+ Meer informatie

Verbergen minderjarige niet strafbaar

VRIJSPRAAK IN HOGER BEROEP

2 minuten leestijd

AMSTERDAM — Het Gerechtshof in Amsterdam heeft vrijdag in zijn uitspraak de 37-jarige psycholoog en medewerker aan het Jongeren Advies Centrum (JAC) in Utrecht Peter R. uit Maarssen, tegen wie ƒ 25,— boete was geëist wegens het verborgen houden van een minderjarig meisje, ontslagen van rechtsvervolging. De psycholoog had op 12 april 1973 geweigerd de verblijfplaats van een van huis weggelopen Hilversums meisje aan de politie bekend te maken.

Volgens het hof had de verdachte hiermee weliswaar artikel 280 van het Wetboek van Strafrecht overtreden, maar had ook zijn handelingen gericht „op hetzelfde rechtsbelang waartoe dit artikel dient: bet herstel van de verhouding die volgens het Nederlands familierecht tussen ouders en minderjarige kinderen behoort te bestaan".

Pieter R. had het meisje op een onderduikadres van het JAC geplaatst en had daarna contact met de ouders opgenomen om te trachten de relatie tussen de partijen te verbeteren. Het resultaat was dat zeven weken later het meisje weer naar huis terugkeerde. , Volgens het hof had het opsporingsverzoek van de vader een subsidiair karakter gekregen omdat het alleen was gedaan voor het geval de bemiddelingspoging Van de medewerker van het JAC zou mislukken. In de uitspraak werd erop gewezen. dat uiteindelijk de pogingen om de relatie tussen meisje en vader te herstellen succes badden gehad.

HULPVERLENING

„Onder deze omstandigheden heeft de verdachte geenszins het beleid van de politie om het kind op te sporen doorkruist", aldus het hof. Het nam bij de overwegingen ook in aanmerking dat de secretaris van de Raad voor de  Kinderbescherming in Utrecht begin vorig jaar in een brief aan het JAC heeft laten weten dat de hulpverlening aan het betreffende meisje „een voorbeeld was van goede hulpverlening".

Volgens het JAC betekent deze uitspraak van het hof dat het bij „zorgvuldige hulpverlening" niet langer strafbaar is weggelopen minderjarigen op een onderduikadres te plaatsen. Peter E. had met zijn hoger beroep tegen het rechtbankvonnis, waarbij hij veroordeeld was tot een geldboete van ƒ 150,-, willen aantonen dat het artikel 280 gebaseerd zou zijn op volgens hem „verouderde opvattingen over het ouderlijk gezag". Inmiddels is in de Tweede kamer al een voorstel ingediend om het artikel te wijzigen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.