+ Meer informatie

Meten met twee maten?

7 minuten leestijd

Naar aanleiding van mijn artikel over het doen van schuldbelijdenis in geval van een gedwongen huwelijk, werd mij de vraag gesteld: is dat van de zijde van de kerkeraad geen onbillijke eis, nu men door het gebruik van de pil of andere voorbehoedsmiddelen in zijn verlovingstijd geslachtelijke omgang kan hebben, zonder dat dit zwangerschap ten gevolge heeft ? Vraagt men dan in het ene geval niet iets, wat in het andere geval ook gevraagd zou moeten worden; maar wat eenvoudig niet gebeurt, omdat de gevolgen van de zondige daad vermeden worden ? Het komt me voor dat meerderen zich deze vraag zullen stellen of willen meedenken, wanneer deze vraag zo op hun tafel komt. Het leek de redactie goed dat er een artikel aan gewijd werd.

We zullen ter beantwoording van de vraag tevoren enkele dingen moeten overwegen. Daarmee beoog ik wat duidelijkheid te brengen in de overwegingen.

Wanneer de kerk schuldbelijdenis vraagt betreft dat zonden die publiek geworden zijn. Er zullen — helaas — door kerkleden vele zonden gedaan worden. Voorzover die niet een direct publiek karakter dragen, heeft de kerkeraad geen schuldbelijdenis daarover te vragen.

Gevallen waarin de geboden des Heren publiek geschonden worden en de naam des Heren, mede daardoor, gelasterd wordt, zijn aanleiding voor het vragen van een schuldbelijdenis. Of deze in het midden van de gemeente of ten overstaan van de voltallige kerkeraad dan wel in aanwezigheid van enkele ambtsdragers wordt afgelegd, is een zaak die van geval tot geval beoordeeld wordt. Wat beslissend is voor het vragen van schuldbelijdenis ten overstaan van ambtsdragers is het publiek karakter van de zonde, met de daaruit voortvloeiende aanstoot, die men gegeven heeft. Onder aanstoot versta ik in dit geval ook het feit dat men door deze handelwijze anderen tot dezelfde of dergelijke zonden brengt.

Tucht wordt geoefend om de gemeente des Heren heilig te houden. Dat is niet het enige doel van de tucht. Het is wel een wezenlijk oogmerk ervan. Dat heilig houden betreft dan het beschermen van de gemeente tegen de verzoekingen die door publieke zonden van medeleden haar bedreigen.

Het zal duidelijk zijn, dat men bij die schuldbelijdenis nimmer enkel over de gevolgen mag treuren, hoewel die zeker in het geheel betrokken worden. De daad op zichzelf als een zondige daad moet voor Gods aangezicht beleden worden. Bij een gedwongen huwelijk wordt de overtreding van de ordening Gods openbaar aan de gevolgen. Indien er geslachtsgemeenschap plaats heeft voor het huwelijk, terwijl de gevolgen daarvan niet bekend worden, kan de kerkeraad daarover als over een niet publiek geworden daad, geen schuldbelijdenis vragen. Dat wil niet zeggen, dat de kerkeraad over zulk een daad anders zou oordelen dan over die geslachtsgemeenschap waarvan een zwangerschap het gevolg is. Wie het met datgene wat ik in het nummer van november 1972 (blz. 125–128) betoogde eens is, zal beseffen dat het de kerkeraad niet gaat om de gevolgen in de eerste plaats, maar om de daad als zodanig. De kerkeraad kan echter over de daad alleen door de gevolgen iets weten.

Nu staan we voor het geval, dat jongelui in de gemeente door het gebruik van anticonceptionele middelen regelmatig geslachtsgemeenschap met elkaar kunnen hebben, terwijl ze de gevolgen stelselmatig vermijden.

Schept dit in de gemeente geen onbillijke situatie ten opzichte van hen die geen anticonceptionele middelen gebruiken en van wie men bij gebleken zwangerschap wel schuldbelijdenis vraagt ?

De vraag kan gesteld worden: moedigt men op deze wijze het gebruik van anticonceptionele middelen eigenlijk niet aan ? Als men die gebruikt gaat men immers veilig ? Dan voorkomt men gevolgen, dus ook de noodzaak van schuldbelijdenis. Men kan het nog anders stellen: moet een kerkeraad de eerlijkheid van jongelui, die geen anticonceptionele middelen gebruiken eigenlijk niet zo waarderen, dat hij in geval van een gedwongen huwelijk verder over niets meer praat ? Op de achtergrond ligt dan de overweging: liever een gedwongen huwelijk zonder gebruik te maken van anticonceptionele middelen dan geen gedwongen huwelijk mèt gebruik van anticonceptionele middelen.

