+ Meer informatie

De Reformatie en het Woord

6 minuten leestijd

6.

Luther als bijbelvertaler.

Door Gods voorzienig beleid is Luther het geweest, die de Bijbel heeft vertaald voor het volk. Er was reeds een vertaling in omloop: de Vulgata. Deze was verschenen in het jaar 380. De kerkvader Hieronymus had ervoor gezorgd, dat er een vertaling van de Bijbel kwam. Zij was echter in de Latijnse taal geschreven, zodat alleen de geleerden en de priesters haar konden lezen. Deze bijbel werd de roomse kerkbijbel. Toen de boekdrukkunst werd uitgevonden, verlangden vele leken de Bijbel zelf te kunnen lezen. In ons land en ook in Duitsland werden toen gedeelten van de Bijbel vertaald in de volkstaal. Zelfs kwamen er volledige vertalingen van heel de Bijbel. In Duitsland verschenen er zelfs 18 verschillende vertalingen. De roomse kerk wilde hiervan niets weten. De geestelijken waarschuwden er tegen. Geponeerd werd: ’t moet ook anders worden verstaan dan het er staat. En de opmerking werd gelanceerd: „geef kinderen geen mes in de hand; laat vader het brood snijden. De Bijbel moet gelezen en verklaard worden door mannen met kennis en ervaring”.

Nu moet gezegd worden, dat de meeste vertalingen gebrekvol waren. Er stonden ook grove fouten in. Men ging niet terug naar de grondtekst. Dit is noodzakelijk om een betrouwbare Bijbel te krijgen. Daar nu de Bijbel Luthers levensboek was geworden, wilde hij er voor werken, dat de Bijbel in handen zou komen van het Duitse volk. Aan één van zijn Wittenbergse kollega’s schreef hij: „Ikzal de Bijbel verduitsen, ofschoon ik daarmee een last op me genomen heb, die mijn krachten te boven gaat”. In zijn voorzienig beleid heeft de Heere ervoor gezorgd dat Luther op de Wartburg terecht kwam. Zijn vijanden meende, dat hij nu voorgoed uitgeschakeld zou zijn. Aan het reformatie-werk zou hij nu niets meer kunnen doen. Zijn werk zou nu wel geleidelijk aan vernietigd worden.

Het reformatie-werk vergaan!

De Heere heeft ervoor gezorgd, dat dit niet gebeurde. Luther werd door mensen uitgeschakeld, maar God heeft hem weer ingeschakeld. Zijn eenzaamheid werd zijn „Patmos”.

Het werk op de Wartburg verricht, zou tot rijke zegen zijn voor de kerk. Nu had hij ook bijzonder de gelegenheid om te schrijven en te vertalen. In december 1521 begon hij met de vertaling van het Nieuwe Testament. Begin maart 1522 was hij met het Nieuwe Testament klaar. Met grote vreugde heeft zijn vriend Melanchton de vertaling in haar geheel nog eens gekorrigeerd. En begin september verscheen zij. De eerste oplage 5000 exemplaren was binnen enkele dagen uitverkocht. Vele herdrukken volgden. Tienduizenden grepen naar het boek, waarvan Luther zei: „Het moet aller mensen handen, tongen, ogen, oren en harten vervullen”.

Een rooms theoloog moest van deze vertaling schrijven: „ Luthers Nieuwe Testament werd in groten getale verspreid, zodat ook kleermakers en schoenmakers, ja, ook vrouwen en andere eenvoudigen, voorzover ze dit Nieuwe Testament hadden aangenomen en ook maar een beetje Duits hadden leren lezen, daarin gingen lezen met grote begeerte, als ware het een bron van de oude waarheid.

Meerderen droegen het onder hun kleding mee en leerden het van buiten”.

Tijdens zijn leven werd het Nieuwe Testament 21 maal herdrukt.

