+ Meer informatie

Gedoogbeleid

6 minuten leestijd

OOSTKAPELLE - Gebrek aan bestuurskwaliteit. Daar zit volgens campingbeheerder L. Wattel in Oostkapel Ie de al vier jaar slepende ruzie tussen hem en het gemeentebestuur van Domburg op vast. Inzet van het conflict, dat inmiddels is verzand in een juridisch steekspel, is de vraag of Wattel wel of niet de vereiste kampeervergunningen heeft. De Zeeuwse campingbaas zegt volstrekt legaal bezig te zijn. De gemeente ontkent dat in alle toonaarden en laat van tijd tot tijd de camping ontruimen. De kampeerders zijn het slachtoffer.

Door E. van Dijkhuizen en A. T. W. de Mik

Woensdag, 11.00 uur. Ondanks het hoogseizoen is het opvallend rustig op mini-camping De Kalfhoek in Oostkapelle. Slechts een handvol gasten bevolkt het uitgestrekte grasveld. Een bebaarde, uit Antwerpen afkomstige gast weet waar die rust aan te wijten is. Al negen jaar komt hij met vrouw en kinderen bij Wattel, ondanks het feit dat hij (sinds vorig jaar) elke dag het risico loopt door de gemeente weggestuurd te worden.

Wattel kan bij het horen van het relaas z'n emoties nauwelijks bedwingen. „Deze mensen wonen op een flatje, drie hoog in Antwerpen. Van oma's spaarcentjes hebben ze een caravan gekocht. Het is voor hun de enige mogelijkheid om op vakantie te gaan. Door alle problemen dreigt hieraan een eind te komen. De gemeente beseft niet wat ze deze mensen aandoet". Moeiteloos illustreert de 52-jarige campingbaas z'n klaagzang met meer trieste voorbeelden. „Ik krijg hier elk jaar een gezin met twee autistische kinderen. Die kinderen hebben zich enorm gehecht aan deze camping. Ze worden hier niet geplaagd. Dit jaar is het gezin vier keer achter elkaar 's nachts wakker gemaakt door de politie. Ze kregen het bevel om de camping te verlaten. Daar heb ik werkelijk geen woorden voor". renlang werden de bedrijfjes genegeerd, maar sinds kort wijdt de ANWB ook aan hen een aparte rubriek. Dat maakt de houding van de gemeente Domburg des te onbegrijpelijker, vindt Wattel. Zijn camping werd vorig jaar diverse keren op last van de gemeente ontruimd, omdat hij niet de vereiste vergunningen zou hebben. Wattel twijfelt echter geen moment aan zijn gelijk. „Ik ben volkomen legaal bezig. Alles wat ik doe, valt binnen de wet. De gemeente speelt in de hele kwestie een uiterst dubieuze rol".

De problemen tussen Wattel en de gemeente Domburg begonnen in 1986. Wattel was toen nog wethouder voor het CDA en beheerde onder meer de portefeuilles ruimtelijke ordening en recreatie. Tijdens zijn wethouderschap veranderde de kampeerwetgeving. Tot 1986 gold de gemeentelijke kampeerverordening. Die stond bij de boer maximaal vijf kampeereenheden (caravan, tent en dergelijke) toe gedurende zeven maanden. Verder waren er tijdens de pinksterdagen en in de maanden juli en augustus vijf extra eenheden toegestaan. Ten slotte bestond er nog een soort piekopvang, die inhield dat er in de drukste periode nóg eens vijf eenheden toegestaan waren. Een boer kon op een bepaald moment dus vijftien eenheden hebben. caal in. Als er twijfels bestaan over mijn functioneren, of ze terecht zijn of niet, moet ik direct stoppen. Mijn opvolger, een PvdA'er, heeft de draad nooit opgepakt, met als gevolg dat het kamperen bij de boer in de gemeente Domburg nog steeds niet officieel geregeld is".

De Kampeerwet biedt ook de mogelijkheid vrijstelling aan te vragen om te kamperen op locaties die geen recreatieve bestemming hebben, zoals agrarische gronden. Dit moet wel aangegeven worden in een bestemmingsplan. De gemeenteraad van Domburg bepaalde verder dat, ondanks de nieuwe wet, de oude aantallen gehandhaafd moesten blijven. Het college van B en W ging daar volgens Wattel niet mee akkoord. „B en W wilden een gedoogbeleid. Dat is in strijd met de wet".

