+ Meer informatie

Waar de kerstprediking ter zijde wordt geschoven, is de discussie gesloten

10 minuten leestijd

In ons Reformatorisch Dagblad stond gisteren weer een hele pagina of nog meer gevuld met aangekondigde kerkdiensten, niet alleen voor zondag 22 december, maar ook voor de beide kerstdagen, 25 en 26 december. Wij zijn eraan gewend. Jaar op jaar; de zaak lijkt probleemloos. Maar ja, stel toch eens dat de redactie uit principiële overwegingen zou besluiten de kerkdiensten en verder alle andere diensten op feestdagen niet meer te vermelden. "Opgemerkt" zou in de komende weken de stroom van klachten niet kunnen verzwelgen.

En toch is er wel eens een tijd geweest dat de kerstdagen en alle andere christelijke feestdagen, voorzover zij niet op zondag vielen, genegeerd werden, of althans, als de zaak niet te keren was, met een afkeurende blik bekeken werden.

En dan behoeven wij nog niet eens te denken aan de zeventiende-eeuwse predikant Jacobus Koelman, die in Sluis in Zeeuws-Vlaanderen eerst met de burgerlijke autoriteiten en vervolgens met de brede kerkelijke organen overhoop kwam te liggen, omdat er volgens hem in de kerkdiensten geen Formulieren mochten worden gelezen en omdat hij de viering van de christelijke feestdagen afgeschaft wilde zien. Zeker, hij is het meest bekende en sprekende voorbeeld in deze materie, maar hij was niet de enige die een "Feestdagen Nee" op zijn program had staan.

Kerstpreken en -dagen

De Schotse vaderen, op menig punt radicaler dan die aan deze zijde van de Noordzee, voelden evenmin veel voor de feestdagen en zeiden eveneens neen.

En nog zijn wij er niet. Het Genève van Calvijn deed het ook alleen met de zondag. Althans wat Calvijn zelf betreft. Er was uiteraard geen sprake van dat de hervormer enig bezwaar had tegen de herdenking van de grote heilsfeiten: Christus' geboorte, Zijn sterven. Zijn opstanding uit de doden en Zijn hemelvaart en de uitstorting van de Heilige Geest, maar daaraan speciale dagen wijden wilde hij blijkbaar niet. Zo is bekend dat hij eens op een kerstdag zijn gewone bijbellezingen over Deuteronomium vervolgde en het kerstfeest niet eens aanroerde. Er moet dan echter wel aan worden toegevoegd dat door Calvijn op dat moment, midden in de week, de kerstpreek reeds gehouden was, namelijk op de zondag die eraan vooraf gegaan was. Dus: wel kerstpreken, geen kerstdagen; alles terugleggen naar de zondag! In deze ene zin is alles samengevat wat Calvijn over het probleem te zeggen had.

Bepaald motief

Het zal wel duidelijk zijn dat hier een bepaald motief achter schuilging. Calvijns opinie moeten wij zien tegen de achtergrond van een overstelpende hoeveelheid feestdagen in de late Middeleeuwen. Alleen al aan Maria had men vier feestdagen toegekend. Voor de volledigheid willen wij ze hier vermelden: Maria lichtmis (2 februari), Maria boodschap (25 maart), Maria-ten-hemel-opneming (15 augustus) en Maria geboorte (18 september). Daar kwamen dan nog Allerheiligen (1 november) en Allerzielen (2 november) bij, maar ook het feest van Petrus en Paulus (29 juni). Het aantal heiligendagen was dermate gestegen, dat het sociale problemen opleverde. Er komt bij dat al deze feestdagen in feite hoger stonden aangeschreven dan de zondagen. Er werd van de mensen op de feestdagen meer verwacht dan op de zondagen; zij hadden dan allerlei religieuze verplichtingen.

Dat verhinderde intussen niet dat de bloemetjes danig werden buiten gezet. Het „christelijk" karakter van de feestdagen was nauwelijks nog te herkennen.

Wie de berichten daarover leest, kan heel goed begrijpen dat de Reformatie ook een „reformatie der feestdagen" betekende. Luther tekende er al spoedig protest tegen aan. Hij schafte, althans aanvankelijk, zelfs de Maria-feestdagen niet af, maar hij hield wel op zulke dagen preken die precies het tegenovergestelde leerden als de kerk van Rome de mensen al sinds vele eeuwen aangaande Maria had voorgehouden. Weldra vervielen de heiligendagen, alleen de zondagen en christelijke feestdagen bleven over. Wij hebben nog steeds preken die Luther gehouden heeft op de kerstdagen, de paasdagen en de pinksterdagen.

Genève —we hoorden het al— trok de lijn, wat verder door. Alleen de zondag bleef over, de rest verdween.

