+ Meer informatie

„Zoeken naar geheim van klankkwaliteit''

Clavecimhelhouwer Cornelis A. Bom:

8 minuten leestijd

Nog niet zo heel lang geleden waren veel Nederlandse gezinnen in het gelukkige bezit van een harmonium. Jammer dat veel van deze echte instrumenten naast de vuilnisbak gezet zijn of ingeruild voor nep-instrumenten. Het clavecimbel en het huisorgel kwamen iets minder voor, terwijl de piano al een tijd lang erg in trek is. Wanneer je echter advertenties bekijkt in Nederlandse kranten uit het eind van de 17e tot de 19e eeuw, dan worden er veel huisorgels en clavecimbels aangeboden. De advertenties waarin clavecimbels worden aangeboden handelen vaak over instrumenten van Ruckers en Dilcken.

Aan het woord is clavecimbelbouwer Cornelis A. Bom uit Schoonhoven. Een jaar of vier geleden liet hij zijn oorspronkelijke beroep als chemicus in de steek en ging zich volledig wijden aan het bouwen van clavecimbels en virginalen.

Cornells A. Bom is van geboorte een Plaêtenaêr (Ooltgensplaat). Zijn vader noemde men daar in zijn leven „sigareBommetje", vanwege het feit dat hij een winkel dreef in rook- en snoepartikelen. Daarnaast knutselde de sigarenboer veel. De periode na de watersnoodramp in 1953 was dan ook een drukke tijd. Diverse harmoniums die door het water waren aangetast werden door sigare-Bommetje gerepareerd.

In het kleine woonkamertje ging dan een deken over de tafel; hierop werd het „waeterurgel" gelegd. Voorzichtig werd dan begonnen met demontage. De verschillende onderdelen kwamen in allerlei sigarendoosjes terecht; ieder onderdeel probeerde hij te repareren. De sfeer die dat alles opriep zal ik nooit vergeten, zegt Cornelis.

Zelf begon hij in 1968 met de eerste pogingen een instrument te bouwen. Dat was vrijetijdsbesteding. Inmiddels was Cornelis getrouwd en had een tamelijk uitgebreide studie in de chemie achter de rug. In de kleine flat in Delft werd dan 's avonds heel simpel het bouwsel waaraan hij bezig was onder bed geschoven.

Een verandering van werkkring deed het gezin Bom verhuizen naar Schoonhoven. Door de ruimere behuizing nam het bouwen van muziekinstrumenten een steeds hogere vlucht. Totdat op een zeker moment de drang om muziekinstrumenten te bouwen groter werd dan het dagelijks werk in de chemie. De overstap naar de clavecimbelbouw werd genomen. De heer Bom heeft er nog geen dag spijt van gehad. Hij vindt het een bijzonder boeiend vak. En dat is het!

Op zoek

Cornells A. Bom is een boeiend verteller. Hoewel de liefde voor het vak er door vader Bommetje werd ingelegd, heeft Cornelis zich zelf in de instrumenten en de geschiedenis ervan verder verdiept. Belangrijk vond hij de vraag, hoe bepaalde Instrumenten zo populair zijn geworden. Welke kracht lag hieraan ten grondslag? In dit opzicht noemt hij de. geschiedenis van het clavecimbel zeer Interessant. De invloeden die dit instrument hebben groot gemaakt (en ook klein gemaakt!) liggen namelijk ook ten grondslag aan veel andere Instrumenten zoals: huisorgels, regalen en andere strijk- en blaasinstrumenten. Wanneer je de geschiedenis van de instrumenten bestudeert, ervaar je steeds meer, dat iedere tijd krijgt wat hij verdient, ledere tijd heeft z'n eigen instrumenten gehad, waarvan de klank Iets uitdrukte van de heersende mentaliteit.

Geschiedenis

Het clavecimbel is omstreeks 1450 ontstaan uit de psalter, althans, naar wordt aangenomen. Er zijn twee belangrijke stromingen in de clavecimbelkunst. Een die begint in het Italië van de 15e eeuw met als hoogtepunten de instrumenten van Baffo en Pisaurensis én een stroming die wat later in de 16e eeuw begint in de zuidelijke Nederlanden, waarvan Antwerpen het middelpunt was. Al in de 10e eeuw is Antwerpen zo belangrijk geworden, dat de Hertogen van Brabant de stad annexeren. Door zijn voortreffelijke Ugging aan een bevaarbare getijde-rivier kwam de handel met Engeland op gang. In de 14e eeuw vangt de grootste bloei aan, wanneer door een van de St. Ellsabethsvloeden de Westerschelde doorbreekt en ook de Brugse haven verzandt. Als een magneet trekt de stad schilders, beeldhouwers en allerlei andere kunstenaars (en kunstemakers) aan. Ze komen uit heel Europa. Antwerpen wordt een broeinest van handel en kunst.

De invloed op het muzlekgebeuren is overweldigend. De madrigaalkunst van Van Ockechem, Obrecht en later Josquin des Prés komt tot grote bloei. In 1544 verschijnt het Antwerpse Liedecken-Boeck, ,,inden welcken ghi in vinden suit vielderhande liedekens, oude ende nyeuwe, omme droefheid en melanchoH te verdrlven". De ontwikkeling In het bouwen van muziekinstrumenten. Zeer opvallend Is, dat economische groei hief gepaard gaat met verfijning In de ambachten en kunsten.

