Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Je staat er alleen voor

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Je staat er alleen voor

10 minuten leestijd Arcering uitzetten

Er is nog niet zo heel lang geleden een boek verschenen onder deze titel. Dit boek is in eerste instantie geschreven voor diegenen die weduwe zijn gewor den.

Het is een instructief boek dat blijkt al direct bij de introductie:

„U hebt uw man verloren en staat nu plotseling voor tal van onbekende pro blemen”.

Voor ons als ambtsdragers is het niet moeilijk om het „alleen zijn" direct van uit een religieus standpunt te corrigeren met opzichzelf juiste feiten zoals;

— als christen ben je nooit alleen

— alleen zijn mag in de gemeente des Heren niet voorkomen want dan functioneert de onderlinge dienst niet.

Deze feiten komen in het boek niet aan de orde. Dat is een duidelijk gemis. Aan de andere kant is het misschien niet juist om dit te verwijten omdat het deze pre tentie ook niet voert.

Hoofdzaak is voor de diverse schrijvers; er verandert zoveel in huis en naaste omgeving tot in de aller gewoonste za ken toe. Dit aspect wordt in dit boek heel goed verwoord.

Natuurlijk zijn er voor de ambtsdragers meer gegevens nodig. Toch durf ik het aan te stellen dat elke ambtsdrager — diaken - ouderling of predikant — dit boek ook gelezen moet hebben, voordat hij de weduwe uit zijn gemeente met een bezoek vereert.

Wat mij nl. in dit boek getroffen heeft is de manier waarop de diverse proble men en probleempjes aan de orde wor den gesteld.

Het is ook een boek dat ons na lezing zal behoeden verkeerd te reageren op tal van kleine zaken die in de gesprek ken aan de orde zullen komen.

Nu is het niet mijn bedoeling om er een soort boekbespreking van te maken.

Ik zal wel trachten vanuit de inhoud wat opmerkingen te plaatsen — veelal afgestemd op het diaconale aspect — vooral over materiële zaken.

Uiteraard blijven de andere zaken niet helemaal onbesproken.

„Alles verandert”.

Dat is direct al het geval na het mo ment van overlijden. De beslissingen die genomen moeten worden zijn nu in eer ste instantie door haar te nemen. Maar in deze periode wordt men nog over stroomd door tal van mensen, vol van eerlijke belangstelling en meeleven.

Het anders en alleen zijn wordt dieper gevoeld nadat de omgeving stilzwijgend voorzichzelf én voor ,,haar” heeft ge constateerd, dat het normale leven nu maar weer eens beginnen moet.

Met door dit zo te stellen blijkt dus, dat er duidelijk een fasering is aan te bren gen.

In de eerste weken na het verschrikke lijke gebeuren zal het de diaken moeten zijn — voorzover leden van de familie het niet kunnen — die de verschillende financiële zaken regelt.

De verzekeringspapieren komen op ta fel, terwijl het ook verschil uitmaakt Je staat er alleen voor of men als zelfstandige werkzaam was of als werknemer.

Financieel gesproken bestaat er globaal recht op:

— pensioen vanuit het bedrijfsleven — recht op weduwenpensioen (A.W.W.) — recht op A.B.W. - indien andere uitke ringen niet tot de mogelijkheden be horen.

Deze korte opsomming en het insprin gen van de diaken gaat uit van bepaal de vooronderstellingen:

— Van een goede relatie met de dia ken over deze zaken kan in de meeste gevallen slechts sprake zijn, indien de persoon in kwestie ook op de hoogte was van het feit dat men bij de diaconie ook terecht kan.

Dit vraagt o.a. een zekere preventieve werking. Is de gemeente op de hoogte dat men kan rekenen op de diaconie ?

— Natuurlijk kan niet elke diaken pre cies op de hoogte zijn van alle zaken. Globale kennis is echter niet moeilijk te vergaren en een vereiste. Aanschaf van voorlichtings-materiaal — zoals „de Kleine Gids" (een jaarlijkse uitgave van de Raden van Arbeid) is op zijn minst noodzakelijk. Men zou één of twee broe ders speciaal kunnen belasten om attent te blijven op het gebied van de sociale verzekeringswetten e.d.