Absolute uitspraak

In dat zelfde spoor gingen in het begin onze eigen Nederlandse gereformeerde vaderen verder. Reeds de eerste Synode die op vaderlandse bodem gehouden werd, die te Dordrecht in juni 1574,  sprak zich over de kwestie uit. Ik citeer, in het oud-Nederlands: „Aengaende de feestdaghen neffens de Sondach, Is besloten datmen met den Sondach alleen te vreden sijn sal". Dus, alleen de zondag! Een nogal absolute uitspraak. Maar toch niet zonder een paar beperkingen en concessies. Want in hetzelfde artikel lees ik vervolgens dat er toch wel over Christus' geboorte moest worden gepreekt, namelijk op de zondag vóór de Kerstdag, dus vóór 25 december, maar ook —en dat is vooral van belang— op een doordeweekse dag, te weten wanneer dat een dag is dat er toch al gepreekt wordt.

Het kan bekend zijn dat in die tijd niet alleen 's zondags werd gepreekt, maar ook op diverse doordeweekse dagen. Viel nu 25 december op een doordeweekse dag en was het tevens een dag, laten wij zeggen een woensdag, dat er naar gewoonte gepreekt werd, dan mocht op zo'n dag ook over Christus' geboorte worden gepreekt.

Aan de beurt

Calvijn deed, zoals wij al hoorden, dat laatste niet; hij preekte op 25 december over een tekst uit Deuteronomium, een tekst die gewoon aan de beurt was. Onze vaderen hier te lande gingen verder. Al vierden zij geen kerstfeest, want daar waren zij zelfs, zoals in hetzelfde artikel staat, tegen. Zij wilden toch niet verbieden dat er op 25 december, als dat zo uitkwam, over Christus' geboorte werd gepreekt. Zij spraken ook uitdrukkelijk over de "Christdach", met andere woorden: zij erkenden het bijzondere karakter van deze dag.

Bladeren wij wat verder in de oude Acta, dan komen wij meer tegen dat interessant en leerzaam is. Een volgende synode, in 1578, ook te Dordrecht, sprak zich eveneens over de kwestie uit, maar uiterst behoedzaam.

Het ware te wensen, zo lees ik, dat alleen de zondag als feestdag werd gehouden. Maar, zo constateerden de vaderen, dat was niet doenlijk. Het kerkvolk bleek zeer gehecht te zijn aan twee kerstdagen, en ook aan de beide paas- en pinksterdagen; vervolgens aan de hemelvaartsdag en de nieuwjaarsdag. En de overheden stelden zich daarachter. Zij bepaalden zonder meer dat deze feestdagen onderhouden moesten worden. Wat deed de kerk? Zij legde zich hier bij neer. Maar met twee beperkingen, ten eerste: dan moet er op die dagen wel gepreekt worden, en vervolgens: dan moeten verder alle andere feestdagen worden afgeschaft.

Volledig geaccepteerd

Nog verder ging de Dordtse Synode van 1618-1619. Meer dan een halve eeuw is intussen verstreken sinds Calvijn in Geneve de Kerstdag openlijk negeerde. Uit artikel 67 van de Dordtse Kerkorde blijkt niet dat er bij de Dordtse vaderen ook nog maar enig bezwaar bestond tegen het vieren van de christelijke feestdagen. De kerstdagen, de paasdagen, de pinksterdagen, steeds twee in getal, zijn volledig geaccepteerd. Ook de hemelvaartsdag en de nieuwjaarsdag. Goede Vrijdag en oudejaarsavond worden niet vermeld.

Hoe is het mogelijk dat men zo ver kwam? Waren de vaderen van Dordt- 1619 minder "precies" dan de vaderen van Dordt-1574? Die stelling zal niemand met enig recht kunnen verdedigen. Gingen de vaderen van Dordt-1619 overstag voor de overheid of voor de wil van het kerkvolk? Daarvan blijkt uit het genoemde artikel 67 in elk geval niets.

Maar na een halve eeuw Reformatie was in elk geval de zondag weer dè christelijke feestdag geworden. Niet dat die dag overal ook als zondag werd doorgebracht; dat niet. Maar de roomse heiligendagen lagen, althans in de Noordelijke Nederlanden, in het verleden.

En zou er misschien ook nog iets anders bij gekomen zijn, namelijk het besef dat christelijke feestdagen ook op een goede en wettige manier kunnen worden gevierd? Ik denk nu aan wat Dordt- 1578 bepaalde: Er moet op de Kerstdag worden gepreekt!

"Feestdagen, Nee"

Hiermee zitten wij midden in de actualiteit.

Dat de kerstdagen, om ons daartoe nu te beperken, schandelijk kunnen worden doorgebracht, behoeft, helaas, geen betoog. Ik weiger daarop toe te passen de woorden het „vieren van het Kerstfeest".

Mag het Kerstfeest dan toch wel 'gevierd' worden? Het zal er maar van afhangen hóe het gedaan wordt. De kerstdagen afschaffen, neen! Naar mijn gevoelen hebben de gereformeerde vaderen op den duur deze dagen gelegitimeerd.

