+ Meer informatie

Huisdierrassen uit vroeger dagen zijn zeldzaam

6 minuten leestijd

Voor geitemeik is geen afzet meer. De trekker heeft het werkpaard vervangen. De laatste schapen zijn in dienst bij VVV's. Waar zijn ze gebleven? De landgeiten, krombekeenden en blaarkoppen? De oude rassen uit de dagen van Ot en Sien. Toen Welsumers nog op het erf scharrelden. En onze nationale trots,de Friese zwartbonte, de weilanden kleurde.

Nog maar twee of drie generaties geleden werd op boerenbedrijven een grote verscheidenheid aan huisdierrassen gehouden. Vroeger kenden veel dorpen hun eigen rassen met specifieke kenmerken. Later werden dat streekrassen, zoals Veluwse heideschapen en Drentse hoenders. Nog later gingen ze op in landrassen.

Nu is er een tendens naar wereldrassen. Eenheidsworst. We raken eraan gewend dat veel waar onze voorouders een stempel op gedrukt hebben verdwijnt. Aan de andere kant bestaat een hernieuwde belangstelling voor ouderwetse landschappen, oude ambachten, klederdrachten en nostalgische gebruiksvoorwerpen. Ook antieke huisdierrassen behoren tot dit erfgoed.

Maar voor de meeste "ouwe getrouwen" is het vijf voor twaalf. Dit levend erfgoed is een zeldzaamheid of wordt met uitsterven bedreigd. Het Nederlandse landvarken is al weg. Uitgestorven. Komt niet meer terug. Als deze ontwikkeling doorzet, zullen onze (klein)kinderen nooit een schipperke horen blaffen, eieren rapen van een kuifhoen, laat staan een ritje maken met zo'n stoer Groninger paard.

Noodklok
„Fokkers, liefhebbers en bezorgde belangstellenden hebben de koppen bij elkaar gestoken, wat resulteerde in de oprichting van de Stichting Zeldzame Huisdierrassen, in 1976", zegt de heer A.R. Kuit, voormalig voorzitter van de stichting.

„Onze stichting maakt zich sterk voor zeldzame en bedreigde oude huisdierrassen en probeert te redden wat er nog te redden valt. Want er zijn een aantal redenen om de oude veerassen te behouden. Vanwege de unieke eigenschappen die aanwezig kunnen zijn. Het behoud van genetische diversiteit is thans een belangrijk thema in de internationale natuurbescherming.

Onvermoede eigenschappen kunnen wellicht op termijn van economisch en landbouwkundig belang zijn. Dan hebben we het nog niet gehad over de cultuurhistorische waarde. De oude veerassen zijn levende vertegenwoordigers van de agrarische geschiedenis. De ideeën van de fokkers van destijds zijn nog rechtstreeks terug te vinden in de eigenschappen van het oude vee.

Bovendien hebben oude rassen ook een recreatieve waarde. Dat zien we op de hei. Waar de herder zijn schaapjes hoedt. En dan zien wij van de stichting natuurlijk het liefst dat de kudde tot een oud ras behoort", lacht Kuit.

Toompje kraaikoppen
„Om tot daadwerkelijke aanpak en resultaten te komen plozen hobbyisten, belanghebbenden en begunstigers van de stichting stamboeken na en stelden een inventarisatielijst samen. Hiermee en met de nodige literatuur zijn we letterlijk het veld ingetrokken. Om te zien of er in den lande nog rassen waren die aan de beschrijving voldeden.

Uiteindelijk bleek dat er van de oude huisdierrassen -zoals die luttele jaren geleden nog voorkwamen- nog een magere hoeveelheid over was. Een enkeling had nog een paar Friese roodbonten op stal. Met een zwarte stier, helaas. Een ander hield een handvol lakenvelders of een toompje kraaikoppen.

Maar er waren toch ook hobbyfokkers die uit liefhebberij wat dieren van een oud ras op het erf hadden. Vooral paarden zijn geliefd om mee te fokken vanwege bepaalde eigenschappen. Dan zijn er nog een aantal boeren die weliswaar overgeschakeld zijn op produktierassen, maar daarnaast met inzet, kennis en ervaring oude veerassen houden", weet de voormalig voorzitter.

