+ Meer informatie

Gezonden met een opdracht voor Saul

5 minuten leestijd

De deur van een vertrek in de Rechtestraat te Damaskus gaat open. In dat vertrek is Saul, de christenvervolger. Al drie dagen. Hij at en dronk niet. Dit ene deed hij: bidden. Veel, veel heeft hij als farizeeër gebeden. Echter, nu bidt hij voor het eerst. Nu bidt hij met het hart van een tollenaar, met een gebroken hart. Van zulk een bidden weet de hemel. Dat gaat blijken. Ananias komt binnen. Hij is een discipel van de Heere. Dat betekent: hij is nog niet uitgestudeerd. Dat raken Gods kinderen hier ook nooit. Ananias moet elke dag nog leren. Ook als hij die kamer binnengaat. Daar zal hij leren hoe groot de kracht is van Hem, Die de Opstanding en het Leven is, van Hem, Die machtig is om op één moment vijanden te maken tot beminnaars van de Heere en verbreiders van Zijn eer.

Ananias komt niet uit eigen beweging. Trouwens, als het aan hem had gelegen, zou hij nooit zijn gekomen. Hij sputterde al genoeg tegen; hij had er helemaal geen zin in; en dat is ook te begrijpen. Immers, wie waagt zich in het hol van de leeuw? We blijven mens; we kennen vrees; we hebben soms ook het zweet in de handen staan. Ananias zegt het bij zijn binnenkomen heel duidelijk: de Heere heeft mij gezonden. Niet een mens zei: Anananias, ga daar eens om het hoekje kijken. Neen - de Heere! Dat is Jezus Christus, de Kurios, Die alle macht heeft in de hemel en op de aarde, de Gebieder, de Koning der koningen, Die mensen tot Zijn dienstknechten roept, en ze zendt waarheen en tot wie Hij wil. Deze Heere heeft Ananias de opdracht gegeven: sta op en ga naar Saulus van Tarsen; en Ananias buigt zich onder de last van zijn Zender. Deze maakt hem gewillig en bereid om te gaan en neemt alle weerstanden weg. Zo treedt Ananias als gevolmachtigde vertegenwoordiger van Jezus het vertrek binnen.

Voor Saul staat daar maar niet een zeker mens, maar een gezondene van de Heere, een gazant van Christus' wege, die handelt en spreekt naar wat hem is opgedragen, die dat doet namens Christus. Feitelijk komt dus Christus Zelf.. De vraag komt tot ons: verstaan wij dit? Wanneer de gezondene van de Heere, de ambtsdrager, tot ons komt in de kerk, op huisbezoek of op ziekenbezoek, hoe reageren we dan? Dit moeten we onthouden: in de gezondene komt Jezus de Zaligmaker, de Zaligmaker van arme zondaren. Zelf tot u! Ananias is gezonden met een bepaald doel: opdat Saulus weder ziende en met de Heilige Geest vervuld zou worden. Ananias is dus gezonden tot Paulus' eeuwig behoud. Mensen kunnen te veel verwachten van een gezondene. Als de een teleurstelt, lopen ze naar een ander. Als hij maar veel komt dan zit het wel goed. Soms wordt hij gezien als een roomse pastoor, een bedienaar van het laatste oliesel. Niet de vraag: hoe was het leven van de stervende, ging daar getuigenis vanuit, wordt belangrijk gevonden, maar de vraag: is "hij" nog op tijd geweest. Zijn komst maakt het einde goed. Maar kunnen zij die door de Heere gezonden worden, de ogen openen en vervullen met de Heilige Geest? Neen toch! Zij zijn mensen als ieder ander. De Heere doet dat alleen, door middel van hun dienst. Zij hebben te spreken wat hun opgedragen is. De woorden Gods; het wel en het wee; wet en evangelie; Jezus Christus en Die gekruisigd. God, de drieenige God, de God van volkomen zaligheid.

Toch blijft het staan: gezonden tot uw behoud, gezonden met dat ene doel: opdat u weder ziende en met de Heilige Geest vervuld zou worden. God zou geen onrecht doen, indien Hij niet naar u omzag. Doch Hij zendt goedertierenlijk gezanten. Och - heb toch geen harde gedachten van de Heere. Zie toch Zijn bewogenheid; zie toch Zijn onuitsprekelijke hefde. Hij zendt tot u, opdat u weder ziende en met de Heilige Geest vervuld zou worden. Het gaat om uw behoud, om uw eeuwig behoud! Misschien hebt u als Paulus de schuldbrief thuis gekregen, bent u de voornaamste der zondaren geworden, hebt u al Gods geboden zwaar en menigmaal overtreden en geen van die gehouden. U zegt: het is te groot, hoe zou dat kunnen voor zo een als ik ben. Maar als Christus u zegt: Ik ben voor u de dood ingegaan. Ik heb uw vloek gedragen. Ik ben voor u naar de hel geweest... Hier is het wonder; hier is genade alleen. De boodschap van de vrije gunst. Paulus predikt op diezelfde dag alleen maar

Christus. Welk een vreugde voor Ananias, voor gezondenen van de Heere, als er vrucht is op hun zending, als het doel van hun zending bereikt wordt, als de Heere heeft willen gebruiken als middel. Het is hun blijdschap als hun Zender door weer een mond tot in alle eeuwigheid wordt grootgemaakt. De eer van God ligt de ware gezondene nu eenmaal na aan het hart. <

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.