In dit verband zou ik nog een prakti sche opmerking willen plaatsen. Wist u dat het erg moeilijk is voor een zuster die haar man verliest om direct geld los te krijgen van een giro-rekening die alleen op naam staat van de overlede ne ? Br gaan soms een paar maanden mee heen voordat men kan beschikken over het geld. Een algemeen advies is aan de gemeente te geven nl.: om de rekening te voorzien van beide namen. Ik weet dat het hier en daar door de diaconie gebeurd.

Je staat er alleen voor

Zo kan men in de eerste fase heel wat uit handen geven en attenderen op za ken waar men zonder meer niet op let.

„Er verandert nog meer”.

Tot die ontdekking komt men na enige tijd. De omgeving valt terug in haar eigen bestaan, waardoor het gemis dui delijker wordt gevoeld.

Het verlies wordt dan meer realiteit. Tegelijkertijd komen de vragen los over de nabije en verdere toekomst.

U begrijpt dat deze periode verre van gemakkelijk is.

De vragen die aan de orde komen han gen uiteraard af van de omstandigheden, maar ook van de leeftijd van de betrok kene.

Zijn de kinderen nog erg jong dan zal de huishoudelijke plicht duidelijk voel baar zijn. Is men bejaard dan komen daar de vragen over eventuele plaatsing in een verzorgingstehuis of iets derge lijks.

Wat dit laatste betreft, ik weet van dia kenen hoe moeilijk het is ouderen te wijzen op de door omstandigheden vaak te nemen beslissingen. In elk geval moet men zeker adviseren tot inschrijving bij een verzorgingstehuis over te gaan. Laten we echter ook niet te gering den ken over het doorleven van een derge lijke beslissing. Naast het geleden ver lies moet men dan ook nog afscheid ne men van het huis en omgeving. Dit al les vraagt om tact en wijsheid. In elk geval moet men zeer voorzichtig te werk gaan.

Er zijn echter ook mensen die gezien hun leeftijd en omstandigheden buiten deze genoemde categorie behoren en overwegen om te gaan werken.

In het boek wordt daar ook aandacht aan besteed, ook over het punt van bij scholing. Vaak is een beroepsopleiding te sterk verouderd om direct aan het werk te gaan. Opmerkelijk is echter dat men daarnaast ook duidelijk wijst naar andere mogelijkheden dan het in loon dienst werken. Men wijst dan heen naar het z.g. vrijwilligerswerk zoals dit vee! voorkomt binnen de organisatie van het Rode Kruis en de U.V.V. (Unie Vrou welijke Vrijwilligers). U hebt misschien wel eens kennis gemaakt met dit werk via de verschillende diensten die men verricht in de ziekenhuizen.

Bij het noemen van mogelijkheden in het kader van de „dienst aan de ander” zult u begrijpen, dat we ook denken aan de arbeid die men kan verrichten bin nen de kerkelijke gemeente. Daar zal ook zeker op gewezen moeten worden, maar we ervaren, dacht ik, op dit punt enkele moeilijkheden.

Tijdens uw regelmatige diaconale bege leiding wordt u geconfronteerd met een bittere ervaring ten aanzien van de naaste omgeving — vaak inclusief de kerkelijke gemeente. Binnen deze ge meente reageert men nl. ook niet altijd op de juiste manier. Wanneer u deze zaken bespreekt met uw pastor en mede broeder ouderling op de kerkeraad dan ontdekt u dat de meeste gemeenteleden in het contact met de ander, nog heel wat moet leren.

Men weet zich vaak geen houding te geven of heeft een zekere angst om ge confronteerd te worden met de moeilijk heden van de ander. Het resultaat is dat het contact verloren gaat. Bevriende echtparen komen niet meer, contacten verdwijnen en er komt vaak niets anders voor terug.

Het is natuurlijk ook een wisselwerking. Br kan ook verkeerd gereageerd worden door de vrouw in kwestie, maar vaak komt dit doordat men zich ook geen houding weet door de ontstane nood situatie. Je hoort zo vaak de klacht:. ,,ze begrijpen me niet — ik hoor er niet meer bij”.

