+ Meer informatie

Besprekingen van de Heilige Oorlog

7 minuten leestijd

27

In afhankelijkheid van de Heere kwam het leger van vorst Immanuël in gebondenheid aan de troon van El-Schaddai te smeken om ontferming voor de stad Mensziel. En zie, de hemel kwam in beweging bij het smeken om ontfermende liefde voor een stad die brutaalweg weigerde zich over te geven. De Held bij Wien hulpe besteld is trekt nu rijdende op het witte paard van Zijn overwinning, met het strijdende leger op naar Mensziel.

Voorttrekkend kwamen zij tot op een mijl afstands van de stad. En daar hielden zij halt tot de vier eerste kapiteins en wel Boanerges, Overtuiging, Oordeel en Uitvoering bij hen kwamen om hun kennis van zaken te geven. Toen vervolgden zij hun reis naar de stad, waar zij ook kwamen. Doch toen de oude soldaten, die in het vorige leger lagen, zagen dat er een nieuwe macht aan kwam om zich met de hare te verenigen, zo hieven zij weder zulk een gejuich voor de muren van Mensziel aan, dat Diabolus opnieuw begon te beven.

Zich neder geslagen hebbende voor de stad, lagen zij nu niet gelijk de vier andere kapiteins, alleen voor de poort van Mensziel, maar zij omringden het nu gans en aan alle kanten. Kwamen het te bezetten van achteren en van voren, zodat de inwoners allerwegen waarheen zij het oog ook richtten, een grote macht zagen, een leger rondom hen begraven. Boven dit alles werden er bergen tegen de stad opgeworpen.

De berg Genadig was aan de ene zijde en de berg Rechtvaardig aan de andere. Verder waren er verscheidene kleine batterijen en loopgraven als Duidelijke- waarheidsheuvel en de batterij Geen-zonde. Daar waren ook verscheidene slingers gezet tegen de stad. Op de berg Genadig waren er vier en op de berg Rechtvaardig voor ’t minst even veel. De overigen waren behoorhjk geschikt in verscheidene plaatsen rondom de stad. Vijf van de beste, dat is van de grootste stormrammen waren geplaatst op de berg Horen. Een berg die men dicht bij de Oorpoort had opgeworpen met het voornemen die daarmede open te breken.

Toen de mannen van Mensziel de menigte der soldaten tegen hen opgekomen zagen, alsmede al de stormrammen en slingers met het glinsteren van de wapenen en het vliegen der vaandels, werden zij gedwongen in hun gedachten te overleggen en raadslagen te nemen. Maar zij konden nu bezwaarlijk stoutmoedige plannen vormen, zij begonnen nu veeleer te verflauwen. Want hoewel zij tevoren meenden genoegzaam bewaard te zijn, zo begonnen zij nu echter te denken dat niemand wist hoe het eindelijk nog met hen zou aflopen en wat hun wel gebeuren mocht.

Nu wij hier staan bij het leger tot verlossing van de stad Mensziel, worat het ons steelis duiaeajker dat ae macht en de middelen, die de Zoon van El-Schaddai daartoe heeft ontvangen van Zijn Vader, geweldig zijn.

De edele Prins immanuël dus de stad ingesloten hebbende, liet eerst de witte vlag opsteken en deed ze zetten onder de gouden slingers die op de berg Genade geplaatst waren en dat om twee redenen. Eensdeels om de inwoners van Mensziel te kennen te geven dat Hij kon en wilde genadig zijn, zo zij zich aan Hem overgaven. Anderzijds dat zij des te mnider verontscnuidigingen zougen hebben, zo zij in hun rebelne volnardden en Hij hen verdien. Dus staK dan de witte vlag met de drie gouden duiven daarin, wei twee dagen lang uit om hun tijd te geven zich nader te bedenken. Doch gelijK reeds gezegd is, zij hielden zich of het hun niet aanging en gaven geen acht op dit gunstig teken van de Prins.

