+ Meer informatie

TER OVERWEGING

26 minuten leestijd

Dr. T.M. Hofman, Een kijk op de kerk in Handelingen. De visie van Hugo de Groot op de relatie kerk en synagoge; Dr. T. Brienen, Schleiermacher en de Bijbel. De functie van het Woord van God in de zogenaamde praktische Theologie van F.D.E. Schleiermacher.Uitg. TUA Apeldoorn 2008, 58 resp. 62 blz., € 7,50 ieder.

Professor Hofman bespreekt in een Apeldoornse Studie een onderdeel van het theologische werk van Hugo de Groot. Vooral door zijn sensationele ontsnapping uit kasteel Loevestein is Hugo de Groot bij velen bekend. Minder bekend is zijn theologische werk. Professor Hofman laat zien dat De Groot in zijn commentaar op het Bijbelboek Handelingen zich sterk verdiept heeft in de vroegchristelijke kerk. Met een scherp oog neemt De Groot de spanningen waar tussen christenen uit de Joden en christenen uit andere volken. Hij heeft bijzondere belangstelling voor de manier waarop de kerk in Handelingen streeft naar eenheid, vrede en ethiek. In veel opzichten blijken de gedachten van De Groot verrassend actueel en de moeite waard om verder onderzocht te worden.

Wie zich bezighoudt met theologische vakken als predikkunde, pastoraat en catechese komt in hedendaagse handboeken al snel de term ‘praktische theologie’ tegen. De term is op zich al oud en kon gebruikt worden als synoniem voor ‘ambtelijke vakken’. Tegenwoordig is er een groot verschil in achtergrond en methode tussen ‘ambtelijke vakken’ en ‘praktische theologie’. In de tweede hierboven genoemde studie laat dr. T. Brienen zien dat de Duitse theoloog F.D.E. Schleiermacher aan de wieg staat van de moderne praktische theologie. De filosofische benadering door Schleiermacher, geeft (te) weinig ruimte aan de Bijbel als bron en norm voor de theologie. Ik kan me de tijd nog herinneren dat dr. Brienen op college in Apeldoorn al aandacht vroeg voor deze dingen. Het is een goede zaak dat daar nu een publicatie aan gewijd is, omdat in de wetenschappelijke beoefening van de theologie de plaats van het Woord van God van doorslaggevende betekenis is.

J. de Heer, Lucas / Acta. Jezus’ Passie. Uitg. Meinema, Zoetermeer 2008, 374 blz., € 35,-.

Na de twee vorige delen in van het ‘Lucas/Acta’ project, zoals de auteur het noemt, ligt nu het derde deel voor ons. Het derde deel sluit de bespreking van het evangelie naar Lukas af. De delen die nog in voorbereiding zijn, zullen zich bezighouden met het Bijbelboek Handelingen. Net als in de vorige delen is een werkwijze gevolgd die deze commentaar toegankelijk maakt voor zowel theologen als geïnteresseerde Bijbellezers. Dat is een prestatie op zich. Nauwkeurige exegese maakt opmerkzaam op vele details en op grotere verbanden, zoals bijv. de vervolging, de procesgang en het sterven van Christus met lijnen naar wat er met de volgelmgen van Christus gebeurt in het boek Handelingen. Ik verschil van mening met de auteur over de gedachte dat het lijden van Christus niet door Lukas, maar pas later door Paulus is opgevat als verzoening ten goede ‘voor ons’, p. 215. Dat neemt niet weg dat deze commentaarreeks zeer veel te bieden heeft. Met verwachting kijk ik uit naar de komende delen.

Wim Balke, Sabine Hiebsch en Wim Janse (red.), Verbum Dei manet in aeternum. Luther en Calvijn in hun Schriftverstaan. Uitg. Kok Kampen 2008, 185 blz., € 17,50.

Dit een bundel van de Internationale Luther-Calvijnstudiegroep, die zo’n zeven jaar geleden in ons land werd opgericht. De zes bijdragen in dit boek, drie over Luther en drie over Calvijn, zijn stuk voor stuk door Nederlandse deelnemers geschreven. Prof. J.P. Boendermaker, aan wie de bundel is opgedragen, schrijft over het altijd weer boeiende en belangrijke thema van Gods verborgenheid bij Luther, drs. Verduijn over een verwant onderwerp: Luthers denken in twee rijken. De bijdragen van mevr. drs. Hiebsch en prof. W. Balke vormen het hart van de bundel en zijn gewijd aan het ‘hart’ bij resp. Luther en Calvijn. Dr. W.Th. Moehn schrijft over Calvijn en de hemelvaart en prof. W Janse over de controverse tussen Calvijn en de lutheraan J. Westphal over de kinderdoop. Het boek is vooral - maar niet alleen! - interessant voor kenners.

