+ Meer informatie

„Snel weg jij, anders kom ik over je heen, aardworm"

3 minuten leestijd

worm". De afstand tussen eigen trekhaak en de voorspoiler van de achterligger is al snel eng klein geworden.

Even gaat de verleiding om het rempedaal licht te beroeren door je heen, maar daar zie je vanwege de niet onaanzienlijke risico's die dat met zich meebrengt wijselijk van af. Nadat rustig de rechterbaan weer is opgezocht, kan bij het passeren een vuile blik, een opgestoken middelvinger of een wijsvinger aan het voorhoofd worden ingewacht. Soms ook blikt de snelle zonnebril van de passant slechts stoïcijns voorwaarts. De drager ervan is niet in staat af te dalen tot het bedenkelijke niveau van de automobilist die gewoon 120 of 100 aanhoudt, al naar gelang de wet dat voorschrijft.

JaaHijkse brokken

Kleven. Onvoldoende afstand houden tot de voorligger. Van de 16.000 ongevallen die er jaarlijks op de Nederlandse autosnelwegen gebeuren, zijn er 6000 het gevolg van onvoldoende afstand bewaren; omgerekend 37 procent. Daarin is alles begrepen: van een ingedrukte bumper tot een kettingbotsing als op de A-16 bij Breda van 6 november vorig jaar die acht levens eiste. Daar bovenop komen voor 1990 1012 verbalen voor kleefgevallen zonder brokken. Relatief gezien is de snelweg veilig. Van de 1500 verkeersdoden per jaar vallen er 150 op de snelweg, waarop de meeste kilometers worden verreden.

Zeventig procent van de ongevallen op snelwegen gebeuren op de middelste of linker rijstrook, waar de klevers rijden. De cijfers over 1990 uit het verkeersongevallensysteem van Rijkswaterstaat zijn veelzeggend. Na die torenhoge 37 procent scoren "snijden" en het "verliezen van de macht over hef stuur" beide 8 procent (respectievelijk 1216 en 1203 ongelukken), bij "slippen door olie ZATERDAG 24 AUGUSTUS 1991 den van VVN zelf bij parkeer- en rustplaatsen.

„Neem je snelheid, deel die door drie en je hebt je remweg in meters". Dat is de vuistregel die de AVD bij monde van Ton Dellebeke, stafmedewerker voorlichting dienst verkeer, hanteert. „Je mag ook delen door vier en er een" tiende bij optellen". Een nog ingewikkelder rekensom vliegt over tafel. In alle gevallen is de uitkomst ongeveer dezelfde. Daarbij moet worden opgeteld de afstand die in de reactietijd wordt afgelegd. Voor iemand die niet dagelijks Grand Prix-wedstrijden rijdt, is de tijd die verstrijkt tussen het oplichten van de remlichten van de voorganger en de trap op het rempedaal ongeveer een seconde. Bij 120 kilometer per uur betekent dat ruim 33 meter remweg extra. In de praktijk blijken erg weinig mensen zich van die getallen bewust. Voor wie een houvast zoekt: een witte markeringsstreep op de snelweg is drie meter lang, het zwarte gat ertussen telt negen meter. Maak de sommetjes in een stilstaande auto... 120 delen door 3-1-33 geeft de totale remweg. Omdat de voorganger doorgaans ook een voorwaartse snelheid heeft, blijft „snelheid delen door drie" de beste vuistregel bij het beoordelen van de minimale afstand.

Baby in auto

Om half twee draaien we in Driebergen de A-12 op. Op weg om het kleven in de praktijk te zien en wat aan de kant gezette klevers te spreken over hun weggedrag. Achter het stuur zit Cor van de Bumper aan bumper.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.