+ Meer informatie

Er zat niets anders op dan vrijspraak in IRA-proces

4 minuten leestijd

ROERMOND - De geschonden samenleving kreunt onder de vrijspraak van de vier IRA-verdachten. Er is recht gedaan, maar allerminst genoegdoening gevonden voor de moord op de Australische toeristen Stephen Melrose en Nick Spanopoulos, zondagavond 27 mei vorig jaar op de Markt in Roermond.

Ze moesten het wel hebben gedaan. Het kon niet anders of Donna Maguire (24), Gerard Harte (27), Sean Hick (30) en Paul Hughes (27) waren schuldig aan de dubbele moord. Het openbaar ministerie heeft er alles aan gedaan om de verdachten tot langdurige gevangenisstraffen veroordeeld te krijgen. Daarin is het OM ondanks een strafdossier van twintig dikke ordners met duizenden bladzijden niet geslaagd.

Eerst weigerde de Roermondse rechtbank in april drie van de vier verdachten te veroordelen. Alleen Harte kreeg een gevangenisstraf opgelegd van 18 jaar. Verder was een deel van de dagvaarding, waarin het viertal werd aangeklaagd wegens het deelnemen aan een criminele organisatie, het Ierse republikeinse leger (IRA), volgens de rechtbank te vaag.

Het OM ging voortvarend in hoger beroep bij het gerechtshof in Den Bosch. Aan het einde gekomen van een 144 pagina's tellend requisitoir eiste de advocaat-generaal bij dit hogere rechtscollege, mr. F. van Straelen, gevangenisstraffen van 18 jaar tegen Maguire, Harte en Hick en 12 jaar tegen Hughes.

De advocaat-generaal was er van overtuigd dat Justitie de moordenaars van de IRA in handen had. Zijn requisitoir was een knappe constructie van veronderstellingen, waarschijnlijkheden en onvermijdeiijkheden. Het was een opeenstapeling van verdachte omstandigheden.

Vluchtauto

Het stond vast dat de verdachten in de week voorafgaand aan de brute moordaanslag in eikaars gezelschap hadden verkeerd. Hun vingerafdrukken waren gevonden op een schuiladres in Den Haag. Getuigen verklaarden dat ze Harte in de vluchtauto hadden gezien. Anderhalf uur na de aanslag zou hij ook met Maguire en Hick in een tankstation in Sittard zijn geweest. En ten slotte waren Harte, Maguire en Hick in België aanwezig op enkele meters afstand van twee depots, waarin de wapens lagen begraven die bij de aanslag in Roermond waren gebruikt.

Het leed voor de openbare aanklager geen twijfel dat de vier deel uitmaakten van een zogenaamde „active service unit", een terreurcel, van de IRA. De overtuiging dat de vier schuldig zijn druipt van het dossier, aldus de advocaat-generaal. Ook uit het zwijgen van de verdachten leidde hij af dat ze schuldig zijn aan de moorden. Ze zouden toch spreken als ze onschuldig zijn, toch moord en brand schreeuwen.

De drie rechters van het gerechtshof lieten zich niet overtuigen. Zij konden slechts overtuigd worden door wettig bewijs, liet de president van het hof, mr. W. Smulders, weten. Dat ontbrak evenwel in het indrukwekkende dossier. De verklaringen van de getuigen waren van doorslaggevende betekenis, maar niet boven redelijke twijfel verheven. Zo viel volgens het gerechtshof moeilijk te rijmen dat Gerard Harte volgens de ene getuige in een trendy/bruin kostuum en glad geschoren er goed verzorgd uitzag, terwijl andere getuigen verklaarden dat hij een trui droeg en ongeschoren was. Het gerechtshof had aan de bezwaren tegen de getuigenverklaringen nog wel voorbij willen gaan, als het OM andere bewijzen had overlegd. Het hof vond dat Maguire, Hick en Hughes terecht waren vrijgesproken door de Roermondse rechtbank en vernietigde de veroordeling van Harte. Het OM had nog een kans om de vier Ieren veroordeeld te krijgen. Voor de rechtbank in Roermond moesten ze zich op last van het hof alsnog verantwoorden voor hun betrokkenheid bij de misdadige organisatie IRA.

Officier van Justitie mr. J. Laumen eiste vorige week het maximum dat het wetboek van strafrecht hem toestond: vijf jaar gevangenisstraf. Dat de rechters in Den Bosch de verdachten in hoger beroep hadden vrijgesproken veranderde niets aan zijn overtuiging dat ze desondanks schuldig waren. „Dat moeten anderen dan zelf maar met hun geweten verantwoorden". De rechtbank had gistermorgen maar een paar minuten nodig om bij monde van president mr. E. Bakermans uitspraak te doen: van betrokkenheid bij misdadige activiteiten van de IRA was onvoldoende gebleken. Er zat niets anders op. De verdachten moesten wel worden vrijgesproken. Niet omdat ze onschuldig zouden zijn, maar omdat ondanks alle aanwijzingen het bewijs voor hun schuld ontbrak. Iemand kan nu eenmaal pas veroordeeld worden als zijn schuld bewezen is. Regel is dat liever negen schuldigen worden vrijgelaten dan dat een onschuldige wordt veroordeeld. Het is niet uitgesloten dat we met de vrijspraken in het IRA-proces te maken hebben met de schaduwzijde van dit beginsel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.