+ Meer informatie

Overplaatsingen zaaien onrust in douaneland

Nederlandse grenswachters ernstig verdeeld over acties tegen gedwongen verhuizingen naar Randstad

7 minuten leestijd

ARNHEM/BERGH - De een dreigt met grensblokkades, de ander wil van acties niets weten. De dreigende verpliciite overplaatsingen zaaien onrust in douaneland. Ongeveer 1600 douane-ambtenaren worden de dupe van "Europa 1992" en zullen moeten kiezen of delen: een andere baan bij de douane accepteren en verhuizen naar de Randstad, of in de grensgebieden blijven wonen en ander werk zoeken.

Aanleiding tot het gemor is een schrijven van de belastingdienst aan de douane-ambtenaren over de werkgelegenheidsontwikkeling bij de douane in de periode 1991-1995. Midden in die periode valt de cruciale datum 1 januari 1993, waarop de grenzen binnen Europa opengaan. Dit betekent dat 2500 arbeidsplaatsen bij de douane in het oosten, noorden en zuiden van het land wegvallen. Bij de grens komen 900 nieuwe arbeidsplaatsen „voor het intensiveren van taken aan de buitengrenzen van Nederland, het intensiveren van de drugs- en fraudebestrijding en de controle bij uitvoer". Per saldo moeten dus 1600 van de 6900 douanemensen afvloeien.

Gelukkig, aldus de belastingdienst, kon voor hen vervangende werkgelegenheid in het westen van het land gevonden worden. In Rotterdam, Amsterdam en op Schiphol kunnen de douaniers straks aan de slag.

Geen gedwongen ontslagen dus, maar wel gedwongen verhuizingen. Om de pijn hiervan te verzachten, werd een sociaal plan opgesteld. Douanemensen krijgen strak extra vergoedingen bij verhuizingen en hulp bij het vinden van werk voor hun partner wanneer verplaatsingen hebben plaatsgevonden. Na het wegvallen van de binnengrenzen zullen vooral de ambtenaren van 55 jaar en ouder moeten verdwijnen. Douanemensen krijgen een andere functie bij de belastingdienst of hulp bij verplaatsing naar andere overheidsinstellingen. Voor dit flankerende beleid is dit jaar zeven miljoen gulden beschikbaar.

55 procent

Directeur-generaal C. Boersma van de belastingdienst is de hoogste baas van de douanemensen. Onder hem staat de landelijke directie van de douane in Rotterdam, terwijl daaronder de negen douanedistricten ressorteren.

In het district Arnhem zullen 421 van de 769 formatieplaatsen (bijna 55 procent) vervallen. De grootste concentratie bevindt zich in de gemeente Bergh (ongeveer 130 ambtenaren). Daarna volgen Rijnwaarden (ongeveer 30), Nijmegen, Arnhem en Dinxperlo.

Behalve douane-ambtenaren krijgen ook expediteuren met "Europa 1992" te maken. Zij vullen papieren in voor de douane. Voor hen liggen er geen overplaatsingen in het verschiet. Zij zullen naar ander werk moeten omzien.

Druk van de ketel?

Tijdens overleg op 9 januari maakten de centrales van overheidspersoneel ernstig bezwaar tegen de verplichte overplaatsingen van douane-ambtenaren naar het westen van het land. De dienstleiding van de belastingdienst toonde zich bereid dit jaar nog niemand over te plaatsen.

Volgens de CFO, de CNV-bond voor overheidspersoneel, was hierdoor voor het verdere overleg de druk in belangrijke mate van de ketel. Tevreden zijn de mannen van de douane echter nog niet. Op 30 januari vindt opnieuw overleg plaats tussen de belastingdienst en de Bijzondere Commissie voor de Belastingdienst, de belangenbehartiger van de werknemers.

Inmiddels heeft secretaris R. de Jong van de Nederlandse Douanebond laten weten dat het uitstel tot 1992 „een farce" is. De 200 douaniers die dit jaar zouden worden overgeplaatst, moeten dat volgens hem in 1992 alsnog. De directeurgeneraal der belastingen moet vóór 30 januari zijn standpunt wijzigen, anders komen er acties, dreigde De Jong. Die zullen eerst publieksvriendelijk zijn, maar kunnen zelfs uitlopen op een grensblokkade.

Volgens de Douanebond krijgen de overgeplaatste ambtenaren slechts een werkgelegenheidsgarantie tot medio 1994. Daarna kunnen ze worden ontslagen als ze niet meer nodig zijn. Dit kan een gevolg zijn van de automatisering of de wijziging van de controlemethoden van de douane, twee aspecten waarmee de belastingdienst volgens De Jong onvoldoende rekening gehouden heeft.

De Bijzondere Commissie, die het uitstel bedong, wordt niet gesteund door de Nederlandse Douanebond en de Centrale Dienstcommissie, aldus De Jong. „De druk is beslist niet van de ketel".