A. van der Kooi, G.W. Neven & J.D.Th. Wassenaar, Augustinus en Noordmans. Twee denkers in de spanning van moderniteit en postmoderniteit. Uitg. Kok Kampen 2007, 168 blz., € 16,50.

In Kampen (PThU) heeft men studiedagen gewijd aan Augustinus en aan de verhouding tussen deze kerkvader en de Nederlandse theoloog O. Noordmans (1871-1956). Noordmans heeft in de jaren dertig van de vorige eeuw een boek geschreven over Augustinus, en beide theologen hebben volgens de redacteuren van de bundel nog meer gemeen: ze kunnen een bijdrage leveren aan een theologisch denken ‘in de spanning van moderniteit en postmoderniteit’. Zij zijn in elk geval wat Augustinus betreff niet de enigen die zo denken. In Engeland is er de beweging van de Radical Orthodoxy die zich sterk op deze grote gestalte oriënteert. Twee bijdragen in deze bundel gaan daar op in. Over Noordmans’ interpretatie van Augustinus schrijven de Kamper docenten A. van der Kooi en G.W. Neven. Een boeiende bundel, met een grote verscheidenheid aan thema’s en stijl: de eerste bijdrage is hier en daar wel erg ‘losse’ spreekstijl!

R. Roukema, Jezus, de gnosis en het dogma. Uitg. Meinema Zoetermeer 2008, 294 blz., € 21,50.

Prof. R. Roukema is hoogleraar Nieuwe Testament in Kampen (PThU), en ook kenner van de geschiedenis van de vroege kerk. Dit boek is het vervolg op een eerdere studie over Gnosis en geloof in het vroege christendom. In dit waardevolle boek vergelijkt Roukema wat de nieuw-testamentische evangeliën over Jezus’ herkomst, leven, lijden en opstanding verhalen met wat daarover geschreven staat in apocriefe evangeliën, als die van Maria, Judas en Thomas. Op evenwichtige en heldere wijze trekt hij conclusies daaruit die een nuchter tegengeluid laten horen in het huidige klimaat, waarin het gnostische christendom als het ‘ware’ christendom wordt getrakteerd dat door de officiële kerk zou zijn onderdrukt.

Roukema gaat ook in op het kerkelijk dogma, dat Jezus Christus als de eeuwige Zoon van God belijdt, en God als de drie-enige aanbidt. Tegen opvattingen als die van prof. Kuitert, die stelde dat Jezus als jood uit de eerste eeuw zich niet voor de Zoon van God kán hebben gehouden, draagt hij vanuit historische brennen het nodige aan. Overigens levert het een noch het ander veel op: de eigenlijke vraag is een geloofsvraag.

Schokkend vond ik hetgeen Roukema op blz. 222 opmerkt, namelijk dat de vertalers van de NBV op diverse plaatsen in het Nieuwe Testament gekozen hebben voor een vertaling, waarin het God-zijn van Jezus verzwegen wordt. Roukema spreekt over ‘voormgenomen’ interpretatie, en constateert dat de vertalers zich ‘kennelijk niet konden voorstellen dat Paulus Christus in een lofverheffmg als God aanduidt’. Ik ben zeer benieuwd naar de reactie van de kant van het NBG!

A. Groothedde en C.S.L. Janse, De kerk in het midden. Fotojaarboek gereformeerde gezindte 2008. Uitg. De Banter Apeldoorn 2009, 234 blz., € 18,95.

Veten zullen de reeks ‘Het aanzien van...’ kennen. Dit is iets vergelijkbaars, maar dan toegespitst op de doelgroep zoals in de ondertitel genoemd. Compleet met ledenstatistieken, naam- en zaakregister, lijst van overleden predikanten en lijst van standplaatswisselingen van predikanten. Die laatste titel moet je trouwens wel goed interpreteren: ook staan al vermeld die predikanten die in 2008 een beroep aannamen, maar nog niet in dat jaar verhuisden. Verder is het een hoogst interessant boek geworden, waarbij rond allerlei gebeurtenissen op kerkelijk, politiek en maatschappelijk terrein wordt verhaald hoe daarover nagedacht, geoordeeld en eventueel besloten is. De begeleidende teksten bij de (vele) foto’s geven een heldere toelichting en presenteren de gebeurtenissen in hun onderlinge samenhang.