Onvoldoende dieren en fokkers
De vraag rijst wanneer een ras het predikaat zeldzaam of bedreigd krijgt. „Dat hebben we uiteraard nauwkeurig omschreven in ons overlevingsplan", laat Kuit zien in het themanummer Zeldzaam Huisdier.

„Zeldzaam zijn die dieren die je zelden ziet, maar er nog wel zijn. Je moet ze als het ware zoeken. Er zijn gelukkig nog levensvatbare populaties aanwezig. Bedreigd wil zeggen dat er onvoldoende dieren van zijn en bovendien niet genoeg fokkers om voor langere tijd op het voortbestaan te kunnen rekenen.

Op dit moment bijvoorbeeld hebben we 500 Gelderse paarden (het basispaard) in ons land. Van de runderen zijn er welgeteld 600 lakenvelders en van de Friese roodbonten een schamele 20 stuks. Van de Nederlandse landgeiten mekkeren er op de kop af 700, en er blaten zo'n 500 mergellandschapen.

Bovendien zijn er te weinig fokkers van bepaalde hoenderrassen, waaronder Hollandse kuifhoenders, om maar een ras te noemen. Net als er van de Groninger slenken en hyacintduiven haast geen fokkers meer zijn. Minder dan tien fokkers proberen de populatie krombek- en spreeuwkopeenden overeind te houden.

De grens tussen bedreigd en niet-bedreigd is gelegd bij 1000 volwassen vrouwelijke dieren en 25 mannelijke per ras. Bij schapen die in kuddes gehouden worden en waar rammen groepsgewijs ingezet worden, gaan we uit van 1500 fokooien. Deze aantallen worden internationaal gehanteerd."

Grootgrondbezitters
„Het zal duidelijk zijn dat fokverenigingen en stamboeken van belang zijn om zeldzame rassen te behouden. Zij bewaken de kwaliteit van het ras door het stellen van fokeisen, uitwisseling van fokmateriaal en verspreiden hun kennis en ervaring. Een sleutelpositie heeft de foktechnisch inspecteur, in dienst van de stichting, die adviezen en informatie verstrekt.

Voorts slaan we erfelijk materiaal op voor uitbreiding en behoud van levende populaties van dieren. Gebruik van dieren betekent behoud van dieren. De stichting is ten zeerste geïnteresseerd in alles wat leidt tot gebruik van het oude vee. Het gebruik van oude veerassen door terreinbeherende instanties zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, landgoedeigenaren en andere "grootgrondbezitters" leidt eveneens tot behoud. Ook een actief beleid van overheid en particulieren draagt hiertoe bij.

Het mooiste zou zijn als naast genoemde instanties ook boeren, particulieren, kinderboerderijen en hobbyisten zich gingen toeleggen op het huisvesten van zeldzame huisdierrassen op hun erven", filosofeert Kuit. „Maar we zitten in de lift. Hier en daar komen meer liefhebbers van oude rassen opzetten.

Soms heeft men er een binding mee, doordat ze vroeger in de familie gehouden werden. Dus uit nostalgische overwegingen. Vaak omdat men ze mooi vindt. En vanwege de eigenheid van zo'n dier. Maar ook omdat je je daarmee onderscheiden kunt van anderen.

Velen bedrijven er sport mee. Houden competities. Bezoeken tentoonstellingen. Maken keuringen en fokdagen mee. En winnen prijzen!"

In parken, kinderboerderijen en op het erf geven een toompje Groninger meeuwen, een Zeeuwse dikbil en zo'n mekkerende geit toch een nostalgisch sfeertje. Net als vroeger in de dagen van Ot en Sien.

                              ------------------------------

Meer weten?

Voor 35 gulden per jaar kunt u begunstiger worden van de Stichting Zeldzame Huisdierrassen. U ontvangt dan vier maal per jaar het blad Avicultura, waarin een bijlage opgenomen is van de Stichting Zeldzame Huisdierrassen.

Giro 12796 tn.v SZH Wageningen. Informatie: Dr. A.T. Clason (secretaris) 050-3636724/5346116. Foktechnisch inspecteur: mevr. A.W. Kopper-Nelemans tel. 0343 -453734. Info Avicultura 08340-42907.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.