Nooit iets gehoord

Voor de opstelling van de provincie Gelderland had voorzitter H. Jonker van de Centrale Dienstcommissie (ondernemingsraad) van het Douanedistrict Arnhem begin deze maand weinig goede woorden over. Jonker: „Er vallen wellicht meer dan duizend arbeidsplaatsen weg in gebieden die sociaal-economisch toch al niet zo sterk in hun schoenen staan. Zulke dramatische gevolgen kun je niet afwentelen op één bevolkingsgroep. Je vraagt je af of de provincie dan geen zorgverplichting heeft. Mensen die hier willen blijven wonen, moeten geholpen worden bij het zoeken van ander werk. Deze discussie speelt al een aantal jaren en we hebben nooit iets gehoord van de provincie. Ja, natuurlijk is het een landelijk probleem, maar de provincie is primair verantwoordelijk.

Toen de belastingdienst het rapport over de werkgelegenheidsontwikkeling bij de douane presenteerde, verklaarden de lijsttrekkers in Limburg direct de overplaatsingen onaanvaardbaar te vinden. In Gelderland hoorde je echter niets. Wij hebben daarop aanmerkingen gemaakt tijdens een bijeenkomst.

Niets mee te maken

In een dorpje als Beek, bij de grenspost Bergh, krijgt een groot deel van de gemeenschap hiermee te maken. Het economische fundament dreigt weg te vallen. Het karakter van het dorpje zal veranderen. Daaraan moet de provincie aandacht besteden".

De Gelderse gedeputeerde E. Altena trok zich de kritiek wel aan. „Ik heb het positief opgevat", verklaart hij desgevraagd. „Maar nog diezelfde week heb ik een gesprek gehad met het hoofd van het douanedistrict Arnhem, Van den Broek. Ik kan me levendig voorstellen dat je, als je een mooi huisje hebt in de gemeente Bergh, niet wilt verhuizen naar de Randstad. Deze discussie is heel emotioneel. Ik wil echter niet ingrijpen in de onderhandelingen tussen de douanewerknemers en de belastingdienst. Wel heb ik deze week contact gezocht met het RBA van Oost-Gelderland om te kijken of er andere plaatsen voor douaniers beschikbaar zijn op de arbeidsmarkt.

De rol van de provincie is overigens zeer bescheiden. Het bestaat slechts uit aanzwengelen, zorgen dat de goede instanties hierbij betrokken worden.

Over acties van het douanepersoneel is mij niets bekend. Daar wil ik me zo min mogelijk in mengen. Daar willen we als provincie niets mee te maken hebben". Woordvoerder Beimer van de geDEN HAAG meente Bergh denkt dat het met de „karakterverandering" van een dorp als Beek niet zo'n vaart zal lopen. De gemeente weet niet hoeveel van de tweeduizend inwoners van het kerkdorp door het opengaan van de grenzen beïnvloed zullen worden. Wel probeert Bergh in overleg met de Duitse buren in Emmerich vervangende werkgelegenheid langs de grens te creëren. „Er verdwijnt een stuk bureaucratie, maar we verwachten dat er meer arbeidsplaatsen bij de transportondernemingen zullen ontstaan".

Verdeeldheid

Een gedeelte van het douanekorps, dat volgens deskundigen stamt uit de dagen van graaf Dirk III (1018) en lange tijd het imago van onkreukbaarheid overeind gehouden heeft, lijkt vastbesloten haar wensen door acties af te dwingen. Anderen verfoeien het idee van een grensblokkade.

Dinsdagavond eisten de kaderleden van de vakbond CFO van de leiding van de belastingdienst „dat alles in het werk moet worden gesteld om uitsluitend op basis van vrijwillige maatregelen een oplossing voor de werkgelegenheidsproblematiek te treffen". Bij de CFO zijn 1100 douanebeambten aangesloten. Zij vinden de belofte dat dit jaar geen gedwongen overplaatsingen zullen plaatsvinden, onvoldoende. De CFO eist „aantrekkelijke financiële regelingen voor vrijwillige verplaatsing, maatregelen die de uitstroom zowel binnen als buiten de belastingdienst bevorderen (bij voorbeeld uitvoc^ring van milieutaken) en financieel gunstige afvloeiingsregelingen voor ouderen die werkzaam zijn bij de gehele belastingdienst".

Voorzitter Jonker van de Centrale Dienstcommissie toont minder actiebereidheid dan de Nederlandse Douanebond. „Er is gezegd: „Als het nodig is, gooien we de zaak straks hier gewoon dicht". U moet dat interpreteren en niet letterlijk opvatten. Met dat soort uitspraken reageert men de frustraties af. Het is heel begrijpelijk dat men het zegt, maar van dat soort acties neem ik nadrukkelijk afstand. Ik heb het voor de radio ook wat gerelativeerd. Er zijn méér problemen in de wereld. Acties zijn op dit moment niet in beeld".

De douaniers van de grenspost Bergh willen niet zeggen of ze bereid zijn om actie te voeren. „Daarmee krijg je maar onnodige onrust", zegt postcommandant A. van der Kui. „Wij hebben de afspraak gemaakt niets te zeggen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.