John Flavel, Volbracht. De zeven kruiswoorden.

Jodocus van Lodenstein, Uw lijden groot. 48 meditaties over het lijden van Jezus Christus. Uitg. De Banier Apeldoorn 2009, 160 resp. 108 blz., € 13,90 resp. € 9,95.

(Te) laat in de lijdenstijd ontving de redactie bovenstaande titels, waarin lijdenspreken/meditaties van twee 17e eeuwse predikanten opgenomen zijn. Flavel - predikant in het Engelse stadje Darmouth- belicht de zeven kruiswoorden van verschillende kanten, als waren zij diamanten die telkens weer anders oplichten. In zijn toepassingen heeft hij ouderen èn jongeren in het hart. Hij preekte zó dat het geheel goed te volgen was (puntsgewijs) en maakt in zijn toepassingen (gevolgtrekkingen genoemd) gebruik van mogelijke tegenwerpingen van de kant van zijn hoorders.

De bundel van Van Lodenstein is de vrucht van een dagelijkse overdenking. Hij biedt troost en onderwijs dat in het lijden van Christus gevonden kan worden. Dat komt des te helderder uit door de duidelijke persoonlijke toespitsing waarop de meditaties stuk voor stuk uitlopen.

M.A. van den Berg e.a., Van Noyon tot Genève. Tien woonplaatsen van Calvijn in beeld. Uitg. De Banier Apeldoorn 2009, 204 blz. + CD (over Genève, stad van Calvijn), € 28,90.

Noyon (geboorteplaats), Parijs (studentenstad), Orléans, Bourges, Angoulème (toevluchtsoord), Nérac, Poitiers, Bazel (stad van de Institutie), Straatsburg (predikantsplaats), Genève (de stad van Calvijn)... zo volgen we de Reformator, die dit jaar in woord en geschrift zoveel aandacht krijgt op zijn levensweg door Frankrijk en Zwitserland. Een schitterend fotoboek met daarbij korte stukjes ter toelichting en met praktische tips als u er een keer een leerzame wandeling zou willen maken!

Dr. W. de Greef en dr. M. van Campen (red.), Calvijn na 500 jaar. Een lees- en gespreksboek. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2009, 297 blz., € 21.50.

Van heel andere aard is het hierboven aangekondigde boek: het biedt een dieptebonng in 17 facetten van het gedachtegoed van Calvijn. Een greep eruit: het omgaan met de bijbel, het kennen van god, de drie-eenheid (met - ter zijde - een mooi compliment voor prof. Baars, blz. 45), de tucht, kerkscheuring, ambt, prediking, (kinder)doop, eenheid van de kerk, gemeenteopbouw, verhouding tot de joden... Dat kan natuurlijk niet allemaal in een recensie besproken worden, daarvoor is het te uiteenlopend. Boeiend is het in ieder geval allemaal wel. De (nu voormalige) preses van de generale synode van de PKN, ds. G. de Fijter, schreef een voorwoord. Daaruitblijkt dat de eerste doelgroep de de geïnteresseerde gemeenteleden uit die kerk zijn, en wel om een heel mooie reden: de PKN herbergt twee tradities uit de Reformatie in zich die elkaar toch eigenlijk (na 5 jaar PKN...) nog onvoldoende kennen: de Lutherse en de Calvijnse (die twee broeders hebben elkaar overigens ook nooit ontmoet...). Kennismaking met elkaars bronnen kan dichter bij elkaar brengen. Dat is te hopen! Maar ook niet-PKN-ers worden verrijkt door het gebodene: het is doorwrocht. En soms maakt het ook beschaamd, bijv. bij het hoofdstuk over de eenheid van de kerk (blz. 194 e.v.).

Jan Kronenberg, 40x Lucas. Dagboekje voor de lijdenstijd. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2009, 54 blz., € 7,50.

Het vorige boekje van ds. Kronenberg (40x Openbaring) blijkt het begin van een serie te zijn: nu verscheen het boekje met bovengenoemde titel. Opnieuw een aantal korte stukjes, geënt op de tijd van de opgang van de Heiland naar Jeruzalem. Ds. Kronenberg is erin geslaagd om de vele facetten die daarbij aan de orde komen, door te laten klinken: afweer tegen het lijden, verzet tegen overgave aan Hem die lijdt, troost voor degene die zich eraan gewonnen geeft. Elk stukje eindigt met een prikkelende vraag. Het spijt mij dat er niet eerder aandacht voor dit boekje in AC is gevraagd; nu moet u de titel maar goed onthouden voor 2010 DV!