Om in hun lijn te blijven, zullen wij moeten zeggen: Het komt allermeest aan op de kerstprediking. Waar die ter zijde wordt geschoven, is voor mij de discussie gesloten.

Ik moet dit wel zeggen, omdat mij onder ogen kwam dat vorig jaar in ons land een nieuw comité is opgericht, met de klinkende naam "Komitee Feestdagen Nee". Het heeft, zoals te verwachten viel, nogal wat aandacht getrokken. Zelfs uit België zwierven er journalisten uit naar de oprichters van dit comité.

Al die feestdagen, het is niets gedaan; het verplicht je maar tot het afleggen van bezoekjes, bij voorbeeld aan je oude vader of moeder, en het versturen van kerstkaarten, en zo meer, zeggen de oprichters. Over menselijkheid gesproken. Maar goed, het gaat ons in de discussie met deze groep om wat anders. Of de jongelui die aan het roer van het comité staan niet ook de spijkers met koppen slaan? Ik wil het niet ontkennen. Zij beweren dat er door de kerstboomcultuur alleen al in Nederland jaarlijks een ontbossing van vijftig hectare plaats vindt. Als dat waar is, dan is dat een zaak om eens over na te denken.

Kerstprediking

Maar ik lees hier nog heel wat meer. Aan de vraag aan de voorzitter van het comité wat zij van plan is te gaan doen op de kerstdag, is haar antwoord: „Ik ga gewoon lekker uitslapen, vegetarisch eten en misschien door het bos wandelen. Om echte bomen te zien". Is het dat dan alléén, vraag ik. Voor zoiets had men geen comité behoeven op te richten. Waar blijft de kerstprediking?

Intussen: mag er nog iets méér dan alleen het naar de kerk gaan ? Laat de kerkgang toch nummer één blijven! En verder: wordt het niet vaak veel te bont gemaakt met allerlei kerstfeestelijkheden ? Verdwijnt de hoofdzaak niet vaak op de achtergrond? Kan er niet ook van een „secularisering" van het Kerstfeest worden gesproken? In hoeverre komen zelfs oude heidense gebruiken in moderne tijd, rond het Kerstfeest, weer naar boven? Vragen genoeg.

En toch, er is ook een andere kant aan het verhaal. Het is al heel oud dat de kerk Kerstfeest viert. En zij „vierde" het dan ook.

Vreugde

En wat is „vieren"? Als ik het Oude Testament opsla en naga wat daar over de feesten te vinden is, dan kom ik de vreugde tegen. Ik nodig u uit dat zelf eens na te gaan. De vreugde was geestelijk, dat ging voorop, maar andere factoren ontbraken niet.

De oude kerk had haar vastendagen, maar nooit op zondag, want de zondag was een feestdag. En is de zondag een feestdag, dan mogen de kerstdagen het ook wel zijn! De bekende Middelburgse predikant Willem Teellinck had in zijn leven vele vastendagen, voor hem persoonlijk of ook met zijn hele gezin, maar nooit op zondag!

Als wij onze verjaardag vieren, staat er iets extra op tafel. Zou dat op de verjaardag van onze grote Koning, de Heere Jezus Christus, niet mogen? Welke indruk krijgen onze kinderen van de geboortedag van de Heere Christus? Toch niet dat het maar een onbelangrijke gebeurtenis was dat hij geboren werd, omdat vader en moeder er niets feestelijks bij willen hebben?

Vier uw vierdagen, zegt de Schrift (Nahum 1:15). Ook zo'n woord willen wij serieus nemen. Geen drink- en zwelgpartijen, maar die mogen op een gewone woensdag en donderdag ook niet. En ik wil graag de zondag onderscheiden van de kerstdagen. Juist omdat de 'kerstdag' geen zondag is, wanneer ze tenminste niet op een zondag valt, daarom lijkt mij dat het feestelijke van die dag, ook in het uitwendige, wat scherper mag uitkomen.

Twee vuren

Ik geef toe: wij zitten tussen twee vuren in. Wereldsgezindheid kan ook christenharten en -huizen besluipen. De Zaak wordt zo gauw vergeten, dat is onze boze natuur. Maar wie gelooft dat het waar was wat de Engel zei in de kerstnacht: Ik verkondig u grote blijdschap..., die zal op de kerstdagen toch moeilijk een zuur gezicht kunnen trekken, en alle gezelligheid en vreugde de deur kunnen wijzen.

Calvijn leert in zijn Institutie zijn lezers maat te houden. Dat is naar de Schrift, want die leert ons matigheid. Maar maat houden betekent niet "Feestdagen Nee", het leert ons juist "Feestdagen Ja". Ouden en jongen, engelen en mensen hebben, toen Christus werd geboren, gezongen. Laten wij daar maar eens mee beginnen, de rest zal zich dan wel vanzelf wijzen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.