+ Meer informatie

RONDOM STAAT EN KERK

5 minuten leestijd

Het gezag van de overheid kan zich, zo wij zagen, in verschillende vorm openbaren. In het gezin is het de vader, die hoofd is. In de familiën de stamvader en zo volgen voor de volksgemeenschappen de leiders of presidenten, die al dan niet despotisch, of zo men thans zegt, dictatoriaal., regeren. Men denke aan Duitsland en, aan Italië in de oorlog, Spanje en Zuid Amerika. Men houde echter wel in het oog, dat deze regeermacht toch van God afdaalt. Hij, de Verhevene, de Schepper en Onderhouder aller dingen is alléén de volstrekt souvereine God. Hij doet al wat Hem behaagt, niemand kan God rekenschap vragen.

Van deze souvereinite.it legt de Heere ook iets op zondige mensen; zij benaderen Hem Zelve geenszins, toch ligt het gezag van Godswege in hun handen. Dat kan verschillend geregeld zijn, al naar aard en geschiedenis van een volk is. Het schoonst en meest zegenrijk is het daar, waar vorst en volk, in overleg, aan het bestuur deel hebben, en vooral als zij dan de heerschappij van het W oord des Heeren erkennen. Daar gaat de worsteling maar om. In het Oosten heerst nog de volstrekte alleenheerschappij van despoot, die naar welgevallen zelfs over het leven van zijn onderdanen beschikt; dit kan ons niet bekoren en is ook onttrokken aan het licht dal de H. Schrift over het mensen-en volkenleven werpt. Een volk kan, in primitieve staat, volkomen zelf het gezag bezitten, maar draagt dit toch aan een of meer stamhoofden over. De Heere is souverein in alle gezag, en de mensen zijn Zijn instrumenten om het te verwerkelijken.

Zo wordt dus de vorm van het staatsbestuur door de leiding Gods in de geschiedenis bepaald. Ze is voor alle volkeren verschillend. Denk aan de vorstelijke pracht van het Engelse Koningshuis bij de „Trooping the Colour", cle grote vlaggenparade! Nederland is verbonden aan het Huis van Oranje; andere landen mogen ook nog een in de geschiedenis gefundeerd Koningshuis hebben, maar óók is een republiek mogelijk, een land, waar het volk op bepaalde tijden zijn president kiest. Mits dan ook die president alle gehoorzaamheid betoond worde, want ook zijn gezag, schijnbaar door het volk gegeven, komt hem van God toe.

Voor Nederland staat vast: tot heden toe en sedert eeuwen, mogen wij ons scharen om de troon der Oranjes. Alzo is Gods leiding geweest. Godvruchtige telgen uit dit geslacht hebben bloed en bezittingen gegeven om ons volk vrij te maken van Spanje en het Woord Gods te doen prediken. En let er maar op, al moest Oranje in 1795 en 1940 vluchten, daar keren ze weder! De roep van het volk was en in 1813 en in 1945 om Oran je. En etis voor Oranje's huis nog wel eens gebed ook; wie weet wat de Heere nog doen wil met Koningin en Prins en met de vier lieve prinsessen. Zouden zij de „oude waarheid" wel eens horen?

Een ieder wacht e zich dus om het Koningschap van Oranje laag aan te slaan. Oranje heeft zich bij Grondwet verbonden de vrijheden des volks te waarborgen; met de vertegenwoordigers overleg te plegen, het volk te beschermen en dergelijke belangrijke verhoudingen meer.

Ik verheel niet, dat het Koningschap in de historie aan zelfstandigheid gaat inboeten. De positie van de kroon wordt toch al meer en meer uitgehold. De toenemende volksinvloed werkt sterk op de positie van de Kroon in. In 50 jaren is er al weer veel veranderd. Ook de zogenaamde eenwording van Europa, waarheen men meent op weg te zijn, brengt onze zelfstandige positie als land geheel

in gedrang en dat doet het ook aan de handelensbevoegdheid van de Koningin. Aldus loopt de historie. God leidt ze. U en ik houden het niet tegen. De gangen der eeuw zijn des Heeren. W al natuurlijk onze verantwoordelijkheid als staatsburgers nooit opheft. Wij moeten alles als op de voel nauwkeurig volgen en toetsen. De ons verleende kiezersrechten leggen ons ook verplichtingen op.

Nu nog even het slot. De wet zegt: de Koning is onschendbaar; de Ministers zijn verantwoordelijk. I)e Koningin overlegt met haar ministers. Dat overleg is geheim, nooit lekt er iets van uit. Zoveel is mij echter wel ter ore gekomen, dat onze Koningin wel weel wat Zij wil, en wat Zij niet wil.

Gelukkig maar. Want ik wil geregeerd worden. En dat wil het volk ook. Daarom riepen zij al twee maal Oranje terug. En wie zegt dal Oranje maar een ornament in de staatsinrichting is, die jokt of vergist zicli zeer.

Daar was, vóór 20 jaren, na de verkiezingen, een lid der rechterzijde geroepen bij H.M. Koningin Wilhelmina. Zij droeg hem op een kabinet saam te stellen. Maar de geroepene had er niets mede op en zeide, dat hij dat liever niet deed. De Koningin herhaalde haar voorstel. Het Kamerlid herhaalde zijn bezivaar. Toen sprak H.M.: Mijnheer, ik gebied het U! — O, zei hij, gebied U het mij? Dan zal ik het doen.

En zo hoort het.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.