Olof H. de Vries, Gelovig gedoopt. 400 jaar baptisme, 150 jaar in Nederland. Uitg. Kok Kampen 2009, 342 blz., € 21,50.

Dit boek bevat een beschrijving van het baptisme. Wereldwijd zijn er niet minder dan 47 miljoen baptisten, verspreid over meer dan 200 landen. We hebben het dus niet over een splintergroepering, en ook overigens komen we er in gereformeerde kring meer dan eens mee in aanraking: iedere kerkenraad (denk ik) kent de gesprekken met leden die zich ertoe aangetrokken voelen... De baptisten zien zichzelf theologisch tussen de gevestigde, traditionele kerk en de opwekkingsbeweging staan. Dat is geen statische kwestie: tussen deze twee polen zijn zij op een bepaalde manier voortdurend ‘onderweg’. De ondertitel van het boek geeft de tweedeling aan, zoals u in bij lezing aantreft. De baptisten hebben overigens in Nederland voor een deel met dezelfde vragen - en spanningen - te maken als de gevestigde kerken: gemeenteopbouw en gemeentestichting, zang en liturgie, evangelicalisering (hoofdstuk V-1).

Ds. D.J. Engelsma, Samengevoegd. Bijbelse richtlijnen voor huwelijk en seksualiteit Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2005, 125 blz., € 12,50.

De schrijver is predikant in de Prot. Ref. Churches in Amerika en docent aan het seminarie van deze kerken in Grand Rapids. Hij wil met het boek een dam opwerpen tegen het ‘gemak’ waarmee in de samenleving, maar ernstiger nog: in de kerken, echtscheiding en seksualiteit buiten het huwelijk beoordeeld worden. Daartoe opent hij de bijbel, op duidelijke, eerlijke en eerbiedige wijze. Alleen al daarom is het boek het waard gelezen te worden: wie zou kunnen zeggen dat hij niet op de een of andere wijze besmet dreigt te raken met de manier waarop huwelijk en seksualiteit bezien worden vandaag de dag? Welke gemeente heeft er niet te maken met grote zorgen op dit gebied? Bij dit positieve geluid ontkom ik toch niet aan een negatief geluid: bij alle duidelijkheid die de schrijver schept mis ik toch de pastorale toon voor hen die in een huwelijk écht in grote problemen komen. Laat ik het kort formuleren: wat moet een kerkenraad en een gemeente doen wanneer in een huwelijk dingen gebeuren die duidelijk een van de geboden overschrijden en die zo een groot kwaad inhouden en wanneer daar geen verandering in komt? Moet dan dat kwaad niet afgewogen worder. tegen het kwaad van de echtscheiding? M.a.w.: is de zonde tegen het ene gebod erger dan de zonde tegen het andere gebod? Vergis ik mij niet, dan geeft juist dit punt veel worstenng in kerkenraden, laten we zeggen vanwege de hardheid van de harten. Daar had meer aandacht voor mogen zijn.

Henri Veldhuis, Kijk op geloof. Christelijk geloof uitgelegd. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2005, 287 blz., € 16,50.

De auteur is predikant van de PKN-gemeente in Culemborg. Rond zijn koperen ambtsjubileum had hij veel vragen over de toekomst van de kerk, maar juist in deze gemeente werd hij opnieuw geïnspireerd. Het was mede aanleiding om een Bijbelse en dogmatische bezinning op een aantal kernthema’s van het christelijk geloof op papier te zetten en zo door te geven. Het zijn 52 korte hoofdstukken geworden, met een rijk scala van onderwerpen: ik noem God, openbaring, zonde, Jezus, Zoon van God, kerk en Israël, twee testamenten, ambt, huwelijk en homoseksualiteit, laatste oordeel. U merkt dat er oude en nieuwe zaken worden aangesneden. Het moet gezegd worden dat de auteur zijn uiterste best doet om echt in gesprek te zijn, en dat zowel met oude als met nieuwe theologen, én daarbij nog eens met gemeenteleden, die immers meestal niet-theologen zijn. Dat geeft aan het boek beslist iets boeiends. Het maakt ook dat je bij verschillende hoofdstukken een eind in dat gesprek kunt meegaan - wat mij betreft.Toch haak je op een gegeven moment inhoudelijk af. Het is lastig om aan te geven hoe dat komt, omdat een duidelijk theologisch, of laten we zeggen confessioneel, kader ontbreekt. Zo wordt de stand van zaken wat grillig: we hebben de geestelijke vrijheid om op bepaalde punten afstand te nemen van de bijbel (blz. 32, maar wat is de norm daarbij dan?), Gen. 1-11 is een reeks van mythologische verhalen (blz. 39), dus geen zondeval en dus ook geen relatie tussen dood en zonde (blz. 53), anderzijds: Jezus is wél de Zoon van God (blz. 118), maar of de maagdelijke geboorte een feit is, wordt eerlijk in het midden gelaten (blz. 123), de opstanding is wél een feit (blz. 143), maar de feitelijkheid van de hemelvaart kan worden betwijfeld (blz. 164). Kortom, u moet het boek echt met het nodige onderscheid lezen.

