+ Meer informatie

RECHT VOOR GOD

Over de rechtvaardiging door het geloof alleen

8 minuten leestijd

BELANGRIJK ASPECT

Natuurlijk zijn alle thema’s in die zogenoemde heilsorde van belang: roeping, wedergeboorte, bekering, geloof… en zo verder. Inderdaad, want dan volgt de rechtvaardiging, of rechtvaardigmaking, en ook de heiligmaking, en de volharding. Ik zeg graag opnieuw dat het bij dit alles niet te doen is om stukje van een legpuzzel, die samen met de andere stukjes het complete geheel van het behouden worden moet gaan vormen. Bij elk van die thema’s moet je immers zeggen: zónder gaat het niet. Maar je kunt ook zeggen: wie wedergeboren is, is een nieuwe schepping; wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven. En: wie gerechtvaardigd is, zal eeuwig voor God kunnen bestaan.

Feitelijk gaat het niet om gedeelten, maar om aspecten, facetten van het ene heil. Soms zien we meer het ene, soms meer het andere, maar het gaat altijd over de complete zaligheid. Sommige mensen zijn voor eeuwig behouden, terwijl ze van de betekenis van dat behoud niet veel kunnen vertellen. De moordenaar aan het kruis naast Jezus was behouden, toen hij pleitte op de ontferming van de Here Jezus. Als we er eens in heerlijkheid met hem op zullen kunnen terugzien, zal hij er vast mee instemmen, dat toch al die aspecten belangrijk zijn. Omdat ze iets wezenlijks zeggen over de Here onze God, en omdat ze iets wezenlijks zeggen over ons. En daar willen we als we Hem leren kennen, niets van missen.

DE ZONDE IN BEELD

Wanneer tussen God en ons rechtvaardigheid ter sprake komt, dan gaat het meteen over de zonde. ‘Niemand is rechtvaardig, ook niet een’, klinkt het dan. Waarom? We vallen allen onder de beschuldiging dat we ‘onder de zonde’ zijn (Rom. 3:9–10). Een mens die probeert zich op eigen kracht staande te houden voor zijn Schepper, is jammerlijk verloren. We krijgen onszelf niet recht voor God.

God heeft een eigendomsrecht op ons, naar zijn maatstaven als Schepper, en die zijn in het verbond met zijn volk niet opgeheven. ‘Recht doen en getrouwheid liefhebben en ootmoedig wandelen met uw God’ (Micha 6:8) — dat is waarnaar Hij oordeelt, passend bij de norm van Gods heilige wet. Wanneer we door Gods Geest met de werkelijkheid van ons leven worden geconfronteerd, dan worden we overtuigd van zonde en van gerechtigheid en van oordeel. En daar leren we voor buigen.

In het evangelie van de verzoening van schuld klopt het hart van het evangelie. Het gaat dan over Christus die voldaan heeft aan het recht van God door op Golgotha de toorn van God als straf op onze zonden te dragen. Daar alleen ligt de grond om onze ongerechtigheid te bedekken, en ons van schuld te bevrijden. Het is de zonde, de ongehoorzaamheid, die de blokkade vormt tussen God en ons. De sleutel tot het wegnemen daarvan ligt alleen in Christus. Rechtvaardiging heeft dáár mee te maken.

RECHTVAARDIGING EEN APARTE BELEVING?

Ik zei al, dat ook rechtvaardiging geen ‘los’ stuk van de zaligheid is. Soms wordt het toch voorgesteld alsof het om een heel afzonderlijk gebeuren gaat in het behouden worden, nadat iemand een nieuw hart heeft gekregen (wedergeboorte) en tot geloof gekomen is. Kun je een echt geloof hebben en nog niet delen in de rechtvaardiging? Nee! Wáár geloof is altijd rechtvaardigend geloof. En wedergeboorte betekent een nieuw leven te hebben ontvangen, dat wél voor God kan bestaan. Daarin heeft de zonde geen beslissende autoriteit meer! Behouden worden, zaligheid, heil — het is één.

Echter, elk van die woorden is wel van het grootste belang. Elk woord doordringt ons er van hoe radicaal het werk van Gods genade aan ons is om ons zalig te maken. In de rechtvaardiging van de goddeloze — een term die ons een heldere spiegel voorhoudt (Rom. 4:5; 5:6) — wordt de dimensie van het recht van bestaan voor God aan de orde gesteld. Die dimensie reikt heel diep. In Christus zien we dat geen aspect van het heil van de andere is los te maken (zie 1 Kor. 1:30)!

Al bestaat de rechtvaardiging als aspect van het heil niet op zichzelf, dat wil niet zeggen dat gerechtvaardigd worden niet zelf een zaak van beleving is. Als we in Gods Woord lezen met welke felheid Paulus in de brieven aan de Romeinen en de Galaten over de rechtvaardiging spreekt, dan is daar meer mee gemoeid dan alleen een theoretische discussie. Het gaat dan over ons hart. Het gaat over zalig worden of verloren gaan, over van Christus zijn of los van Christus zijn.

Hoe noodzakelijk is het dan de Bijbelse betekenis ervan te kennen, en ook in ons eigen hart te weten of wij gerechtvaardigd zijn of niet.