Er komt een tijd waarop de diaken moet adviseren om wat te gaan doen en zou moeten wijzen op de nood die er elders nog in de gemeente is. Hoeveel bejaar den, invaliden en andere eenzamen ver langen niet naar een bezoekje. Velen van hen zijn ook geholpen met wat huis houdelijke hulp. Begrijpt u nu hoe zeer het nodig is om de gemeente van nú op te voeden tot een christelijke onder linge dienst, om het gemeentelid van morgen een plaats te kunnen bieden.

Hoezeer een inzet van de „dienst” bin nen de gemeente moet worden bezien, de mogelijkheden voor de andere ge noemde diensten daarbuiten zou ik niet graag willen buiten sluiten. Niet van wege een niet kunnen plaatsen in de kerkelijke gemeente omdat het niet gaat; dan zou ik me neerleggen bij een ongezonde situatie. Het kan ook in het belang zijn van de ander wanneer ik haar wijs op de andere mogelijkheden. Soms heeft men daar duidelijk behoefte aan en worden daardoor weer andere contacten opgedaan en vindt men zijn positie in de samenleving terug.

Hopelijk voelt u aan dat de verdere begeleiding met zeer veel tact en wijs heid moet gebeuren.

Diverse mogelijkheden zijn genoemd, er valt natuurlijk nooit precies aan te ge ven wat de juiste oplossing is voor een concreet geval omdat elke situatie op zichzelf beoordeeld moet worden.

Er is geschreven over verschillende pe rioden die men door moet maken. Uiter aard zijn deze aan te vullen, ik denk b.v. aan de periode dat de kinderen ouder worden en de keuze van het on derwijs om de hoek komen kijken.

Ook is hier nauwelijks aandacht besteed aan de pastorale en psychologische as pecten die deze totale begeleiding van uit de ambten met zich meebrengen. Ik heb wel gewezen op de noodzaak van samenwerking met de andere ambten. Al komt de diaken dan misschien in eerste instantie voor de materiële zaken, hij zal meer moeten aanhoren. Terecht wordt gesteld dat het meestal opgaat dat bij moeilijkheden op intermenselijk niveau of materiële moeilijkheden, ook geschud wordt aan het geestelijk leven. Wanneer dan deze elementen doorspelen in de diverse noden en vragen, zal ook de diaken moeten wijzen op Jezus Christus.

Want hoewel alles verandert, de Here verandert niet.

Alle ambtelijke arbeid moet dan ook mede gericht zijn op de verhouding tot God en de medemens.

De conclusies aan het begin van het artikel waren daarom ook juist; het is echter een kwestie van meerdere aspec ten aan één zaak.

Daarom moet alles in dienst staan van en uitlopen op een (verdere) relatie met God, omdat dit uiteindelijk dé oplossing geeft en perspectieven opent op het in termenselijk vlak.

Slotopmerkingen.

— Slechts één categorie — die wij vin den tussen de vele gemeenteleden — is genoemd.

De weduwnaar, al dan niet met kinde ren, is niet besproken. Naast de gemeen schappelijke problemen zijn er in zijn situatie andere zaken aan de orde. Bij hem moet b.v. direct in het huishouden hulp worden geboden.

Het is ook niet moeilijk meerderen te noemen die binnen de kerkelijke ge meente extra aandacht verdienen. Daar komen we een andere keer nog wel eens op terug.

Naast een globale bezinning op tal van punten die ons vanuit het diaconaat en het pastoraat bezighouden, is het m.i. ook nodig regelmatig een bepaalde groep van personen aan de orde te stel len.

Eén van de voordelen daarbij is dat dan meerdere aspecten aan de orde kunnen worden gesteld en het stof biedt voor verdere studie binnen de diaconie en kerkeraad, maar ook in een breder ver band. Ik denk hier aan gezamenlijke diaconale vergaderingen met enkele kleinere diaconieën of op classicaal ni veau. Ervaringen kunnen dan ook wor den. uitgewisseld.

Dit artikel werd u aangeboden door: Christelijk Gereformeerde Kerken

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 april 1974

Ambtelijk Contact | 16 Pagina's

Je staat er alleen voor

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 april 1974

Ambtelijk Contact | 16 Pagina's