Ds. D.M. van de Linde, De God van de schepping. Bijbelstudies over Genesis 1-11. Uitg. Kok Kampen 2009, 141 blz., € 17,50.

De bezinning op het ontstaan van de aarde is de laatste maanden zeer versmald. Zij is immers toegespitst op de vraag: hoe lang heeft het nu feitelijk allemaal geduurd? Het heeft allemaal zijn oorzaak, maar ik vond het wel een verademing om te midden van die hectiek weer eens een boek te lezen waarin rond Genesis 1-11 andere thema’s worden aangeboord. Ds. Van de Linde, PKN-predikant te Rotterdam-Hillegersberg, sprak voor de EO-radio over deze hoofdstukken. Dat was in 2007; het betekent dat een aantal van de huidige, actuele vragen wordt meegenomen, maar dat tegelijk de spits ergens anders ligt: uitgaande van de Bijbeltekst wordt niet alleen de (gang van zaken rond de) schepping besproken, maar ook en vooral de vraag hoe het verder in de geschiedenis is gegaan, en hoe de herschepping, vrucht van het werk van Jezus Christus, tot stand kwam. En zo komen we ook bij Golgotha terecht. Met minder dan dat kan een mens toch niet toe? Weldadig om te lezen.

Ds. H. Paul, Alles en in allen. 52 meditaties. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2005, 160 blz., € 14,90.

De auteur is emerituspredikant binnen de Geref. Gemeenten. Wie zijn boekje koopt kan in 52 stappen het jaar volgen. En dat is alleszins de moeite waard. De meditaties zijn in een stijl geschreven die direct is en waaruit de oprechtheid van de auteur spreekt. Hij gúnt zijn lezers van harte het heil in Christus, en dat maakt dat er een warme klank in zijn stukjes zit. Daarbij maakt hij telkens duidelijk dat ten diepste het een zaak is van Gods welbehagen als mensen gegrepen worden door het evangelie en behouden worden. Maar die - Bijbelse - notie gaat bepaald niet ten koste van de onomwonden oproep om ons door Geest te laten leiden, onze zonden te belijden en tot Christus te vluchten. En het leven dat daarop volgt, in geloof, in gebed, in aanvechting, komt ook aan de orde, al zou men in dat opzicht de lijnen wel meer doorgetrokken hebben willen zien (bijv. in relatie met de Heidelbergse Catechismus, die daar ruim aandacht aan besteedt). Maar al met al doet ds. Paul wat hij van zijn lezers vraagt (blz. 148), nl. ‘het Woord aan het woord laten’.

John Flavel, Verwonderd omzien. De troost van de voorzienigheid. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2005, 220 blz., € 22,50.

Met de regelmaat van de klok verschijnen er boeken van vroegere predikers. In dit boek (voorzien van een biografische inleiding door L.J. van Valen) komt de Engelse puriteinse predikant Flavel (1630-1691) aan het woord, die in 1660 vanwege zijn gereformeerde principes uit het ambt werd gezet. Hij wijst op Gods wonderlijke wegen in het leven van mensen, in het bijzonder van Gods kinderen. Het overdenken van Gods voorzienigheid is een reden om Hem te eren, jezelf te verootmoedigen en het vertrouwen voor de toekomst te versterken. Het boek leest niet zo heel gemakkelijk: Flavel wist per onderwerp heel veel Bijbelse voorbeelden en gedachten erbij te pakken. Dat maakt het natuurlijk principieel sterker, maar het vraagt wel veel van de lezer. Naast deze beeiden zijn er dan ook nog eens voorbeelden uit de kerkgeschiedenis! Dus men moet moeite doen de lijn van het betoog vast te houden. Maar wie de tijd daarvoor neemt, wordt ervoor beloond. Het boek valt in drie delen uiteen: Gods voorzienigheid wordt uitgewerkt als zaak voor de heiligen (waarbij bijv. het hebben van een beroep zo wordt ingekaderd! - blz. 74 e.v.) als zaak om te overdenken en als zaak om toe te passen (daar komen allerlei praktische vragen en twijfels naar voren).