DOOR HET GELOOF ALLEEN

Een paar kanten van de rechtvaardiging — of zoals ook wel wordt gezegd: recht-vaardigmaking — zijn nog iets scherper in beeld te brengen Zo zien we tegelijk hoe de woorden geloof, genade en rechtvaardiging onderling samenhangen, en hoe ze samenhangen met Christus.

Door het geloof alleen’ plegen we te zeggen. Zo vertaalde Luther de woorden van Romeinen 3:28. De Nederlandse geloofsbelijdenis geeft het in art. 22 ook zo weer. Het woordje alleen stáát er echter niet… Bij de opstelling van de NGB was de Statenvertaling er nog niet! Waar het om ging, had Luther intussen goed begrepen. Alleen maar door geloof in Christus wordt een mens gerechtvaardigd. Dat geloof is niet een kwaliteit van enige waarde, die een mens kan inbrengen. Het geloof is niet meer dan een instrument, ‘het is maar een middel waarmee wij Christus, onze gerechtigheid, omhelzen’ (NGB, art. 22). Dat het geen bijdrage van onze kant is, heeft ook Calvijn helder verwoord: ‘Wij zijn dus geschikt om de genade van God aan te grijpen en te behouden, wanneer wij het vertrouwen op onszelf geheel en al weggeworpen hebben, en alleen vertrouwen op de gewisheid van zijn goedheid.’ (Institutie 3,12,8).

Dan is het ook geen enkel probleem te belijden, dat alleen Christus onze gerechtigheid is. Als Hij de onze is geworden door het geloof, hebben we in Hem alles.

GENADE ALLEEN — IS DAT WEL RECHTVAARDIG?

Ten overvloede gezegd — dit alles past bij de belijdenis van de Reformatie die ook zei: sola gratia! Hoe is het mogelijk. Mensen die niet rechtvaardig zijn, goddelozen, vijanden, zondaars (Rom. 5:6–10), worden ‘rechtvaardig gesproken’. Een vreemde manier van doen van God, de allerhoogste Rechter. In plaats van het verdiende doodvonnis luidt de uitspraak: vrijgesproken. Er wordt geen schuld meer in de aangeklaagde aangetroffen.

Moeten we niet twijfelen of God wel rechtvaardig is, als Hij zo kan handelen?

In ónze samenleving bestaat een rechtvaardigheid die de goeden beloont en de slechten straft. Als dat omgekeerd wordt, valt dan de grondslag van de menselijke maatschappij niet weg? Slechten die vrijuit gaan — dat kan toch geen regel zijn? Het verlenen van gratie (= genade) moet in het koninkrijk der Nederlanden toch wel hoge uitzondering blijven, en zeker geen regel worden… Anders is er geen gerechtigheid meer.

Evenwel, in het koninkrijk van God gaat het anders toe dan in menselijke koninkrijken.

GENADE DOOR RECHT — IN CHRISTUS

Vrijspraak verlenen terwijl de schuld is aangetoond — daarin toont God zijn rechtvaardigheid. Dat zegt de Bijbel met nadruk in Romeinen 3:25–26. Mensen laten wel eens genade voor recht gelden. Dat is de idee achter gratieverlening door een aardse vorst. God laat geen genade voor recht gelden, maar genade door recht. Als God in de rechtvaardiging van een zondig mens zijn rechtvaardigheid toont, dan staat dat in verband met de verzoening. Christus is als plaatsvervanger op de plaats van onze schuld gaan staan. Wie in Hem gelooft, aan hem of haar wordt de voldoening van de schuld toegerekend die Christus heeft volbracht. Er is een innig en onlosmakelijk verband tussen verzoening en rechtvaardiging.

Daar komt de ‘vrolijke ruil’ in zicht, zoals Luther daarover sprak. Paulus zei het zo: ‘Hem die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem’ (2 Kor. 5:21).

Het is een vreemde gerechtigheid die aan een goddeloze wordt toegerekend. Vreemd: het is ons beslist niet eigen om rechtvaardig te zijn. Het is ons net zo vreemd om recht voor God te staan. Wat ons eigen is, is Gods vijand te zijn, om van Hem weg te vluchten, en te zeggen: ‘Heuvelen bedekt ons en bergen, valt op ons.’

De heilige, rechtvaardige God draait het om. Voor een zondig mens die heeft leren vertrouwen op de Here Jezus Christus wordt het eigen om recht voor God te staan, en vreemd om de last van eigen schuld te moeten dragen.

HET BLIJFT VREEMD

Laat het voor een gerechtvaardigde altijd maar vreemd blijven om zo houvast te hebben aan de Heiland. De zonden waarin we nog zo vaak thuis zijn, spreken er immers precies tegen in. Maar als rechtvaardigen Gods eigen werk is — en dat is het! — dan zijn we toch bij dat vreemde evangelie hoe langer hoe meer thuis. En in alle aanvechtingen mogen we elkaar bemoedigen met het vreemde geheim: buiten ons, in Christus. Door het geloof alleen! En dat is genoeg.

Prof.dr. J.W. Maris is emeritushoogleraar dogmatische vakken aan deTUA

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.