+ Meer informatie

GEWELD IN HET OUDE TESTAMENT

8 minuten leestijd

SCHOKKENDE FEITEN, MOEILIJKE VRAGEN

Het OT heeft 600 tekstgedeelten over een moord, 100 tekstgedeelten waarin God opdracht geeft te doden en 1000 tekstgedeelten die spreken over Gods toom, straf en oorlogvoering. De bijbel is een van de bloedigste boeken uit de wereldliteratuur, van het begin (Abels bloed, Gen. 4:10) via het midden (‘bloedbad volgt op bloedbad’, Hos. 4:2) tot het slot (het gebed om Gods wraak over het vergoten bloed, Openb. 6:9). Het grootste gedeelte van het OT is gewijd aan de geschiedenis van een volk dat met geweld uit de macht van een geweldenaar wordt verlost (Exodus), met grof geweld een eigen land verovert (Jozua-Samuël), na eeuwen van politiek en religieus geweld ondergaat in verwoesting en ballingschap (Koningen-Kronieken), om tenslotte als een rompstaatje onder vreemde heerschappij te eindigen (Ezra-Nehemia). Het is niet verwonderlijk dat het woord harnas dat iedereen tegenwoordig kent (Hebreeuws voor ‘geweld’!) geregeld in het OT voorkomt. Maar hier rijzen toch veel vragen. Na de 20e eeuw met haar wereldoorlogen, conflicten, terreur en verwoestingen zijn we erg gevoelig geworden ten aanzien van geweld. Als de buitenwacht de Koran en het OT op dit punt rustig op één lijn zetten, vinden we het moeilijk om een goed antwoord te geven. En gereformeerd als we zijn, weten we ook wel dat we het OT en het NT niet tegenover elkaar kunnen stellen, maar toch…

ALGEMENE LIJNEN

Natuurlijk kunnen in dit artikel slechts enkele aandachtspunten worden aangereikt. Niet om ‘het probleem’ even op te lossen: in de bijbel is een aantal zaken die we (nog) niet zo goed kunnen begrijpen. Maar dan is het wel van groot belang dat we ons ervoor hoeden om onze hedendaagse normen, waarden en inzichten op te leggen aan de bijbel. Laat het schriftwoord eerst maar eens volledig uitspreken, in zijn eigen verbanden, met zijn eigen taal en zeggingskracht. Daarbij geldt dat de wereld van het OT niet die geordende juridische verbanden kende die wíj vandaag hebben. Dus: geduldig, geoefend, luisterend lezen gevraagd. Vervolgens zullen we bij het lezen van de bijbel rekening dienen te houden met de voortgaande heilsgeschiedenis, die in het OT een unieke concentratie kende op dit éne volk van Gods verbond, Israël, waar Hij wilde wonen in een ‘theocratisch bestel’. Politiek en godsdienst, volksgemeenschap en cultusgemeenschap, troon en tempel zijn hier niet te scheiden. Ten derde moeten we ons hoeden voor een goedkope en gemakkelijke tegenstelling tussen OT en NT. Men kan stellen dat de noties van toorn en geweld in het NT evenzeer aanwezig zijn als die van de liefde en genade, en dat deze laatste in het OT geen geringere rol spelen dan in het NT.

DE REALITEIT VAN HET LEVEN

Dat het OT op alle mogelijke manieren geweld ter sprake brengt, toont ons hoezeer dit boek ingaat op de realiteit van het leven. We mogen dankbaar zijn dat wij niet een bijbel hebben vol van wijsheden en vrome heilsbespiegelingen die ver buiten de dagelijkse werkelijkheid staan. Niet slechts op een religieus deel van ons leven, maar op ons gehele leven wil God met zijn Woord beslag leggen. En dat leven is veelkleurig, rauw en soms verbijsterend; natuurgeweld, sociaal, militair en politiek geweld spelen er een grote rol. Dat Woord zweeft niet boven deze wereld en buiten onze geschiedenis, maar is in de geschiedenis ingegaan. Juist het OT verkondigt ons de realiteit van een God die wérkelijk met de mens van doen wil hebben. Wanneer het OT dan veelvuldig over geweld spreekt, scherpen we het oor. Juist in de alledaagse werkelijkheid wil Gods Woord ons leiden, ontdekkend en richtingwijzend. Wat een vreugde voor de talloze verdrukten en vertrapten in onze wereldgeschiedenis, dat de God van de bijbel niet een flower-power god-van-de-liefde is, maar dat Hij óók, ja juist ook, met geweld van doen heeft. Wat een troost, dat we in de realiteit van het geleefde leven niet zonder dit Woord van God behoeven te zijn.

ONTMASKERING

In de literatuur van de wereld rondom Israël komen we talloze scènes en beschrijvingen tegen, waarin het geweld ronduit verheerlijkt wordt. Heroïsche vorsten bewijzen hun kunnen door niets ontziend machtsmisbruik, en dwingen daarmee respect af. Hoe meer afgehakte hoofden, hoe meer respect voor de koning die dit presteerde. Heel anders is de atmosfeer van het OT. Ook daar komen we geweld tegen dat voor ons besef soms onbegrijpelijk is, maar verheerlijkt wordt het nooit; ontmaskerd veelal wél. Vanaf het begin wordt voor geweld gewaarschuwd, en worden de verborgen mechanismen erachter onthuld. Sprekend is dan direct de inzet van het OT: de broedermoord door Kaïn, door God gewaarschuwd en door Hem bestraft (Gen. 4). Dit hoofdstuk, deel van de ouverture van het hele OT, onthult de negatieve neerwaartse spiraal van kwaad en geweld, die door God wordt ingedamd. Een programmatisch hoofdstuk!