Paul Wells, De ergernis van het Kruis. Uitg. De Banier Bunnik 2008, 333 blz., € 17,90.

De Theologische Faculteit van de Universiteit in Aix-en-Provence zal bij de meeste ambtsiragers wel bekend zijn: regelmatig wordt er in de kerkelijke pers aandacht voor gevraagd, vanwege het duidelijk gereformeerde karakter ervan als vanwege het gegeven dat deze faculteit met een klein draagvlak daar in Frankrijk permanent moet vechten tegen de grenzen van haar beperkte financiële middelen. Paul Wells doceert systematische theologie aldaar. In bovengenoemd boek signaleert hij de afkeer van de moderne mens van de klassieke leer van de verzoening door voldoening. Hij zet deze leer vervolgens uiteen en geeft zo antwoord op de vraag: ‘Waarom moest de Christus God en mens zijn? Waarom moest Hij naar de aarde komen? Had God de verlossing niet gewoon kunnen gebieden?’ Zo komt hij bij het plaatsbekledend werk van de Heiland en weerlegt de moderne verzoeningsleer die de toorn van God wil verdoezelen en zo de ergernis van het kruis wil wegnemen.

Ds. J.J. van Eckeveld, Christusprediking. Overwegingen bij het hart van de prediking. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2008, 190 blz., € 16.50.

De bekende predikant uit de kring van de Geref. Gemeenten schreef bovenstaand boek. Daarbij is de titel te lezen als typering van de prediking, oftewel: prediking kan alleen Christusprediking zijn, anders is zij het niet. Die principiële lijn wordt gedurende het hele betoog vastgehouden, uitgewerkt en doorgetrokken en dat maakt de inhoud waardevol. De auteur stelt op blz. 178 dat hij tegenkomt dat ‘de bevindelijke gloed en warmte in de prediking’ ontbreekt. Wel, daar ontbreekt in zijn boek in ieder geval niet aan. Natuurlijk kan men over details nog wel eens willen doorspreken, bijv. over de bedoeling van het Hooglied (hij noemt het op blz. 8v een allegorie - een oude opvatting, maar er zijn ook andere, evenzo uit betrouwbare kring); ook zou verder door te spreken zijn over een al of niet chronologische belevingsweg van de heilsfeiten (in discussie met prof. Baars, blz. 63) - soms kreeg ik bij deze bladzijden de indruk dat de Geest wat meer ruimte zou mogen krijgen om boven onze schema’s uit te gaan. Dat neemt niet weg dat er veel behartigenswaardige zaken in dit boek staan.

A.J. Köstenberger en D.W. Jones, God, huwelijk en gezin. Het bijbels fundament. Uitg. Voorhoeve Kampen 2008, 448 blz., € 49,90.

Henk Minnen, Wat is daarop je antwoord?! Ontdek Gods liefde voor jouw huwelijk. Uitg. Buijten & Schipperheijn 2008, 91 blz., € 10,90.

In het eerstgenoemde boek wordt een grondig fundament gelegd voor de relatie God-huwelijk-gezin. Het biedt een compleet en samenhangend overzicht van wat de Bijbel zegt over allerlei onderwerpen die deze relatie betreffen. Zo komen ter sprake, na een inleiding over de huidige verwarring rond het onderwerp: het huwelijk in het OT, idem in het NT, de aard van het huwelijk (sacrament, contract of verbond), familie en gezin in het OT, idem in het NT, kinderen, hedendaags ouderschap, de gave van het ongetrouwd zijn, homoseksualiteit, echtscheiding, relatie tussen huwelijkstrouw en leiderschap in de kerk. Bij dit alles wordt echt de Schrift opengelegd en worden de gegevens daarin recht gedaan. De auteurs willen eerbiedig luisteren naar Gods stem, die heilzaam is en die het goede met mensen, ook en speciaal in het huwelijk, voor heeft. Geen boek om in één keer te lezen, meer een handboek om, wanneer bepaalde zaken spelen, erbij te nemen en het gedeelte op te zoeken dat daarover gaat.

Het tweede boek is veel beknopter, maar daarom ook handzamer en heel toegankelijk. De auteur, geschrokken door de huwelijksnood die in christelijke kring om zich heen grijpt, legt in negen hoofdstukken de Bijbelse fundamenten open van het christelijke huwelijk, doorspekt met praktische voorbeelden en tips. Zo gaat het achtereenvolgens over liefde die van God is, communiceren, Verlangens, gevoelens, geboden & grenzen, doen, gevolgen van liefde, liefde tussen man en vrouw (2x). Soms zijn de Bijbelteksten teveel op de klank af, maar dat kan lijden: er zit veel leerstof voor huwelijkspartners in!

