+ Meer informatie

De zandverstuiving

6 minuten leestijd

De aanblik die de-^fï^erstuivirig op dit vfoege uur biedt -nog door geen mensenvoet betredeïf- is van een ondefinieerbare schoonheid, zo ongerept en puur, zó woest en tegelijkertijd zo lieflijk. Het zand, altijd speelbal van de wind, die er met zijn capriolen de wonderlijkste vormen en figuren in aanbrengt, mooier en grilliger dan een mens ooit zou kunnen bedenken. Het is haast jammer om in de bijna grafische patronen onze voetstappen te zetten, waardoor de harmonie van lijnen verstoord wórdt. Waar we ook kijken, overal is zand: in ribbels, golven, bergjes en duinen. Het lijkt een verstild maanlandschap.

Voorzichtig zetten we onze eerste schreden op het zand, waarin lichtvoetigheid plaats maakt voor een trage, logge tred. 'n Pollet) e helmgras steekt met zijn pruikje nog net boven het zand uit, terwijl iets verder een heuveltje van fijn, wit zand tegen de stam van een kromme den gewaaid is, keurig gerangschikt in golfjes, als wilde het zand de stam beschermen tegen de koude in de nacht en de hitte overdag.

Vennetjes
In de zandverstuiving herinnert niets meer aan de uitgestrekte loofbossen met machtige eiken en linden, afgewisseld met heideveldjes en natuurlijke vennen. De enige sporen van menselijke aanwezigheid liggen diep begraven onder het zand. Zij vertellen dat eeuwen geleden, hier op de kop van een stuwwal bij Kootwijk, zich mensen hadden gevestigd die er hun rietgedekte boerderijen bouwden, waterputten sloegen, hun vee verzorgden en akkeren landbouw pleegden. Destijds was het een aantrekkelijk gebied om te bewonen, zeker ook vanwege de vennetjes die op de bodem een ondoordringbare laag van ijzerhoudende grond hadden, waardoor het water niet weg kon en de mensen er gebruik van konden maken. Er kwamen enorme heidevelden in de plaats van de bossen die men kapte en afbrandde. Door het veelvuldig plaggen en branden ontstonden er grote open plekken, waar het zand bloot kwam te liggen en de wind vat kreeg op het zand en de mensen hun greep erop verloren. En zo kwam het dat de mensen die hier zo hefdevol hun land bewerkten, moesten vluchten voor het zand, dat steeds verder oprukte, stuivend en rokend alles bedekkend wat eens was.

Rijke flora
Tijdens een wandeling, waarbij een kompas of goede kaart bepaald geen overbodige luxe is, blijkt dat in dit arme milieu toch nog een rijke flora ontstaan is. Het prachtige ruighaarmos, dat in het voorjaar diep bruinrood kleurt, lijkt op een fluwelen tapijt, vooral aan de rand van de zandverstuiving, waar het zand niet zo diep is. Her en der groeien buntgras en zandzegge, maar ook tal van andere uiterst kleine plantjes, zoals het kruisbloemige tasjeskruid. Wat we zeker niet vermoedden was dat we in het schrale armetierige zand de zachtgele heideknotszwam tegen zouden komen. Prachtig hla gekleurde heidestruikjes lijken zo in het zand te zijn neergezet door een aardige bloemist, zo fris zien ze eruit. Het bekertjesmos is het hele jaar onopvallend aanwezig, behalve in het voorjaar; dan trekken de heirode sporen t de aandacht van menige voorbijganger.

Stilte
Een zandoogje fladdert voor ons uit; het is te zien dat hij hier in zijn element is. Zittend in het warme zand drinken we koffie en koesteren ons in de zon, die hier voor heuse woestijntemperaturen kan zorgen. Er is (nog) geen enkel geluid, alleen die immense weldadige stilte, waarbij onze gedachten vanzelf afdwalen naar de mensen die hier vroeger woonden, terwijl we ons dan weer verbazen over het onwezenlijke van het stille landschap. Wat blad van het aangrenzende bos is de schuilplaats geworden van een hagedis die hier de winter doorgebracht heeft, maar juist een lekker warm plekje opzoekt om te zonnen. De raven zijn inmiddels ook van de partij en blaffend en keffend als honden cirkelen ze boven onze hoofden, alsof ze ons duidelijk willen maken dat ze ons maar vreemde indringers vinden. Nu al een beetje vermoeid van het mulle zand, lopen we langs de lichene- of korstmossteppen, die behoren tot het geslacht Cladonia. Daarvan zijn wel vijftig soorten in de zandverstuiving te vinden, wat voor Nederland wel zeer uniek is.

