+ Meer informatie

TER OVERWEGING

7 minuten leestijd

###

Ds.J.J.Schreuder, De Kinderdoop. Uitg. De Vuurbaak, Groningen. 24 blz.

In kort bestek wordt de vraag „Moeten kleine kinderen gedoopt worden?” bevestigend beantwoord. De bekende argumenten vóór en tégen komen aan de orde op een m.i. duidelijke wijze. Of het overtuigend zal zijn voor hen die deze doop verwerpen? Wie zieh op de gelovende mens concentreert, is doorgaans ontoegankelijk geworden voor een betoog dat van Gods verbond uitgaat. Mogelijk had het begrip „in de plaats van” nog iets duidelijker omschreven kunnen worden. Dat geldt ook van Marc. 16 : 16: wie de kleine kinderen in de eerste helft van vs. 16 uitsluit, moet de vroeggestorven klein-tjes wel bij de tweede helft insluiten! Wie dat niet wil, verspeelt elk recht om ze in de eerste helft uit te sluiten, afgedacht nog van de zendingssituatie die deze tekst bepaalt. Blijkens de statistieken gaat er van de kinderdoop-verwerpende stromingen een zekere aantrekkingskracht uit, waartegen een doorgeslagen objectivisme even weerloos is, als een losgeslagen subjectivisme. Daarom is het goed om van brochures als deze kennis te nemen, niet het minst voor ambtsdragers.

M.R. vanden Berg, De brief aan de Filippenzen. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam. 112 blz., prijsf. 13,75.

Een uitgave uit de serie „Zieht op de Bijbel” (deel 26), waarin deze auteur reeds verschillende Bijbelstudies publiceerde (misschien kan de uitgever eens een lijst ervan in een volgend deeltje opnemen?). Evenals de andere studies heeft ook deze uitgave een praktische inslag. Geen diepgaande kwesties, maar de praktijk van het leven stelt de schrijver telkens weer aan de orde, waarbij aan de ondertitel „Leven uit de gezindheid van Christus” recht wordt gedaan. Dat kan inderdaad het thema van deze brief worden genoemd dat ook deze eenvoudige, maar actuele verklaring beheerst.

C.P.PIooy, Brief van Petrus. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam. 71 blz., prijs f. 8,90.

Ook een uitgave in de serie „Zieht op de Bijbel” (deel 25). De ondertitel luidt: Paas-en doopbrief aan de lijdende kerk. De schrijver herinnert hier aan het feit dat oudtijds gedoopt werd tijdens de paasdiensten (blz. 12), wanneer de upstanding werd gevierd. Op duidelijke, pastorale wijze verklaart hij dan de eerste brief van Petrus. In een korte „Excurs” wordt de moeilijke tekst 3 : 19 vlg. behandeld: het sterven van Christus bete-kende - hoe dan ook - geen blokkering van de evangelieprediking!

C. den Boer, Op verkenning in het Nieuwe Testament. De Vuurbaak, Groningen 1983, 239 blz.

Dit boek is een waardevol hulpmiddel bij de bestudering van het Nieuwe Testament. Het bespreekt in 19 hoofdstukken al de boeken van het Nieuwe Testament. Elk hoofdstuk bestaat uit drie delen: een zogenaamde canoniek van het boek: door wie, aan wie, wanneer, met welk doel werd het boek (of de brief) geschreven? Bij de bespreking van de Evangeliën en de Handelingen worden hoofdpunten genoemd. Van de Brieven en Openbaring wordt een indeling naar hoofdstukken gegeven!

Daarnaast is er een paragraaf met gegevens over personen, stromingen, gebruiken, Problemen, waarvoor de gemeente van het Nieuwe Testament kwam te staan. We zouden dit met de Duitse term „Zeitgeschichte” kunnen aanduiden. Bij elk hoofdstuk een aantal onderwerpen die overigens niet alleen in het desbetreffende Bijbelboek aan de orde komen. Er wordt dan naar tal van teksten buiten het betreffende Bijbelboek gewezen. Tenslotte een verklaring van een aantal kernwoorden uit het Nieuwe Testament. Ze worden sleutelwoorden genoemd en varieren van een tot drie per hoofdstuk.

Er zijn heel wat foto’s afgedrukt en, voorzover ik bij steekproef kon nagaan, goede registers van bijbelplaatsen, personen en zaken geboden. Opvallend is dat de papiersoort van de registers (in mijn boek) zieh donkerder laat aanzien dan al de voorgaande blad-zijden.

Ik vermoed dat dit boek ontstaan is uit een cursus. Men herkent de schrijvende docent.

Ik acht het boek een goed hulpmiddel om kennis van het Nieuwe Testament op te doen, naar de onderscheiden facetten. Er Staat eerder iets te veel dan te weinig in het boek. Het is geen boek om achter elkaar uit te lezen. Wel een boek om steeds weer naar te grijpen. De kopjes bij verschillende Paragrafen hadden wat mij betreft gerust in een uitvoerige inhoudsopgave mogen worden opgenomen. Het boek kenmerkt zieh door eerbied voor de tekst en door het verlangen om de boodschap van de Schrift over te brengen tot een gelovig verstaan.