André F. Troost, Met vallen en opstaan. 101 verhalen die verder kunnen helpen. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2008, 291 blz., € 16,50.

Als je goed luistert, hoor je soms een woord dat een gedachte uitlokt. Neem nu die vrouw die haar tuintje aan het bijwerken was; toen iemand haar daar een compliment over maakte, zei ze: ‘Achja,zo ziethet er weer eenbeetje christelijkuit’. Maar... watis dat eigenlijk: een beetje christelijk? En bestaat dat eigenlijk wel? Of neem dat jongetje dat aan zijn vader vroeg, toen hij pinda’s aan het verzamelen was: ‘Pap, wil je even meetellen?’ Maar... wanneer tel je eigenlijk mee? En wat teilen wij in ons leven? Zegeningen misschien, of...? Men zie de blz. 65 en 154. Deze en dergelijke indrukken vormden aanleiding tot het schrijven van 101 korte, tot nadenken stemmende stukjes van de bekende dominee-dichter. Achterin staat een index waarin de teksten worden gekoppeld aan bepaalde gelegenheden en situaties; handig als je een inleiding zoekt. Eerder verschenen de meeste stukjes in uitgaven van EB media.

Gary Schapman, Samen delen. Goede gesprekken over geld verrijken je relatie. Uitg. Kok Kampen 2008, 120 blz., € 12,50.

Het gebeurt niet zelden dat een huwelijksrelatie te lijden heeft onder grote meningsverschillen m.b.t. de geldbesteding of onder het gegeven dat geld en het bezit daarvan een te grote rol speelt. Uiteindelijk kan dat zelfs leiden tot een moeilijk te overbruggen kloof: “We hebben veel spullen... maar ons leven is leeg.’ Dit boekje brengt helderheid in dit materiële probleem, dat tegelijk een gééstelijk probleem is. Vandaar dat Sterke nadruk wordt gelegd op het gegeven dat alle goed van God komt, en ook weer aan Hem toebehoort. Geven van je bezit is dan ook een geestelijke zaak van belang (hoofdstuk 4). Maar ook sparen van je geld krijgt de aandacht (hoofdstuk 5); het is wijs in Bijbelse zin: leert de geschiedenis in Genesis van de zeven vette en de zeven magere jaren dat niet? Hoe sneller dit alles geleerd wordt, hoe sterker je relatie wordt, zo is de moraal van dit boek.

Jos Douma, Genade ervaren. Het verlossende werk van Jezus in je leven. Uitg. Kok Kampen 2008, 103 blz., €13,50.

Ds. Jos Douma (geref. vrijg. predikant te Haarlem) heeft al veel boekjes geschreven met het oog op het in de praktijk bouwen van het geloofsleven. Niet zelden worden deze boekjes gedurende een bepaalde periode voor gemeentebrede bezinning en verdieping gebruikt. Dat kan ook met bovenstaand boek. De stukjes zijn geboren uit een prekenserie, die daarna op de website werd geplaatst; er kwam veel reactie op en ze prikkelden tot het schrijven van dit boek. Genade is immers een belangrijk kernwoord van de Bijbel? De auteur gaat op deelaspecten in: genade als vergeving voor zondige mensen, als genezing voor gewonde mensen, als bevrijding voor gebonden mensen.

Kees Waaijman, De mystieke aanraking. Schets van de bestijgmg van de Berg Karmel. Uitg. Ten Have Kampen 2008, 224 blz., € 18,90.

Kees Waaijman, hoogleraar spiritualiteit aan de Radboud Universiteit te Nijmegen neemt de lezer mee naar de 16e eeuw. Toen leefde in Spanje de mysticus Jan van het Kruis. Hij schetste op een A5-je de tocht naar de symbolische Karmelberg: een weg waar alles draait om de ontmoeting met God die in liefde de mens al tegengekomen is. Daarbij wordt de mens helemaal, met verstand en wil, met herinnering en toekomstverwachting, met lichaam en ziel, betrokken. De oude kaart is zowel in het Spaans als in het Nederlands op een van de flappen van het boek ingetekend, zodat de tekst van het boek direct met de woorden op de kaart in verband kan worden gebracht.

