+ Meer informatie

Weer eens buurten

10 minuten leestijd

Een anderhalf jaar geleden zijn in ons blad een paar artikelen geplaatst onder het opschrift „Even buurten”. In een dicht bevolkt land is een „buur” geen vreemd verschijnsel voor ons. Het spreekwoord zegt dat een goede buur beter is dan een verre vriend. Kerkelijk hebben we vele „verre vrienden” via I.C.C.C. en G.O.S. Vrienden selecteer je je op de een of andere manier; buren zijn er zonder meer, met wie je leven moet „in de buurt” of je het leuk dan wel lastig vindt. Hoe schaars en hoe schraal de contacten met hen mogen zijn, negeren kun je ze toch niet; je leeft met hen in dezelfde „buurt”!

Als blad hebben we ook buren, constateerden we toen. Een viertal passeerde de revue. We kunnen U nu meedelen dat we er een nieuwe buur bijgekregen hebben. Die woonde al lang in onze buurt, maar we wisten het toen niet! Achterlijk, zegt U misschien? Het zij zo, we zijn vaker naar achterbuurten verwezen (door de vroegere „Waagschaal”: de „achterbuurt van het Nederlandse protestantisme”!) en dan heb je niet altijd direct in de gaten wat er aan de „grote weg” gebeurt! Dank zij de genoemde artikelen kwam er contact tot stand met het blad „Diakonia - Maandblad ten dienste van het diakonaat in de Nederlandse Hervormde Kerk” (uitgave van de Generale Diakonale Raad). Naar anciënniteit gerekend is ook deze „buur” heel wat bedaagder dan wij zelf. Momenteel verschijnt de 44ste jaargang.

Alvorens weer eens bij de andere buurbladen te gaan buurten, willen we een kijkje nemen bij deze nieuwe buur.

Diakonia

Een hele jaargang ligt voor me (de 43ste). Alleen al het register van onderwerpen en auteurs telt 13 bladzijden! U begrijpt dat het ondoenlijk is U een overzicht te bieden van alle artikelen enz. die in 1976 in dit blad zijn gepubliceerd. Net als al onze „buren” en wij zelf, wil ook dit blad „informatie en opinie” dienen. In het kader van het werelddiaconaat is er veel aandacht voor „diaconaal” werk in de „derde wereld”.

Maar ook het plaatselijke diaconaat wordt niet vergeten; af en toe wordt het woord gegeven aan een plaatselijke diaconie om te verteilen hoe een of ander project wordt aangepakt hetzij ter plaatse, hetzij ten behoeve van hulpverlening elders. Interessant was het themanummer „De diaken aan het werk”. Om er iets uit te noemen: „Je staat er niet alleen voor”, „Waar zullen we beginnen?”, „De diaken in de kerkdienst”, „De diaken in de kerkeraad”, „De diaken in de gemeente”, „De diaken op huisbezoek”, „De diaken en de politiek”, „Beleidsvorming in het college”. U merkt, stuk voor stuk onderwerpen die de moeite van nadenken waard zijn. Zo is er natuurlijk meer te noemen. Ik denk aan de informatie betreffende de wetgeving (Onroerend goed-belasting, AAW enz.), aan de informatie over de kerk in Oost-Europa (met een foto zelfs van ds. J. C. Maris en ds. Wurmbrand!) en elders in deze „roerige” wereld, de diaconale betrokkenheid inbegrepen, enz. enz. Op de diaconale vergadering van oktober jl. werd de vraag behandeld „Gaat de kerk te ver in haar bemoeienis met de samenleving?” Of de beantwoording reeds in brochurevorm is uitgegeven, weet ik niet, maar bijna onwillekeurig bracht ik deze vraag in verband met het artikel dat in het septembernummer m’n aandacht trok „Een theoloog onder de arbeiders”. In een tija waarin cléricale bemoeizucht vele kerkelijke colleges (ik dacht nog iets anders dan „dè kérk”) niet ontzegd kan worden, is een dergelijk artikel uitermate leerzaam, al was het alleen maar om te beseffen dat er een „taal”-barrière bestaat, zo niet -barrières in onze samenleving, tenzij men alleen maar uit is op een „oratio pro domo”, een „preken” voor eigen parochie. In het laatste geval doet het jargon er niet zoveel toe: ons kent ons! Dè (!) samenleving trekt zich er doorgaans niet zoveel van aan. Alleen al om dergelijke vragen, Problemen etc. die in „Diakonia” aan de orde worden gesteld, verdient deze buur alle aandacht!

