+ Meer informatie

De enige maatstaf: Wat dunkt u van de Christus?

5 minuten leestijd

"En Hij zeide: Wat dunkt uvan de Christus? Wiens zoon is Hij? Zij zeiden tot Hem: Davids Zoon." Mattheüs 22:42

Wij stellen de Heere vragen om Hem te verzoeken. Dat is onze aard. Dat zien wij ook hier. Jezus is in de tempel. Hij leert als machthebbende. En dan komen de strikvragen. Maar dan gaatjezus een vraag stellen. „Wat dunkt u van de Christus? Wiens Zoon is Hij?" Nou, dat is niet zo moeilijk. Zo duidelijk als wat. Davids Zoon. „Als David Hem zijn Heere noemt, hoe kan Hij dan zijn Zoon zijn?" Daar staan ze. Met een mond vol tanden. Niemand kon Hem antwoorden. Ze dachten dat ze rechtzinnig waren. Maar ze snapten er niets van. Ze hadden niet door dat Hij ook waarachtig God is. Zowel God als mens. Zowel Davids Heere als Davids Zoon. Zo zet Christus hen klem om hen te behouden.

Met deze vraag haalt de Heere Jezus alle wettische mensen onderuit. Je moet geloven, zegt de een. Je moet eerst je zonden leren kennen, zegt de ander. Welnee, zegt de Heere: Wat dunkt u van de Christus? Niet of je wel eens aan Jezus denkt of het over Jezus hebt; wat denkt u van Hem? Want God zal ons oordelen naar de gedachten die wij van Christus hebben. Als wij niets van Christus denken, dan denkt God niets van ons. Hoe belangrijk is deze vraag. Wat is mijn gevoelen voor Jezus? Wat ken ik van Hem? Welke waarde heeft Hij voor mij? Wat voor dunk heb ik van Christus? En wanneer u dan vanuit deze levensvraag, met deze vragen omgaat, dan krijgt u oog voor uw schuld, voor uw zonde. voor uw onmogelijkheid. En u hebt gebedsstof, opdat u vanuit uw schuld, de rijkdom van en in die vraag zou zien en opdat door die levensvraag het gebed zou ontspringen in uw ziel vanuit de belofte van het evangelie.

Wat dunkt u van de Christus? Neem voor deze vraag de tijd. Ontloop deze vraag niet! Het gaat om de eeuwige zaligheid. En in de gebedsworsteling rond de zaligheid krijgt u dunk van Christus. En naarmate u meer dunk van Christus krijgt, krijgt u minder dunk van uzelf Moet u zeggen: Deze Christus, als de Christus der Schriften ken ik niet. Ga eerlijk met uw ziel om en schroom niet om dat te zeggen tegen uzelf Gaat u nou eens in alle ernst met uw ziel handelen. Hoe komt het nou dat Christus mij niet dierbaar is? Hoe komt het nou dat ik Jezus niet zie? Om dan in die gebedsworsteling de Naam des Heeren aan te roepen, opdat Hij u door Zijn genade de ogen opene. En in die verborgen omgang ontmoet u Hem in de Schrift. Wat dunkt u van de Christus? En je zegt: Hij kan mij zaligmaken. Hij wil mij zaligmaken. Hij moet (!) mij zaligmaken (Hand. 4:21b). In Hem IS de ruimte. In Hem is de mogelijkheid. Wat dunkt u van de Christus? Is Hij u alles waard? U voelt wel, vanuit onszelf lopen wij hier vast. Maar dit is het wonder: Hij kan mij zaligmaken. Hij wil mij zaligmaken. Christus Zelf is het Antwoord op Zijn eigen vraag. Het is bij Hem! Het is in Hem, Het is door Hem. Hij Zelf is het Antwoord op de vraag. In alles is Christus alleen het Antwoord. In Christus is de gave van het geloof In Christus is de ruimte van het geloof In Christus is de mogelijkheid van het geloof

Maak Hem alles bekend wat u ontbreekt. En u hebt gebed om tegen uzelf in te bidden dat Hij u boven alles en allen waard wordt. Dat is nou de enige maatstaf voor de zaligheid, wat ik van Christus denk. En wat zijn dan echte gedachten van Christus? Dan is Christus mij weergaloos. Dan is de taal van mijn gedachten: Waarbij kan Hij vergeleken worden? Vergelijk ik Hem met een roos, dan is Hij de Roos van Saron. Vergelijk ik Hem bij een ster, dan is Hij de blinkende Morgenster. Dan heeft Hij de hoogste plaats in mijn leven, in mijn gedachten. En je onderhandelt met 4e hemel. En je brengt Hem een liefdesbezoek. Heere, ik heb van U vergeving ontvangen en nu kom ik tot U om U daarvoor te loven. Bij U te zijn is zo zoet en nu kom ik U omarmen, omdat U mij omarmd hebt in Uw offer, in Uw bloed. Wat dunkt u van de Christus? En je gaat die vraag beantwoorden tussen de Heere en je hart. En je ziet je schuld. Maar je ziet ook de Schuldvernieler. Je ziet je tekort. Maar je ziet ook de ruimte in Hem. En in de stilte is dit je antwoord: Hij is voor mij, die dood was, het Leven. Hij is voor mij, die naakt was, het Kleed. Hij is voor mij, die ziek was, het Medicijn. Hij is mijn Een en Al. Wat dunkt u van de Christus? Hij is mijn Alles. Hij is mijn Liefste. En als er dan gevraagd wordt: Wat is uw Liefste meer dan een andere liefste? Dan neem je ze mee naar Golgotha en je zegt: mijn Liefste is blank en rood. Hij is mij dierbaar. Alles aan Hem is gans begeerlijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.