Drs. L G. Compagnie (red.), Informatieboekje 2009 voor de Nederlands Gereformeerde Kerken. Uitg. Buijten & Schipperheijn 2009, 256 blz., € 10,20.

Na het Handboek van de Geref. Kerken (vrijg.) en het Jaarboek van onze eigen kerken verscheen nu ook het Informatieboekje (nog steeds met een verkleinwoord, ondanks de 256 blz.!) van de Ned. Geref. Kerken. Het geheel overziende kunnen onze deputaten Jaarboek met voldoening vaststellen dat zij met het uitbrengen van het geheel op CD-rom echt de primeur hebben. Naast de gebruikelijke gegevens van plaatselijke gemeenten en bovengemeentelijke activiteiten zijn er de statistieken. De groei - die er in deze kerken in deze jaren nog steeds mag zijn - was in 2008 heel beperkt: 33. In het jaaroverzicht stelt de redacteur - nu predikant in de CGK-NGK Hengelo - een aantal pittige vragen, waarvan ik dacht: ze zouden zómaar in ons eigen Jaarboek hebben kunnen staan. Bijvoorbeeld:

- wie zich thuisvoelt in gemeente A, kan zich na verhuizing niet meer herkennen in gemeente B;

- ambtsdragers moeten ‘kwaliteit’ leveren en met name predikanten krijgen het daar steeds moeilijker mee; ambtsdragers in het algemeen hebben toerusting nodig;

- een beroepende gemeente lijkt soms een ‘schaap met zes poten’ te zoeken; - de fmanciële positie van een gemeente leidt tot part-time predikanten;

- bij de keuze van liederen buiten de Psalmen zou veel beter moeten worden gekeken naar de tekst van die liederen; bij sommige Opwekkingsliederen komt de vraag op: is dit echt tot Gods eer?

- is het wel zo goed om bij gebruik van een beamer ook de Schriftlezing te projeeteren?

- kerken staken lang veel energie in zichzelf, het is hoog tijd om het hart te openen voor hen die ‘buiten zijn’.

- het opdragen van kinderen i.p.v. hen te dopen heeft geen Bijbelse grond.

We zouden hier zonder enige moeite samen een dag over kunnen volpraten!

Adriaan van Beizen, Helen en delen. Hervormden over PKN en HHK. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2009, 232 blz., € 18,50.

We leven vijf jaar na de totstandkoming van de PKN, en mitsdien ook na het ontstaan van de HHK. Het was voor de auteur aanleiding om tien gesprekken te hebben met 2x5 representanten uit De Geref. Bond en de HHK. Zij mogen terugzien op het gebeurde en er hun visie op geven, zowel op het fusieproces indertijd als op de eerste vijf jaar van de kerken die zij nu dienen. Wat mij betreft is die terugblik niet geslaagd. Dat ligt aan de manier van interviewen: er is niet of nauwelijks sprake van een gesprek tussen de auteur en zijn gesprekspartner. Heel vaak dacht ik bij lezing: ho even, daar wil ik even op door, klopt dat wel, en als het klopt, hoe valt het dan te rijmen met andere geluiden? Een voorbeeld: is het echt waar dat er chr. geref. kerkenraden zijn die op hun kerkenraadsagenda de Acte van Afscheiding en Wederkeer hebben geagendeerd? En wel ‘ook omdat een goot deel van de Christelijk Gereformeerden wil samengaan met de Nederlands Gereformeerden’ (blz. 164)? Ik heb daar een andere visie op. Een ander voorbeeld: er is veel te doen geweest om de uitspraak van de Bond in 1992: ‘We kunnen niet weg èn we kunnen niet mee.’ De betekenis daarvan wordt nu nog steeds verschillend uitgelegd, ook in dit boek weer (Van der Gnaaf en Van Vlastuin). Als de auteur nu eens vijf gesprekken had gehouden, met telkens één PKN-er en één HHK-er? Dat zou veel levendiger geweest zijn, en het had misverstanden uit de weg kunnen ruimen. Nu worden die misverstanden alleen maar groter, en zodoende is er meer van ‘delen’ sprake dan van ‘helen’. Anderzijds: de taal en de gedachten die soms gebezigd worden, maken duidelijk dat e.e.a. nog veel te vers is voor een onderlinge ontmoeting. En dat is een heel pijnlijk gegeven in dit boek. Soms gaat dat ook veel te ver, bijv. wanneer een dienaar des Woords(!) zegt dat hij meermalen(!) de fusie een ‘schurkenstreek’ heeft genoemd (blz. 172)... dat is ècht geen (kerkelijke) stijl.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.