Toen beval Hij de rode vlag op te steken en die te plaatsen op de berg Recntvaardig. Het was zoals u weet de rode vlag van kapitein Oordeel die de brandende vurige oven in zijn schild voerde en dat werd ook spoedig uitgevoerd. Deze stond nu verscheidene dagen na elkander voor hun ogen. Maar zie, gelijk zij zich aanstelden onder de witte vlag toen die opgestoken was, zo deden zij ook onder de rode, zodat zij er ook geen voordeel bij hadden. De genade die de stad welmenend is aangeboden werd veracht en voor het brandende vuur van Gods toorn had men geen vrees. De stad wilde ten koste van alles de dienst van de zonde behouden, liet zich niet gezeggen, koos de dood boven het leven.

Daarop gebood Hij dat Zijn dienaars het zwarte vaandel van opeising, waar de drie brandende donderkogels in stonden, zouden opsteken. Maar Mensziel trok zich dit zo weinig aan als al hetgeen tevoren geschied was. Maar toen de Prins zag dat noch met barmhartigheid, noch oordeel, noch uitvoering des oordeels tot het hart van Mensziel raken kon, zo smartte het Hem aan Zijn hart en zeide; „Zekerlijk, deze vreemde gedraging van de stad ontstaat veel meer uit onkunde van de manieren en gebruiken van de oorlog, dan uit een heimelijke uitlating van ons of een versmading van hun eigen leven. Zo zij al verstand hebben van him eigen manier van oorlogen, zo weten zij evenwel de gebruiken niet van de oorlogen die wij voeren nu wij de krijg aanvangen tegen Mijn vijand Diabolus.”

Mensziel kent de Schrift niet, de burgers hebben geen kennis van de weg ter zaligheid. Alleen door Goddelijk Onderwijs kan de verdwaasde zondaar komen tot het geestelijk kennen van de Heere. „En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige en waarachtige God en Jezus Christus dien Gij gezonden hebt.”

Dus zond Hij naar de stad om haar te laten weten wat Hij met deze tekenen en ceremoniën der vaandels wou zeggen. Gelijk ook om kennis te bekomen wat zij wilden kiezen, of genade en barmhartigheid, of de uitvoering van het oordeel.

Zij hielden onderwijl al htm poorten met sloten en grendels zo vastgesloten als zij konden. Hum garden en wachten waren verdubbeld en waakten zo nauwgezet mogelijk. Diabolus sprak hen naar vermogen een hart in om de stad zo aan te moedigen tot wederstand.

Gekomen tot de Oorpoort sprak Diabolus van zijn rechten op de stad en van die der burgers op hem tegenover Vorst Immanuël. Voor beiden stond het onomstotelijk vast daarin enige verandering aan te brengen.

Bovendien heeft de stad U verloochend, ja Uw wet, Uw naam. Uw beeld, ja alles wat van U is achter de rug geworpen. En mijn wet, mijn naam, mijn beeld en al wat ooit hel mijne was aangenomen en in Uw plaats gesteld. Vraag het anders Uw kapiteins of Mensziel in al de antwoorden die het op hun sommaties gegeven heeft, geen liefde en onderdanigheid aan mij heeft betoond. Maar alleszins smaad, verachting en verwerping aan U en al het Uwe. Nu, Gij zijt de Rechtvaardige en Heilige, en zoudt gij onrecht doen? Wend U dan, bid ik U, van mij af en laat mij in mijn rechtvaardige erfenis in vrede zitten.”

Bedrieglijk spreekt de vader van de leugen als had hij het recht ten volle aan zijn zijde. En dat namen zijn onderdanen over, hadden er zelfs respect voor. Als kunstgreep van de ongerechtigheid had het voor hen voor het verlaten van de waarheid, nog alle schijn van recht.

Daar elk mens vanuit zijn verdorvenheid een leugenaar is, kan hij vanuit zichzelf niet kennen tot het kennen van de waarheid. Met al zijn rechtzinnigheid is hij nog in de greep van de leugen. De bedrieger bedriegt zichzelf. Vanuit Gods genade heeft Jakob het tegenover de Heere bekend een bedrieger te zijn uit kracht van zijn geboorte uit Adam en dat getuigt van de ware liefde tot de Waarheid. In die innige boetvaardigheid voor de Heere mocht hij de nieuwe naam Israël ontvangen van de Heere. Op grond van recht en gerechtigheid mocht hij dus de zegen des verbonds ontvangen van zijn God.

Nijkerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.