+ Meer informatie

TER OVERWEGING

13 minuten leestijd

Drs.P.J.Verhagen, Depressiviteit en depressie, een christelijke handreiking. 109 blz. f. 18.50 Groen & Zoon - Leiden, 1990

De auteur doet de laatste tijd van zich spreken. In de bij Groen, Leiden uitkomende serie ’Praktisch en Pastoraal’ is dit een nieuw deeltje. Jammer dat er geen nummering is aangebracht. Dat zou wat meer samenhang in het geheel brengen.

Het komt ons voor dat de schrijver zich vooral als doel heeft gesteld zoveel mogelijk informatie te geven in verband met depressiviteit en depressie. Voorlichting krijgt de lezer dan ook van alle kanten. We noemen enkele titels: Bij wijze van inleiding - een overzicht van de oude Grieken naar de moderne psychiatrie, met Aleid Schilder en ds.A.EIshout als sluitstuk. 2. Depressie en depressiviteit - symptomen, ernst, duur, verlies van zinsbeleving en de zin van ziekte. 3. Hetzelfde onderwerp als in 2, nu met het oog op het gezin, met bespreking van allerlei persoonlijke en gezinssituaties. 4. Verwijzing, medicijnen en (psycho)therapie, met aan het slot een kritisch stuk over vooroordelen over psychotherapie. 5. Geest en geest - met een bespreking van de zonde tegen de Heilige Geest, geestelijke verlating (en het advies van W.à Brakel), charismatische zielzorg en genezing op het gebed. 6. Omgaan met depressiviteit en depressie - met allerlei praktische adviezen. 7. Omgaan met eigen depressiviteit en depressie. Tenslotte: Hulpverleningsadressen en Literatuur. Bij dit laatste mis ik het boekje van ds.D.Rietdijk over de zonde tegen de Heilige Geest.

De lezer ziet dat er heel veel ter sprake komt. Het gebeurt echter in een voor ons besef wat merkwaardige volgorde. De innerlijke samenhang is niet de sterkste kant van dit boek. Waarom is bijvoorbeeld een deel van de stof van hoofdstuk 5 niet bij 1 ondergebracht? Het is voor ons de vraag of we moeten zeggen (blz.35), dat het een belangrijke pastorale taak is, de zin, de betekenis van de depressieve periode te helpen zoeken en vinden. Op blz.36 wordt gezegd dat we op geen enkele wijze staat moeten maken op, soms extreme, gevoelens. Ons lijkt het doel van pastorale hulp hierin gelegen dat de patiént er doorheen komt. Een boek dat tot denken zet, maar tegelijk ook voor vragen stelt.

Drs. A.J.Maris (eindredactie), De zorgzame samenleving. De samenleving een zorg? Verslag van het symposium ter gelegenheid van 75 jaar reclassering door het Leger des Heils. 153 blz. f. 24.50, Kok - Kampen, 1990.

Dit boekje geeft wat de ondertitel belooft: referaten, stellingen voor groepsdiscussies en het verslag daarvan. We noemen de bijdrage van drs.Oostlander over de rol van de confessionele organisaties en het referaat van drs.J.de Boer over de consequenties van een terugtredende overheid. Dit is een onthullend artikel: over de hebzucht van de hedendaagse mens en over het fabeltje, als zou de overheid terugtreden. Zij wil juist invloed en macht houden.

Het opstel van de eindredacteur, drs.A.J.Maris, over de hernieuwde inzet van vrijwilligers heeft ons bijzonder geboeid. De gedachte van de verzorgingsstaat heeft vrijwilligers van hun plaats verdreven. Er is echter behoefte aan hun inbreng naast de bijdrage van de professionele werkers.

Een boekje dat niet alleen over het Leger des Heils en zijn werk informeert. Het kijkt ook kritisch èn stimulerend naar de hedendaagse samenleving.

1990 Informatieboekje van de Nederlands Gereformeerde Kerken, onder redactie van ds. K.H. de Groot. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam, f 14,25.

In blauwe omslag treffen we hier de Nederlands-Gereformeerde pendant van ons Jaarboek aan. Ditmaal zijn voorin opgenomen een lijst van Kerkelijke adressen en Naamlijst van predikanten; op het nut ervan is verleden jaar in ons blad gewezen. Ds. De Groot verzorgt het jaaroverzicht 1989. Wel en wee van eigen kerken en van andere kerken treft men erin aan. Dagbladen zijn geneigd de omschrijving v an innerlijke zwakte van de eigen kerken te benadrukken. Laten wij letten op de moeiten die er zijn in allerlei contacten met anderen.

