+ Meer informatie

Het oude Bondsvolk en zijn sociale voorzieningen

4 minuten leestijd

(3).

De wees.

Het lot van de wees is nauw verwant aan dat van de weduwe. In het Oude Testament is het een kind, dat zijn vader heeft verloren, onverschillig of de moeder nog leeft. Zie slechts Klaagl. 5 : 3: Wij zijn wezen zonder vader." Beroofd van hun vader stonden de kinderen dus, evenals hun moeder, zonder mannelijke steun en bescherming in de samenleving. Aanvankelijk kon de wees, evenals de weduwe, nog wel bij de naaste familie terecht, maar later in Israëls geschiedenis is het verantwoordelijkheidsbesef jegens hen meestal verdwenen. De enige voorsprong, die de wezen op de weduwen hadden, was dat ze aanspraken konden doen gelden op de erfenis van hun gestorven vader. In de praktijk kwam daar echter weinig van terecht. Hun moeder kon geen enkel juridisch gezag laten gelden en wist de wees het erfdeel van zijn vader werkelijk in handen te krijgen, dan kon hij die toch niet handhaven. „Zet de oude palen niet terug en kom op de akkers der wezen niet." (Spr. 23 : 10) Hieruit kunnen we afleiden, dat de grensstenen van door wezen geërfde akkers herhaaldelijk werden verlegd door egoïstische buren, die op deze wijze meedogenloos hun bezit uitbreidden ten koste van de toch al zo gedupeerde wezen. Door hun jeugdige leeftijd stonden ze veelal machteloos hier tegenover, evenals tegen de rovers van hun vee, zelfs al was het hun enige ezel, die hun werd ontnomen. Het gevolg was veelal, dat ze dusdanig verarmden, dat ze moesten rondzwerven en bedelen om een schamel stuk brood. Dan werden ze soms nog uit hun armelijke schuilplaatsen verdreven en als ze noodgedwongen om een aalmoes vroegen, werden hun uitgestoken armen soms verbrijzeld: De weduwen hebt gij ledig weggezonden en de armen der wezen zijn verbrijzeld." (Job 22 : 9). En wat zegt U er van, dat arme wezen soms als schuldslaven gevangen genomen werden om ze te verkwanselen als een stuk koopwaar?

Op vele plaatsen in de Bijbel is sprake van processen, waarin wezen verwikkeld zijn. We zouden vermoeden, dat deze processen betrekking zouden hebben op de verdediging van hun vaderlijk erfgoed. Het is echter merkwaardig, dat naast het proces van de wees vrijwel steeds tegelijkertijd sprake is van dat der weduwe. Nu weten we reeds uit ons vorige artikel, dat de weduwe geen rechten op de erfenis van haar man kon laten gelden, zodat het waarschijnlijk is, dat wij deze processen niet al te zeer in verband moeten brengen met het erfrecht, doch meer in het algemeen moeten zien als rechtsgedingen, waarbij het schamele bezit of zelfs het leven van weduwen en wezen op het spel stond door de bedreigingen van lieden, die nog een schijn van recht trachtten te geven aan hun laaghartige zucht tot plunderen en beroven van arme schepselen. Door steekpenningen wisten ze dan de oudsten, die in de poort van de stad de zaak behandelden, al van te voren om te kopen, zodat de uitspraak steeds in hun voordeel uitviel en het onschuldig bloed van weduwen en wezen weldra vloeide na het vonnis van een vals gericht. Dan hadden de geweldenaars vrij spel en konden zij de nog overgebleven bezittingen van de uit de weg geruimde wezen zich toeëigenen. En wie zou het hun kwalijk kunnen nemen? Zij hadden „het recht" toch aan hun zijde? „Zo zegt de Heere: oet recht en gerechtigheid en redt de beroofde uit de hand des verdrukkers en onderdrukt de vreemdeling niet, de wees noch de weduwe; doet geen geweld en vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats." (Jer. 22 : 3) Gelukkig trok de Heere zich het lot van wezen en weduwen aan, ja wilde Hij zelfs hun vader en man zijn. Gelukkig waren er in Israël telkens profeten, die zich van Godswege geroepen wisten, om hiertegen te profeteren, gedreven door een heilige hartstocht voor gerechtigheid. Zij eisten, dat de Israëlieten barmhartigheid betoonden voor deze mensen. Zeer speciaal in het boek Deuteronomium spreekt ons de barmhartigheid t.o.v. weduwen en wezen toe. Krachtens deze wetten was het een Israëliet niet geoorloofd het kledingstuk van een weduwe tol pand te nemen en werd van hem verwacht, dat hij de tienden van alle produkten van zijn akkers afdroeg om in de noden van weduwen en wezen tegemoet te komen. Hetzelfde geldt van de vergeten garven op de akkers en de vruchten, clie na cle oogst aan olijfbomen en wijnstokken achtergebleven waren; ook clie moesten tot voeding strekken voor weduwen en wezen. Bovendien moesten cle Israëlieten cle weduwen en wezen uit hun omgeving uitnodigen bij de viering van hun grote feesten, opdat deze armen en vaak verdrukten, ook iets van cle vreugde van het leven zouden smaken en zich met de anderen konden verheugen „voor het aangezicht des Heeren."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.