+ Meer informatie

De Dordtse leerregels en de prediking

5 minuten leestijd

1

Zo nu en dan komen er vragen van lezers met het verzoek die in ons blad te beantwoorden. Meestal is het niet mogelijk dit te doen. Een vragenrubriek bij te houden, naast een artikelenserie, zou te veel tijd vergen. Wel dacht ik, dat het goed kon zijn, even „tussendoor” de aandacht op een enkele vraag te richten. Daarom onderbreken we nu voor korte tijd de artikelen over schepping en val. Uiteraard kiezen we vragen, die onze gehele lezerskring kunnen dienen en zaken betreffen, die vooral in onze tijd van belang zijn. Zo blijven we in de lijn van ons blad.

De vraag, die ik nu op het oog heb, is mij gesteld door een br. ouderling, ergens in Nederland. Deze luidt: In hoeverre kan een predikant de inhoud van de Dordtse Leerregels verwaarlozen en toch nog Gereformeerd genoemd worden?

De briefschrijver vermeldt van de achtergrond in zijn brief verder niets. Het laat zich denken, dat het voor hem geen theoretische aangelegenheid is, dat hij juist met deze vraag komt. Met het geval – of de gevallen – dat samenhangt met de vraag hebben wij ook niet te maken. Het is de roeping van deze br. ouderling zelf om een eventuele klacht op een broederlijke en kerkelijke wijze te behandelen. We hebben geen behoefte om dergelijke zaken in de persoonlijke sfeer te behandelen. Dit zou trouwens alleen dienen tot vertroebeling. Echter in deze vraag wordt toch iets aangesneden, dat diepere en bredere achtergronden heeft en raakt het bredere erf van de kerk. In die zin wensen we deze vraag ook te beantwoorden. Het gaat hier om de roeping te waken bij de poorten van de belijdenis.

Gereformeerd genoemd worden! Het is altijd nog een grote menigte in ons vaderland, die op de naam „gereformeerd” prijs stelt. Hoeveel kerken dragen deze naam niet in hun officiële benaming? Echter, heel wat schepen varen in onze tijd onder de gereformeerde vlag, terwijl zij een ongereformeerde lading vervoeren. De naam „gereformeerd” zegt wat dat betreft niet veel meer. Het gaat er maar om of men het wezenlijk is.

We hebben een waarschuwend voorbeeld dichtbij ons in de huidige ontwikkeling binnen de Gereformeerde Kerken. De tijd ligt nog niet lang achter ons, dat het wel leek alsof men daar het alléén-recht op die naam had. En nu? Openlijk wordt er kritiek gemaakt op de Dordtse Leerregels, zoals b.v. op de verwerping. En dat niet alleen. Velen zijn het niet eens met de Heidelberger Catechismus, b.v. Zondag 5 en 6, of met de Nederlandse Geloofsbelijdenis, b.v. over Gods Woord en de verkiezing. Anderen benaderen de belijdenis vanuit de doel-gedachte: zo b.v. Zondag 3 over schepping en val. Het gaat er dan niet om of we deze belijdenis woordelijk onderschrijven. Zondag 3 bedoelt te belijden, dat de mens geschapen en gevallen is. Het is genoeg, dit te aanvaarden.

In de praktijk is het dan eerlijker te beweren, dat dit niet in overeenstemming met de belijdenis zelf is. Vandaar heeft men al voorgesteld om het ondertekeningsformulier, dat de binding aan de belijdenis stelt, te veranderen. Ook zijn er in de Gereformeerde Kerken, die de naam „gereformeerd” liever veranderd zouden zien in „evangelisch”. Ongetwijfeld is dit een bewijs voor het steeds verdergaand verval, maar het is in ieder geval oprechter dan dat men de schijn behouden wil.

Dit staat vast: wie de naam „Gereformeerd” wenst te dragen, is gebonden aan Gods Woord en de belijdenisgeschriften. Het is iets anders of het dan klaar is. Dáár hopen we in een volgend artikel op terug te komen. Maar wie zich niet gebonden acht door Schrift én belijdenis heeft bij voorbaat de band al doorgesneden met wat in wezenlijke zin gereformeerd mag heten.

Het is daarom niet zo moeilijk om op de vraag of een predikant de Dordtse Leerregels verwaarlozen mag en toch nog gereformeerd mag heten een antwoord te geven. Hier kan kortweg neen gezegd worden. Een predikant, die in prediking en katechisatie duidelijk blijk geeft de leer in de Dordtse Leerregels vervat te verwaarlozen, verzaakt zelfs zijn roeping. Het is immers maar niet alleen zó, dat hij geen valse leer zal voorstaan. Dát raakt alleen wat hij niet doen mag. Een geroepen dienaar des Woords heeft ook positief de leer voor te staan, zoals die in onze belijdenis vervat is. Iedere dienstknecht heeft vóór dat hij zijn arbeid aanvangt het ondertekeningsformulier voor de dienaren des Woords ondertekend. Het is misschien goed, dat we hier het begin van dit formulier vernemen: „Wij, ondergetekenden, dienaren des Goddelijken Woords...... verklaren oprecht en in goede konsciëntie voor de Heere, dat wij van harte gevoelen en geloven, dat al de artikelen en stukken van de leer, in de drie formulieren van enigheid begrepen, in alles met Gods Woord overéénkomen. Wij beloven, dat wij deze leer ijverig zullen leren en getrouw voorstaan…”

Het is dus al te duidelijk, dat het niet genoeg is geen afwijkende leer te brengen, maar de leer die naar de godzaligheid is positief te leren. Trouwens op de Dordtse Synode is dit nadrukkelijk zo gesteld, toen in de 131ste zitting besloten werd een narede op te stellen op de 5 artikelen tegen de remonstranten. In die narede worden de dienaren in het Evangelie vermaand, dat zij deze leer zowel met de tong als met de pen tot Gods eer, heiligheid des levens en vertroosting der verslagen gemoeden richten; dat zij met de Schriftuur naar de gelijkmatigheid des geloofs niet alleen gevoelen, maar ook spreken......

Zo brengt dus de roeping van iedere predikant het reeds mee, dat geen gedeelte van de belijdenis verwaarloosd mag worden. Er is echter ook een andere zijde aan deze zaak, die laat zien dat deze roeping niet losstaat van de praktijk der godzaligheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.