Dan komt de zondvloed over de aarde: natuurgeweld dat het menselijk geweld keert en uitroeit. Veelzeggend is Gen. 6:11: ‘De aarde nu was verdorven voor Gods aangezicht, en de aarde was vol geweldenarij’. Zonde is geweld, en omgekeerd. In de wetgeving van Mozes staan allerlei bepalingen die het geweld indammen (bijv. Deut. 20). De wijze waarop geweldverhalen soms worden verteld, houden de lezer de spiegel voor. Een boek als Richteren, boordevol geweld, is getoonzet door de zinsnede ‘ieder deed was goed was in eigen oog’. Als het ware met afgewend gelaat verhaalt de bijbelschrijver de geschiedenis van Jefta’s dochter. En lees hoe in later tijd de koningen in Israël rustig bekritiseerd kunnen worden door de profeten, om hun geweld — bekend is bijvoorbeeld hoe Nathan David, nota bene de door God verkoren koning, de mantel uitveegt (2 Sam. 12). Deze David mag het huis Gods niet bouwen, omdat hij een man des bloeds was. Ongekend in de wereld van het oude Nabije Oosten! Even sprekend is, dat voortdurend weer de zélfkritiek verwoord wordt: ‘Is er ook bij ons niet een groot kwaad?’ (zie bijv. de woorden van de profeet Oded in 2 Kron. 28). Het OT maakt duidelijk dat er geweld is dat verderft en door-en-door kwaad is, maar dat er óók geweld is dat bevrijdend is, anti-geweld. Voordat het rijk van vrede kan aanbreken waarin de wolf naast het lam ligt (Jes. 11:6) zal de armen en ootmoedigen recht gedaan moeten worden en het kwaad van de goddeloosheid weggedaan (Jes. 11:4).

GODS OOGAPPEL

Veel geweld speelt zich in het OT af rondom Israël, Gods oogappel. De notie van de verkiezing staat voortdurend op de achtergrond. Volkeren pogen dit volk te vernietigen en het een plaats onder de hemel te ontzeggen. Maar God maakt plaats voor zijn volk, geeft het een land om te wonen. De moeilijkste teksten van het OT hebben hiermee te maken: de opdracht om de Kanaänitische volken uit te roeien (Deut. 7). Het herinnert aan Sodom en Gomorra: de maat van de ongerechtigheid der Amorieten was vol. Aan de Kanaänitische bevolking voltrekt zich als het ware anticiperend het grote eindgericht van God over een wereld vol kwaad en onrecht. Zijn deze teksten hiermee verklaard, ‘geneutraliseerd’? Nee, maar wel in het licht van een bijbels perspectief gezet, in plaats van dat van onze snelle morele oordelen. En de psalmen dan, met al die wraakbeden? Te bedenken is dat in talloze gebeden de ‘rechtvaardigen’ aan het woord zijn, onderdrukt en vertrapt, die geen enkele weg van recht meer open stond dan alleen de weg naar God. Zij nemen niet het recht in eigen hand, maar leggen met stereotiepe oud-oosterse vloekbewoordingen hun zaak in Gods hand.

GODDELIJK GEWELD

Wellicht nog het moeilijkste is om te lezen van het geweld dat God uitoefent: in zijn toorn, zijn wraak, zijn vergelding, zijn berouw, zijn naijver. Inderdaad, de God van de bijbel kan in zijn toorn huiveringwekkende dingen doen. Maar nooit willekeurig en onberekenbaar. Hij oefent geen geweld om het geweld, zoals in menige literaire tekst over de goden uit de wereld rondom Israël. God is de Heilige. Zijn ‘geweld’ heeft te maken met zijn afschuw van het kwade, van de zonde, van de opstand. Zijn ingrijpen verijdelt de triomf van de leugen. Keer op keer staat zijn geweld in dienst van het rechtsherstel en van de vrede. Juist op momenten dat de dreiging van Gods vernietigende toorn over alle kwaad het grootst is, breekt door de wolken van het oordeel de prediking van Gods zoekende liefde door. Een ogenblik in zijn toorn, een leven in zijn liefde (Ps. 30:6). Ik kán Efraïm niet verderven, mijn hart keert zich om tegen Mij (Hos. 11:8). Zijn oordeelsprediking is een lokroep tot omkeer, een uitgestoken hand. Het is déze prediking die in het NT opbloeit, van de kribbe tot het kruis. Waar die Ene in het oordeel ondergaat opdat de velen zouden leven. En dan begint het visioen van de profetische toekomstverwachting in vervulling te gaan. De bijbel predikt niet een oproep tot gewelddadige verovering van de wereld, maar dat de wet uit Sion zal uitgaan, en des Heren woord uit Jeruzalem, en dat de volken dan komen, schuilend bij het recht van God. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen (Jes. 2:1–5). Machtig perspectief. Christenen hier en nu leven daar naartoe, voorlopers van Gods vrede (Jes. 11).

Prof. Peels (1956) doceert Oude Testament aan de TUA

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.