C.Houtman, Exodus II, Kok - Kampen, 1989, 413 blz., f. 87.--,.

Dit uitvoerige commentaar op Exodus 7:14 -19:25 getuigt van brede kennis van de literatuur. Er worden zeer veel meningen (naar mijn gedachte soms zelfs te veel) gememoreerd. De exegese per tekstvers is sterk filologisch. Onder ”hoofdlijnen en perspectieven” vindt men bij elk onderdeel (in totaal 7) een samenvatting. Er is ook nog een ”inleiding tot de exegese”. Men moet deze beide stukken wel bestuderen om het resultaat van de exegese per vers te kunnen verwerken. De schrijver maakt niet alleen uitvoerig melding, maar zelf ook gebruik van de resultaten van de historisch-kritische methode. Het boek is voornaam uitgegeven, maar niet zo eenvoudig in het gebruik.

Dr.H.W.de Knijff, Woorden tegen willekeur. Verzamelde opstellen, Kok - Kampen 1989, 234 blz. f. 37.50.

Dit is een bundel opstellen van de Utrechtse dogmaticus. Men vindt erin zijn inaugurele rede over het gevoel, en tal van belangrijke onderwerpen. De knijff komt op voor de perspoon, het individu en voor de ordeningen, voor al datgene wat we juist in onze tijd tot onze schade zijn kwijtgeraakt. Vandaar ”tegen willekeur” in de titel. Hij wil een combinatie van het continue, onopgeefbare en van hetgeen door de tijden heen verandert. Soms roeit hij tegen de stroom op. Dan weer gaat hij mee. Het moeilijke is, dat hij niet duidelijk maakt welke maatstaf hij hanteert. De persoon van Critstus staat centraal. Daarnaast (denk ik) het gezond verstand. Onderwerpen uit de dogmatiek en uit de ethiek komen aan de orde. Je vindt er wat je niet verwacht aan standpunt. Wat je daarna verwacht, vind je niet. De druk (anderhalve regelafstand) vind ik niet fraai. De inhoud typeer ik als erudiet. Dat blijft gelden, ook al dringt de schrijver tot tegenspraak of tot aanvulling.

Rob van Essen, Teun van der Leer, Pastoraat op de grens. Medische en kerkelijke dienst der genezing, een terreinverkenning, Merwedeboek - Sliedrecht, 1989. 102 blz. f. 14.90.

Verschillende auteurs hebben aan dit boek meegewerkt. Zij schrijven vanuit hun eigen werkterrein: predikant, arts, verpleegkundige. Het boekje is geschreven vanuit verbondenheid met hen die in Engeland de Lucas Orde vormen: Dienst der genezing op het gebed en met gebruik van middelen! Het boekje bevat getuigenissen van een manier van werken, meer dan een (proeve van) systematische terreinverkenning. Het is mij niet duidelijk geworden wat de exacte betekenis van het begrip ’grens’ in de titel is. Ik kan me er verschillende betekenissen bij voorstellen, maar vraag mij af of ik de juiste te pakken heb. Of ziet ’grens’ vooral op de manier van werken binnen de Lucas Orde?

H. Beemer, Th. van Eupen, H.W. van Hoogstraten, R. Houdijk, E. Skubisz. Het gezin als speelbal, De beeldvorming onder theologisch-ethische kritiek. Kok-Kampen. 280 blz.

Dit boek dankt zijn ontstaan aan een studiegroep in Nijmegen. De schrijvers behoren tot de vakgroep Moraaltheologie en gaan uit van een kritische theologiebeoefening. Onderzocht wordt of het gezin wel hoeksteen of oercel van de samenleving kan heten. Het resultaat is ontkennend. Er vindt een ”ontmythologisering” plaats van het gezin, vooral wel door een zeer kritische analyse van kerkelijke documenten. Deze documenten zijn opgesteld vanuit het verdedigen van belangen (ideologieën). Men kan ook zeggen: het boek is een luid en diepgaand protest tegen de roomse hiërarchisch denken.

Sommige bijdragen zijn sterk marxistisch getint. Ze zijn alle kritisch. Men krijgt een enorme brok informatie, onder meer door de historische overzichten. Wat ontbreekt, is het bezig zijn met het bijbels getuigenis. Het is een knap boek dat men met een gevoel van triestheid doorleest. Wij kunnen iets begrijpen van de bezwaren tegen Rome’s hiërarchie. Tegelijk worden waarden weggeworpen, die we niet mogen opgeven!