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de buren die we destijds ontmoetten, minder aandacht verdienen. Zeer beslist niet! De eerste (en verreweg de oudste: 74ste jaargang in 1977!) die dan aan de beurt komt, is het „Kontaktblad voor de gereformeerde diakonale arbeid” het

Diakonaat

Wie het verschil in benaming samenvoegt, behoeft niet te vrezen dat er een (h)iaat tussen Diakonia en Diakonaat bestaat! Opzet en structuur verschillen niet zo veel. Herhaaldelijk tref je soortgelijke artikelen aan, soms dezelfde artikelen (zelfs met verschallende auteurs!). In elk nummer zit een kleine brochure meegeniet (meest met andere kleur inkt gedrukt) over een onderwerp dat kennelijk als „hoofdartikel” fungeert, bijv.: „Arena zonder tribune” (over de kerk in Angola), „Vernieuwing in levensstijl” (wil het accent leggen op de „persoonlijke vernieuwing”, maar blijft trouwhartig in het gareel van de hedendaagse mode waarbij de Bijbelse „vernieuwing” praktisch buiten de horizon blijft, met name „persoonlijk”), „Solidariteit en kritiek” (over de kerken in Oost-Europa), „Rijk en arm” (over het ontwikkelingsvraagstuk ), „Bijbelverspreiding in Oost-Europa”, „Werken met wijkteams” (over het organiseren van meer „gemeenschap” in de gemeente), enz. Een themanummer „Dienst aan werklozen” is verder nog te noemen. Uit de reeds gegeven titels blijkt de grote aandacht van de redactie voor wat ver weg op „diaconaal front” — om het zo eens te noemen — passeert, zonder het nabije front te vergeten: Roemenië, Iran, Chili, Namibië enz., maar ook het „dorps-diaconaat”, de „opzichzelfstaanden”, bejaarden-telefoon, „diakonie algemene zaken” enz. komen aan de beurt, zelfs een paar preken van prof. Rothuizen („Een zware preek” over 1 Joh. 3: 17 en „Een beklemmend geluid” over Matt. 25:41-45). U ziet, het „Diakonaat” stelt zich wereldwijd op; grensoverschrijding lijkt geen primaire vraag te zijn voor de redactie.

Ouderlingenblad

Sinds september 1975 verschijnt dit maandblad voor ambtsdragers van de Geref. Kerken in Nederland volgens een andere „formule” (zo heet dat toch in vakkringen?) qua vormgeving en opzet. Geest en strekking, verzekerde de redactie bij voorbaat, zouden dezelfde blijven. Maar vergeleken bij hun collegaambtsdragers, de diakenen, komen de ouderlingen wel een beetje zuiniger voor de dag! Toch worden er heel wat onderwerpen aan de orde gesteld. De meeste artikelen zijn vrij kort. Maar de hoeveelheid juist daardoor vermoedelijk vrij groot. De ruimte ontbreekt om ook maar bij benadering U een overzicht te bieden. Wanneer U de subjectieve keuze op de koop toeneemt, wil ik een paar onderwerpen noemen om U een idee te geven wat er bij deze „buur” aan de orde kwam in 1976. Drie themanummers versehenen resp. over de „Godsdienstige beleving” (met een artikel van ds. Overduin over de „Godsdienstige beleving in de preek”, terwijl de rest van dat nummer zich bezig houdt met die beleving „aan de rand van de kerk”, met „De religieuze mens buiten de kerk” en met „Religie” — niemand zal hier van te veel introversie spreken), over „Huwelijk en gezin” (gewezen wordt o.m. op het feit dat formele criteria veel moeilijker te hanteren zijn dan voorheen, èn dat wij als ambtsdragers vaak te veel spreken en de weinig luisteren) en „Samen op weg” (de verhouding tussen de Ned. Herv. Kerk en de Geref. Kerk). Verder zou ik willen wijzen op onderwerpen als „Ambt en charisma in het Nieuwe Testament”, „Gemeente en welzijnswerk”, „Die op ons heil bedacht is” (over de uitverkiezing), „Chaos en kosmos” (over de Heilige Geest), „Politiek in de preek?” (politiek gezien als „alle activiteit die gericht is op het signaleren van misstanden, de bestrijding van onrecht en discriminatie, bevrijding van enkelingen en volken uit de ban van vooroordeel op grond van ras of sociale positie”; de prediking plaatst „voor een persoonlijke beslissing inzake de geheel eigen verhouding tot God”, maar die beslissing betekent tegelijkertijd ook „een bewust Stelling nemen in heel de maatschappelijke werkelijkheid”) en „De maatschappelijke positie van de predikant”. Dat er verder ook kerkordelijke zaken ter sprake komen, zal niemand verwonderen die weet dat prof. Nauta al jaren de redactie-staf voert (met anderen natuurlijk).