Pitbull-kever
Iets verderop zien we plotseling tal van sporen, die bij nader inzien van zwijnen en edelherten afkomstig blijken te zijn. Veel dieren gebruiken het zand namelijk als doortrekgebied. Terwijl we de sporen nog aan het bekijken zijn, valt ons oog op de schitterend gekleurde, bonte zandloopkever, die ook nog een groen neefje heeft. Zij mogen wel de pitbulls van de kevers genoemd worden, want ze vallen gerust een prooi aan die vele malen groter is dan zij zelf. In een grote kuil, waar kennelijk kortgeleden graafwerkzaamheden zijn verricht, speelt zich een klein kortschildkeverdrama af. Talloze kortschildkevers zijn in de enorme kuil terecht gekomen en doen wanhopige pogingen uit de kuil te klimmen. De wanden van de kuil zijn echter zo steil, dat ze elke keer als ze een klein stukje gevorderd zijn terug op de bodem vallen. Als ze elkaar tijdens de klim omhoog te dicht naderen, willen ze elkaar ook nog bevechten en daar hebben ze nauwelijks nog energie voor. Het is zo zielig om te zien dat we ze een voor een eruit halen en verderop neerzetten. Opgelucht rennen de kleine kevertjes naar beschutting biedende plekjes, waar ze vast even moeten uitblazen van al die enge avonturen die ze meegemaakt hebben.

IJzer
Onder in de kuil is het zand bijna rood van kleur, wat erop kan duiden dat er nogal wat ijzer in de grond zit. Op veel plaatsen in de zandverstuiving waren vroeger houtskoolbranderijen, waar houtskool in zogenaamde meiiers werd gebrand of liever gezegd werd verkoold. Helaas is het houtskoolbranden bijna verleden tijd, behalve in Uddel op de Aardhuisweg, waar nog een echte houtskoolbranderij in werking te zien is en soms te ruiken is. We vervolgen onze tocht langs de grillig gevormde vliegdennen, die niet alleen voor wat schaduw en beschutting zorgen maar ook heel fotogeniek zijn. Ginds op een heuvel ligt een reus van een boom geveld door droogte, wind en zand. Bovenop de heuvel hebben we een prachtig uitzicht op een groot gedeelte van de zandverstuiving. We laten de omgeving een tijdje op ons inwerken en nadat we wat mooie plaatjes gemaakt hebben dalen we de heuvel af en zien dat leeuweriken tikkertje spelen op de kale stam en takken van dit monument in het zand.

Duinpieper
Als we aan de rand van de zandverstuiving neerstrijken om uit te rusten, horen we een heel zacht gepiep vlakbij een paar heidestruikjes. Na aandachtig luisteren waar het gepiep nou precies vandaan komt, zien we een jong duinpiepertje moederziel alleen in het zand zitten. We kijken om ons heen of moeder duinpieper misschien in de buurt is, maar ze is nergens te bekennen. Het kleine jong wil wel wat water uit een bekertje drinken en hupt dan weg door de heidestruikjes. Omdat we niet zeker weten of zijn moeder toch nog ergens de wacht houdt, gaan we een eindje weg en houden de zaak door de verrekijker even in de gaten. Na een paar minuten komt ze inderdaad kijken of haar jong er nog is. Dat is maar goed ook, want niet alleen wij hebben het jong ontdekt; ook een jonge havik heeft het diertje al bespeurd vanuit een naaldboom. Ook wij ontkomen niet aan de greep van het zand: kleding, schoenen, rugzak en apparatuur: alles zit onder het zand. Op mijn vraag aan de fotograaf hoe hij zijn koffie wil, zegt hij, terwijl hij het zand uit zijn mond spoelt: „Met suiker en zonder zand graag!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.