de dwarsverbinding tussen pastoraat en psychiatrie moet je wijsgerig inzicht hebben, waaraan het geloof van de Schrift vooraf gaat. Wetenschap, ook psychiatrische en theologische wetenschap, is geen neutrale bezigheid. Dat vraagt een wijsgerige doordenking die aan beide vakwetenschappen eisen stelt. Wat mij betreft een reformatorisch-wijsgerige doordenking. Cultuurfilosofie verheldert waarom de ontstaansgeschiedenis van de geneeskunde, waaronder de psychiatrie, opgevat kan worden als de verdringingsgeschiedenis van het pastoraat. Dat maakt psychiatrie niet overbodig, maar helpt haar een bescheiden plaats in Gods schepping toe te kennen.

Van de collega's aan wie ik het boek heb gegeven, krijg ik tot nu toe positieve reacties. Ze erkennen dat ik zaken aanreik waar we in de psychiatrie niet meer omheen kunnen. Ook de afdeling geestelijke verzorging van de Zwolse Poort is ingenomen met het boek. Ik heb gevraagd: Beseffen jullie wel dat ik ervoor pleit dat de psychiaters een deel van jullie taak overnemen?, maar dat vinden ze prima. Ze hebben werk genoeg. Meer dan ze aankunnen."

Levensloop J. W. G. Meissner

Johannes Wilhelm Georg Meissner groeide op in het dorpje Ens in de Noordoostpolder. Na het behalen van zijn gymnasiumdiploma studeerde hij farmacie aan de Rijksuniversiteit te Leiden, totdat hij werd ingeloot voor geneeskunde. Vanaf het kandidaatsexamen geneeskunde studeerde hij tevens filosofie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Onder prof. dr. Marten Kuilman specialiseerde hij zich aan de Psychiatrische Universiteitskliniek van Utrecht tot psychiater.

In 1993 trad de gereformeerd vrijgemaakte Meissner in dienst van het Gereformeerd Psychiatrisch Ziekenhuis (GPZ). Hij werkte daar als teampsychiater in de buitenpolikliniek te Zwolle en de deeltijdkliniek te Bosch en Duin. Op 1 januari 1999 stapte hij over naar het Algemeen Psychiatrisch Ziekenhuis St. Franciscushof te Raalte, waar hij beleidspsychiater van de sector langdurige zorg was. Per 1 september 2000 werd hij benoemd tot psychiater-manager voor de subregio Steenwijk-Kampen-Raalte van deze instelling, die zich sinds begin 2001 Zwolse Poort noemt. Maandag promoveert de 44-jarige Meissner, gehuwd en vader van vier kinderen, op een dissertatie over Alphonse Maeder en diens pastorale psychiatrie, met als titel "Van hulp en heil".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.