+ Meer informatie

AAN DE SLAG

5 minuten leestijd

(Slotwoord van de conferentie n.a.v. 1 Cor. 4:1–5)

Het stukje uit de bijbel dat we zojuist lazen, is voor mij gaan leven ongeveer 19 jaar geleden. Op een zondag, de zondag vóór Pasen, was ik aan het eind gekomen van mijn uithoudingsvermogen. De dingen in de gemeente — en vooral het omgaan daarmee, naar kerkenraad en gemeente toe -, het omgaan met reacties van gemeenteleden op je werk, het op een goede plaats zetten van kritiek op dat werk… het ‘liep mij zozeer over de schoenen’ dat voor mezelf én voor de gemeente heel duidelijk was dat er dringend een aantal weken rust ingelast moest worden.

Die weken hebben mijn vrouw en ik toen doorgebracht bij de Ermelose bossen, en we hebben die weken vooral besteed aan het klaarkomen met de vraag: hoe wil de Here, onze Zender, nu dat we het werk in zijn wijngaard doen? Want één ding was wel duidelijk: doorgaan op de manier zoals ik dat twee jaar lang gedaan had, was op lange termijn niet vruchtbaar.

Toen ik begin mei weer wat ‘aardige dingen’ mocht doen, hoorde daar ook het bijwonen van de vergadering van de particuliere synode van het Westen bij. Bij de opening door de toenmalige voorzitter van de roepende kerk van Amsterdam-Nieuw-West, ds. J.H. Carlier, kwam dit bijbelgedeelte open te liggen. En de Schrift ging daadwerkelijk open! Waar komt het in ons werk — predikanten, ouderlingen, diakenen — uiteindelijk slechts op aan? Hierop: dat wij betrouwbaar blijken te zijn. Dat zal onze relatie tot de Here tekenen, dat zal ook onze onderlinge relatie, in het samen optrekken in het gemeentelijk werk tekenen.

Paulus herinnert ons aan onze eigenlijke taak: beheerders, ‘economen’ zijn van Gods geheimenissen. Daarmee boort hij een begrip aan dat ons brengt bij mensen, die door hun heer belast waren met een beheer van diens bezittingen. In de praktijk van dat werk konden veel mensen aanmerking daarop maken, of goede raad geven. De kunst was — ook toen al — de goede, bruikbare zaken daarvan mee te nemen, en de niet waardevolle zaken naast je neer te leggen. In vrijmoedigheid; immers: men was slechts aan één verantwoording schuldig, namelijk aan de heer die de opdracht had verstrekt.

In ons werk in het Koninkrijk is er één grote Opdrachtgever: God, de Vader van Jezus Christus. We staan als ambtsdragers in dienst van Hem en niet in dienst van mensen. Dat maakt ons in zekere zin ‘onafhankelijk’ van een menselijke beoordeling (vers 3). En die wetenschap kan — samen met andere zaken — een hulpmiddel zijn om in moeilijke, donkere tijden opnieuw moed te vatten en het werk opnieuw onder ogen te zien en in Gods kracht aan te vatten.

Nu kan een dergelijk woord uit de bijbel, wanneer we niet precies luisteren, een enorme valkuil betekenen. Dat gebeurt daar waar we, nadat we half naar dit woord geluisterd hebben, ons vervolgens al te gemakkelijk afsluiten van signalen van ‘buitenaf’. Dat kan iedereen overkomen: een kerkenraad kan doof zijn voor signalen van zijn predikant; een predikant kan zich ontoegankelijk tonen voor noodkreten van zijn gemeenteleden. En dat allemaal onder het mom van: ik ben toch alleen aan de Here verantwoording schuldig? Ongetwijfeld heeft dit woord een bevrijdende invloed, maar dan slechts waar we elkaar niet op geestelijk oneigenlijke wijze het (ambtelijk) leven zuur maken.

Deze tekst maakt ons bepaald niet zorgelozer. Immers, de wetenschap t.o.v. de Here — en niemand minder — betrouwbaar te moeten zijn, scherpt ons op en vuurt ons aan. In de dienst aan de Here kan men nooit de kantjes eraf lopen. We zullen ons werk in trouw, in toewijding verrichten. Och, en daarvan valt nog heel veel te leren van de onnavolgbare trouw van die grote Ambtsdrager Jezus Christus!

Het betekent vervolgens niet dat we niet kritisch naar elkaar zullen zijn. Integendeel; het betekent wel dat we in onze onderlinge verhoudingen altijd een toon van mildheid en van verbondenheid zullen bewaren. Die wordt daar bereikt waar we ons allen aan God de Here en daardoor ook aan elkaar verbonden weten. We hebben dan geen reden om al te scherp elkaar toe te spreken, of onszelf hoger op te stellen dan de ander.

Het betekent ook dat we in onderling hulpbetoon en in onderling gesprek — ook daar, waar inhoudelijk kritische noten gekraakt moeten worden — transparant, doorzichtig zijn voor elkaar. Wat is er immers mooier dan elkaar te helpen in dat dienstwerk voor de Here en zo de gemeente te zien opbloeien? Dat geeft herkenning, dat geeft verbondenheid. En dat overbrugt onze onderlinge kloven dan nog wel eens! Dat maakt ook dat we het zolang mogelijk samen volhouden. Niemand zou immers willen dat Gods zaak schade lijdt? En juist die gemeentelijke ‘binnenbranden’ die op een gegeven moment tot een ‘uitslaande brand’ worden, maken de schade aan Gods zaak zo groot! Daarom: aan de ene kant onafhankelijk van menselijk oordeel, aan de andere kant geestelijk en inhoudelijk gebruik maken van menselijk oordeel; tot opbouw van de gemeente, tot eer van God de Vader.

Kortom, deze woorden van Paulus geven moed om het werk in Gods Koninkrijk te doen, om er geestelijk zelfstandig in te worden, om de ander in geestelijke voorzichtigheid te benaderen, en om in geestelijke verbondenheid met elkaar de gemeente te bouwen en in Gods Koninkrijk de arbeid te verrichten. Dan bloeien we persoonlijk en dan zal de gemeente bloeien; want dit bewerkt de Heilige Geest immers? En diezelfde Geest zal zo toch ook door de gemeente waaien?

Zo geeft dit gedeelte vandaag weer opening tot het werk, tot op de dag van Jezus Christus. Daar mogen we om bidden, vandaag, in een periode waarin de moeiten in de gemeenten op het ambtelijk vlak zo zijn toegenomen vergeleken met 20 jaar geleden. We bidden dat het Woord ons opnieuw zal bemoedigen. Zo houdt de Here zijn werk in stand, en zo gebruikt Hij ons daarvoor. Laten we daarvoor en daartoe gaan bidden, zowel voor het werk op het vlak van de plaatselijke gemeente, als voor het werk op het bredere kerkelijk erf — 2001 zal ‘synodejaar’ zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.