Gilden

In Antwerpen treedt in 1579 een zekere Johannes Ruckers toe tot het St. Lucasgilde. Dat gilde was omstreeks 1350 opgericht. Rond 1440 telde het 23 verschillende kunstambachten, als: schilders, beeldhouwers, glazeniers en orgel- en claveclmbelbouwers. Op de lijst van gildebroeders komen in de periode 1500 - 1580 een zestal Antwerpse claveclmbelbouwers voor. Wanneer men instrumenten wilde verkopen was het absoluut noodzakelijk In zo'n gilde opgenomen te zijn. Wanneer een bouwer rijp was om voor hemzelf te beginnen, moest er een proefstuk worden gemaakt, dat door gildemeesters werd beoordeeld. Bij afkeuring mocht het produkt niet verkocht worden. Als het goed werd bevonden dan volgde inlijving in het gilde. Dat gilde was de 16e en 17e eeuwse mentaliteit. Het bepaalde de leefstijl en stelde de grenzen.

Johannes Ruckers borduurde voort op een al gevestigde clavecimbelbouwtradltie. Zijn instrumenten en die van zijn zonen en verdere familieleden veroverden in korte tijd geheel Europa (1580-1650).

Mysterieus

De roem van het Ruckers-instrument is voor ons mysterieus, want het gaat hierbij altijd om de klank. Probleem is, dat de originele klank op een origineel instrument goed bewaard is. Dat de klank mysterieus is, komt door de omstandigheden dat bij een restauratie bepaalde concessies moeten worden gedaan. Ook al zijn er geen vragen over de originele staat, dan geeft toch het besnaren grote problemen. Is de besnaring niet te zwaar voor het instrument, zodat het na een half jaar of eerder in elkaar klapt? Graag wil ik duidelijk stellen, zegt Bom dat ik restauratie alleen zinvol vind, als de originele klank kan worden benaderd. We hebben al genoeg musea met bespeelbare oude instrumenten die gewoon niet om aan te horen zijn. Het droevige is, dat juist deze instrumenten vaak tot standaard zijn verheven, „omdat ze oud zijn".

Klankkwaliteit

Het zoeken naar het geheim van de grote klankkwaliteit van veel historische instrumenten heeft er toe geleid dat sommige hedendaagse bouwers zich met het kopiëren van oude muziekinstrumenten zijn gaan bezighouden. Eigenlijk is dat ,,nieuw naar oud" maken. Je kunt erover kibbelen of dat nostalgie moet heten of het zoeken naar en herontdekken van de waarde van het oude instrument. De basis voor dat historische instrument was: kennis van zaken en een strenge kwaliteitscontrole. Daar waren de gildemeesters niet mis in. ,,De ,,grenzen" die zij stelden kunnen we in veel oude instrumenten herontdekken. Die zijn een toonbeeld van orde, exactheid en gevoel voor verhoudingen. Eigenlijk precies dezelfde elementen die we vinden bij de andere kunstuitingen. De elementen die de klank produceren zijn opvallend precies afgewerkt, daar ging het om. De rest was geen bijzaak, maar decorum. De klank is een eenheid, kernmerkend voor veel instrumenten uit de 16e en 17e eeuw. Binnen de stemmen en liggingen sluit alles prachtig aan. Niets domineert of sniert er bovenuit. Alles past bij elkaar. De Ruckers-traditie is door veel bouwers tot ver in de 17e eeuw voortgezet.

Decadentie

Wanneer in de late 18e en 19e eeuw de Invloed van de gilden vermindert en zelfs geheel verdwijnt, verandert ook sterk de klank van de instrumenten. Dit hangt duidelijk samen met een grote vrijheid In het ambacht en een vermindering van de controle op de produkten. In bijvoorbeeld het Franse clavecimbel, ontstaan aan het eind van de 18e eeuw, is de verlaging van de strenge 17e-eeuwse norm duidelijk te horen. Kenmerkend Is, dat de bas bij een dergelijk instrument heel diep en donker klinkt en onduidelijk is. Het hoge register klinkt vaak vrijblijvend en scherp, terwijl de oude instrumenten daar juist helder klinken. Duidelijk valt het gemis aan eenheid op.

Tenslotte gaat het ook met de ontwikkeling van de pianoforte steeds beter. De mechanieken worden beter en besnaring dikker, waardoor de spanning van 4500 kg omhoog gaat naar bijna 20.000 kg. Onvoorstelbare krachten voor een clavecimbelbouwer. In die 18e eeuw worden tal van clavecimbels omgebouwd doordat de omvang vergroot werd. Veel instrumenten werden echter zeer ondeskundig behandeld en dus vernield. Een van de grootste kannibalen is onmiskenbaar meneer Taskln geweest, die in de 18e eeuw de Ruckers-lnstrumenten omturnde. Dat kon allemaal In Parijs. De echte waarden werden vertroebeld door onbenullig denken, 's Nachts stookten de soldaten van de Republiek tijdens hun nachtdienst oude clavecimbels op. Zij waren immers het symbool van de elite.

Voortgaand onderzoek

Het is slechts een enkeling gelukt om prachtige instrumenten te blijven bouwen. En nog steeds zijn we bezig om veel van de 17e en 18e eeuwse principes boven water te halen om ze trachten te verwezenlijken in de huidige instrumenten. Een probleem is, dat veel verloren is gegaan door een sterk veranderd kwaliteitsbesef, of misschien kunnen we beter spreken van gemis aan kwaliteitsnorm. Een andere moeilijkheid is, dat we leven in een tijd waarin alles hapklaar en simpel moet zijn: vandaag gebruiken en morgen naast de vuilnisbak. Dat heeft met mentaliteit te maken! Gelukkig zijn er door alle tijden heen goede instrumenten gebouwd, ondanks alles, en dat mag de burger moed geven.

Het onderzoek naar de mooie klank gaat door en Bom verwacht dat er nog heel wat zaken die met wetmatigheden in de klank te maken hebben, boven water zullen komen.

Zal ónze tijd ook krijgen wat hij verdient?

Het blijft een inspannende zaak!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.