+ Meer informatie

Naar de Katechisatie

5 minuten leestijd

84.

DE NAMEN VAN DE MIDDELAAR ( vervolg)

De naam Deere

Deze naam draagt de Middelaar; „Jezus Christus, onze Heere” belijdt onze apostolische belijdenis, de twaalf artikelen.

Christus draagt deze naam als ook waarachtig God zijnde. Ze heeft dezelfde betekenis als „Jehova” — „Ik zal zijn, Die Ik zijn zal”. In Jeremia 23 : 16 wordt Christus genoemd: „De HEERE onze Gerechtigheid”. Dus ook als MIDDELAAR draagt Christus deze naam.

In het Grieks luidt deze naam: Kurios, d.i. Heere, in de betekenis van: Beschikker, Heerser.

Christus heeft deze naam ontvangen van de Vader. In Hand. 2 : 36 staat: „Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus, Die gij gekruisigd hebt”. Deze naam Kurios, Heere, heeft de Middelaar ontvangen vanwege het „beschikkingsrecht”, dat Hij verkregen heeft over Zijn volk en kerk, ja, over hemel en aarde! Dit lezen we in Fil. 2:9–11: „Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven alle naam is, opdat in de naam van Jezus zich zou buigen alle knie dengenen, die in de hemel zijn, en die op de aarde zijn, en die onder de aarde zijn; en alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere is tot heerlijkheid Gods des Vaders”.

Het is dus de autoriteit, waarmede Christus bekleed is en die Hem als loon op Zijn Middelaarswerk is toegekend van de Vader.

Er was werkelijk geloofsmoed toe nodig voor de apostelen, als eenvoudige mensen, als vissermannen, om met de verkondiging van die Naam de wereld in te gaan. Want ook de keizers droegen die naam. Ze werden als godenzonen vereerd. Denk maar aan keizer Augustus o.a.

Het was geen wonder toen de apostelen verkondigden, dat „Jezus van Nazareth” is dè Heere, dè Kurios, dat men hiertegen in verzet kwam en dat de vervolging niet uitbleef.

Vandaar dat de apostel schrijft in 1 Kor. 12:3: „En niemand kan zeggen Jezus de Heere te zijn dan door de Heilige Geest”.

Zo heeft dus de Middelaar het beschikkingsrecht gekregen van de Vader, en wel door „koping” en door „verlossing”.

Door koping!

„Sion zal door recht verlost worden”.

Gods kinderen zijn van nature het eigendom van de duivel vanwege de bondsbreuk in het paradijs. Zouden zij dus het eigendom kunnen worden van Christus, dan moest eerst het recht zijn loop hebben. Want door de zonde zijn Gods deugden geschonden. Daarom moest voor de zonde betaald worden, aan de gerechtigheid Gods genoeg gedaan.

En wie zou die prijs kunnen opbrengen? „Niemand van hen zal zijn broeder immermeer kunnen verlossen; hij zal Gode zijn rantsoen niet kunnen geven”, zo lezen we in l’salm 49 : 8. Zie ook Jesaja 59 : 16.

Alleen Christus kon deze prijs betalen, namelijk door Zijn dierbaar bloed!

En op grond van Zijn bloed heeft Jezus de Zijnen vrijgekocht en is Hem daarom het beschikkingsrecht gegeven.

Nu kan satan geen aanklachten meer richten ten opzichte van Gods kinderen. Maar ook geen wet kan hen meer verdoemen, zoals Luther uitriep.

De troost hieruit wordt in de weg der ontdekking en ontgronding, door het geloof, genoten. Wat is er dan een rijke stof tot verwondering en aanbidding! Hoe dierbaar en groot wordt dan die naam „Heere” van de Middelaar! Ook voor u?

De tweede zegen van dit beschikkingsrecht is: de verlossing.

We zien dit ook in zondag 1 zo kostelijk verklaard. „Die met Zijn dierbaar bloed voor al mijn zonden volkomenlijk betaald en mij van alle heerschappij des duivels verlost heeft”.

Deze verlossing heeft Christus aangebracht. Hij heeft de overheden en machten uitgetogen en die in het openbaar tentoongesteld en heeft over hen door het kruis getriomfeerd (Kol. 2 : 15).

Christus is in het huis van de sterke ingegaan en heeft hem gebonden, zijn vaten ontroofd hebbende (Mark. 3 : 27).

Satan was de „overste van deze wereld”, zoals Christus hem noemde. Maar hij is overwonnen. En mede op grond van de genoegdoening door Christus is hem zijn recht ontnomen op degenen, die Hem gegeven zijn van de Vader. Daarom moet ook satan zijn prooi loslaten, wanneer Christus door Zijn Woord en Geest zondaren trekt uit de macht van duivel en zonde en hén tot Zijn eigendom maakt. Hij is de Heere, Die „alle macht heeft verkregen over hemel en aarde”.

Wie is üw Heere?

Nog de vorst der duisternis? Wat erg! Want de dienst van de duivel is een harde dienst, waarin hij de mensen wegleidt als schapen ter slachting!

De dienst van Christus, van die almachtige en genadige Heere, is daartegenover een „liefdedienst”. Zijn juk is zacht en Zijn last is licht. Die in Zijn dienst zijn gebracht mogen instemmen met de dichter:


Wat vreê heeft elk, die Uwe wet bemint,
Zij zullen aan geen hinderpaal zich stoten.
Ik, lieer’, die al mijn blijdschap in U vindt
Hoop op Uw heil met al Uw gunstgenoten.
’k Doe Uw geboön oprecht en welgezind,
Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten!


Kent u dit?

Och, dat we diè Heere nog te voet leren vallen en aan Hem en aan Zijn dienst nog verbonden mogen worden, voor het eerst of bij vernieuwing!

Zalig die door het onderwijs naar zondag 5 en 6 die Middelaar leert kennen in Zijn dierbare namen en het antwoord met de leerling mag geven op de vraag: maar wie is deze Middelaar? „Onze Heere Jezus Christus”!

Urk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.