Na het vertalen van het N.T. ging Luther over tot het vertalen van het Oude Testament. Dit was voor hem een moeilijke opgaaf. Het was moeilijk om de juiste begrippen te vinden in het Duits, die overeenkwamen met de zin en de mening van het Hebreeuws. Aan de totstandkoming van deze vertaling hebben Melanchton en Aurogallus (een Hebraïcus) meegewerkt. In 1523 waren de vijf boeken van Mozes vertaald. Het werd september 1534 voor het Oude Testament kon worden uitge’ geven. In de inleiding schreef Luther: „Ik I heb het om niet ontvangen; om niet heb ik het gegeven en ik begeer daarvoor ook niets. Wat we daarvoor uitgestaan, gewerkt en ge! ploeterd hebben, kan niemand weten, want o het zijn genade-gaven Gods, die, in ons, onwaardige, ellendige, arme instrumenten werden verheerlijkt. Hem zij alleen de eer, lof, dank in eeuwigheid. Amen”.

De Heere heeft Luther de gaven en de gelegenheid gegeven Gods Woord in het Duits te vertalen. Ongeveer dertien jaar heeft hij, kunnen we wel zeggen, dag en nacht geworsteld in het gebed, gestudeerd en geschreven om een Bijbel aan zijn volk te geven, en wel zo, gelijk een tijdgenoot schrijft, vertaald en toebereid, dat iedereen Gods Woord lezen en zich eigen maken kan.

Tot Luthers dood in 1546 verschenen 13 nieuwe oplagen van de hele Bijbel. Tussen 1534 en 1546 werden 100.000 bijbels ver. kocht. Een voor die tijd enorm groot aantal. Bij zijn vertaling ging hij van deze gedachte uit: „Alleen wie in het middelpunt der Heilige Schrift staat - dat is wie de genade Gods in Jezus Christus mag omhelzen - kan de Bijbel f recht verstaan. Wie het geloof niet bezit, vermag de eigenlijke betekenis der woorden ook niet te vatten”.

Zo was, volgens hem, de waarde van het Oude Testament ook enkel van het Nieuwe Testament uit te begrijpen. De wezenlijke inhoud van het Nieuwe Testament is Christus; daarom valle het licht van Christus ook over het Oude Testament - ook over de dreigende woorden der Wet, want de Wet dient om in een verslagen ziel het verlangen naar Gods genade te wekken.

Doordat Luther vastgeworteld stond in Gods onuitsprekelijke Gave, het centrum der Schrift, bleef hij ervoor bewaard onbijbelse-gedachten in zijn vertaling in te dragen. Zeker heeft hij in sommige teksten vergissingen gemaakt, doch deze fouten waren nimmer schadelijk voor het geloof. En ook al was zijn overzeting soms verkeerd, nimmer week hij van de schriftuurlijke lijn af.

Voor alle latere bijbelvertalingen, ook buiten Duitsland, is het werk van Luther baanbrekend geweest. Luther is de pionier. Columbus is groter dan de zeevaarders na hem, al kwamen zij langs een kortere weg en met betere hulpmiddelen in Amerika aan. De latere zeevaarders steunden op hem.

Zo hadden alle bijbelvertalers, in alle landen en van alle kerken. Luthers werk voor zich. Zij leerden van hem. Zij konden slechts zijn voortreffelijk werk navolgen en volmaken. Ook onze Statenvertalers hadden veel te danken aan de man van Wittenberg. Bugenhagen, één van Luthers vrienden, vierdejaarlijks met de zijnen „Het feest der bijbelvertaling”.

Dan werd Luther niet bewierookt, maar dankte hij God, Die in Zijn goedertierenheid de Heilige Schrift aan het volk in leesbare vorm hergaf. Wij vinden het heel gewoon, de Bijbel een paar keer per dag open te slaan. Wij doen dit schier gedachteloos. Wij staan er misschien weinig bij stil dat God ervoor gezorgd heeft, dat wij de vertaling van Zijn Woord bezitten en het kunnen lezen. Beide zijn gaven van de Heere. Naast deze gaven wil Hij de genade geven om Zijn Woord te verstaan en te beleven. Is het ons hierom te doen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.