Conclusie: wordt er eigenlijk niet met twee maten gemeten, als men in het ene geval wel schuldbelijdenis vraagt, en in het andere geval niet ?

Ieder zal de billijkheid van de hier gevolgde redenering willen inzien. Wie daarop af zou willen dingen, moet er wel haast toe komen te zeggen: Iaat men bij voorechtelijk geslachtsverkeer toch vooral anticonceptionele middelen gebruiken. Het komt me voor dat dit standpunt over het algemeen in onze kerken — gelukkig — nog geen ingang gevonden heeft.

Toch komen we er langs deze weg niet uit. Men gaat dan — om het nu maar kort te zeggen — de ene zonde verontschuldigen met de andere zonde. Men gaat dan zonder op het karakter van de daad zelf verder in te gaan, vergelijkenderwijs zeggen: dat is eigenlijk nog veel erger. Daaraan kun je niets doen. Dan moet je aan het andere geval helemaal niets doen.

Een kerkeraad die zo te werk zou gaan, ziet zich het recht ontnomen om in deze gevallen met nog maar één woord over zonde te spreken. Daarom is dit, naar mijn gedachten, niet de goede weg.

We moeten ervan uitgaan dat geslachtsverkeer voor het huwelijk een overtreding is van de orde die God gesteld heeft. Daarom is het zonde.

Wanneer jongelui voor hun huwelijk deze daad begaan, wordt het zondig karakter niet weggenomen door het gebruik van de pil. Het al of niet gebruiken van anticonceptionele middelen verandert aan het zondig karakter van de daad als zodanig niets.

Nu komen we voor het punt in kwestie te staan: Juist het vermijden van zwangerschap bewaart de jongelui ervoor dat hun daad openbaar komt. Daarmee zijn ze ook gespaard voor de noodzaak van schuldbelijdenis ten overstaan van de kerkeraad.

Nu mag men toch niet zo gaan redeneren: laat de kerkeraad om deze reden het vragen van schuldbelijdenis maar achterwege laten. Wie de pil wil gebruiken bij voorechtelijk geslachtsverkeer, zal daarvan tegenover God verantwoording moeten afleggen. Een kerkeraad weet daar in het algemeen niet van. Daarom kan hij er ook geen oordeel over vellen.

De kerkeraad heeft tot taak, datgene wat publiekelijk zonde is, als zodanig aan te wijzen en met haar leden dienovereenkomstig te handelen. Wanneer de kerkeraad van het vragen van schuldbelijdenis afziet, omdat anderen vanwege het gebruik van de pil niet in hun zonde openbaar worden, waakt de kerkeraad niet tegen het kwaad van voorechtelijk geslachtsverkeer.

Naar mijn oordeel ligt het anders in die gevallen, waarin jonge mensen zelf zeggen dat ze met gebruikmaking van anticonceptionele middelen voorechtelijk geslachtsverkeer hebben. Het zal niet zo vaak voorkomen dat dit openlijk gezegd wordt. Gebeurt dat echter wel, dan heeft de kerkeraad te handelen als in gevallen van een gedwongen huwelijk. Dan heeft de kerkeraad zulke jongelui op hun zonden te wijzen en voor hun zondige praktijken schuldbelijdenis te vragen.

Waaraan ontleent de kerkeraad het recht ? Aan het feit dat deze daden publiek geworden zijn.

Ik erken: dit zal niet vaak voorkomen. Meestal zullen jonge mensen er wel over zwijgen dat ze met gebruikmaking van anticonceptionele middelen voorechtelijk geslachtsverkeer hebben. Als ze dat niet doen, en daarover openlijk spreken, dan zijn ze een aanstoot. Dat geldt ook in deze zin, dat ze dan anderen tot dezelfde zonde brengen.

Als de kerkeraad aldus handelt, blijkt duidelijk dat hij niet met twee maten meet. Hij handelt dan overeenkomstig zijn plicht. Alleen zo kan in de gemeente duidelijk zijn dat zonde zonde is. Men moet om de nog grotere zonde van de ander de zonde van de één niet onbesproken laten. Een kerkeraad moet handelen, waar hij tot handelen geroepen is.

Op bezwaren die in het begin van dit artikel genoemd werden, zal men aldus kunnen antwoorden.

Belangrijker nog lijkt mij, dat er in de gemeente over deze dingen gesproken wordt, voordat het tot voorechtelijk geslachtsverkeer komt. De catechisaties, de huisbezoeken en de gesprekken van ambtsdragers met jongeren moeten ook over deze dingen gaan. Het zou me verheugen, als dit artikel tot zulke gesprekken een stimulans was en wanneer het enige hulp bood voor het voeren van zulke gesprekken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.