+ Meer informatie

AANVAL op alle fronten

4 minuten leestijd

Hij draagt zijn rusting nog Van gruwel en bedrog. (Luther.)

De formule van het fascisme was:

„Alles voor de staat, niets buiten de staat, niets tegen de staat." De belangen van de staat moesten de individuele belangen overtreffen. Daarom moest de staat volledig recht bezitten om toewijding van het individu te eisen. De staat moest met macht, met nietsontziende macht, worden bekleed. En op dit stramien ging men in Duitsland en Japan voortborduren. Tot welk einde dit borduurwerk geleid heeft is ons maar al te goed bekend. Gelukkig dat het ten langen leste is uitgerafeld.

En nu, nu huivert men van het communisme. Er is een vrees dat Rusland de rol van de nazi's zal overnemen. Terecht is hiervoor te vrezen, maar... zijn we blind voor de grote macht die met het communisme gaat wedijveren om de wereldheerschappij ? Ik bedoel de machtsontplooiing van Rome. De Geuzen waren liever Turks dan paaps, en ik heb nu de uitdrukking al gehoord: liever Russisch dan paaps. Is het gevaar voor Rome dan zó groot? Laten we het niet onderschatten. Zoals bij het fascisme de st& at, is het bij Rome: alles voor de kérk, niets buiten de kérk, niets tegen de kérk. De „heilige" ^Moederkerk moet de grote klokhen worden, waaronder iedereen schuilen moet; die de hele wereld moet overspannen. Die kerk moet worden als de boom in de droom van Nebukadnezar: zijn hoogte reikte aan de hemel, en hij werd gezien tot aan het einde der ganse aarde, alle vlees werd daarvan gevoed.

In de middelen, die Rome tot dit doel gebruikt, is van geen kieskeurigheid sprake. Het kerkelijk recht moet als een gezagsvorm boven het burgerlijk recht staan. De kerk ontneemt de Staat het recht om re-• gelend op te treden. Ze houdt het recht in eigen hand.

In overwegend Roomse provincies komt het wel uit welk gezag hoger moet gesteld: de gemeenteraadsleden moeten om raad bij hun biechtvader vóór ze hun stem in de raadsvergaderingen uitbrengen. We behoeven niet te gissen wat het in ons land zou worden bij een volledige Roomse meerderheid.

Ds H. J. Teutscher schrijft over het aanmatigend optreden van Rome sterke staaltjes in het weekblad „In de waagschaal". Hij schrijft:

„Het was waarlijk geen „slip of the tongue" (een ondoordacht uitgesproken woord) toen in een interneringskamp in Indonesië een pastoor op een cursus voor „belangstellenden" (waarbij ook enkele Protestanten aanwezig waren) de toehoorders aanmoedigde, om hem Protestantse bijbels in handen te spelen, opdat ze verbrand zouden worden.

Het was geest per ongeluk ontsnapt, woord in de rede van een andere pastoor in dat kamp, die een pathetische oratie (hartstochtelijke rede) hield over de triomftocht van Rome na de oorlog, toen hij beweerde, dat Rome ze desnoods met geweld zou toebrengen.

Het is allesbehalve de drijverij van een fanatiek pastoortje, wanneer we op de zendingsvelden der Protestanten in Indonesië op massale wijze invasies zien plaats hebben van pastoors en nonnen, die in vele gevallen menen met alle middelen de zieltjes te mogen winnen. En dan mengt men zich in dorpsruzietjes en vist in troebel water en dan belooft men scholen en ziekenhuizen (ik spreek vanuit persoonlijke ervaringen!) als men maar... Dan maait men rustig daar, waar men niet gezaaid heeft, dan maakt men verdacht en vertelt hele en halve onwaarheden en het geschiedt alles ter meerdere glorie van de heilige Maagd en het is derhalve alles blijkbaar geoorloofd en eerzaam.

Het is geen toevallig gebeuren geweest, dat in een ziekenhuisje in een interneringskamp stervende Protestantse patiënten hun predikanten smeekten om dag en nacht bewaakt te worden, opdat niet in een onbewaakt moment een pastoor hen in half-bcwusteloze toestand zou vinden en hen zou bedienen, om dan na de bevrijding in gemoede te kunnen zeggen, dat de diepbetreurde echtgenoot zich nog op zijn sterfbed bekeerd had.

Dit alles moge anti-papistisch klinken en een oecumenisch streven onwaardig. Het wil dat zeer bewust niet zijn. Maar wij kunnen ons als Protestanten niet permitteren om tegen deze natie boven de natie vriendelijk te knikken en met haar vrolijk te staan handen schudden, zolang ze zich doelbewust toebereidt op een overweldiging èn van de Protestantse Kerken èn van de vrije staat. Tegen dit Rome past alleen het felle en principiële verzet, niet op grond van persoonlijke wrevel of ergernis, maar op grond van Gods Woord en gedreven door de Geest, in een uit Hem geboren verontwaardiging over deze mensaanbiddende en Godlasterende practijken!"

Uit dit aangehaalde blijkt, hoe broodnodig het is, vooral voor onze jonge mensen, om vast gefondeerd te worden in de grondstukken der Waarheid; om de religie met hand en tand vast te houden; om sterk te kunnen staan, door Gods_ genade, tegen de machten van atheïsme, on-en bijgeloof, die als een stroom opdringen om, indien het mogelijk was, de uitverkorenen te verleiden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.