+ Meer informatie

Geroofde schilderijen duiken meestal weer op

Geen kopers voor beroemde kunst

2 minuten leestijd

PARIJS (AFP) - Voor zeer belangrijke kunstwerken die zijn gestolen, bestaat in de wereld geen markt. Dit verklaarde gisteren de hoofdconservator van de schilderijenafdeling van het museum het Louvre in Parijs. Maandag deelde de Franse politie mee dat vier beroemde doeken zijn teruggevonden die meer dan tien jaar geleden uit Franse musea waren ontvreemd.

De politie verklaarde afgelopen donderdag op heterdaad twee helers te hebben betrapt die trachtten vier schilderijen te verkopen. Het gaat om "De kaartspelers" van de gebroeders Le Nain (I7e eeuw, gestolen uit het Louvre), "Amfibische dieren" van Jan van Kessel (17e eeuw, Quimper), "De Heilige Christoffel" toegeschreven aan Jeroen Bosch (15e/16e eeuw, Nantes) en "Levend Landschap" naar Adriaen Brouwer (17e eeuw. Louvre). „Deze zaak bewijst weer eens dat bekende schilderijen en vooral het doek van de broers Le Nain niet door te verkopen zijn, wat de dieven moet ontmoedigen", verklaarde hoofdconservator Pierre Rosenberg van het Louvre.

Tijd telt niet

„Voor belangrijke werken telt de tijd niet", verklaarde commissaris Mireille Ballestrazzi, hoofd van de Franse centrale recherchedienst voor de opsporing van gestolen schilderijen en kunstwerken. Haar dienst arresteerde de twee helers. „Deze doeken moeten van hand tot hand zijn gegaan, maar ze zijn al die tien jaar in Frankrijk gebleven", meende de commissaris.

„Waar het gaat om beroemde kunstwerken is de tijdsduur een klassieke factor om ze terug te vinden. Het meest verrassende was dal zij in Frankrijk zijn opgespoord", meende Jean-Marie Schmitt, van het Instituut voor Schone Kunsten in Parijs, dat de rechercheurs wegwijs maakt in de wereld van kunstwerken. „Meestal probeert men de doeken het land uit te krijgen". Ook dit „te bekend" zijn voorkwam de verkoop van het belangrijkste werk van Claude Monet, "Impression, soleil levant", waaraan het impressionisme zijn naam dankt. Het werd in oktober 1985 uit het Musée Marmottan gestolen, en vijf jaar later op Corsica teruggevonden.

Boodschap van hoop

De gelukkige hereniging van doeken en musea is, zei Ballestrazzi, „een boodschap van hoop" voor andere museumstukken die nog worden vermist. Daaronder zijn een Bracque die in 1989 uit Beaubourg werd weggenomen en een Rembrandt, een Vermeer en een andere Manet die in maart 1990 uit het museum in Boston werd geroofd.

De verwachtingen voor kunstwerken die bij particulieren zijn gestolen, zijn echter minder rooskleurig. Aangezien zij meestal minder belangrijk en bekend zijn, is er meer kans dat ze op veilingen, bij antiquairs verkocht. Alleen uitgebreide informatievoorziening kan deze circuits, waar ook personen van goede trouw bij zijn betrokken, aan het licht brengen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.