Dienst

Zoals U weet een van de jongste „buren”, komt dit blad „uitgaande van het Comité voor de Centrale Diakonale Conferentie van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt)” qua opzet nog het dichtst in de buurt van ons blad. Immers terwijl de voorgaande bladen zich specialiseren op een van de beide ambten — een specialisatie mèt de bijna onvermijdbare grensoverschrijdingen — richt dit blad zich op de beide ambten. In 1976 versehenen in dit blad talrijke artikelen die de aandacht trokken, bijv. „Ouderling en prediking” (arbeid ten dienste van Christus’ gemeente is altijd werk-in-gemeenschap!), „Pastoraat aan onze verloofden”, „De pastorale zorg voor onze jongens in militaire dienst” (wie geneigd is de vrijgemaakten om hun principiële en disciplinaire instelling te idealiseren, leze zo’n artikel!), „Evangelisatie en predestinatie”, „Trainingen in opspraak” (over sensivity training en transcendente meditatie) enz. Een heel leerzaam artikel acht ik dat van prof. Trimp over „De eigen-aardige kracht van een gereformeerde ouderling” (deze schrijft hierover naar aanleiding van de proefschriften van dr. A. van Ginkel en dr. G. D. Goedhart, bij wie hij als het „centrale gebrek” aanwijst de „vervaging van het ambt”). Het is verleidelijk uit zo’n artikel het een en ander breed weer te geven (de predikant geen sacrale figuur en de ouderling geen lekenvertegenwoordiger, sàmen „mede-oudste”!), maar de ruimte ontbreekt helaas. Dat laatste is ook de reden dat er weinig aandacht gegeven kan worden aan het blad dat misschien het verst „uit de buurt” ligt, nl.

Woord en Dienst,

omdat het een soort vermenging van — in onze verhoudingen te noemen — De Wekker en Ambtelijk Contact is. Dat wil natuurlijk beslist niet zeggen dat daarom dit blad van minder betekenis is. In tegendeel, de 25ste jaargang met z’n 408 pagina’s biedt een schat informatie, voorlichting, opinievorming enz., meestal vlot en actueel weergegeven. Het laatste nummer van deze jaargang, het jubileumnummer dus, laat niet alleen een foto zien van de jubilerende redactie, maar biedt ook een aantal herdenkingsof herinneringsartikelen. Het artikel van drs. Gerssen over „De Gereformeerde Bond: gisteren en vandaag” is zeker de moeite van overwegen waard (zonder het woord te noemen: ook daar is een drijven naar de polarisatie; binnen een gemeenschap, ook een kerkgemeenschap, kun je natuurlijk een minder duur woord gebruiken en beter van „nestbevuiling” spreken — geen onbekend verschijnsel in kerkelijk Nederland!). Trouwens de analyse van ds. Spijkerboer is ook de moeite waard („De genade van het nulpunt”). De oorspronkelijke bedoeling — volgens het eerstgenoemde artikel: een blad waarin het hele leven van de hele kerk zou weerspiegeld worden en waarin de richtingen, die gedacht werden bezig te zijn modaliteiten te worden, met elkaar in discussie zouden treden — wordt misschien wel het best „weerkaatst” in het artikel van prof. Smits over „Een kwart eeuw schering en inslag” (excuus voor de vermenging van beeiden!). Ook al woont deze buur dan iets verder zodat we nu pas aandacht schenken aan het jubileum, toch willen we bij dezen graag onze hartelijke gelukwensen aanbieden!

Het kost tijd, ruimte om „even te buurten”, vooral als een heel jaar moet worden „bijgepraat”. Dan is het niet mogelijk tot in details te verteilen wat er zo al bij de buren gaande is. Het bovenstaande wil alleen aanduiden dàt er het een en ander gaande is. Misschien wekt het Uw interesse. Laat dat weten wanneer U het op prijs stelt dergelijke zaken ook in ons blad aan de orde te stellen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.