Wattel wilde de wettelijke mogelijkheden benutten en vroeg voor 1988 en 1989 vrijstellingen aan. Die kreeg hij. Bij de aanvragen voor 1990 en 1991 ging het mis. „Ik heb de verzoeken vroeg ingediend, omdat ik op tijd zekerheid wilde hebben of ik kon draaien. Het college wilde mijn aanvragen niet in behandeling nemen, omdat ik te vroeg was. Dat is onzin, omdat de Kampeerwet geen termijn noemt. Het college antwoordde dat er nog geen beslissing werd genomen en dat ik later in het jaar opnieuw moest aanvragen. De Kampeerwet bepaalt echter dat het niet binnen twee maanden beslissen betekent dat de vrijstelling verleend' is. Ik had dus voor 1990 en 1991 vergunning". tie om vier uur 's morgens op mijn terrein. Er werden elf verbalen uitgedeeld aan gasten".

Vorig jaar had Wattel in totaal voor 21.000 gulden aan boetes. „De zaak is voorgekomen bij de kantonrechter en die heeft mij gedeeltelijk in het gelijk gesteld. In hoger beroep werd m'fjn zaak zelfs vernietigd. Dat houdt niet in dat ik gelijk heb, maar wel dat het de officier van Justitie niet gelukt is mij te veroordelen". Inmiddels heeft Wattel meer dan 20 procedures lopen bij de Raad van State. Hij verwacht volgend jaar de eerste uitspraken. „Ik ga er zonder meer van uit dat ik dan in het gelijk gesteld wordt. Ik ga door tot het bittere eind, omdat ik zeker weet dat ik legaal bezig ben". burgemeester in de zaak-Wattel, worden de problemen niet door de gemeente maar door Wattel veroorzaakt. „Feit is dat Wattel geen minicamping, maar een gewone camping wil exploiteren. Dat kan niet, omdat voor hem de normen voor het kamperen bij de boer gelden. Hij laat dan ook al jaren te veel kampeerders toe. Omdat een redelijk gesprek met hem onmogelijk is, is om te beginnen in 1988 en voor het laatst in 1990 zijn camping ontruimd. Op dit moment heeft hij geen geldige vrijstellingen meer. Hij mag dus in feite helemaal niets. Desondanks blijft hij doorgaan".

Volgens jurisprudentie kan een gemeentebestuur bij het herhaald overtreden van de wet besluiten een vrijstelling te weigeren. Coerts: „In de zaak-Wattel is van die regel gebruik gemaakt. De opmerking van Wattel dat hij voor 1990 en 1991 over alle vrijstelllingen beschikt, is dus onjuist. De voorzitter van de afdeling rechtspraak van de Raad van State heeft hierover verleden jaar duidelijk uitspraak gedaan. Wattel kent deze uitspraak. Voorlopig blijft het afwachten. De procedures die op dit moment lopen, zullen uiteindelijk uitwijzen wie er gelijk heeft", aldus de gemeentesecretaris.

De Oostkapelse campingbeheerder L. Wattel: „Ik twijfel er geen moment aan dat de Raad van State mij in het gelijk zal stellen". Op dit moment is de camping vrijwel leeg. Foto RD snel mogelijk duidelijkheid in de zaak-Wattel hebben.

J. Marinussen, waarnemend politiecommandant van het samenwerkingsverband Walcheren/Noord-Beveland, deelt haar mening. „De zaakWattel is inmiddels een gebed zonder eind". Marinussen weigert verder inhoudelijk commentaar te geven. „Het gaat duidelijk om een bestuurlijke aangelegenheid en daar bemoei ik me niet mee". Alle maatregelen tegen Wattel worden in driehoeksoverleg tussen politie. Justitie en gemeentebestuur besproken. Marinussen is overtuigd van het gelijk van de gemeente. „Als ik daar maar één moment aan zou twijfelen, dan liet ik beslist niet verbaliseren of assisteren bij ontruiming. De tijd dat de politie zich overal voor leende, is gelukkig voorbij".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.