Het woord „verkenning” acht ik te bescheiden voor wat ons hier wordt geboden. Hier is een schrijver bezig die zijn zaken kent en anderen daarin wil doen delen.

Dr. Gerben Heitink, Gids voor het pastoraat I, Theologie en gemeente. Uitg. Kok, Kampen 1983. 104 biz., prijs f. 17,65.

Dit boekje is het eerste uit een serie waarvan de omvang op vier delen is gepland. De schrijver doceert pastoraat en diaconaataan de Hogeschool van de (synodaal) Gereformeerde Kerken in Kampen. Hij schreef in 1977 een proefschrift onder de titel „Pastoraat en Hulpverlening”. Deze serie boekjes bevat een populaire omwerking, en hier en daar ook een uitwerking van hetgeen hij in zijn proefschrift Steide. Dit eerste deel handelt over pastoraat en gemeente. Het is een bijzonder overzichtelijk boekje, dat tien hoofdstukken telt. Ik noem ze alle: „1. Grondbegrippen; 2. Stromingen; 3. Geschiedenis; 4. Funkties van het pastoraat; 5. Gemeentepastoraat; 6. Pastorale werkvormen; 7. Pastoraal-theologische gezichtspunten; 8. Pastoraal-ethische gezichtspunten; 9. Spiri-tualiteit en zinervaring; 10. De pastor zelf.”

Zoals men ziet een overzicht van wat bij dit onderwerp ter sprake moet komen;de de-finities, geschiedenis, oriëntatie in Stromingen. Wat is pastoraat? Hoe werd het in het verleden bezien en hoe wordt het gelegitimeerd of gemotiveerd? Waarin bestaat het? Hoe funetioneert het? Waarmee houdt het zieh bezig?

Het aardige van de opzet is dat elke paragraaf (het aantal Paragrafen varieert per hoofdstuk van 4 tot 9) slechts een bladzijde beslaat. Zo heeft de opzet iets van een beknopte encyclopedie. Onder aan de bladzijden wordt naar publikaties van anderen verwezen. De lezer wordt niet gehinderd door noten. Toch vindt er verantwoording van eigen standpunt en afgrenzing tegenover anderen of betuiging van instemming met hen plaats. Wat opzet betreft is er van dit boekje veel goeds te zeggen. De moeite zit voor mij in het standpunt van de schrijver: hij kent eigenlijk een heen en weer tussen Woord en werke-lijkheid. Beide zijn afwisselend zijn uitgangspunt. Dat wil zeggen dat de werkelijkheid de voorstellingen van de Bijbel soms corrigeert, namelijk daar waar die door de schrijver cultureel -bepaald wordt geacht. Dat geldt met name terzake van sexualiteit, de po-sitie van de vrouw. Er zijn bijbelse waarden die voor vandaag nog gelden. Bijbelse normen zijn tijdbepaalde uitdrukking van waarden. Wij zullen voor die waarden andere normen moeten vinden. Opvallend is ook de beschouwing van de openbaring. Ervarin-gen van toen lichten op in ervaringen van nu. Ze worden tot zoiets als openbaring (57). „De tot dogma gestolde ervaring wordt een bron van heil, vertroostend èn vermanend” (57). Zo zou ik niet over openbaring kunnen of willen spreken. Deze grondvisie werkt door heel het boekje heen. Wat het specifiek theologische is in helen, bijstaan en bege-leiden is mij niet duidelijk. De omschrijving zou even goed kunnen slaan op het werk van een psycholoog of counseler, die niet van de Schrift uitgaat.

Ik zie in het werk van de schrijver de tendens dat de werkelijkheid een steeds beslissen-der factor wordt. De Schrift komt daardoor steeds meer op de achtergrond. Opvallend is dat „Uit liefde tot Christus en zijn gemeente” niet in de literatuurlijst is opgenomen. Van de hoogleraar Trimp, die toch echt wel fundamentele dingen over het pastoraat heeft geschreven, ontbreekt zelfs de naam in het boek.

Het boekje is wat de titel zegt: een gids. In vrijwel alle hoofdstukken zou ik de Schrift als orienteringspunt duidelijker omschreven en gerespecteerd willen hebben. Van de Schrift naar de mens - en zo van de mens naar de Schrift. Deze volgorde is voor mij in het pastoraat onomkeerbaar. Ik neem een zinsnede over die we op de achterkant van het boekje vinden: „Zo’n handzaam boekje voor onderweg, dat meer ingericht is op overzichtelijkheid en toegankelijkheid dan op diepzinnigheid en uitvoerigheid”. Dat lijkt me voor wat de opzet en de buitenkant betreft een goede typering.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.