Ds. J.H. Velema, Beloven en beleven. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1990. 72 blz. f 12,90.

De schrijver heeft in het verleden reeds driemaal onder verschillende titels een boekje geschreven over en met het oog op het doen van belijdenis. Dit boekje heeft iets van een geconcentreerde samenvatting van de vorige drie. Er is nog sterker met alliteraties gewerkt dan vroeger. Alle hoofdstukken beginnen mety de letter V (behalve het Tenslotte). Een mooi uitgevoerd boekje, met heilzame en stimulerende inhoud , en zelfs een foto van een staande Avondmaalsviering. Een boekje waar jongeren, en ook ouderen veel aan kunnen hebben.

Dr. T.B. Brienen e.a., De Nadere Reformatie en het Gereformeerd Piëtisme. Boekencentrum, Den Haag 1989. 358 blz. f 59,95.

Een vervolgboek op de bundel ”De Nadere Reformatie” uit 1986. Ik weet eigenlijk niet waar ik met het uitspreken van mijn erkentelijkheid moet beginnen. Van ’t Spijker behandelt de bronnen van de Nadere Reformatie (blz. 5-51). Hij schrijft ook een artikel over Amesius (blz. 53-86). Prof. Graafland informeert helder over de Nadere Reformatie en het Labadisme (blz. 275-346). Hij schreef ook informerend over F.A. Lampe (blz. 243-274). Prof. Van Genderen behandelt Johan Verschuir (blz. 203-241), een hoofdstuk dat onbekende zaken naar voren haalt. Dan nog bijdragen van dr. Brienen over Theodorus a Brakel (blz. 123-148) en over Hellenbroek (blz. 181-201), en van drs. Exalto over Simon Oomius (blz. 149-179). Het is niet mogelijk op elke bijdrage in te gaan. Als we een vraag hebben, dan is het deze, of het thema niet systematischer aangepakt had moeten worden. Nu is de titel te breed. Zij wordt aan de hand van de personen geï llustreerd, maar niet geanalyseerd. Dit is een eerste aanzet. Wie van onze kerkelijke herkomst iets wil weten, kan en moet hier terecht. Een waardevol boek.

Drs. T.E. Molenaar, dr. J. van der Wal, Homofilie en de christelijke gemeente, ervaringen, pastoraat en hulpverlening. In de serie Praktisch en Pastoraal. Uitg. Groen, Leiden 1990. 112 blz. f 18,50.

In mei is er een studiedag geweest, waarop dit onderwerp is behandeld. Dit boek is de weergave en de neerslag van die bijeenkomst. Twee predikanten (dr. J. Hoek, drs. R. van Kooten), een maatschappelijk werker, een psychiater en drie psychologen leveren een bijdrage, en J. van der Sluis, die als projectleider bij ”Tot Heil des Volks” werkt. Een brief van een homofiel en een niet-homofiel kerklid en enkele korte gedichten completeren het boek. Er wordt veel nadruk gelegd op de taak van de pastores en van de gemeente. Ook wordt vanuit ethiek, pastoraat en psychologie hulp aangereikt. Een boek als dit biedt grote verscheidenheid. Er wordt heel wat aangestipt. Dat is de kracht en de zwakheid ervan. Toch overheerst de waardering, vooral als we het boek mogen zien als een eerste handreiking. Ambtsdragers moeten deze hand zeker aannemen!

Jaarboek 1990 van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland. Onder redactie van ds. H. van der Schaaf e.a. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1990. 288 blz. f 14,25.

In zachtgroen gestoken omslag is het nieuwe jaarboekje er. Goed verzorgd als altijd, even onmisbaar als vroeger. Het jaaroverzicht door ds. Van der Schaaf is uitermate instructief. Het ledental is gedaald met 212: een teken aan de wand. Niet minder dan twaalf jubilea van 50 - 25 jaar trouwe dienst. Een teken dat er ook ouder wordende predikanten zijn, naast niet minder dan acht nieuwkomers in één jaar. Ds. Van der Schaaf heeft de buitenkant en voorzover mogelijk ook de binnenkant van het kerkelijk leven bekeken en beschreven. Ds. P. den Butter doet dat op het punt van onze oecumenische relaties, drs. M. Visch, godsdienst- en jeugdsocioloog in Zwolle, met het oog op de jeugd. Artikelen die niet alleen te denken geven, maar ook tot daden dringen. We zijn dankbaar voor al het werk dat aan dit jaarboek is besteed.

Ds. RH. van der Laan, Belijdenissen. Scala-reeks onder redactie van drs. G. Kwakkel, drs. I. Oostdijk, drs. HR. Schaafsma. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1990. 88 blz. f 14,75. In deze nieuwe serie een boekje over belijdenissen. De schrijver gaat tamelijk populair te werk. Dat blijkt uit titels van paragrafen: Gezond zijn. mondig, vrij, open, volwassen; Spraakzaam (i.v.m. Nicea); Vasthoudend (i.v.m. de belijdenis van Athanasius); Ruindenkend (de Heidelbergse Catechismus); Overtuigd (de Dordtse Leerregels).

Dikwijls begint een paragraaf met een bijbeltekst of -gedeelte dat wordt uitgelegd. Eerlijk gezegd had ik bij het lezen van de titel deze aanpak niet verwacht. Misschien juist een manier om jonge mensen voor de belijdenisgeschriften te interesseren? Toch zou het beginnen bij de tekst van de belijdenis mij beter lijken! Over de noodzaak van geloof om zalig te worden, wordt wel gesproken; bijna niet over de noodzaak van wedergeboorte.

Drs. M. van Campen e.a., Gods weg met mensen. Bijbels Dagboek. Uitg. Boekencentrum, Den Haag 1990. 380 blz. f 22,90 en f 29,90.

We ontvingen een fraai gebonden exemplaar. Het dagboek is ook ingenaaid uitgekomen. Het dagboek is opgezet rondom de behandeling van bijbelse figuren, soms dezelfde personen vanuit verschillend gezichtspunt. Salomo, de koning en als Spreukendichter; Petrus, de discipel en de apostel. Zeven stukjes (een week lang dus) aan één figuur gewijd. Dertien schrijvers (afkomstig uit de Gereformeerde Bond) verzorgen ieder telkens vier weken; dus vier figuren per maand. De overdenkingen zijn praktisch, op de lezer gericht, en de dagtekst bemediterend in de goede zin van het woord. Elke dag is er wel een regel, een gedachte die tot verder denken dringt. Een originele opzet en frisse toon. Men verwachte geen preek, maar wel het geestelijk leven stimulerende en corrigerende stukjes. Er komen teksten aan de orde, waaraan velen bij het Bijbellezen zouden zijn voorbijgegaan. Een fijn en mooi uitgegeven boek.

Theo de Boer, De God van de filosofen en de God van Pascal. Op het grensgebied van filosofie en theologie. Uitg. Meinema, Delft 1989. 190 blz. f 27,50.

De auteur is van beroep filosoof. Hij is theologisch geïnteresseerd. Dat blijkt ook uit de ondertitel. Het is een knap boek, dat in een kort bestek veel biedt. Hij laat zien dat het geen wonder is dat de godsbewijzen uit vroeger eeuwen niet houdbaar zijn gebleken. De theologie heeft zich aan deze bewijzen veel te veel opgetrokken. Hij spreekt over ’de erosie van het Opperwezen”. Toch ziet de auteur plaats voor de theologie als wetenschap, namelijk als nadenken over de zinvraag en over zingeving. Theologisch knoopt hij aan bij Kuitert en bij Schillebeeckx. Dat betekent dus bij feiten die wij mensen interpreteren, bij zoekmodellen en zingeving door ons! In de grond van de zaak een theologie van onder op. Het doet sympathiek aan dat hij toch de theologie een wetenschappelijke status aan de universiteit (hier in de oude betekenis van het woord gebruikt) geeft. De vraag is echter, waarom een filosoof déze theologie niet evenzeer kan bedenken en bedrijven. Waarom zou deze theologie niet evenzeer in de faculteit van de wijsbegeerte ondergebracht kunnen worden? Het is een nieuwe vorm van een wijsgerige theologie. Het existentialisme dat de nadruk op het gebeuren legt, en de moderne filosofie van interpretatie leveren het wijsgerig kader voor de theologie. De reddingsactie komt mijns inziens neer op een grootscheepse verhuizing. Het trof mij dat de remonstrantse oud-hoogleraar H.J. Heering in een bespreking in Trouw vraagt om ruimte voor enige waarheden. Deze vallen bij De Boer kennelijk weg. Hoe men het wendt of keert, theologie van de mens uit, zonder de gezaghebbende stem van Gods openbaring. Dat is nu exact een bepaalde vorm van wijsbegeerte, niet minder, maar ook niet meer. De lijn die wordt uitgeworpen is te kort om de theologie te redden. Hoe erudiet dit boek ook is, het is filosofie en geen bijbelse theologie. Het spijt ons dat we niet tot een andere conclusie kunnen komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.